Interview • Balans • 6 december 2019

‘Ik blijf mij verwonderen over deze stoornis’

‘Dyscalculie-professor’ Hans van Luit neemt afscheid als hoogleraar, maar hij blijft zich inzetten om de kennis over de stoornis te vergroten – met name in het onderwijs. ‘Kinderen met dyscalculie hebben individueel maatwerk nodig.’

Interview: Suzanne Boomsma

Hans van Luit is hoogleraar orthopedagogiek bij de Universiteit Utrecht. Hij richt zich op diagnostiek en behandeling van kinderen met dyscalculie. Zijn leerstoel is in 2009 mede tot stand gekomen door inspanningen van Balans. Hij heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en heeft op 6 september een afscheidsrede gehouden. Voor Balans een reden om hem te spreken.

 

Hans van Luit is eigenlijk per toeval in dit vak gekomen: na zijn studie orthopedagogiek wilde hij gaan werken als schoolbegeleider. Maar hij kreeg een baan aangeboden als onderzoeker in Nijmegen op het gebied van leerstoornissen, in het bijzonder de behandeling van rekenproblemen. Na zijn promotie in 1986 ging hij terug naar de Universiteit Utrecht als dé rekenspecialist.

Hij heeft sinds die tijd veel onderzoek kunnen doen naar kinderen met ernstige leerstoornissen en geeft onder andere ook cursussen voor leerkrachten. Van Luit: ‘Dat doe ik om ze te leren de signalen van kinderen met dyscalculie tijdig te herkennen. Deze kinderen kampen vaak met sociaal-emotionele problemen (faalangst, gebrek aan zelfvertrouwen, rekenangst, motivatieproblemen). Bovendien moet dyscalculie worden onderscheiden van andere stoornissen zoals dyslexie, ADHD of DCD. Deze stoornissen komen vaak in combinatie met dyscalculie voor.’

 

Geen vergoede hulp

Ongeveer twee procent van alle kinderen heeft dyscalculie en de stoornis wordt al sinds de jaren vijftig beschreven. Het is ook opgenomen in de DSM, het internationaal gebruikte classificatiesysteem voor de psychiatrie. Sinds de laatste DSM (DSM-5) wordt er echter niet meer gesproken van dyscalculie, maar van een ‘specifieke leerstoornis met beperkingen in het rekenen’. Van Luit: ‘Door deze algemene omschrijving voldoen ook rekenzwakke kinderen aan de kenmerken en stijgt het aantal kinderen met deze aandoening enorm tot zo’n 25%! Door het zo te omschrijven, hoeft bijvoorbeeld de Amerikaanse overheid zich niet verantwoordelijk te voelen om extra ondersteuning te betalen voor kinderen met dyscalculie.’ Omdat de zorg voor dyscalculie in Nederland niet wordt vergoed, ontstaat kansenongelijkheid. Want: als ouders extra ondersteuning niet zelf betalen, stroomt een leerling veelal af naar een lager niveau. Uit onderzoek blijkt dat negentig procent van alle kinderen met dyscalculie op het vmbo terechtkomt (dat is normaal gesproken 55%), tien procent gaat naar de havo en slechts enkele kinderen met dyscalculie gaan naar het vwo. Van Luit: ‘Ik pleit dan ook voor vwo en gymnasium zonder het nu verplichte vak wiskunde. Zoals het vroeger was en nu op de havo is (CM-profiel).’

 

Beter onderwijs?

Volgens Van Luit bestaat er in Nederland een sterke visie dat rekenproblemen niet bestaan, maar dat vooral het rekenwiskunde-onderwijs beter moet. Van Luit: ‘De overheid gaf jaren veel geld uit aan het Freudenthal Instituut. Dat instituut zorgde voor vernieuwing van het rekenonderwijs op de basisschool en de aansluiting daarvan op het wiskundeonderwijs op het voortgezet onderwijs. Daardoor zijn er steeds meer basisprincipes van het wiskundeonderwijs in het basale rekenonderwijs gekomen, en is het rekenonderwijs ‘taliger’ geworden. Kinderen moeten uit complexe verhaaltjes zelf verbanden zoeken om de rekensom goed te kunnen maken. Van Luit: ‘Maar goed rekenonderwijs op de basisschool bestaat uit instructie (hoe los je een som op), automatiseren (veel oefenen) en daarna pas toepassen (de geleerde rekenprocedure inzetten). In Nederland wordt door de nadruk op reken-wiskundeonderwijs, de basiskennis onvoldoende aangeleerd, waardoor we nu internationaal zijn gezakt (van de 5e naar de 19e plek) als het gaat om rekenvaardigheden bij kinderen.’

