Thema: ADHD-zorg • Balans • 10 januari 2020

‘Écht naar elkaar luisteren, daar draait het om’

Betty Veenman deed promotie-onderzoek naar het zelfhulpprogramma voor leerkrachten ‘Druk in de Klas’. Zij pleit voor vroegtijdig samenwerken van alle betrokkenen rondom een kind met ADHD. Artikel uit het thema-dossier ‘Waar staan we in Nederland met de ADHD-zorg in 2020?’

Tekst: Betty Veenman

Betty Veenman is coördinator van de Academische Werkplaats ADHD en Druk Gedrag en onderzoeker, gepromoveerd op het zelfhulpprogramma voor leerkrachten: Druk in de Klas. Daarnaast werkt zij drie dagen per week als psycholoog en behandelaar in Zwolle, waarbij zij diagnostiek en behandeling doet van kinderen met allerlei soorten problematiek, waaronder ADHD, ASS en trauma/hechtingsproblematiek.

 

‘Een goede samenwerking tussen ouders en leerkrachten is essentieel voor kinderen met ondersteuningsbehoeften op school. Helaas is dat niet altijd vanzelfsprekend. Zo kunnen er strubbelingen in de samenwerking ontstaan als een kind minder goed kan meekomen op school. Het gaat dan om bijvoorbeeld leerlingen met ADHD, die moeite kunnen hebben met opletten, taken afmaken en zelfstandig werken.

Als een leerling dit lastig vindt, kan het bij een klassikale instructie eerder geluiden maken of instructies onderbreken. Vaak doet hij of zij dit niet bewust, maar uit impulsiviteit of frustratie. Wordt het kind vaak terechtgewezen, dan kan dit overslaan in boos en/of opstandig gedrag. Door negatieve ervaringen met een leerkracht (en soms ook met klasgenoten), kan de leerling in een negatieve spiraal terechtkomen. Dit kan bijdragen aan een negatiever zelfbeeld. Zeker ook als er minder oog is voor wat wél goed gaat bij deze leerling op school. Als een kind dergelijke problemen ervaart in het onderwijs, wordt de samenwerking tussen ouders en leerkrachten sterk op de proef gesteld.

Vaak heersen er bij ouders en leerkrachten gevoelens van stress, onzekerheid en onmacht over de keuze voor de meest effectieve hulp voor hun kind op school, het organiseren ervan en de financiering. Ouders krijgen soms het gevoel dat niet alles is geprobeerd ten behoeve van hun kind. Leerkrachten ervaren vaak stress door de hoge werkdruk, grote klassen en onvoldoende kennis om alle zorgleerlingen uit hun klas de juiste begeleiding te kunnen bieden. Grote vraag is dan: hoe kunnen ouders en leerkrachten constructief samenwerken ten behoeve van het kind en zijn of haar ontwikkeling op school?

Ten eerste dienen er, als het minder goed dreigt te gaan, vroegtijdig gesprekken tussen de leerkracht, intern begeleider en ouders plaats te vinden. Daarbij is het van groot belang dat alle betrokkenen open blijven communiceren, vertrouwen in elkaar houden en het gemeenschappelijke doel voor ogen blijven houden: de ontwikkeling van het kind. Dat is allesbehalve makkelijk, maar essentieel om tot een goede samenwerking te komen én die te behouden. Verwijten maken heeft geen zin. Probeer te focussen op de kern: welke aanpassingen kunnen het kind in de klas helpen, zodat het beter met hem of haar gaat? Openstaan voor het verhaal van de ander, écht naar elkaar luisteren en bedenken wat je zelf anders kunt doen. Daar draait het om.

Zo moeten leerkrachten openstaan voor tips van ouders in de omgang met hun kind. Ouders moeten daarvoor goed luisteren naar datgene waar de leerkracht bij hun kind tegenaan loopt. Leerkrachten dienen kritisch na te denken wat zij aan hun eigen gedrag kunnen veranderen: hoe kunnen ze het kind nog meer structuur en voorspelbaarheid bieden, en zorgen voor meer focus op het belonen van gewenst gedrag in plaats van bestraffen van ongewenst gedrag? Hiervan weten we immers dat dit effectief werkt voor kinderen met ADHD. Ouders zullen moeten opletten dat ze het gezag van de leerkracht niet (per ongeluk) ondermijnen. Bijvoorbeeld door in het bijzijn van het kind zich negatief uit te laten over deze professional, of negatieve consequenties die de leerkracht heeft opgelegd aan hun kind openlijk te bekritiseren.

Ten tweede dient er voldoende en vroegtijdige ondersteuning te zijn voor de leerling én de leerkracht. Bijvoorbeeld door het inschakelen van een onderwijszorgprofessional binnen en/of buiten school, zoals een intern begeleider, schoolmaatschappelijk werker of orthopedagoog. Daarnaast kunnen er effectief-bewezen methoden voor ADHD-gedrag en/of gedragsproblemen worden ingezet (zie kader). Hier valt nog een grote inhaalslag te maken. Uit een voorstudie van het Consortium ADHD en druk gedrag1 blijkt dat slechts de helft van alle (reguliere) basisscholen specifieke ondersteuning biedt voor kinderen met ADHD. Daarvan gebruikt de helft methoden die effectief bewezen zijn op basis van onderzoek. Ook blijken leerkrachten zelf behoefte te hebben aan meer kennis over effectieve ADHD-interventies en concrete handvatten om hiermee om te gaan2. Scholen informeren over de ADHD-behandelrichtlijnen is dan ook een belangrijke eerste stap. Kijken naar wat ieder individueel kind vanuit pedagogisch oogpunt nodig heeft – los van een diagnose – is uiteraard ook essentieel.

