Belicht • Balans • 12 mei 2017

‘Dit is mijn eerste feestje ooit!’

Laura Batstra, universitair hoofddocent orthopedagogiek aan de universiteit van Groningen, ontmoette op het kinderfeestje van haar zoon een meisje dat nog nooit eerder op een feestje was geweest. Ze was zó blij dit nu eens mee te maken. De blijdschap van het meisje raakte Laura.

Tekst: Joyce van den Bogaard


Ze zocht naar een manier om geen enkel kind, al dan niet met ontwikkelingsproblemen, meer buiten te laten sluiten op feestjes. En om tegelijkertijd volwassenen aan het denken te zetten over dit onderwerp. Het resultaat: een project om scholen en ouders te stimuleren een paar keer per jaar feestjes te geven voor de hele klas. Laura gaf zelf, samen met muziekdocent Wim Venema, de aftrap en organiseerde een kinderfeestje. Het werd een groot succes. Maar hoe regel je dit als school of ouders nou zelf? Journalist Joyce van den Bogaard sprak met Laura over haar plan en drijfveren.

 

‘Jaren geleden gaf ik een feestje voor de hele klas van mijn oudste zoon. Hij werd toen 7 of 8. Op dat moment vond ik dat vooral leuk voor hem. Tijdens dat feestje kwam er een meisje naar me toe: ‘Dit is mijn eerste feestje ooit en ik ben zo ontzettend blij dat ik mocht komen! Mijn broertje had vorig jaar zijn eerste feestje, en nu heb ik er ook één’. Dat meisje plantte het zaadje voor dit project, want ze is me altijd bijgebleven. Haar opgetogenheid was ontroerend en schrijnend tegelijk.’


Waarom dacht je aan klassenfeestjes?

‘In de huidige tijd zijn we erg geneigd om zowel problemen als oplossingen op het niveau van het individu te beschouwen. Dus als een kind geen aansluiting vindt in de klas, dan gaan we dat kind screenen op stoornissen als autisme, angst of ADHD. Vervolgens laten we allerlei interventies los op het kind en zijn ouders. Het nadeel van dit individuele diagnosticeren en behandelen is dat het de buitenbeentjes nog eens extra in een uitzonderingspositie plaatst. Terwijl de meeste kinderen niets liever willen dan ‘gewoon zijn’. Het elegante van klassenfeestjes is dat het op een onopvallende manier iets doet voor kwetsbare kinderen. In mijn ogen valt er nog heel veel winst te behalen met initiatieven die de maatschappij toleranter en kindvriendelijker maken; er is alleen weinig oog voor die mogelijkheden omdat we zo gevangen zitten in het stoornisdenken.’


Kinderpostzegels stelt 15.000 euro beschikbaar. Waar gaat dit geld naartoe?

‘Om beleidsmakers ervan te overtuigen dat het zinvol is om behalve in individuele aanpakken ook te investeren in het optimaliseren van de context waarin kinderen opgroeien, hebben we ‘bewijs’ nodig. Om goed te kunnen evalueren of klassenfeestjes een manier zijn om sociale uitsluiting te verminderen, stellen we een senior onderzoeker aan met veel kennis en kunde op het gebied van dit type onderzoek. Verder gaat een deel van het geld naar de klassenfeestjes zelf, om in ieder geval gedurende het project de kosten voor ouders laag te houden. Na het project hopen we dat gemeenten inspringen voor gezinnen met een krappe portemonnee.’


Hoe is de reactie geweest van scholen en vooral ook ouders?  Stuit je op veel weerstand?

‘Over het algemeen reageren mensen positief op het idee. Er zijn ook een paar reacties geweest van ouders die dit soort feestjes niet zien zitten. En dat hoeft natuurlijk ook niet. Klassenfeestjes moeten bij het kind en bij de ouders passen. Sommigen houden meer van kleinschalige verjaardagspartijtjes. Het gaat ons er ook niet om dat iedereen altijd de hele klas uitnodigt, maar dat het wat váker gebeurt. Een inclusief klassenfeestje organiseren kan daarnaast een manier zijn om ertussen te komen. Als een ‘buitenbeentje’ zélf het initiatief neemt, kan er ook iets positiefs ontstaan in de klas.’


Hoe ga je om met de weerstand waar je soms op stuit (‘Ik bepaal zelf wel of ik een feestje 
geef voor mijn kind’, etc.)

‘Meeveren. Een ieder bepaalt inderdaad voor zichzelf of het bij hem/haar en het kind past. En kleinschalige feestjes moeten natuurlijk ook blijven bestaan! Ik heb wel moeite met de stelling dat kinderen er hard van worden als ze gepest worden of buiten de groep liggen. Dat is bagatelliseren, ontkennen en wegkijken en dat moeten we in mijn ogen nou juist niet doen als volwassenen.’


Hoe zijn de reacties van de
kinderen tot nu toe geweest?

‘Muziekdocent Wim Venema, de andere initi ati efnemer van dit project, en ik hebben inmiddels een paar keer proefgedraaid door klassenfeestjes te organiseren voor onze eigen kinderen. Deze feestjes waren een groot succes. ‘Het leukste feestje ooit,’ heb ik een paar keer gehoord. Opvallend is dat de kinderen juist die momenten waarop ikzelf in paniek dreigde te raken omdat het zo’n zooitje was, het allerleukst vonden. Volwassenen kijken toch anders tegen chaos aan dan kinderen.’


Hoe zouden anderen dit idee
in hun eigen schoolpraktijk of omgeving kunnen organiseren?

‘Eén van de doelen van dit project is het schrijven van een handleiding voor het organiseren van klassenfeestjes. Hierin staan allerlei tips en ideeën. Deze wordt na afloop van het project in september volgend jaar gratis ter beschikking gesteld aan ouders, scholen, gemeenten en andere geïnteresseerden. Dan is het onderzoek afgerond, zodat we daar ook iets over kunnen zeggen, en dan hebben we ervaring met ruim tien feestjes op basis waarvan we vast nog meer tips kunnen geven. Ik heb niet de illusie dat een paar feestjes het leven van buitenbeentjes drastisch om kunnen gooien. Wat ik wel hoop te bereiken is dat we met een dergelijk project volwassenen aan het denken kunnen zetten. We kunnen allemaal iets doen voor kinderen die moeilijk zijn of het moeilijk hebben. In Scandinavië is het uitnodigen van de hele klas al veel meer gemeengoed, met de gedachte erachter om sociale uitsluiting te voorkomen en kinderen al op jonge leeftijd te leren dat iedereen erbij hoort.’


Bron:
Dit artikel verscheen onlangs in uitgebreidere versie op het online-platf orm hetkind.org, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Opvoedzaken (NIVOZ): hetkind.org/kinderfeestjes