Interview • Balans • 19 april 2019

Minder druk in de klas dankzij leerkrachtmethode

Psychologe Betty Veenman deed onderzoek naar de effectiviteit van ‘Druk in de klas’- een zelfhulpmethode voor leerkrachten van drukke kinderen. ‘Leerkrachten die de methode gebruikten, merkten een afname van ADHD-symptomen en een kleine verbetering in het sociaal functioneren van de kinderen.’

Interview: Renate van der Zee

Druk in de klas is de eerste zelfhulpmethode voor leerkrachten om druk gedrag in de klas te verminderen.  Psychologe dr. Betty Veenman onderzocht de effectiviteit van de methode en promoveerde erop. ‘Wil je groter effect sorteren, dan is er wellicht  meer nodig.’

 

Waarom koos u voor Druk in de klas als onderwerp voor uw promotieonderzoek?

‘Arga Paternotte, de voormalige hoofdredacteur van Balans Magazine, wilde heel graag dat er een zelfhulpmethode kwam voor leerkrachten die te maken hebben met druk en ongeconcentreerd gedrag in de klas. Zij was een van de initiatiefnemers van Druk in de klas, een leerkrachtmethode die is ontwikkeld op basis van een succesvolle Amerikaanse methode. De volgende stap was natuurlijk een onderzoek naar de effectiviteit.

Er is ook echt behoefte aan zo’n methode, zeker nu met passend onderwijs zo veel kinderen zo lang mogelijk in het regulier onderwijs worden geacht te blijven. Dat leidt ertoe dat leerkrachten soms niet weten hoe met bijzondere onderwijsbehoeften om te gaan, en tegelijkertijd volle klassen hebben. Het is belangrijk dat ze weten hoe ze het beste met druk gedrag kunnen omgaan. Dan kan het vroegtijdig worden aangepakt  zodat het niet escaleert. Door tijdig hulp in te zetten kan bij een deel van de kinderen een diagnose hopelijk worden voorkomen. De methode is gebaseerd op gedragstherapeutische technieken waarbij het scheppen van structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid voorop staan. Bijvoorbeeld door het klaslokaal zo in te richten dat er zo min mogelijk prikkels zijn; door met behulp van een duidelijk dagschema voor helderheid en structuur te zorgen en door regels die concreet en positief zijn geformuleerd.

Belonen van gewenst gedrag is ook een belangrijk onderdeel van de methode. Geen materialistische beloningen, maar via complimenten en ook non-verbaal laten merken dat je waardeert wat kinderen doen. Kinderen met ADHD-gedrag krijgen vaker negatieve feedback dan positief commentaar. Terwijl het eigenlijk andersom zou moeten zijn. Het zijn veelal dingen die leerkrachten eigenlijk wel weten of die ze  tijdens hun opleiding voorbij hebben zien komen. Maar om de een of andere reden passen ze deze niet altijd op de juiste manier toe, of niet structureel genoeg.’

 

Hoe ging het onderzoek in zijn werk?

‘We deelden kinderen met  ADHD-gedrag in twee groepen in: de trainingsgroep en de controlegroep. Bij de trainingsgroep gebruikten de leerkrachten achttien weken Druk in de klas, bij de controlegroep niet. Wij onderzochten bij kinderen uit de trainingsgroep hoe het vóór het gebruik van de methode ging, hoe na zes weken en na achttien weken. Diezelfde metingen deden we ook bij kinderen uit de controlegroep. Zo konden we het heel mooi vergelijken: gingen de kinderen waarbij de methode werd gebruikt erop vooruit  ten opzichte van de controlekinderen?’

 

Waren de kinderen die jullie onderzochten echte ADHD’ers?

‘Het was een gemengde groep van kinderen mét een diagnose en kinderen zonder. Het criterium was vooral dat ze in de klas druk en ongeconcentreerd gedrag lieten zien.’

 

Wat gaf het onderzoek aan?

‘Leerkrachten die de methode gebruikten, merkten een afname van ADHD-symptomen en een kleine verbetering in het sociaal functioneren van de kinderen. Het heeft dus echt een positief effect op het gedrag van kinderen. We keken ook of ouders thuis een verbetering merkten. We verwachtten dat eigenlijk niet, maar we wilden het toch checken. De ouders merkten helaas geen positieve effecten.

We deden ook observaties in de klas, maar vonden op die manier geen positieve effecten. Dit zou kunnen betekenen dat de gedragsverbetering alleen bestond in de beleving van de leerkrachten. Maar het kan ook dat er wel verbetering was, maar dat we die niet konden meten.