Ten derde dienen scholen en ouders goed te weten welke wegen binnen hun samenwerkingsverband/gemeente moeten worden bewandeld om geschikte ondersteuning te krijgen. Hoe kan de juiste hulp worden gefinancierd en wie is verantwoordelijk voor welke taken/stappen? Het is aan school om goed op de hoogte te zijn, maar daarbij is goede informatievoorziening vanuit de betrokken gemeente ook essentieel. Bijvoorbeeld door korte lijnen met het Sociaal Wijkteam en Centrum voor Jeugd en Gezin van de betrokken gemeente.

Kortom: een goede samenwerking tussen ouders en leerkracht is goed mogelijk. Verloopt het stroever dan gehoopt, dan is de manier waarop alle betrokkenen met elkaar communiceren van groot belang. Kennis over effectief bewezen ondersteuningsmogelijkheden, en daarnaast kennis over de organisatie en financiering
ervan, kunnen verlichting bieden en de relaties soepeler doen verlopen. Alleen zo kunnen constructieve oplossingen worden aangedragen ten behoeve van de leerling, die dan op school kan floreren en daardoor met plezier onderwijs volgt.’

 

1 Joosten, F., Verwoerdt, A., & Smeets, K. (2014). Welk gedrag mag? Een onderzoek naar de manier waarop leraren met probleemgedrag omgaan. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 53, 395-408.
2 Grinsven, V. van., & Woud, L. van der (2016). Rapportage Onderzoek Passend Onderwijs. Utrecht: DUO Onderwijsonderzoek.
Verkregen via https://www.duo-onderwijsonderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/06/Rapportage-Passend-Onderwijs-22-juni-2016.pdf.

 

Effectieve ADHD-interventies

Gedragstherapeutische trainingen voor ouders en leerkrachten zijn de belangrijkste en meest effectieve niet-medicamenteuze behandelingen voor ADHD bij kinderen. Kijk voor meer informatie hierover elders in dit dossier, de kaders bij de artikelen De Academische Werkplaats brengt alle partijen rond ADHD bij elkaar en ‘De hele klas heeft er voordeel van’

Links:

 

Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedrag

Betty Veenman, een van de ontwikkelaars van Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedrag: ‘Als je als ouder van een kind met druk en opstandig gedrag hulp wilt, betekent dat vaak dat je kind verwezen wordt naar een hulpverleningsorganisatie. Terwijl velen juist behoefte hebben aan hulp die zelfstandig ingezet kan worden. Daarom heeft een onderzoeksteam van de VU in Amsterdam in nauwe samenwerking met onderzoekers en behandelaren van Accare Groningen de oudertraining Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedrag ontwikkeld, die ouders thuis zelfstandig kunnen uitvoeren.

Ouders van kinderen tussen de 4 en 12 jaar die hyperactief, impulsief en/of opstandig gedrag laten zien en behoefte hebben aan handvatten in de omgang met dit gedrag, kunnen thuis zelfstandig aan de slag met deze training, met behulp van een werkboek en een online-omgeving. De training is niet alleen voor ouders van kinderen met een classificatie, maar juist ook voor ouders van kinderen zonder classificatie, die wel tegen probleemgedrag van hun kind aanlopen. Het doel van deze training is om druk en opstandig gedrag te verminderen en te voorkomen dat mildere gedragsproblemen escaleren. Op een relatief eenvoudige manier krijgen ouders handvatten om thuis de eerste stap te zetten naar gedragsverandering.

Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedrag biedt opvoedvaardigheden die ingrediënten zijn van veel bewezen effectieve behandelingen voor ADHD en opstandig gedrag. Ze zijn gebaseerd op gedragstherapeutische technieken. Het gaat dan vooral om het bieden van structuur en voorspelbaarheid, het positief bekrachtigen van gewenst gedrag en het ombuigen van negatief gedrag. Een voorbeeld van positief bekrachtigen: als je met je kind zit te spelen, kun je op een fijne, rustige manier aandacht geven aan de dingen die wél goed gaan. Zo ontstaat er een positieve interactie, zowel voor de ouder als het kind.

Ook komen er allerlei tips aan bod die de dagelijkse gang van zaken in huis wat eenvoudiger maken. Zoals de kleren van je kind in de juiste volgorde leggen, je huis opruimen of kijken of de huisregels duidelijk genoeg zijn. Dit helpt allemaal om het aantal prikkels voor het kind te verminderen en te verduidelijken welk gedrag je graag van je kind wil zien. Dit lijken misschien voor de hand liggende oplossingen, maar het is voor veel ouders toch lastig om dit consequent in de praktijk te brengen. Ook kan er al frustratie zijn opgebouwd, omdat het al langere tijd niet goed gaat thuis. Met deze training kunnen ouders en kinderen weer in een positieve spiraal terechtkomen. Ouders snappen beter waar het gedrag van hun kind door wordt beïnvloed en kunnen daardoor het gedrag beter bijsturen. Zo ontstaat er meer rust voor ouder én kind.’

 

Suzanne de Jong is als promovenda/coördinator aan het onderzoek naar het ouderprogramma verbonden. Zij is onderdeel van het onderzoeksteam dat ouders zoekt die het ouderprogramma Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedragwillen gebruiken, in het kader van deelname aan een onderzoek naar de effectiviteit van het ouderprogramma. Meer informatie is te vinden op aandeslagmetdrukenopstandiggedrag.nl