Thema: ADHD-zorg • Balans • 9 januari 2020

‘De hele klas heeft er voordeel van’

Reportage over een basisschool die het programma ‘Druk in de klas’ gebruikt. Uit het thema-dossier ‘Waar staan we in Nederland met de ADHD-zorg in 2020?’

Reportage: Mariëlle van Bussel

Meer rust in de klas en zelf energie over hebben in de avond. Het zijn de effecten van de methode Druk in de klas, bedoeld voor leerkrachten die te maken hebben met kinderen met druk en ongecontroleerd gedrag. Een kijkje in de klas van juf Noor.

 

Op het speelplein van de Adalbert Basisschool in Mook rennen kinderen uitgelaten rond. Ze voetballen, spelen tikkertje of staan in groepjes te kletsen. Om hen heen een kleurrijk tafereel op de muren van de schoolgebouwen. Graffiti-achtige tekeningen laten zien aan welke regeltjes de kinderen zich moeten houden. ‘Als iemand zegt stop, dan houd ik op’ of ‘Luisteren naar elke juf of meester op het plein’. De blikvanger is een bankje dat onder een geschilderde boom staat: de time-out-bank.

De graffitimuur, het bankje en de schoolregels – die ook op de trappen ín het gebouw zijn geschilderd – passen allemaal bij het programma Druk in de klas. Een programma dat zelfstandig door basisschoolleerkrachten doorlopen kan worden als ze te maken hebben met drukke en ongeconcentreerde kinderen in de klas. Na een proefperiode in een paar klassen heeft de Adalbert Basisschool ervoor gekozen om het programma in de hele school in te voeren.

‘Ik ben erg enthousiast over deze aanpak,’ vertelt Noor Heutink, leerkracht in groep 6. ‘Het geeft zoveel duidelijkheid en structuur. De kinderen weten waar ze aan toe zijn. Zo heb ik samen met de kinderen zeven regels opgesteld waar ik altijd op terug kan vallen. Toen we deze regels nog niet hadden, was ik altijd ad hoc de orde aan het herstellen. De klassenregels zorgen voor rust.’

 

Wasknijpers

Als de kinderen hun boterham op hebben, beginnen de middaglessen. Terwijl de meeste kinderen rustig hun schrijfschrift pakken, beweegt Elena onrustig op haar wiebelkussen en fluit een deuntje. Adam lijkt vooral geïnteresseerd in zijn buurman en staat binnen een paar seconden bij een ander tafeltje. Een paar kinderen gaan de klas uit om op de gang rustig te kunnen werken. ‘Adam, wat is de afspraak ook alweer? We storen niemand tijdens het werken,’ zegt Noor. Zonder morren gaat Adam weer zitten en begint te schrijven. Adam weet dat hij moet opletten, want zijn wasknijper staat op code oranje. Naast het digibord hangen vijf gekleurde kaarten met teksten erop. Aflopend van ‘superdag’ (blauw) tot ‘time out’ (rood). Twee wasknijpers zitten vastgeklemd op de oranje kaart: ‘laatste waarschuwing’. Reza en Adam weten dat er een time-out in de lucht hangt. De rest van de kinderen staat nog veilig op groen (‘klaar om te leren’). Noor: ‘De walk of shame, zo noemen de kinderen het soms grappend als ze zelf de wasknijper naar beneden verplaatsen.’ Met twee time-outs krijgt een kind die dag geen beloning in de vorm van een magneetje. Met vijf magneetjes aan het eind van de week verdien je vijftien minuten ‘vrije tijd’. Dit beloningssysteem is een van de dragers van Druk in de klas. ‘Het mooie van dit systeem is dat kinderen altijd een beloning krijgen, ook als het niet goed is gegaan. Alleen krijgt de één meer minuten dan de ander,’ vertelt Noor. ‘En we blijven positief. Vandaag geen magneet? Morgen gaan we gewoon weer verder.’