 

Geen standaardles

Dyscalculie is niet te ‘genezen’, maar uit een groot internationaal literatuuronderzoek dat Van Luit deed, blijkt dat er wel degelijk dingen zijn waar kinderen met dyscalculie mee geholpen zijn. De rol van een (gespecialiseerde) leerkracht blijkt bijvoorbeeld bijzonder belangrijk, omdat die kan begrijpen hoe een kind tot de (verkeerde) uitkomst van een som is gekomen en daarin kan bijsturen. De schoolrekenmethode oefenen met de computer werkt om diezelfde reden juist niet, maar is wel geschikt om het automatiseren te oefenen (als eerst samen met de leerling ontrafeld en geanalyseerd is hoe de sommen juist opgelost moeten worden) of leuke rekenspelletjes te doen. Ondersteuning in een klein groepje of alleen is effectief, maar ondersteuning van een buddy uit een hogere klas weer niet. Ook is het van belang om de aangeleerde rekenmethodiek consequent vol te houden. Dus ook als ouders thuis helpen met oefenen, moet de schoolmethodiek worden aangehouden. En thuis oefenen is alleen effectief als het ‘leuk’ wordt gehouden, zonder dwang en zonder negatieve boodschappen, omdat kinderen met dyscalculie al erg gevoelig zijn voor faalangst…

Ook heeft Van Luit een boodschap voor het onderwijs: ‘Kinderen met dyscalculie hebben individueel maatwerk nodig. Hoe je dat als school kunt nastreven is beschreven in het ERWD-protocol (Protocol Ernstige Reken-Wiskunde-problemen en Dyscalculie). De boodschap is: laat deze kinderen niet meedoen met de standaardles, want dan zitten ze er ‘voor Piet Snot’ bij. Ook is de kennis van gedragsspecialisten nodig om te weten waar precies het vermogen en het onvermogen bij een kind zitten. En er moet oog zijn voor het welbevinden van kinderen met dyscalculie.’

 

Kennis vergroten

Hans van Luit blijft zich inzetten om de kennis over dyscalculie te vergroten: zijn focus is gericht op wetenschappelijk onderwijs aan leerkrachten en gedragsspecialisten om kennis over dyscalculie (en de gevolgen voor het kind) te vergroten. Van Luit: ‘Ik blijf mij verwonderen over deze stoornis: hoe kan het dat er kinderen zijn die na een adequate en passende uitleg, deze direct weer vergeten? Hersenonderzoek heeft ons niet verder gebracht. Wat we wel weten uit de neurologie is het belang van een capabele leerkracht of rekenspecialist die de juiste rekeninstructie geeft voor dit specifieke kind, en zorgt dat het kind rekenkilometers kan maken. Maar het moet wel leuk blijven!’

 

Ondanks zijn aangekondigde afscheid zal Hans van Luit nog zeker vijf jaar, als hem dat gegeven is, aan de Universiteit Utrecht verbonden blijven, zodat hij zijn productieve werkzaamheden voor kinderen met dyscalculie voort kan zetten. Helaas zal deze leerstoel Leerstoornissen in Utrecht verdwijnen, en is er alleen nog een enigszins vergelijkbare leerstoel in Nijmegen (Evelyn Kroesbergen).

 

Voor gedragsdeskundigen: Wegwijs in Dyscalculie

In 2020 komt het trainingspakket Wegwijs in Dyscalculie uit. Om de sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen met dyscalculie adequaat te behandelen (op basis van cognitieve gedragstherapie). Dit pakket wordt tegelijk ook voor kinderen met dyslexie ontwikkeld: Wegwijs in Dyslexie.

 

Word-lid-balk 2019