DCD op school

Voor kinderen met DCD is het moeilijker om motorische vaardigheden aan te leren en te automatiseren. Allerlei taken op school kunnen daardoor lastig zijn voor een kind met DCD.

Denk bijvoorbeeld maar aan:

  • Schrijven (leesbaar schrijven, tussen de lijnen blijven, het tempo van de klas bijhouden)
  • Rekenen (cijfers leesbaar schrijven, ordenen van de getallen, gebruiken van een liniaal)
  • Knutselen (figuren natekenen of omtrekken, op de lijn knippen, volgorde van handelen)
  • Gymmen (balspelen, klimmen, maar ook het omkleden voor en na de les)
  • Agenda bijhouden (overzicht houden, samenvatten van de opdracht, invullen bij de juiste dag)

Omdat DCD vaak onzichtbaar is voor de omgeving, is het voor de mensen rondom het kind moeilijk om er goed op in te spelen.

Op school zijn er veel momenten dat er ‘snel’ moet worden gehandeld. Zoals bij het opruimen of bij het verkleden voor de gymles. De extra tijd die een kind met DCD nodig heeft, is er meestal niet.

Het kind kan niet voldoen aan de verwachtingen en vanzelfsprekendheid van dagelijkse handelingen. Hierdoor krijgt het kind vaak negatieve feedback. Dit kan zowel gaan om negatief commentaar op het werk, als om opmerkingen dat het kind onhandig, lui of ongemotiveerd zou zijn.

Dit heeft negatieve invloed op het zelfbeeld van het kind en op het plezier in naar school gaan. Ook kan een kind zich terug trekken uit het groepsgebeuren.

Schrijven is een vaardigheid die kinderen en volwassenen in staat stelt om te communiceren. Het schrijven op school is ondersteunend bij andere leerdomeinen, zoals bij taal en rekenen. Schrijf motorische problemen kunnen daarom grote invloed hebben op de schoolprestaties.

Oefenen of aanpassen?

Voor iedereen geldt dat je leert door te oefenen en door ervaring op te doen. Daarom is het zeker belangrijk om alle lesstof aan te bieden en te oefenen.

Voor kinderen met DCD kost het leren wel meer moeite en tijd en dat kan veel frustratie geven.

Aanpassingen van de taak en het gebruik van hulpmiddelen kunnen het kind dan helpen om gemotiveerd te blijven. Ook kan de leerkracht een kind ondersteunen door te zorgen voor veel succeservaringen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van onderstaande adviezen.

Kies samen met het kind welke adviezen voor dit kind helpend zijn. Maak hierbij ook gebruik van de expertise van de ouders.

Adviezen voor leerkrachten

Algemeen

  • Leer een kind met DCD nieuwe vaardigheden aan in stappen. Leg ze stuk voor stuk uit en doe ze eventueel ook voor.
  • Laat het kind de opdracht zelf mondeling herhalen, zo check je of het de opdracht goed begrepen heeft.
  • Structureer de opdracht samen met het kind. Door een taak op te delen in stappen creëer je overzicht en bij elke deelstap een kans op een succeservaring.
  • Help het kind om de situatie overzichtelijk te maken en te houden; leg niet te veel materiaal op tafel.
  • Geef meer tijd om een opdracht uit te voeren.
  • Geef meer tijd voor toetsen of examens. Het College voor Toetsen en Examens publiceert informatie over regels en vrijstellingen; centrale eindtoets basisonderwijs en en centrale examens in het voortgezet onderwijs.
  • Leg de nadruk op het proces en niet op het product wanneer er iets fout gaat. Stel gericht vragen aan het kind, om het te helpen zelf tot een oplossing te komen. Wat is er mis gegaan? Wat kun je anders doen?
  • Wees je bewust van het doel van de les. Als schrijven niet het hoofddoel is, mag een kind dan een antwoord ook mondeling geven? Of met pijlen aangeven wat het antwoord is in plaats van het overschrijven?
  • Benut andere manieren dan schrijven om te checken of een kind de lesstof begrijpt: vraag het uit, laat het kind op een computer werken of antwoorden inspreken op een geluidsbestandje.
  • Overleg met de ouders van het kind welke manier van leren het beste werkt voor hun kind. Leert het kind van nadoen wat wordt voorgedaan? Of heeft het steun aan een geschreven of getekend stappenplan? Voor sommige kinderen werkt kijken naar uitlegfilmpjes ook goed.
  • Zorg ervoor dat een kind met DCD ook momenten van ontspanning of vrije keus heeft. Gun het kind af en toe een loopje. Doordat een kind met DCD vaak langzamer werkt, schiet dit er gemakkelijk bij in.
  • Eventuele behandelaren van het kind (zoals een ergotherapeut, kinderfysiotherapeut of oefentherapeut) kunnen mogelijk ook gericht advies geven aan leerkracht of gymleerkracht. Dit kan in overleg met ouders aangevraagd worden.
  • In de bovenbouw van de basisschool is het goed om met een kind met DCD te oefenen om steeds meer zelf aan te geven welke aanpassingen of hulpmiddelen er nodig zijn.
  • Bij de overgang naar de middelbare school krijgen kinderen te maken met verschillende vakdocenten. De mentor van het kind kan vaak een rol spelen bij het inlichten van de andere leerkrachten. Maar dan nog is het handig als het kind zelf ook kan aangeven wat het nodig heeft bij een specifiek vak. Soms kan het zijn dat er meer tijd nodig is voor een opdracht. Soms moet de opdracht zelf worden aangepast. Of is gebruik van een laptop nodig.
  • DCD leidt nogal eens tot emotionele problemen. Hulp moet daarom ook gericht zijn op het voorkomen van emotionele problemen als gevolg van DCD-problematiek.

