Wij ondersteunen en versterken ouders van kinderen met problemen bij leren en/of gedrag in opvoeding, onderwijs en zorg

Wij ondersteunen en versterken ouders van kinderen met problemen bij leren en/of gedrag in opvoeding, onderwijs en zorg

‘Ze willen zich wel aanpassen, maar het kost hen zoveel moeite’

Voor Tobias (11) en Olivier (8) is al een jaar geen plek meer op school. Moeder Karin: ‘Ze hebben allebei zóveel mogelijkheden.’

Interview: Nicolette Kuijlaars

Karin (45) en Michel (47) van Ooijen hebben twee zoons: Tobias (11) en Olivier (8). Sinds een jaar is er voor de jongens geen plek meer op een school. Karin is regiocoördinator voor Balans en Michel is obductie-assistent.

Het uitzicht vanuit de woonkamer is prachtig: polder en lucht zover je kunt kijken. De tuin grenst meteen aan het groene land. Olivier wijst naar een plek in het gras, een cirkel stenen met bloemen in het midden. ‘Daar ligt Greetje begraven, ons konijn, en daar, rechts van de vijver ligt de hamster.’ Gelukkig is poes Spikkie er nog en binnenkort komt er een hondje in de familie: Spikey. Spik en Spike wordt het dan, dat weten ze zeker. Het is donderdagochtend en Tobias en Olivier zijn thuis, zoals alle andere ochtenden van de week. Terwijl Tobias in de huiskamer ingespannen zit te gamen, verdwijnt Olivier naar boven. Moeder Karin schenkt thee en vertelt waarom haar zoons niet elke dag naar school gaan.

Alleskunners

Karin: ‘Tobias en Olivier zijn allebei hoogbegaafd. Dat lijkt fijn, maar het maakt hun leven nu vooral moeilijk. Zeker, ze hebben veel mogelijkheden en ze zijn alleskunners. Ze kunnen complex denken én ze denken vaak verder dan wij. Maar de jongens ontwikkelen zich asynchroon. Ze hebben verschillende leeftijden in zich. Aan de ene kant kunnen ze zich, zoals een volwassene, druk maken over wat er allemaal mis is in de wereld, aan de andere kant reageren ze soms te jong voor hun leeftijd, als een kind van vijf. Dit levert moeilijkheden op in de gewone wereld. Bovendien betekent hun hoogbegaafdheid nog niet dat ze hoog scoren bij toetsen, of dat ze een grote ambitie hebben. Door hun andere denkwijze leren ze anders. Een hoogbegaafd kind wil altijd weten waaróm iets moet. Als zo’n kind leert schrijven, moet je eerst vertellen dat schrijven nodig is voor een goede communicatie tussen mensen. Zo werkt het thuis ook. Ik ben veel meer gaan praten met de kinderen, dingen gaan uitleggen. Ook heb ik geleerd open te zijn over mijn eigen tekortkomingen. Dat hielp om elkaar te begrijpen, waardoor er minder spanningen waren.’

‘Ik leef nog!’

Toen Tobias vier jaar was, ging hij naar de school in het dorp. Maar het liep niet, zijn gedrag zorgde voor problemen. De school wist niet goed met hem om te gaan. Karin laat beloningskaarten zien uit die tijd. De juf zou Tobias positief benaderen. Maar ze schreef vooral op wat er níét was gelukt: ‘In die tijd dachten we dat er iets mis was met onze opvoeding, of met ons kind. Daarom lieten we Tobias onderzoeken. Daaruit volgde de diagnose PDD-NOS.’ Karin twijfelde daar eerst niet aan. Tot ook Olivier dezelfde problemen kreeg op school en iemand haar wees op hoogbegaafdheid. ‘Daar moest ik om lachen. Hoogbegaafd? Dat zijn toch kinderen die zichzelf op hun derde piano leren spelen?’ Tot ze zich erin verdiepte en wel heel veel herkende in de verhalen die ze las. ‘Tobias had intussen de overstap gemaakt naar speciaal onderwijs. Hoewel hij zich daar gelukkig voelde, ging hij niet aan het werk. Ook daar was de boodschap: we kunnen deze leerling niets bieden.’
Als Tobias dit hoort, kijkt hij op van zijn game: ‘Ze zeiden: er is iets mis met dat kind. Dat voelde niet lekker. Maar ik leef gelukkig nog!’ Hij draait zijn hoofd weer naar het scherm, zet een soldaat boven op een drone en zegt dan: ‘Als ik iets wil vertellen voor de klas, denk ik dat ik het meteen goed moet doen, omdat ik anders voor aap sta. Dan ren ik liever de klas uit, weg van alles.’
‘Maar dan ben je veel te streng voor jezelf,’ zegt zijn moeder.
Tobias: ‘Hoe noem je dat ook alweer?’
Zijn moeder: ‘Faalangst. Dat zorgt voor een naar gevoel, maar daar moet je mee leren omgaan.’
Tobias: ‘Ja, maar ik denk gewoon altijd dat ik iets fout heb gedaan. En ze zeggen altijd: het is autisme.’

