Bij ons thuis • Balans • 28 oktober 2019

‘Ik vind mijn kind perfect, met al zijn voor- én nadelen’

Iva en Peter zijn nuchter over de diagnose ADD die hun zoon Petar (16) kreeg. ’Ik denk vaak: ADD? Ja, misschien, maar dat hoeft geen belemmering te zijn voor een fijn leven met successen die bij jou passen.’

Interview: Nicolette Kuijlaars

Iva (52) en Peter (55) Wemmenhove zijn de ouders van de tweeling Dimitar en Petar (16). Petar heeft ADD, waar hij niet veel last van lijkt te hebben. ‘Alleen dat ronddwalen in mijn hoofd, dat is niet altijd handig.’

 

Of de ADD hem dwarszit? Petar haalt z’n schouders op. Nee, niet echt. Nooit? Nou ja, als hij gaat ronddwalen, in z’n hoofd of in het echt. Letterlijk en figuurlijk. Dat gebeurt best vaak. Ja, toch wel. Dát wel. Zijn broer en ouders knikken bevestigend. Broer Dimitar heeft het over ‘achter z’n vodden aan moeten zitten, vooral ‘s morgens’. Vader Peter zegt dat dit al begint bij het opstaan en verder bij het aankleden en tandenpoetsen. Petar: ‘Maar ik kom nooit te laat op school.’ Moeder Iva: ‘Omdat ik je ontbijt klaarmaak, de school hier vijfhonderd meter vandaan ligt en je daar met de scooter naartoe gaat.’ De familie lacht. Ach ja, zo gaat het. Iva: ‘Je hebt dan wel een tweeling, maar de jongens zijn wat dat betreft totaal verschillend.’

 

Succesverhalen

Toch was het volgens Iva even slikken toen de diagnose ook echt werd gesteld. Petar zat toen in groep 7. Iva: ‘Wij waren er zelf helemaal niet mee bezig. Tot Petar op een middag thuiskwam uit school: de juf zegt dat ik ADD heb. En met grote ogen: is dat ook zo? Of dat zo was, wist ik niet. Wij merkten ook wel dat zijn concentratie niet altijd optimaal was, maar is dat dan meteen ADD?’

Wat wel opviel, was dat Petar vanaf groep 7 steeds meer afstand nam van de groep leerlingen in zijn klas. Hij leek verbaal minder sterk en trok zich daarom terug. En op school kreeg hij zijn werk niet altijd af. Iva: ‘Maar ik dacht nog steeds: ADD? Iedereen heeft tegenwoordig wat, het lijkt wel of elk kind wordt onderzocht.’ Eigenlijk, zegt Iva, gaat het tegenwoordig zo: zolang je kind nog niet naar school gaat, vind je wat je van je kind ziet, ontdekt en hoort normaal. Maar op het moment dat het naar school gaat en je in contact komt met andere ouders, hoor je zoveel succesverhalen. Kinderen die zonder moeite goed scoren en met wie niets aan de hand is. Iva: ‘Zo zit onze maatschappij tegenwoordig in elkaar. Iedereen lijkt naar het vwo te moeten. Een treetje lager is niet meer goed genoeg. Wij hebben op de basisschool echt gehoord: je kind moet goed en makkelijk kunnen leren. Je raakt er als ouder bijna van in paniek als dat niet zo is.’

 

Geen controle

Ondanks hun nuchterheid en twijfels lieten Peter en Iva Petar toch testen op ADD. Iva: ‘Want je wil, ondanks de druk van de maatschappij, en ondanks je eigen twijfels over het steeds maar meer diagnosticeren, tóch het beste voor je kind.’ Toen er inderdaad sprake bleek te zijn van ADD volgde er medicatie. Pillen die het mogelijk maken zijn concentratie wat langer vast te houden. Iets waar vooral Peter moeite mee heeft: ‘Ik vond en vind het gek dat er zo makkelijk medicijnen aan kinderen worden gegeven waarvan niet wetenschappelijk is bewezen dat ze werken. En dat de controle erop zo minimaal is. Een evaluatie? Niet nodig. Controleren of de medicijnen nog aansluiten bij het gewicht, de bezigheden en bijzondere omstandigheden van het kind? Niet nodig. Zelfs toen het mét medicatie minder ging op school en we voorstelden om te onderzoeken of de pillen nog wel voldeden, vond men dat niet nodig. Terwijl de pilletjes volgens mij niet helemaal ongevaarlijk zijn. Ik hoorde onlangs nog dat methylfenidaat de hersenontwikkeling zou beïnvloeden. Daar moet dan toch heel voorzichtig mee om worden gegaan.’

 

Karakter of ADD?

