Aannames, mythen, frames en misvattingen
In deze rubriek staan verkeerde beelden rond thuiszitten, met een uitleg en reactie van Balans.
Ontkrachten van mythen en frames
Balans constateert hardnekkige aannames en misvattingen over de problematiek rond thuiszitters. Die zijn zowel een gevolg als een oorzaak van beeldvorming en framing in diverse berichtgevingen en beleidsstukken. De aannames en misvattingen houden de beeldvorming en framing in stand en vice versa.
In berichtgevingen in media wordt bijvoorbeeld meestal ingezoomd op individuele verhalen van thuiszitters en hun gezinnen, wat het beeld geeft – of in stand houdt – dat het aan het kind en/of de gezinssituatie ligt dat het niet ‘lukt’ op school. In beleid, communicatie van bijvoorbeeld voorzieningen, hulpverlening en in bijvoorbeeld cursussen en trainingen, wordt hier doorgaans als feit vanuit gegaan. En is bijna altijd de gedachte dat naar school gaan het beste is voor kinderen. Dat het pas ‘mis’ gaat op het moment dat een kind thuiszit. En dat dat vooral ‘slecht’ is én dat hier zo snel mogelijk iets aan moet veranderen.
Balans vat het als haar taak op om de aandacht te vestigen op de oorzaak waardoor zo’n grote groep kinderen uitvalt. Op hoe ongelukkig ze zich juist óp school kunnen voelen. Op hoe de rechten van kinderen worden geschonden als zij op school geen passend onderwijs krijgen, zich niet veilig voelen. Op hoe hun zelfbeeld beschadigd raakt en kinderen zelfs schooltrauma kunnen oplopen. En op welke rol de schoolomgeving speelt.
Balans meent dat de visie op de thuiszittersproblematiek móet veranderen. Er wordt aan de vele overlegtafels namelijk al jarenlang over gesproken en alle inspanningen ten spijt, lukt het niet om het tij te keren. Met dezelfde kijk en aanpak zal er daarom nooit een echte oplossing komen. Maar ook ervaren ouders en kinderen in de praktijk echt veel last van die beeldvorming: ze worden vaak niet serieus genomen en daardoor worden de problemen groter en blijven oplossingen buiten bereik.
Wij willen mythes ontkrachten en daartegenover een reëel beeld plaatsen.
Aannames
‘Het kind is het probleem’
De kinderen zelf dan wel hun omgeving (ouders/gezin) worden herhaaldelijk gezien en/of neergezet als het probleem. De vraag wat het kind toch ‘heeft’, of wat daar ‘mis’ is, staat dan centraal.
Maar wij weten dat níet dat éne hoogbegaafde kind, of dat ene kind met autisme (of allebei) het probleem is. Het hoeft geen probleem te zijn als een kind of jongere dyslexie heeft, gewoon gevoelig is, veel spanningen ervaart vanuit zijn of haar omgeving, of een migratieachtergrond heeft. Want waarom lukt het anders bij de ene school, of de ene leerkracht wél, en bij de andere niet?
In het radioprogramma ‘De Publieke Tribune’ vertelt ervaringsdeskundige Melchior Wammes hierover.
Ook in de film ‘My journey for education’ van ‘thuiszitter’ Merlijn kwam dit naar voren: op school voelde hij zich niet veilig, voelde hij geen band en was hij overprikkeld, behalve dat jaar bij die leerkracht die ‘alles passend maakte’.
‘Als de badkuip lekt, moet je wat aan de badkuip doen’
Stephanie Hibberd, moeder van een thuiszitter, zegt over oorzaak en gevolg:
“Hoogbegaafdheid leidt pas tot schooluitval als lessen vooral gericht zijn op één manier van leren.
Prikkelgevoeligheid is pas een probleem in een omgeving waar de klassen en schooldagen tot de nok toe gevuld zijn.
Het is niet meer houdbaar, ook niet voor de jeugdzorg, om de oorzaken voor schooluitval bij kinderen zelf te blijven zoeken.
Als de badkuip lekt, ga je niet het water op de grond analyseren, maar moet je iets aan de badkuip zelf doen.”
In het artikel ‘De gemeenteraad informeren als ouder, eng en nodig’ zit een link naar de opname van de raadsvergadering en de bijdrage van Stephanie.
Stephanie reageerde hier ook op de registratie door haar gemeente Utrecht van het aantal thuiszitters.
