Wij ondersteunen en versterken ouders van kinderen met problemen bij leren en/of gedrag in opvoeding, onderwijs en zorg

Wij ondersteunen en versterken ouders van kinderen met problemen bij leren en/of gedrag in opvoeding, onderwijs en zorg

Kinderbeschermingsmaatregelen

Als je te maken krijgt met een Veilig Thuis Melding of  Jeugdbeschermingstafel krijg je soms ook te maken met kinderbeschermingsmaatregelen. Dat zijn zeer ingrijpende maatregelen. Uit verschillende onderzoeken en rapporten is gebleken dat niet altijd even zorgvuldig wordt omgegaan met dossiervorming. Vaak wordt er vanuit gegaan dat wat de jeugdbeschermer zegt, juist is, ook al is dat niet altijd zo. Er is geen waarheidsvinding en medewerkers van jeugdbeschermingsorganisaties staan in rechtszaken niet onder ede. De kinderrechter heeft vaak onvoldoende tijd om zich goed te verdiepen in alle stukken. Zie ook de recent verschenen adviezen van het RSJ (Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming) ‘Advies Jeugdbescherming in de toekomst’.

Het is daarom heel belangrijk om zelf te zorgen voor een goede dossiervorming. Neem gesprekken op, zorg zelf voor een goed verslag en neem een vertrouwenspersoon mee, als je te maken hebt met Veilig Thuis of een Jeugdbeschermingstafel. Stichting SOS Jeugdzorg heeft verschillende voorbeeldbrieven en andere documenten die je kunt downloaden. Zoek contact met andere ouders, bijvoorbeeld in/via besloten Facebookgroepen. Voor tips en (h)erkenning. Let wel op, hoewel de beheerders van deze groepen hun enorme best doen, is je privacy op het internet nooit gewaarborgd.

Hieronder leggen we uit welke kinderbeschermingsmaatregelen er zijn. En wat ze inhouden. Bron: kinderbescherming.nl

Welke kinderbeschermingsmaatregelen zijn er?

Een maatregel van kinderbescherming wordt opgelegd door de rechter. De meest voorkomende vorm van kinderbeschermingsmaatregelen is een ondertoezichtstelling (OTS).

Ondertoezichtstelling (OTS)

Bij de ondertoezichtstelling krijgt een kind een jeugdbeschermer (gezinsvoogd) van een Gecertificeerde Instelling voor de periode van maximaal 1 jaar. De jeugdbeschermer geeft adviezen geeft over de opvoeding en zet specifieke hulp in. De ouders houden het gezag over hun kind en blijven daarmee zelf verantwoordelijk voor het kind. De jeugdbeschermer maakt afspraken met de ouders, maar de ouders zijn verplicht mee te werken aan de adviezen en aanwijzingen van de jeugdbeschermer.

Als de periode van ondertoezichtstelling bijna voorbij is, kan de jeugdbeschermer aangeven dat het weer beter gaat met ouders en kinderen. En dat zij zonder gedwongen hulp verder kunnen. Een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) toetst dan of de problemen voldoende zijn opgelost en de maatregel afgesloten kan worden. De jeugdbeschermer kan ook verlening aanvragen, waar de rechter over moet beslissen.

Uithuisplaatsing (UHP)

Soms wordt (direct, of bij/na een OTS) verzocht om een Uithuisplaatsing. Bij een ondertoezichtstelling (OTS) moet dat met een machtiging uithuisplaatsing. De kinderrechter geeft de Gecertificeerde Instelling (GI) dan toestemming dat het kind voor een bepaalde periode in een ander gezin (netwerkgezin of pleeggezin) of een tehuis of instelling woont. Het kind mag dan contact houden met zijn ouders, behalve als de jeugdbeschermer vindt dat het beter is om even geen contact te hebben. En daar goede redenen voor heeft.

Een machtiging uithuisplaatsing duurt maximaal 1 jaar. Het doel is altijd dat gewerkt wordt aan een oplossing om ervoor te zorgen dat het kind weer naar huis kan. Soms lukt dat eerder dan een jaar, soms is meer tijd nodig. De jeugdbeschermer kan de kinderrechter vragen de uithuisplaatsing te verlengen als dat nog nodig is.

Als de jeugdbeschermer een ondertoezichtstelling met een uithuisplaatsing na 2 jaar wil verlengen, moet hij ook advies vragen aan de RvdK voordat hij het verzoek naar de rechter stuurt. De RvdK adviseert dan de jeugdbeschermer of een verlenging nog passend is of dat na 2 jaar voldoende duidelijkheid is dat het kind niet meer thuis kan opgroeien en een andere maatregel nodig is.

Voorlopige ondertoezichtstelling

Een voorlopige ondertoezichtstelling is een bijzondere vorm van ondertoezichtstelling. De RvdK vindt dan dat de situatie van een kind zodanig ernstig of bedreigend is, dat direct moet worden ingegrepen zonder uitgebreid onderzoek. Daarvoor moet duidelijke informatie over de ernst beschikbaar zijn. Er wordt dan dezelfde dag een spoedmaatregel gevraagd. De raadsonderzoeker vraagt de kinderrechter om, in afwachting van een meer uitgebreid onderzoek, een voorlopige  ondertoezichtstelling uit te spreken, met meestal ook een uithuisplaatsing. De raadsonderzoeker laat dit wel meteen weten aan de ouders en kinderen ouder dan 12 jaar en doet daarna uitgebreider onderzoek.

Als de rechter diezelfde dag bepaalt dat een voorlopige ondertoezichtstelling nodig is, krijgt het kind meteen een jeugdbeschermer. Deze kijkt welke hulp direct nodig is, meestal is deze hulp ook een uithuisplaatsing. De voorlopige ondertoezichtstelling duurt maximaal 3 maanden. In die periode onderzoekt de raadsonderzoeker de situatie verder. Aan het eind van het onderzoek geeft de raadsonderzoeker een advies aan de rechter. Deze bepaalt dan of de voorlopige ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing kan stoppen of definitief moet worden uitgesproken voor maximaal 1 jaar.

Gezagsbeëindigende maatregel

Soms wordt duidelijk dat een kind niet meer thuis kan opgroeien. Hulpverlening heeft dan onvoldoende geholpen. En/of de verwachting is niet dat ouders op termijn de zorg voor het kind (weer) kunnen dragen. De RvdK doet dan onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel. Als de conclusie is dat het beter is voor het kind niet meer bij ouders op te groeien, zal de RvdK de rechter vragen om beëindiging van het ouderlijk gezag. Aan een gezagsbeëindiging gaat meestal een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing vooraf, maar dit hoeft niet.

Beëindiging van het ouderlijk gezag betekent dat de ouders geen beslissingen meer mogen nemen over hun kind, bijvoorbeeld over school, of een paspoort. Dat doet iemand anders. Het kind krijgt een voogd en wordt opgevoed bij een pleeggezin of in een tehuis. Een voogd werkt meestal bij de GI, maar soms wordt een pleegouder de voogd. Kinderen en ouders houden rechten: recht op informatie en recht op contact, als dit veilig genoeg kan voor het kind.

Gerelateerd

Zoek op deze website:

  • Categorie

  • Diagnose/Aanleg

  • Leeftijd

  • Regio

  • Documenttype

Deze website is gemaakt door Project Icarus!

Project Icarus is een uitdagende en leerzame plek voor jongvolwassenen met een beperking die zichzelf willen ontwikkelen op het gebied van computers en ICT.

Wilt u ook uw website laten maken door Project Icarus?