Thuiszitters • Balans • 3 januari 2020

‘Opeens spraken Sebastiaan en ik met de staatssecretaris’

Samen met andere ouders organiseerde Juliëtte Mutsaers in 2015 de manifestatie Thuiszitters Tellen en het symposium Het kan wel, over mogelijkheden van maatwerk voor ‘thuiszitters’. Bedoeld om ouders, overheid en het werkveld met elkaar te verbinden en ook om ouders te sterken. De inzet van Juliëtte en anderen wierp zijn vruchten af, ‘maar we zijn er nog lang niet’.

Interview: Geert Bors  

Dat er iets ‘anders’ was met Sebastiaan (17) viel al op in de kraamweek. Door goede afstemming met het kinderdagverblijf bleef hij daar vier jaar welkom. Vanaf zijn kleutertijd ging het mis. Psychoses. Dagbehandeling. Isolement. Wat gedeeltelijk thuiszitten was, werd vanaf groep 5 ‘absoluut verzuim’. Moeder Juliëtte Mutsaers moest haar werk opgeven. In 2015 stonden zij en Sebastiaan opeens in de nationale mediaspotlights.

 

‘Het begon, op 27 juni 2015, met een tweet van onderwijsjurist Katinka Slump. ‘Ik heb zoveel thuiszitters in mijn mailbox, wat gaan we doen?’ Ik antwoordde: ‘Met zijn allen op teldatum 1 oktober op het Plein in Den Haag!?’ Daarop kwam veel bijval van ouders: ‘Goed plan. Ik kom! Waar zit de organisatie?’ Toen heb ik ook B gezegd en ben ik erin gedoken: ik werd organisator, en kartrekker voor de ouders.

Een paar dagen later – ik had die dag al in een radioprogramma gezeten – reisde ik naar Den Haag, waar een debat over passend onderwijs plaatsvond. Staatssecretaris Sander Dekker had het plan opgevat om samenwerkingsverbanden een sanctie te geven, als zij particulier onderwijs inkochten voor bepaalde leerlingen. Verschillende politieke partijen hadden hem die middag al aangesproken: ‘U blokkeert de mogelijkheid voor een kleine groep kinderen om onderwijs te volgen!’

Aan het eind van het debat, terwijl Katinka mijn zoon Sebastiaan (toen 13) onder haar hoede had genomen, ging ik midden in de Tweede Kamer staan. Ik bleef naar Sander Dekker zwaaien tot ik contact had. Toen ik met hem in gesprek raakte, bracht Katinka Sebastiaan naar ons toe. Ik vertelde dat een school bereid was mijn zoon op te nemen, maar dat Sebastiaan niet hele dagen naar school kon en dat zij als aanvulling wilden investeren in afstandsonderwijs, dat hij thuis met mij kon volgen. Maar, legde ik uit: ze deinzen terug voor de voorgestelde sanctie: ‘Uw maatregel gooit roet in het eten.’

Opeens stond een werkelijkheid, die de staatssecretaris alleen van papier kende, voor zijn neus. Het was helemaal niet mijn eerste doel om op dat moment iets voor elkaar te krijgen. Ik wilde mijn onmacht kwijt. Inzicht geven in wat er in een gezin kan spelen. Sebastiaan ging er nog eens boos overheen: ‘Dit komt door jou. Wat jij zegt, kost mama heel veel geld.’ Dekker kreeg er rooie oortjes van. Hij wilde meer weten, vond dat er maatwerk moest komen, vroeg naar de naam van de school.

Al sinds zijn kleutertijd lukte het niet om Sebastiaan een passende plek in het onderwijs te geven. Hoewel er vaak met de beste intenties werd gewerkt, lieten instanties steken vallen. Door onmacht en onkunde liep hij onnodig extra trauma’s op. In de vijf jaar voor 2015 was hij volledig thuiszitter geweest. De eerste anderhalf jaar van Sebastiaans kleutertijd had ik het kunnen combineren met mijn werk in de jeugdzorg, maar uiteindelijk lukte dat niet meer. Hoewel collega’s nog een tijdje contact zochten, gaat hun leven ook verder. Je raakt als ouder snel geïsoleerd, met een inkomensval, een weggenomen groeiperspectief. En ook met altijd wel de institutionele dreiging van drang en dwang boven je hoofd.

Na het gesprek met Sander Dekker kwam er vanaf 2015 voor Sebastiaan een oplossing: naar draagkracht volgde Sebastiaan onderwijs op school; de rest was door de school bekostigd thuisonderwijs. Tot het schooljaar 2016/17 ging dat behoorlijk goed. Hij volgde het volledige programma en kon goed meekomen met zijn leeftijdsgenoten. Persoonlijke factoren en een tekort in ondersteuning uit de Jeugdwet maken dat het nu stroef loopt.

Op 1 oktober 2015 stonden we met ouders en thuiszitters op het Plein in Den Haag. Daags erna volgde het symposium Het kan wel, over mogelijkheden van maatwerk. Beide met als doel om ouders, overheid en het werkveld met elkaar te verbinden. Ook om ouders te sterken, want thuiszitten heeft óók grote consequenties voor de mensen om het kind heen – emotioneel, sociaal, financieel.

In het najaar van 2015 kwam er een kamerbrief ‘Onderwijs op een andere locatie dan school’, waarin het politieke antwoord op ingekocht particulier onderwijs van een categorisch ‘nee’ was veranderd in een ‘nee, tenzij’ – een tenzij met fikse voorwaarden. Er was een deur op een kier gezet voor ouders en kinderen in dezelfde situatie. Al die
inzet van Katinka en ouders begon zijn vruchten af te werpen, maar we zijn er nog lang niet.

In april wordt Sebastiaan achttien. Hij begon ooit met een enkelvoudige diagnose. Inmiddels zijn er vijf diagnoses vastgesteld, die heel complex op elkaar inwerken. Omdat dergelijke ontwikkelingen deels omgevingsgerelateerd zijn, weet ik dat hij bepaalde problematiek niet had hoeven ontwikkelen. Als ik terugkijk op zijn kindertijd, heeft hij niet de zorg en het onderwijs gekregen waar hij recht op had. Ondanks beste bedoelingen en heel hard werken van mensen in het onderwijs. Sebastiaan heeft neerslachtige periodes, die mij door merg en been gaan. Zelf kijk ik altijd naar de horizon, voorbij de obstakels. Ondanks diepe dalen, kunnen we samen ook genieten. Van samen vliegtuigspotten of als hij piano speelt of kan fröbelen met smartphones of computers. Wat ik hem gun, is meer stabiliteit, meer het gevoel dat hij kwaliteiten heeft, dat hij er mag zijn en dat er een toekomst voor hem is.’

 

Word-lid-balk 2019