Interview • Balans • 8 november 2017

NLD: De leerstoornis die geen stoornis mag heten

NLD de stoornis die geen stoornis mag heten

Kinder- en jeugdneuropsycholoog Adriaan Kievit blijft zich inzetten voor kinderen met NLD - hoewel NLD officieel niet erkend wordt als stoornis. 'Je ziet dat kinderen met NLD die niet goed worden ondersteund, snel somber kunnen worden, depressief, angstig, boos en ook opstandig. Daarom is het ook zo belangrijk dat een leerkracht op de hoogte is.'

Interview: Anouk van Westerloo

De term NLD (non-verbale leerstoornis) is de laatste jaren steeds minder populair, oogst veel kritiek en staat niet officieel als stoornis te boek in de DSM-5. Kinder- en jeugdneuropsycholoog Adriaan Kievit blijft zich hoe dan ook onverminderd inzetten voor de groep kinderen met NLD.


I
n uw boek ‘NLD bij kinderen’ las ik dat NLD veel overeenkomsten heeft met bijvoorbeeld Asperger. Gaat NLD dan ook altijd samen met een normale tot hoge intelligentie?

‘Nee hoor, bepaald niet. Wel is er vaak sprake van een zekere discrepantie, een kloof tussen de verbale en performale intelligentie, waarbij verbaal doorgaans een stuk hoger ligt. Maar ook weer niet altijd. En hoe groot die kloof dan moet zijn, daarover is ook weinig duidelijkheid. Maar uiteindelijk vind ik dat ook niet zo belangrijk. Het is vooral van belang dat je het voor een individueel kind goed uitpuzzelt. Wat kun je nou op de verschillende gebieden van hem of haar verwachten?’

Hoe werkt het dan bij NLD? Kunnen kinderen dingen wel vertellen omdat ze verbaal vaardig zijn, maar hebben ze moeite met de uitvoering?

‘Soms kunnen kinderen ook niet goed bedenken hoe ze dingen willen aanpakken. Ze hebben het overzicht niet, of geen voorstellingsvermogen. Als je een Ikeakast in elkaar wilt zetten, waar moet je dan beginnen?
Hoe moet je de bouwtekening gebruiken? Soms kan een kind de koppeling niet maken van tekening naar realiteit. Maar het kan ook motorisch lastig zijn, alsof je alles doet met dikke, stugge handschoenen aan. Of het kan met de concentratie of gejaagdheid te maken hebben. Dat het kind al gaatjes gaat boren voordat hij goed heeft gekeken waar die moeten komen. Daarom is het puzzeltje zo belangrijk. Wat gaat er bij dit kind goed en wat loopt er niet zo lekker?’

Je schrijft in het boek dat het bij NLD allemaal niet zo zwart-wit is. Wat bedoel je daarmee?

‘We willen graag alles classificeren en in hokjes stoppen, maar dan ben je aan het simplificeren. Je kunt niet zeggen dat als een kind niet goed kan knippen, dat zijn motoriek over de gehele linie slecht is. Want misschien kan hij wel fantastisch basketballen. En je kunt ook niet zeggen dat als een kind bepaalde onderdelen op een IQ-test slecht maakt, dat dat betekent dat hij in de praktijk op die taken altijd slecht scoort. Het is heel divers en verschilt per kind. Het is belangrijk dat je dat individueel bekijkt zonder aannames.’

We horen tegenwoordig niet zo veel meer over NLD, het was toch een tijdje best ‘populair’?

‘De term ontstond rond 1967, maar pas in de jaren tachtig begon NLD internationaal gezien ‘naam’ te maken. Er werd veel onderzoek naar gedaan, er waren congressen en er werd veel over gepubliceerd in neuropsychologische tijdschriften. In de jaren negentig waaide dat behoorlijk over naar Nederland en was er veel aandacht voor, met name in het onderwijs. Tot aan de eerste jaren van deze eeuw.’

De aandacht is nu al heel wat jaren verslapt, hoe komt dat?

‘Er is altijd wel discussie geweest over NLD en ik denk dat er uiteindelijk steeds meer inhoudelijke kritiek is gekomen. Want kun je NLD nou eigenlijk wel zo goed onderscheiden van bijvoorbeeld ASS of ADD? Ik heb er zelf ook best een ambivalente kijk op. Vooral als mensen heel stellig zeggen: ‘Dit is NLD’, en dan met een rijtje kenmerken komen. Zo simpel is het niet. Een ander punt is denk ik het politieke en financiële aspect. Voor zorg-verzekeraars en tegenwoordig voor gemeenten, is het belangrijk dat ze pas hulp financieren als een kind een stoornis heeft die voorkomt in de DSM-5. En NLD staat daar niet in.’

Denk je dat er dan diagnoses zijn gesteld als ASS of ADD, terwijl er eigenlijk sprake is van NLD, om hulp te kunnen krijgen voor een kind?

