Interview • Balans • 7 juli 2017

‘In principe kan elk kind leren lezen’

Learn to write

Ongeveer een derde van de kinderen in groep 3 leert niet goed lezen, en eenzelfde percentage verlaat de basisschool zes jaar later met een ondermaats leesniveau.  Dr. Kees Vernooy is lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs. Al zeker veertig jaar probeert hij het leesonderwijs in Nederland te verbeteren. Toch sijpelen de wetenschappelijke aanbevelingen maar mondjesmaat door tot de onderwijspraktijk. ‘Het is in Nederland niet traditie dat het onderwijs luistert naar de wetenschap.’

Tekst: Anouk van Westerloo

‘De belangrijkste 21e eeuwse vaardigheid is goed begrijpend kunnen lezen,’ zei Catherine Snow, één van de topwetenschappers in de wereld, in 2014. En Vernooy sluit zich volmondig aan bij deze bewering. Dat is ook de reden waarom hij zich al zoveel jaar met passie inzet voor beter leesonderwijs. Want hij is ervan overtuigd, net als toonaangevende wetenschappers als Robert Slavin, dat in principe elk kind kan leren lezen, als je het maar op de juiste manier ondersteunt.


Uitdagend onderwijs

In 2007 startte Vernooy, op aanvraag van de gemeente Enschede, een groot project in die stad met verbluffend goede resultaten. Vernooy: ‘Het ging dramatisch slecht met begrijpend lezen op de scholen in Enschede. De gemeente wilde daar iets aan doen. Ik wilde eerst de resultaten van het technisch lezen zien. Toen bleek dat de helft van de kinderen halverwege groep 5 onvoldoende technisch las. Begrijpend lezen lukt dan ook niet, want die kinderen blijven op woordniveau hangen. De leraren hadden allerlei verklaringen. Het kwam door dyslexie of ADHD, autisme en culturele achtergrond. Maar dat interesseerde me allemaal niet. Ze hadden die kinderen vreselijk gepamperd. Veel kwamen uit moeilijke thuissituaties, en de leraren wilden het op school dan toch vooral ‘leuk’ en ‘gezellig’ maken.  Maar ‘leuk’ is het meest verdachte woord in het onderwijs. School moet niet ‘leuk’ zijn, school moet uitdagend zijn. Aan die thuissituatie verander je toch niets. Maar je kunt een kind met gedegen onderwijs wel verder helpen in het leven.’


Effectieve instructie

Eerste stap voor Vernooy en zijn team was dus inzetten op technisch lezen. De beste middelen die er voorhanden zijn in Nederland op dat gebied, werden ingezet. En met resultaat. Slechts twee procent van de leerlingen (vermoedelijk kinderen met dyslexie) behaalde in groep 8 niet het gewenste AVI-9 niveau. Niet de milieu- en kindfactoren bepaalden dit resultaat, maar de kwaliteit en effectiviteit van de instructie van de leerkrachten.

Vernooy: ‘Op SBO-scholen heb ik hetzelfde meegemaakt. Als je op een andere manier les gaat geven, veel meer een kind bij de hand neemt, minder zelfstandig laat aanmodderen en de kinderen van verschillende niveaus elkaar laat helpen, zie je een enorme vooruitgang. Niet alleen in hun leescapaciteiten, maar ook in hun gedrag. De kinderen die ik samen liet werken op een cluster-4-school – en dat waren echt moeilijke jongens – waren poeslief voor elkaar. Als kinderen in het onderwijs niet aan hun trekken komen, dan moeten de kinderen niet veranderen, dan moeten ze geen (onterechte) dyslexieverklaringen of pilletjes krijgen, nee, dan moet het onderwijs veranderen.’


Demotivatie

Vernooy kijkt veel naar topuniversiteiten over de hele wereld. Wat doen zij? Wat zijn hun bevindingen en hoe vertaal je die naar de Nederlandse situatie? Volgens Vernooy loopt Nederland qua onderwijs vijf tot tien jaar achter op internationale ontwikkelingen.

‘Nederland is nummer één op het gebied van zelfstandig werken, en dat is bedenkelijk. Natuurlijk moeten kinderen dat óók kunnen, maar niet oeverloos. Dat is ook heel saai onderwijs. En kijk naar de opbrengsten van zelfstandig werken, daar word je vaak niet vrolijk van. Kinderen raken zo snel gedemotiveerd. Daarom moet je ook vroeg beginnen met goed leesonderwijs. Niet omdat kinderen dan extra ontvankelijk zijn, maar om demotivatie te voorkomen. Kinderen kijken naar elkaar, vergelijken. Waarom kan ik dat nog niet lezen, en hij wel? Dat demotiveert. Je moet kinderen helpen zich competent te voelen. Want als ze zich niet competent voelen, vertonen ze vermijdingsgedrag. In Nederland vinden we dat kleuters vooral moeten spelen, maar juist in die kleutergroepen kun je goed zien of het wel of niet goed zal gaan met een kind in de (nabije) toekomst. Het is echt makkelijker om een jong kind te repareren dan een kind dat al jarenlang problemen heeft… En volhouden. Lezen moet een belangrijk onderdeel blijven van school, van het leven, ook ná groep 6. Het is een vaardigheid die je moet onderhouden.’