Schrijven

  • Een goede zithouding is belangrijk. Zorg voor meubilair waarbij het kind goed gesteund kan zitten en een ontspannen schrijfhouding aan kan nemen.
  • Kijk naar de grootte van het handschrift. Kan het kind er baat bij hebben als er een schriftje met andere liniatuur gebruikt wordt?
  • Hoe is de pengreep van het kind? Heeft het kind misschien baat bij ander schrijfmateriaal?
  • Oefen met het kind een vaste manier van het maken van de lettervormen.
  • Kopieer werkbladen naar A3-formaat, zodat het kind meer ruimte heeft om het antwoord te schrijven.
  • Maak de taak minder tijdrovend door een kind met DCD toe te staan om alleen het antwoord op te schrijven (en niet eerst ook de vraag over te schrijven).
  • Als het doel van de les het maken van een verhaal is, wees dan minder kritisch op het handschrift of op de hoeveelheid doorhalingen. Of laat het kind het verhaal op een computer maken. Of inspreken in een geluidsbestand.
  • Vanaf de bovenbouw en in het voortgezet onderwijs kan bij een computer ook spraakherkenningssoftware gebruikt worden (een kind moet hierbij al goed kunnen spellen om de tekst te kunnen nakijken).

Rekenen

  • Rekenbladen of een rekenschrift met grote hokjes kunnen zorgen voor meer overzicht en makkelijker onder elkaar zetten van cijfers.
  • Vergroot werkbladen uit een rekenboek.
  • Laat het kind minder sommen maken, als het in een kleiner aantal sommen al heeft laten zien dat het de stof begrijpt. Of laat het kind een deel van de sommen mondeling beantwoorden.
  • Een verzwaarde liniaal of een liniaal met anti-slip aan de onderkant verschuift minder snel.

Knutselen

  • Geef de instructie voor een knutselwerkje klassikaal in de vorm van een stappenplan.
  • Geef het kind met DCD extra tijd voor het maken van een knutselwerkstuk (of neem genoegen met een slordiger resultaat).
  • Stel vragen aan de hand van het stappenplan als het kind vastloopt in de opdracht.
  • Help waar nodig het kind met het ordenen van het materiaal op tafel, om overzicht te kunnen houden.
  • Laat het kind tekenen en kleuren met materiaal waar het goed mee kan werken. Bijvoorbeeld dikke stiften of driehoekige potloden.

Gymmen

Bouw elementen in de les in waarbij het kind plezier in bewegen kan ervaren.

  • Zorg dat niet alle onderdelen van de les gericht zijn op competitie en winnen.
  • Stel als leerkracht zelf de groepen samen of waak er in ieder geval voor dat een kind met DCD niet altijd als laatste gekozen wordt
  • Geef bij het aanleren van nieuwe vaardigheden de instructie in stappen en verwoord de bewegingen tijdens het voordoen.
  • Let op het gebruik van materialen: bij het aanleren van gooien en vangen kun je starten met een grotere bal met stroef oppervlak. En pas als dat lukt overgaan naar oefenen met een kleinere of gladdere bal.

Online workshop

Onderstaande online workshop geeft informatie over DCD en over de moeilijkheden die kinderen met DCD thuis, op school en in spel en vrije tijd tegen kunnen komen.

In de workshop worden ook adviezen gegeven voor het ondersteunen van een kind met DCD en links naar boeken en websites waar meer informatie te vinden is over DCD.

De workshop is door CanChild oorspronkelijk gemaakt voor ouders, maar is zeker ook geschikt voor leerkrachten, zorgverleners en sportcoaches.

De online workshop is vertaald door Roessingh, Centrum voor Revalidatie, in samenwerking met het DCD Netwerk Nederland.

Klik hieronder om de online workshop te openen.

CanChild DCD workshop

Meer informatie

Op de website Gedragsproblemen in de klas staat meer praktische informatie over DCD in het onderwijs.

Lees verder Kwaliteit en richtlijnen DCD

Voor vragen kunt u bellen of mailen met BalansAdvies.