‘Iedere kinderopvanglocatie kan inclusief zijn’
Inclusieve opvang is nog exclusief, verzucht Marjet Winsemius, directeur van Stichting Voor Werkende Ouders. Zij pleit voor scholen die langer open zijn en opvang bieden. Dat is efficiënter en zorgt voor kennisuitwisseling tussen leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Ook wil ze meer bescherming van ouders en betere opleiding.
Lees hier het eindrapport van een onderzoek over hoe ouders de inclusiviteit van de kinderopvang in het algemeen ervaren.
Tekst René Lamers
Medicalisering en individualisering
‘Het beeld dat je ziet bij de opvang Road2School in Den Haag geldt voor heel Nederland. Sommige ouders moeten een uur rijden. Wij horen van steeds meer ouders dat hun contract met de opvang is opgezegd, omdat hun kind ‘te druk’ is. Ouders zijn hiertegen niet beschermd.
Vroeger had je óók kinderen met autisme, adhd of hoogbegaafdheid. Dat de vraag naar inclusieve opvang nu toeneemt, komt doordat er steeds meer in labeltjes, diagnoses gedacht wordt en doordat de kennis daarover groter is. We zijn ook geneigd alles te medicaliseren. Bovendien speelt mee dat medewerkers meer werkdruk ervaren en mensen minder tolerant zijn. Dat laatste komt door individualisering en polarisering. In de Staat van het Gezin van dit jaar geven ouders het cijfer 4,1 voor solidariteit. Vroeger zat ene Edwin in mijn klas, hij was een beetje druk. Dat wisten we en accepteerden we. We leerden van elkaar. Nu willen pedagogisch medewerkers geen ‘Edwin’ in de groep.’
Opvang op scholen
‘Er zijn structuurveranderingen nodig. We hebben straks te maken met een personeelstekort en meer vraag naar opvang. Er zijn nu veel opvanglocaties die allemaal veel ruimte in beslag nemen en overdag leeg zijn, omdat kinderen op school zitten. Busjes rijden af en aan, wat ook niet goed is voor het milieu. Oplossing zou zijn als scholen langer open zijn en ook opvang bieden. Dat levert meer mensen op de groep op en meer professionaliteit, doordat onderwijs en opvang van elkaar leren.’
Wettelijke bescherming
‘De opvang in Nederland is zeer goed, maar in de opleiding tot pedagogisch medewerker is meer aandacht nodig voor inclusieve opvang. Communicatie met ouders komt bijvoorbeeld niet aan bod, terwijl zij pedagogisch partner zijn in de zorg voor ons kind. Soms lees je in een rapport: ‘kind heeft vermoedelijk autisme’, terwijl een pedagogisch medewerker dat niet kan en mag vaststellen. Daarom pleiten we in de opleiding voor aandacht voor de relatie met ouders; pedagogisch partnerschap.
Ander punt is dat er meer wettelijke bescherming voor ouders moet komen. Met slechts één maand opzegtermijn heeft dit direct invloed op het werk van ouders.
Het vraagt een andere manier van kijken, maar die is nodig als we willen voorkomen dat ouders massaal in een burn-out raken. De politiek kijkt echter op de korte termijn. We kaarten het probleem van te weinig inclusieve opvang aan bij het ministerie, maar dat zegt er geen geld voor te hebben. Het heeft geen prioriteit. Probleem is ook dat buitenschoolse opvang onder het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid valt, maar zorg weer onder het ministerie van Volksgezondheid. Inclusief onderwijs is ver weg, maar inclusieve opvang nog verder. Terwijl elke locatie inclusief zou kunnen zijn. Wel zal de ene pedagogisch medewerker er meer mee hebben dan de andere. Het ligt aan de leiding of er toch iets wordt geregeld. De basis is een houding hoe je naar kinderen kijkt, dat elk kind anders is. Nu zijn dingen in de opvang snel geregeld, sneller dan in het onderwijs, dat is een voordeel.’
Steun zoeken
‘Ouders die nu een kind hebben dat extra aandacht nodig heeft en een geschikte locatie zoeken, hebben op dit moment niets aan toekomstige oplossingen. Ik adviseer ze om het bij ons te melden als er geen geschikte locatie in de buurt is. Die voorbeelden kunnen wij meenemen in onze gesprekken. Wij verwijzen ook naar Balans en Ieder(In) voor advies en steun.
Voor dit moment kun je wel in je omgeving kijken naar steun: een buurvrouw, opa en oma, vrienden, andere familie. Ga ook het gesprek aan met je werkgever. En ga naar de gemeente, waar veel kennis en financieringsmogelijkheden zijn. Den Haag organiseert bijvoorbeeld een dag waarop iemand alles met je doorneemt en je op mogelijkheden kan wijzen waar je zelf niet op zou komen.
Maar: je kunt ook een gesprek met de oudercommissie van je opvanglocatie aangaan. Die kan aankaarten dat bepaalde ondersteuning nodig is. Wordt je kind geweigerd, dan kun je altijd een klacht indienen, waarover een onafhankelijke geschillencommissie beslist.’