‘Dat denk en hoop ik niet, dat zou ik wel ernstig vinden. Ik denk dat er eerder sprake is van een keuze maken, dan van bewust valsspelen. Vaak voldoen kinderen met NLD ook aan het lijstje voorwaarden van ASS of ADD of aan nog weer iets anders. Als je een diagnose moet stellen, moet je wel naar eer en geweten een kind classificeren. Maar het is nou eenmaal zo dat veel symptomen of kenmerken erg overeenkomen.’

Hecht u zelf aan de diagnose voor een leerling?

‘Soms kan het nuttig zijn om het echt een naam te geven. Vooral ook omdat praktisch gezien de leerkracht zich dan bijvoorbeeld kan inlezen. Maar het is veel belangrijker om een individueel sterkte-zwakteprofiel op te stellen. Want uiteindelijk zegt de diagnose NLD niet zoveel. Net zoals de diagnose ASS niet zoveel zegt over jouw individuele kind of leerling. Bij NLD kun je hoogstens in het algemeen zeggen dat die kinderen vaak talig en auditief op veel vlakken prima uit de voeten kunnen, maar praktisch en visueel met veel dingen moeite hebben. Daarom is het zo belangrijk dat je de talenten, maar ook de ondersteunings-behoeften en de kwetsbaarheden in kaart brengt. Dan snapt iedereen, en ook het kind zelf, waarom sommige dingen op school gaan als een tierelier en andere dingen maar niet willen lukken.’

Vindt u het zelf van belang dat NLD wél in de DSM terechtkomt?

‘Nee, dat vind ik niet het belangrijkste. Ik vind wel dat we oog moeten blijven houden voor kinderen met dit soort disharmonische profielen. Dat we daar niet overheen stappen.’

Zou een mooi nuanceverschil kunnen zijn dat we het niet langer over NLD hebben als één stoornis, maar bijvoorbeeld zeggen: dit kind heeft ‘een’ NLD. En wat dat precies voor dit kind betekent, moet dan verder worden uitgezocht?

‘Nou, ik denk dat dat best een idee is. Maar ik denk dat dat net zo goed geldt voor ADHD of ASS. Van die stoornissen kun je ook niet zeggen dat het bij elk kind hetzelfde verloopt en dezelfde problemen geeft. Dat vind ik soms ook wel flauw aan de kritiek op NLD. Het is allemaal niet duidelijk genoeg omschreven, maar kijk eens naar alle variaties binnen het autistisch spectrum, en zet eens een groepje ADHD’ers bij elkaar en kijk naar de verschillen!’

Bij kinderen met NLD is er verbaal gezien vaak niets aan de hand. Worden deze kinderen daarom snel overvraagd?

‘Ja, hartstikke. Mensen verwachten niet dat ze bepaalde dingen niet kunnen, omdat ze zo goed gebekt zijn. Maar je ziet dat kinderen met NLD die niet goed worden ondersteund, snel somber kunnen worden, depressief, angstig, boos en ook opstandig. Daarom is het ook zo belangrijk dat een leerkracht op de hoogte is. Dat hij weet dat het geen onwil is, maar onkunde. Als je weet waar een kind moeite mee heeft, kun je hem iets meer bij de hand nemen, taken opdelen in kleine stukjes, meer voordoen. Maar vooral begrip tonen. Want een kind schaamt zich al snel als iets niet lukt wat andere kinderen wel makkelijk afgaat. En voor een kind is het ook superbelangrijk om te snappen hoe hij of zij zelf in elkaar zit.’

Maar vallen dingen wel aan te leren als je de aanleg mist?

‘Er is een grote kans dat zo’n kind altijd wel wat zwakker zal blijven op bepaalde gebieden maar er is zeker een hoop te leren. Vooral als je al jong weet wat er aan de hand is, kun je gericht gaan helpen, de taken vergemakkelijken en de vaardigheid oefenen. Met remedial teaching of desnoods met fysiotherapie of ergotherapie. Je moet een kind op het juiste niveau aanspreken en van daaruit stapje voor stapje verder gaan. Maar veel van deze kinderen krijgen jarenlang een veel te hoog niveau aangeboden, wat alleen maar frustreert en demotiveert. Dan geven ze het op, worden boos, gaan zich schamen, noem maar op. Daar leren ze niets van.’

Adriaan Kievit is kinder- en jeugdneuropsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkte jarenlang in de kinder- en jeugdpsychiatrie en in het speciaal onderwijs. Nu heeft hij zijn eigen praktijk binnen het Lorentzhuis in Haarlem.
Voor de boekenreeks Kinderpsychologie in praktijk (Uitg. Lannoo Campus), schreef hij: NLD bij kinderen, als een kind non-verbale leerproblemen heeft. In het boek geeft Kievit een heldere en genuanceerde kijk op NLD, niet alleen voor professionals maar ook voor ouders.