 

Rust en veiligheid

Noor werkt ruim dertig jaar in het onderwijs en heeft alle ontwikkelingen rondom passend onderwijs meegemaakt. Met haar ervaring krijgt ze vaak de pittige klassen onder haar hoede. Zoals deze groep 6, met één ADHD-classificatie en zeker vier kinderen die ADHD-kenmerken vertonen. ‘Hoewel ik het altijd ontzettend leuk heb gevonden, kwam ik wel vaak kapot thuis ’s avonds. Nu we de methode Druk in de klas volgen, is dat een stuk minder. Met één waarschuwing – vaak een verwijzing naar een van onze zeven regels – krijg ik de klas weer in het gareel. Dat was vroeger wel anders.’ Ze ziet ook de effecten op de kinderen. ‘De kinderen met ADHD-kenmerken zijn rustiger en voelen zich veiliger. Eén kind is zelfs gaan minderen met medicatie. Ze mogen zijn wie ze zijn en weten dat er rekening wordt gehouden met hen. Zo kunnen ze allemaal groeien. Het mooie is dat de hele klas er voordeel van heeft. Er is rust en duidelijkheid. Omdat alle leerkrachten de methode volgen, krijgen leerkrachten aan het begin van een nieuw schooljaar een groep voor zich die weet hoe het werkt. Voorheen moest je elk schooljaar opnieuw beginnen met een nieuwe klas, afhankelijk van hoe je voorganger het had aangepakt. Want niet elke leraar kon goed met drukke kinderen overweg.’

 

Minder prikkels

Vijf minuten voordat de bel gaat, mag Luuk de magneten op het magnetenbord gaan verdelen. Iedereen krijgt vandaag een magneetje. ‘Met de complimenten voor Adam en Reza,’ voegt Noor toe, ‘want het is gelukkig bij een laatste waarschuwing gebleven.’ De twee jongens glunderen, het is hen gelukt. Als de kinderen de klas uit stormen, drentelt Adam nog even rond de juf. ‘Het is goed gegaan, toch, Adam?’ zegt ze bemoedigend.

Met Adam gaat het sinds Druk in de klas veel beter. ‘Ik liep soms gewoon van school weg,’ vertelt hij. ‘Of ik sloeg kinderen. Ik wist niet eens waarom. En eigenlijk voelde ik me daar wel vervelend over. Maar wat moest ik dan?’ Noor: ‘Als er te veel prikkels waren – wat vaak zo is in een drukke klas – lukte het Adam niet meer om te focussen. Zijn frustraties daarover uitte hij dan door dingen te gooien of te slaan of te schoppen. Nu doet hij dat bijna nooit meer.’ Wat de succesfactor voor hem is? ‘Er zijn minder prikkels in de klas,’ zegt Noor. ‘Als Adam niet rustig kan werken, zegt hij dat. Vervolgens vraag ik de hele klas om op de eigen stoel te blijven zitten, omdat Adam er last van heeft. Een van onze regels is dat we het elkaar gunnen om rustig te kunnen werken.’ Adam: ‘Ik word niet meer zo boos. En de wasknijpertjes helpen me. Vandaag stond ik op oranje, dan weet ik dat ik echt moet kappen. Eigenlijk zie ik de hele dag vijf bankjes voor me: blauw, groen, geel, oranje en rood. Op die rode wil ik echt niet zitten.’

 

Druk in de klas

‘De methode Druk in de klas is bedoeld voor basisschoolleerkrachten die te maken hebben met kinderen met druk of ongeconcentreerd gedrag in de klas. Mét of zonder classificatie ADHD,’ vertelt Betty Veenman, coördinator van de Academische Werkplaats ADHD en Druk Gedrag en een van de ontwikkelaars van Druk in de klas. ‘De methode kun je zelfstandig gebruiken en bevat technieken afkomstig uit de gedragstherapie.’

De methode bevat een handleiding met veel psycho-educatie, een whiteboard en een online omgeving. De basistechnieken van Druk in de klas zijn gericht op de hele klas. Het gaat dan vooral om structuur aanbrengen en duidelijk maken wat het gewenste gedrag van de kinderen precies inhoudt. Onderwerpen die aan bod komen: het formuleren van klassenregels, hoe geef je eenduidige instructies en de werking van het beloningssysteem. Voor de kinderen met ADHD zijn er nog specifieke technieken die kunnen worden ingezet. Na zes weken wordt het gedrag van een of twee drukke of ongeconcentreerde leerlingen gemeten. Als er onvoldoende verbetering zichtbaar is, probeert de leerkracht via een analyse van het gedrag het kind beter te begrijpen. Welk gedrag vindt plaats in welke situatie en hoe wordt op het gedrag gereageerd? Daarna maakt de leerkracht met het kind een beloningssysteem (Goed Gedrag Kaart) om gewenst gedrag te evalueren en belonen. Afhankelijk van de mate van gedragsverbetering bij de leerling, wordt er één of meerdere keren per dag geëvalueerd en/of beloond. De resultaten zijn positief. Veenman: ‘Leerkrachten zien een positief effect op ADHD-kenmerken zoals aandachtstekort en druk gedrag. Ook functioneren deze kinderen socialer richting de leerkracht. De klas als geheel lijkt ook profijt te hebben van de aanpak. Leerkrachten zeggen meer rust in de klas te ervaren, zodat kinderen fijner kunnen werken.’