Samen op het balkon

Met Tobias ging het intussen steeds slechter, hij leek uitgedoofd, Karin zag geen lichtjes meer in zijn ogen. Doordat de school langdurig geen passend onderwijs kon bieden, liep hij een schooltrauma op. Toen hij dingen ging zeggen als: het is beter als ik er niet meer ben, besloten Karin en Michel om hem thuis te houden. Dat is nu drie jaar geleden. Tobias moest ruimte krijgen om tot zichzelf te komen, rust krijgen, hij was zichzelf helemaal kwijt.
Karin: ‘We gingen uitzoeken hoe we het leven van Tobias beter konden maken. In plaats van te straffen, hielden we hem vast als hij boos was: Tobias, we houden van je en dat blijven we altijd doen!’ Intussen bleek ook Olivier hoogbegaafd te zijn. Nu zitten beide broers thuis, op drie middagen na. Dan krijgen ze twee uur les in een kleine klas binnen een school. Bovendien krijgt Olivier begeleiding van een ECHA-specialist (gespecialiseerd in hoogbegaafdheid) van het samenwerkingsverband, en Toby gaat één à twee keer per week naar een leerkracht die is ingehuurd door school.
Het gezinsleven is veranderd sinds de kinderen de meeste tijd thuis zijn. Karin en Michel plannen hun werk voortaan om de jongens heen. Bovendien is Michel vier dagen gaan werken. Als hij een late dienst heeft, werkt Karin ’s morgens. Bij een vroege dienst, plant Karin haar werk in de avond.
Karin: ‘We zien elkaar daardoor minder dan we willen. En de momenten met elkaar zijn schaars. Het voordeel: je geniet intenser van de tijd die je hebt. Wij zijn al gelukkig als we samen kunnen lunchen in de tijd dat de kinderen les krijgen. Of als we even naast elkaar op het balkon zitten.’

Even googelen

Eigenlijk staat het leven vooral in het teken van Tobias en Olivier. Al is het maar om al de gesprekken die Karin en Michel moeten voeren. Met de gemeente, met scholen. ‘Doodvermoeiend. Er wordt zo weinig met je meegedacht. Het gebeurt niet vaak dat een leerkracht of een ambtenaar zegt: hé, ik heb zitten googelen en ik heb dit en dit ontdekt. Je moet alles zelf uitzoeken en dan nog moeite doen om dingen voor elkaar te krijgen. Ik heb nog het meest gehad aan andere ouders, wat betreft medeleven én het bedenken van oplossingen.’ Maar die contacten zijn voor haar soms ook een valkuil: ‘Ik merk dat ik blijf hangen in het lotgenotengroepje, juist omdat we elkaar allemaal zo goed begrijpen. Het wordt tijd om ook andere contacten aan te gaan. Nu de jongens zo aan huis zijn gebonden, zou ik ook best willen verhuizen, naar een plek waar meer gebeurt, we zitten hier toch best afgelegen. Maar als ik alleen al denk aan verhuizen… Ik zou niet weten wanneer. We zijn bezig met overleven, er is weinig ruimte voor iets anders.’

 

Verliefd op jou

Omdat de jongens niet meer naar school gaan, missen ze de vanzelfsprekende contacten in de buurt. Kinderen uit het dorp roepen vaak: hé, Olivier, ik mis je! Tobias laat z’n scherm weer even in de steek: ‘Ja, wel naar Olivier, ík was degene die werd gepest.’
‘Dat klopt, maar jij wordt ook gemist, op de gymclub.’
Tobias: ‘Hoezo?’
‘Door dat dove meisje, jij was een beetje verliefd op haar. Zij nam het altijd voor jou op. Je hebt nog een Valentijnscadeautje voor haar gekocht.’
Tobias: ‘Mmm…’
‘Jij wilde nog leren om te kunnen zeggen in gebarentaal: ik heb je gemist.’

Karin zegt dat Toby snel iets heeft van: wwwrrrr…. Ik doe het niet goed, ze vinden mij niet leuk. En dat contact leggen daardoor vaak zo moeilijk is. Ze zegt ook dat ze door de situatie gewend is geraakt te veel te doen voor de jongens. ‘Je moet alert blijven om niet te beschermend te worden, uit angst dat ze weer beschadigd raken.’

Tobias: ‘Hé, beschermend zijn, is dat niet goed dan? Ik probeer andere kinderen ook zoveel mogelijk te helpen.’
‘Dat is ook goed! Maar ík kan jullie meer loslaten, want jullie zijn heel erg gegroeid, de afgelopen tijd. Dat moet ik niet vergeten.’

Ze kijkt uit het raam: ‘Zo gaat het nou steeds. De kinderen willen zich wel aanpassen, maar het kost hen zoveel moeite. Hierdoor raken ze in de war. En ze móéten zich natuurlijk aanpassen, maar ook in hun waarde worden gelaten. Zoals ieder mens moeten ze kunnen zijn wie ze zijn. Gelukkig lukt dat op hun nieuwe school.’

Zoek op deze website:

  • Categorie

  • Diagnose/Aanleg

  • Leeftijd

  • Regio

  • Documenttype

Deze website is gemaakt door Project Icarus!

Project Icarus is een uitdagende en leerzame plek voor jongvolwassenen met een beperking die zichzelf willen ontwikkelen op het gebied van computers en ICT.

Wilt u ook uw website laten maken door Project Icarus?