‘Thuiszitters missen sociale contacten’
School wordt gezien als een plek waar kinderen niet alleen leren maar ook contact hebben met leeftijdgenoten. Daardoor wordt ook vaak gedacht dat alle thuiszitters eenzaam zijn en dat het thuiszitten slecht is voor de sociale en emotionele ontwikkeling.
Niet naar school gaan heeft zeker gevolgen voor de sociale contacten van thuiszitters en hun omgeving en leidt vaak tot gevoelens van eenzaamheid, afwijzing en buitensluiten (zie ook het hoofdstuk ‘Gevolgen van thuiszitten en niet-passend onderwijs’). Maar, vaak voelden thuiszitters zich óp school (ook al) eenzaam, buitengesloten, ‘anders’ of ongewenst. En soms zijn zij juist blij dat zij thuis kunnen zijn bij mensen die zij kunnen vertrouwen en die hen begrijpen. Ook hebben thuiszitters vaak in meer of mindere mate schooltrauma opgelopen. En is hun zelfbeeld vaak beschadigd, net als hun vertrouwen in zichzelf en anderen. Dit moet meestal eerst herstellen, in een voor hen veilige en vertrouwde omgeving, voordat zij weer behoefte hebben aan sociaal contact. De ordening van behoeftes van Maslow stelt behoefte van veiligheid vóór behoefte aan sociaal contact. Thuiszitters hebben vaak eerst rust en herstel nodig, er moet absoluut geen druk worden uitgeoefend tot het hebben van sociaal contact.
Thuiszitters missen dus niet per definitie sociaal contact, omdat zij hier door hun schooltrauma nog geen ruimte voor hebben, of omdat ze op school al geen bevredigende sociale contacten hadden.
Maar ook doordat ouders van thuiszitters sociaal contact voor hun kind weten te organiseren op het moment en in de vorm die passend is. Ook hierin krijgen ouders regelmatig weinig medewerking of zelfs tegenwerking.
Misvattingen
‘Het probleem komt door thuiszitten’
In rapporten, zoals van de landelijke Kinderombudsman en de Kinderombudsman van de regio Rijnmond, wordt stelselmatig gesteld dat ‘het probleem’ ontstaat op het moment dat een kind niet meer naar school gaat.
Balans weet uit ervaringen van ouders dat een kind niet ‘opeens’ thuiszit. Over wat eraan voorafging, en dus ook wat daar anders moet, komt weinig terug in debatten, plannen enzovoorts.
Balans wil dat ieder kind onderwijs krijgt en zich kan ontwikkelen op een plek waar het zich veilig en fijn voelt. Preventie dus in plaats van curatie.
Thuiszitten is een uitweg, zo blijkt ook uit de enquête die Balans in oktober 2024 uitzette. Het onderwijs op school past dan niet bij een kind, dat zich beter ontwikkelt met een andere vorm van onderwijs. Online-onderwijs bijvoorbeeld, of onderwijs op een andere locatie dan school en/of op een andere manier. Een kind kan ook zo beschadigd zijn geraakt voorafgaand aan schooluitval dat er eerst rust en herstel nodig is. Lees hierover meer onder de rubriek ‘Gevolgen van thuiszitten en niet-passend onderwijs’ en in ons dossier ‘(School)trauma‘.
Wél is het een probleem wanneer ouders en kind niets meer van school horen zodra het kind is uitgevallen. Geen kaartje, geen interesse, geen onderwijsmateriaal of aanbod van een andere manier van onderwijs of ondersteuning. Contact is daarentegen vaak louter gericht op terugkeer naar school, zonder de nodige aanpassingen, al dan niet met dreiging van drang- en dwangmaatregelen.
‘Alles is geprobeerd voordat het thuiszat’
Heel vaak is níet alles geprobeerd, weet Balans uit de vele verhalen van ouders en kinderen.
Als een kind meer nodig heeft dan de zogenoemde ‘basisondersteuning’, dan moet school een ontwikkelingsperspectief (OPP) maken en daarbij ouders en kind betrekken. In ons rapport ’De stem van ouders in passend onderwijs’ uit 2023 is te lezen dat dit vaak niet, of niet op de juiste manier gebeurt. Of dat het plan vervolgens niet, of niet op de juiste manier wordt uitgevoerd.
‘Naar school gaan is altijd beter’
Het idee dat naar school gaan schadelijk zou kunnen zijn, is voor veel mensen inderdaad moeilijk te begrijpen. In situaties kan schoolgang echter daadwerkelijk schadelijk zijn, tot een schooltrauma aan toe.
Bijvoorbeeld door niet-passend onderwijs of omdat een kind zich onveilig voelt op school.