 

Onderzoek: PAINT-T

Rik heeft het moeilijk op school. Hij is erg druk, heeft moeite met sociale contacten en is daar verdrietig over. Zijn juf Wendy Reitsma vraagt zich af wat zíj kan doen. Ze komt terecht bij Anouck Staff, die samen met een groep onderzoekers onderzoek doet naar twee kortdurende gedragstherapeutische trainingen voor leerkrachten (PAINT-T-studie).

Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen welke technieken leerkrachten van kinderen met ADHD-kenmerken of gedragsproblemen het beste kunnen gebruiken om probleemgedrag in de klas te verminderen. ‘Ik had altijd het idee dat ik geen invloed had op dit gedrag,’ vertelt Reitsma. ‘Het was een enorme eyeopener om te beseffen dat ik er wél iets aan kan doen. Mijn mindset is veranderd: kinderen als Rik kunnen er ook niets aan doen dat ze zo druk zijn. Ik ben me meer gaan richten op de vraag waar het gedrag vandaan komt, dan alleen maar te constateren dat het storend is.’

 

Positief stimuleren

Samen met Staff is Reitsma het probleemgedrag in detail gaan uitschrijven. Welk gedrag laat Rik zien, op welke momenten en wat houdt het gedrag in stand? Samen kiezen Reitsma en Staff drie gedragingen uit om mee aan de slag te gaan. Een daarvan is het niet meer slaan of schoppen tijdens een voetbalpartijtje. Daarna stellen ze een interventieplan op dat ervoor moet zorgen dat het kind sneller het gewenste gedrag bereikt. Zo blijft Wendy vier weken lang elk voetbalpartijtje langs het veld staan om Rik te coachen als zijn gedrag uit de hand dreigt te lopen. ‘Ook als het misging stimuleerde ik hem positief. Ik riep hem bijvoorbeeld bij me, omdat het uit de hand liep op het veld en complimenteerde hem dan voor het feit dát hij naar me toekwam.’

 

Inzoomen

Deze aanpak is een van de twee varianten van de leerkrachttraining die Staff onderzoekt. ‘In beide varianten werkt de leerkracht – net zoals Wendy – het gedrag in detail uit, bepaalt het gewenste doelgedrag en gaat aan de slag met een interventieplan. In de eerste variant richt dit plan zich op de situatie die voorafgaat aan het gedrag. In het interventieplan kan dan bijvoorbeeld staan dat korte en duidelijke regels en instructies van de leerkracht het kind kunnen helpen om het doelgedrag te laten zien. In de tweede variant past de leerkracht zijn reacties op het probleemgedrag aan, door bijvoorbeeld het gewenste doelgedrag te belonen en ongewenst gedrag te negeren. We hebben geconcludeerd dat beide varianten werken en vooral dat zo’n korte, individuele training erg effectief blijkt.’

Staff hoopt dat scholen zich er bewust van worden dat het belangrijk is om leerkrachten hierin te trainen. ‘Het komt nog te vaak voor dat er iets wordt geprobeerd, zonder te kijken waarom het kind bepaald gedrag vertoont. Hierdoor worden vaak niet de juiste technieken ingezet, of niet op de juiste manier.’

Met Rik is het helemaal goed gekomen. Wendy: ‘Tijdens de vier weken coaching voelde hij steeds beter aan wanneer het mis zou kunnen gaan. Soms was oogcontact al voldoende. Een paar maanden later had hij de coaching niet meer nodig. Toen een ander jongetje soortgelijk gedrag liet zien, zei hij: ‘Juf, kun je hem niet helpen zoals je bij mij hebt gedaan?’

Meer informatie: paint-studies.nl