Mogelijk duurden de klassenobservaties niet lang genoeg om een gedragsverandering te kunnen meten. We hadden gekozen voor een aanpak die vaker is toegepast, waarbij twee observaties van acht minuten werden gedaan. Het is een valide meetinstrument, maar twee keer acht minuten is wel een heel korte momentopname.

We hebben ook nog gekeken of het effect groter was voor bepaalde kinderen. De methode bleek het meest geschikt voor kinderen die naast ADHD geen andere gedragsproblemen hadden en minder geschikt voor kinderen die ook nog opstandig, agressief of erg angstig gedrag laten zien. Voor deze kinderen lijkt dus extra, mogelijk individuele hulp nodig.’

 

Hoe groot was het effect dat de leerkrachten merkten?

‘Dat was relatief klein. Het was niet zo dat het gedrag volledig normaliseerde. Ze merkten dat het beter ging, maar kinderen met druk gedrag bleven wel drukker dan de andere kinderen. Wil je groter effect sorteren, dan is er wellicht meer nodig. Dan kun je natuurlijk aan medicatie denken, of aan een ouderprogramma dat je naast het leerkrachtprogramma gebruikt. Zodat je school en thuis tegelijk aanpakt.’

 

Wat vond u van de resultaten van het onderzoek?

‘We waren blij dat we deze effecten vonden. Omdat er nog helemaal geen zelfhulpprogramma’s waren, vreesden we dat het misschien niet effectief zou zijn. Het liefst wil je natuurlijk grotere effecten vinden, maar eigenlijk ligt de uitkomst van ons onderzoek helemaal in de lijn van de literatuur. Daarin vind je ook maar kleine effecten van gedragstherapie. Medicatie heeft vaak een groter effect. Maar medicatie heeft nadelen, zoals bijwerkingen. Kinderen kunnen er hoofdpijn van krijgen of hebben geen eetlust meer. Bij sommige kinderen werkt medicatie ook niet goed.’

 

Er komt nu een vervolgonderzoek, hoe ziet dat eruit?

‘Twee jaar geleden ben ik begonnen met het ontwikkelen van een zelfhulpprogramma voor ouders dat naast Druk in de klas kan worden ingezet. Dat is afgerond door een collega die nu naar de effectiviteit ervan gaat kijken. Hopelijk komen daar ook positieve effecten uit, zodat we het als een totaalmethode aan school en ouders kunnen aanbieden. Het zelfhulpprogramma voor ouders biedt hen de mogelijkheid wekelijks online te oefenen. Ze krijgen dan concrete opdrachten om de stof uit het boek toe te passen. Bij die opdrachten gaat het vaak om structuur, regels en voorspelbaarheid. Maar er is ook een module om meer en anders  te leren spelen met je kind. Dus positieve aandacht voor je kind om eerst de relatie wat te herstellen als die wat moeizamer verloopt.

Je krijgt bijvoorbeeld suggesties voor spelletjes die je met je kind kunt doen. Het kan echt van alles zijn. Bijvoorbeeld bouwspelletjes met lego of blokken. Het gaat vooral om een kort speelmoment van tien minuten waarin het kind de leiding heeft en je als ouder meegaat in het spel. Het kind moet de vrijheid krijgen om het te doen zoals zij of hij het wil en de ouders krijgen de opdracht alleen positieve feedback te geven. Lastig gedrag moeten ze zoveel mogelijk proberen te negeren. Het gaat puur om één op één aandacht. Het is vaak lastig om daar in de drukte van alledag aan te denken.’

 

Gaat u hiermee verder?

‘Ik ga er deels mee verder. Ik werk sinds vorig jaar als psycholoog bij een psychiatrische instelling voor kinderen en jongeren en als coördinator van de Academische Werkplaats voor ADHD en Druk Gedrag. Vanuit dat werk help ik bij de invoering van Druk in de klas, waardoor de methode nu op steeds meer scholen wordt gebruikt. Het is nog wel een uitdaging om de methode bij alle scholen onder de aandacht te brengen, maar daar blijf ik met mijn collega’s aan werken zodat zoveel mogelijk leerkrachten hem kunnen gebruiken.’

 

Betty Veenman promoveerde op een onderzoek naar de effectiviteit van de zelfhulpmethode Druk in de klas.
Positivity & Rules  – A Classy Way to Manage ADHD Behavior.