Zie ook het hoofdstuk ‘Oorzaken van verzuim en thuiszitten’.
‘Thuiszitters ontwikkelen zich niet’
Veel thuiszitters hebben eerst een periode van rust en herstel nodig. Dan is het niet altijd meteen mogelijk om passende of alternatieve vormen van onderwijs aan te bieden. Maar zodra dit wél passend is, zijn er ook andere ontwikkelingsmogelijkheden. Onderwijs en school zijn niet synoniem (zie ook de rubriek ‘Kinderrechten en het recht op onderwijs’). Denk aan digitaal onderwijs of ontwikkelplekken zoals Digibende of Spirare, waar alternatieve vormen van onderwijs worden geboden. Mogelijkheden die ouders van thuiszitters, ondanks de zware druk die in deze situatie op hen ligt, toch regelmatig weten te vinden én te organiseren. Zie ook de resultaten van de enquête die Balans in oktober 2024 uitzette.
Ouders ondervinden hierbij niet zelden tegenwerking van instanties, bijvoorbeeld rond de financiering.
Uit onze enquête blijkt dat ouders heel vaak de alternatieve vormen van onderwijs voor hun kind betalen.
Ook springt de gemeente regelmatig bij of financiert ze ontwikkelplekken, hoewel dit de verantwoordelijkheid is van het onderwijs.
Uit de enquête blijkt gelukkig óók dat er soms schoolbesturen of samenwerkingsverbanden zijn die alternatieve vormen van onderwijs bekostigen, maar dit zijn nog uitzonderingen.
Als het ouders niet lukt een vorm van onderwijs voor hun kind te organiseren, is er ook sprake van kansenongelijkheid.
Mythen
‘De wet staat oplossingen in de weg’
Wat die belemmeringen in wet- en regelgeving zouden zijn, wordt zelden genoemd. Er zijn juridisch wel degelijk veel mogelijkheden, omdat de rechten van kinderen (vanuit het IVRK) altijd bovenaan moeten staan. Het draait meer om: waar een wil is, is een weg. Het vinden van een probleem om een oplossing in de weg te staan lijkt dan zelfs een doel op zich.
‘Thuiszitters zijn ongelukkig door thuiszitten’
Natuurlijk wil ieder kind ‘gewoon’ zijn en erbij horen en kunnen er gevoelens van eenzaamheid zijn.
En vaak missen thuiszitters – een alternatieve vorm van – onderwijs. Maar dat het kind thuiszit, betekent niet (per se) dat er geen sociale contacten zijn of dat een kind zich niet ontwikkelt – zoals ook ‘thuiszitter’ Melchior Wammes zegt in een podcast voor Balans met tips voor ouders: “Hersenen zitten niet stil als je thuiszit. Je kind ontwikkelt zich wel degelijk, in bepaalde opzichten meer dan anderen.”
Het betekent ook niet per definitie dat een kind ongelukkig is doordat het thuiszit. Balans hoort juist regelmatig dat ‘thuiszitters’ gelukkiger of op zijn minst opgelucht zijn omdat ze uit de situatie op school zijn – een situatie die niet bij hen paste.
Omgekeerd, veel kinderen die (nog) wel naar school gaan, kunnen heel ongelukkig zijn, doordat zij zich ‘anders’ en onveilig, buitengesloten of niet gehoord en gezien voelen.
Zie ook de enquête die Balans in oktober 2024 uitzette in aanloop van het rapport Thuiszitters Tellen 2024.
‘Wachtlijsten, lerarentekort’ en andere ‘oorzaken’
In het publieke debat zien we steeds dezelfde oorzaken terugkeren als oorzaken voor (het groeiend aantal) thuiszitters: het lerarentekort; wachtlijsten voor speciaal onderwijs en jeugdzorg; de ‘schotten’ tussen onderwijs en jeugdzorg.
Balans meent dat dit niet (alleen) oorzaken zijn, maar vooral ook gevolgen van niet-passend onderwijs en prestatiedruk.
Lees hierover het hoofdstuk ‘Oorzaken van verzuim en thuiszitten’.
‘Passend onderwijs was een bezuiniging’
De mythe dat passend onderwijs een bezuinigingsmaatregel was, is wijdverspreid en heel hardnekkig.
Hoewel er wel financiële hervormingen plaatsvonden, was de belangrijkste reden voor de invoering een streven naar een inclusiever onderwijssysteem. Het accent lag op inclusie, niet op kostenbesparing.