Wat ook meespeelt, is dat Petar op hoog niveau sport, hij speelt tennis. Een paar keer per week trainen, wedstrijden spelen, deelnemen aan toernooien. Hij doet het graag en hij doet het goed. Maar hoe verhoudt dat medicijngebruik zich tot topsport? Wordt dat gezien als doping? Niemand kan daar uitsluitsel over geven, de artsen niet, de psycholoog niet en ook niet de mensen van de tennisbond. ‘Raar,’ zegt Peter, ‘want het is toch een soort drug, zo’n pil.’ Iva: ‘Ik wil hem helemaal niet volproppen met dat spul. Als je de bijsluiter leest… Daar word je depressief van.’ Er werd dan ook besloten in de zomervakantie te stoppen met de medicatie. Peter merkt er weinig van bij zijn zoon. Ja, het is een puber en pubers kunnen dwars zijn. Maar is dat een gevolg van het niet innemen van de pil? Hij is er nog niet uit. Wat hij wel weet, is dat Petar op hem lijkt: ‘Het heeft bij mij ook lang geduurd voordat ik iets ging doen, voordat ik inzag dat je je best moet doen om iets te kunnen bereiken. Mijn middelbare schooltijd was geen succes, toch heb ik later hbo en universiteit gedaan. Ik had alleen meer tijd nodig. En dat is nou net wat er tegenwoordig niet meer mag zijn, tijd. Je móét presteren. Nu! Dus ik denk vaak: ADD? Ja, misschien, maar dat hoeft geen belemmering te zijn voor een fijn leven met successen die bij jou passen.’

 

Wegdromen in de klas

Intussen komt er een vriend van Petar en Dimitar binnen, met een tennisracket in zijn hand. Of Petar dat nog even kan bespannen, voordat hij twee dagen later vertrekt naar Amerika? Petar gaat er meteen mee aan de slag, hij staat bekend als de bespanexpert, verdient er ook zijn zakcentje mee. Een secuur werkje, waar toch een zekere concentratie voor nodig is. Gaat hij dan niet ronddwalen in zijn hoofd? ‘Nee, dat gebeurt op andere momenten,’ zegt Petar. ‘Als ik in de klas zit en de lesstof wordt uitgelegd. Dan ga ik voor me uit zitten staren en krijg ik niets mee van de uitleg. Of als we op school zelfstandig moeten werken. Dan ga ik ronddwalen. Van een vriend naar de gang, naar de wc en  weer terug naar het lokaal.’ En ja, dat zorgt ervoor dat hij achterloopt met zijn weektaken en zijn leerwerk. ‘Maar ik ga wel aan de gang als ik terecht word gewezen door een docent.’ Als het woord ‘plannen’ dan ook nog valt aan  tafel, draaien alle hoofden lachend naar Petar: plannen is ook wel een probleempje. In de eerste drie jaar van de middelbare school werden leerlingen hiermee nog geholpen.  In de bovenbouw niet meer. Peter: ‘De filosfie van school is:  na een paar jaar hulp moet je dit zelf kunnen. Dat is een goede filosofie, maar die gaat niet op voor elk kind.’

 

Telefoon inleveren

Het mooie is, zegt Iva, dat Petar zelf manieren zoekt om goed om te kunnen gaan met de moeilijkheden die hij  tegenkomt. Zo heeft hij zelf een vriendenclub uitgekozen die goed bij hem past. Rustige, wat oudere jongens die hij kent van het sporten. Geen schreeuwers. Het zijn jongens met wie hij wat eet na de training, soms gaan ze shoppen of gamen bij iemand thuis. Volgens Iva is Petar niet iemand die conflicten opzoekt. Iedereen vindt het leuk dat hij erbij is. Ook levert Petar elke dag op school zijn telefoon in bij een docent. Iva: ‘Hij weet dat die telefoon hem triggert, dat die zorgt voor drukte in zijn hoofd. En dat dat helemaal niet goed is voor zijn concentratie. Inleveren is dus de beste optie.’ Petar knikt instemmend. Peter: ‘Wat zou het  sowieso fijn zijn als er geen telefoons zouden worden toegelaten op school. Ze zorgen voor prikkels bij ieder kind.’ Met de medicatie willen ze voor langere tijd stoppen. Iva: ‘Ik vind mijn kind perfect. Met al zijn voor- én nadelen. En wat is karakter en wat is ADD? We weten het niet. Daarom nemen we de dingen zoals ze zijn. Je kunt niet zomaar een kant-en-klaar stempel drukken op een kind, alleen omdat dat lekker makkelijk is. Elk kind is anders en heeft dus ook een andere aanpak nodig.’ En Petar zelf? Die vindt de ADD geen drempel, geen moeilijkheid. Hij vindt het tempo waarin hij nu de dingen doet wel lekker. Dat er in zijn verdere leven misschien wat meer vaart wordt verwacht, ja, dat is helemaal duidelijk. Maar voor nu: tranquilo.