Door maatwerk te bieden, zou er een flexibeler onderwijssysteem ontstaan dat beter aansluit bij de behoeften van elk individueel kind.
De mythe ‘passend onderwijs was een bezuiniging’ is onder andere ontstaan doordat onderwijsbudget niet werd verhoogd, terwijl er wel hervormingen waren. Er bleef echter structureel geld voor ondersteuning beschikbaar en er werd geïnvesteerd in het oprichten van samenwerkingsverbanden.
Het probleem zit vooral in de uitvoering. Veel scholen hebben of hadden moeite om het onderwijs passend te maken. Daardoor lijkt het alsof er te weinig geld was, wat de overtuiging van een bezuiniging in de hand werkte.
In werkelijkheid kwamen en komen veel problemen door slechte samenwerking, te weinig kennis, en onduidelijkheid over hoe het geld gebruikt moest worden. Dit zijn problemen in de uitvoering, en niet omdat er bewust op werd bezuinigd.
Het falen van passend onderwijs leidt op de lange termijn tot hogere maatschappelijke kosten.
Kinderen die geen passend onderwijs krijgen, lopen meer risico op het ontwikkelen van psychische problemen – wat leidt tot uitval, thuiszitten en daardoor dure zorg- en ondersteuningstrajecten in de toekomst. De oorspronkelijke visie van passend onderwijs was juist gericht op het voorkomen van dergelijke problemen, met tijdige en gerichte ondersteuning.
Frames
‘Lastige, mondige ouders/curlingouders’
Het valt niet mee om ouder te zijn in deze tijd. Ouders onderling bekritiseren elkaar, maar ook in het publieke debat komen ouders er vaak slecht vanaf. Er bestaan allerlei meningen over alleenstaande ouders, ouders met een migratieachtergrond, ouders uit een bepaalde buurt, ouders uit een bepaalde sociale klasse of met een bepaald opleidingsniveau.
Daarnaast worden ouders regelmatig afgeschilderd als (te) emotioneel, onredelijk, onrealistisch, met te hoge verwachtingen en een vertekend beeld van hun kind. Ze “beschermen hun kind te veel” (worden ‘curlingouders’ genoemd), zijn “te mondig” en “stellen onredelijke eisen aan de school, wat zij vervolgens willen afdwingen met juridische procedures”.
Dit beeld herkennen wij als oudervereniging totaal niet. Er zullen misschien ouders zijn die hun kinderen naar een (te) hoog niveau willen pushen. Dit zijn dan níet de ouders die Balans spreekt aan de Advieslijn. Die ouders zijn zich vaak zeer bewust van de hoge werkdruk van leerkrachten en voelen zich bijna bezwaard om aanspraak te maken op het recht op onderwijs van hun kind. Ze moeten een enorme drempel over om te besluiten om hun kind niet meer naar school te laten gaan als het niet meer gaat. Dat besluiten ouders niet zomaar. Balans moet ze dan vaak juist versterken en ervan bewustmaken dat zij vanuit hun (wettelijke) taak als ouder niet anders kunnen dan opkomen voor de rechten en het belang van hun kind. Zij hebben nou eenmaal, als enige, echt alléén het belang van hun kind voor ogen en geen enkel ander belang. Ze hebben de (wettelijke) plicht om zorg te dragen voor het welzijn en de ontwikkeling van hun kind (art. 1:247 Burgerlijk Wetboek).
Bovendien is de rechtspositie van ouders en jongeren zo bedroevend slecht, dat ouders vaak niet eens in staat zijn om via juridische procedures ‘hun gelijk te halen’. Om financiële redenen, maar ook omdat dit soort procedures vaak zoveel tijd kosten dat het kind er al niet eens meer iets aan heeft.
Ook starten weinig ouders zo’n procedure, omdat zij hun kind toch niet op een school willen hebben waar het kind duidelijk niet gewenst is.
‘Er gaat ook heel veel wél goed’
Thuiszitters zouden slechts een kleine groep vormen, ‘er gaat ook heel veel wél goed’. Maar focussen op wat er goed gaat, helpt niet om de achterliggende problemen op te lossen. Het kan zelfs afleiden van de ernstige problemen die moeten worden aangepakt.
Het is niet relevant of de meerderheid van de kinderen goed meedraait, wanneer er een groep is die volledig buiten de boot valt. Juist zij leggen omissies bloot en tonen het pad naar verbeteringen.
De focus op wat goed gaat, leidt ertoe dat beleidsmakers en schoolbesturen de noodzaak niet voelen om de fundamentele problemen aan te pakken. Ook wordt hierdoor de ernst en de omvang van dit probleem niet voldoende gezien, gevoeld en erkend.
Ondertussen staan het welbevinden, de toekomst, de ontwikkeling en (daarmee) de kansen van tienduizenden kinderen op het spel. De thuiszittersproblematiek is een symptoom van bredere structurele tekorten in het onderwijs, zoals een gebrek aan expertise, samenwerking en maatwerk. Deze systemische tekortkomingen worden over het hoofd gezien wanneer je ze verzacht.
Door de problemen te erkennen, kunnen we ervoor zorgen dat élk kind passend onderwijs krijgt.
Het woord thuiszitter
Het woord ‘thuiszitter’ is stigmatiserend: het roept een ontspannen en vooral passief beeld op: lui hangend op de bank en gamend. En dan de opsomming van diagnoses (hoogbegaafd, autisme, ADHD) en het gebruik van termen als ‘complex’ ‘zorgleerling’ ‘ontschotten’ en ‘handelingsverlegen’. Het effect hiervan is dat het logisch lijkt de oorzaak te zoeken bij de kinderen die uitvallen (of hun ouders), in plaats van bij het falend onderwijs. Mede daardoor wordt het onderwijs zelf niet ter verantwoording geroepen, en de werkelijke oorzaak niet opgelost.
Iedereen die zich bezighoudt met thuiszitters dient zich hiervan bewust te zijn.
Ervaringen van ouders
Balans heeft verschillende ouders in haar netwerk die hebben meegewerkt aan artikelen of uitzendingen over thuiszitters. Helaas horen wij geregeld van ouders terug, dat de boodschap die zij met hun bijdrage wilden overbrengen, niet (of niet duidelijk genoeg) naar voren is gebracht.
Petra de Blok, moeder van een thuiszitter, werkte verschillende keren mee met artikelen in de media:
“Als ouder heb ik al een aantal keer de media opgezocht of zochten de media mij op, om aandacht te vragen voor de problematiek rondom thuiszitters.
Mijn ervaring is dat als je dan vertelt dat echt niet alleen de kind-eigen problematiek de oorzaak is van de uitval van jouw kind, dat stukje niet duidelijk benoemd wordt.
Nog te vaak wordt het beeld van thuiszitters gekleurd door stigma’s en misverstanden over hun situatie.
Veel mensen zien ze als lui of ongemotiveerd.
Of gaan ervan uit dat deze kinderen ‘curlingouders’ hebben die de problemen veroorzaken.
Terwijl de problemen in werkelijkheid vaak complexer zijn, waarbij niet-passend onderwijs een grote rol speelt.
Het lijkt erop dat media vaak de werkelijke oorzaak niet openlijk durven te benoemen.
Een deel van de maatschappij heeft moeite met het erkennen van de systeemfouten, omdat dit de verantwoordelijkheid van scholen en beleidsmakers in twijfel trekt.
Daarnaast spelen er ook financiële en politieke belangen.
Het erkennen van problemen binnen het onderwijs kan leiden tot roep om verandering en erkenning van iets wat al decennia misgaat in ons sterk verouderde onderwijssysteem.”
“Het is belangrijk om te benadrukken dat bij thuiszitten vaak meerdere factoren een rol spelen.
Een goede aanpak is daarom altijd maatwerk en vereist gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en verschillende betrokken partijen, zoals school, ouders, zorgverleners en/of de gemeente.
Door de vaak trage besluitvorming door deze partijen, duurt het vaak te lang voordat er een passende oplossing aan een kind wordt geboden, waardoor het kind veel langer geen onderwijs krijgt dan nodig zou zijn.”
Petra werkte in het afgelopen jaar mee aan artikelen voor de Volkskrant, Kidsweek en aan een productie van RTL Nieuws.
Saskia Diederik, moeder van Katja, werkte aan verschillende artikelen en uitzendingen mee.
Over een uitzending van EenVandaag zegt ze het volgende:
“Ik heb in het interview verteld hoe ziek Katja werd van fysieke schoolgang, omdat het onderwijs voor haar niet passend was.
Maar in de uitzending lijkt het net alsof Katja klachten had doordat ze niet meer naar school ging, terwijl ze na de schooluitval juist helemaal hersteld is.”
Pauline Hurkmans, moeder van hoogbegaafde uitvallers, werkte onder andere mee aan een radio- en televisie-uitzending en een artikel in het AD. Zij vindt dat haar mening en ervaring daarin goed naar voren is gebracht.