Leiderschap

Finland doet het beter, maar ook Shanghai, Hongkong, Singapore en Canada. In die landen bemoeien universiteiten zich ook veel meer met wat er op de scholen gebeurt. Waarom gebeurt dat in Nederland dan niet? Vernooy: ‘Het is in Nederland niet traditie dat het onderwijs luistert naar de wetenschap. Je zou denken dat scholen na het project in Enschede allemaal staan te springen om ook zoiets op te zetten. Maar dat is niet zo. Ik geef veel lezingen en daar zitten voornamelijk individuele leerkrachten in de zaal, nauwelijks schoolleiders. Je weet niet wat het team ermee doet. Internationaal gezien zie je ook dat Nederlandse schoolleiders weinig onderwijskundig leiderschap vertonen. En als er wél projecten worden gedaan, zie je na verloop van tijd dat het verwatert. Scholen houden het niet op de rit. En dan speelt ook nog de onderwijsvrijheid mee. Scholen zeggen soms simpelweg dat zij een andere ‘focus’ hebben of laten zich in met mythes als beelddenken, leerstijlen, meervoudige intelligentie en andere ‘geloofjes’, zoals ik dat noem. Er is een enorme markt voor dat soort zaken. Twee jaar geleden zag ik bij de drogist zelfs druppeltjes tegen leesproblemen. De verkoop liep als een trein!’


Leerkracht

Met de meeste methoden voor technisch lezen is volgens Vernooy overigens niet zoveel mis, het gaat hem vooral om de leerkracht en hoe die het overbrengt. ‘Vaak is de eerste impuls van een school, als de leesresultaten in groep 3 achterblijven, om een nieuwe methode aan te schaffen,’ zegt hij. ‘Misschien is het vervangen van de docent echter een optie? Hoe dan ook, de belangen van kinderen dienen centraal te staan in het onderwijs.’

Toch is niet alleen de leerkracht van doorslaggevend belang, vervolgt Vernooij, ook de ouders hebben meer invloed dan ze denken. ‘Wat ouders doen is ontzettend belangrijk. Ouders moeten lezen met hun kind, daar belangstelling voor hebben. En praten, uitstapjes maken, overal tekst en uitleg bij geven, daar de tijd voor nemen, actief de woordenschat van hun kind vergroten, vertellen wat zij zelf mooi en boeiend vinden. Dat helpt allemaal! En als je zelf moeite hebt met lezen, misschien kan de andere ouder dan de leestaak op zich nemen, of een ouder broertje of zusje, een nichtje, een oom. Als je kinderen goed toerust, dan heeft dat echt effect.’


Middenklasse

Met gedegen leesonderwijs kan voor veel kinderen laaggeletterdheid op volwassen leeftijd worden voorkomen, maar dyslexie los je er niet mee op. Ook Vernooy kent kinderen die op de beste leesscholen zitten al het mogelijke krijgen aangereikt, en tóch niet tot goed lezen komen. ‘Maar dat geldt voor veel minder kinderen dan nu met een dyslexieverklaring rondlopen. Dyslexie is een witte middenklasseprobleem, laaggeletterdheid is meer een probleem van de onderklasse. Ouders willen allemaal het beste voor hun kind, dus wie daar de mogelijkheden voor heeft , gaat dingen regelen. Als het onderwijs tekortschiet, zoek je het ergens anders. Je ziet nu zelfs schaduwonderwijs opkomen. Wie het kan betalen, huurt bijles en examentraining in voor zijn kind. Dat zijn negentiende-eeuwse toestanden, dat het uitmaakt op welke school je kind terechtkomt.

Dyslexieverklaringen kun je in datzelfde licht zien. Het lost op korte termijn misschien wat dingen op voor je kind, want hij krijgt extra tijd, maar het onderwijs verbetert niet. En alle kinderen hebben baat bij beter onderwijs. Ook de dyslexiebehandelingen lossen weinig op. Die zijn kortdurend. En als ze wél goed werken, gaat het eigenlijk altijd om pseudo-dyslecten. Om kinderen die slecht onderwijs hebben gehad, niet om kinderen die echt dyslexie hebben.’


Geen urgentie

Soms wordt er volgens Vernooy te veel naar het verleden gekeken: hoe deden we dat toen? Vernooy: ‘Maar daar heb je ook niets aan. Onderwijs evolueert, het is een proces. Als er knelpunten zijn, moet je daar met de huidige kennis op reageren. Het is jammer dat dat niet gebeurt, dat de urgentie niet wordt gezien. Blijkbaar hebben mensen die het verschil kunnen maken geen slapeloze nachten over het onderwijs, terwijl daar alle redden toe is. Dat vind ik heel erg. Een samenleving kan zich niet veroorloven dat zo’n twintig procent van de kinderen (en dan houd ik het nog laag), door gebrekkige leesvaardigheden aan de kant komt te staan…’


Dr. Kees Vernooy is onderwijskundige
en lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs. Hij is schoolverbeteringsdeskundige en expert op het gebied van taal en lezen voor de doelgroep drie- tot twaalfjarigen, en op het gebied van het voorkomen en omgaan met laaggeletterdheid in het vmbo en bij volwassenen. Hij schreef verschillende boeken en geeft geregeld lezingen.

 

TIPS voor OUDERS:

  • Besef het belang van de eigen rol in het leesproces van je kind
  • Toon belangstelling voor lezen
  • Lees meer samen met je kind
  • Zelf moeite met lezen? Vraag een ander familielid om met je kind te lezen
  • Onderhoud het lezen, ook ná groep 6
  • Praat veel met je kind, maak uitstapjes, ondertitel alles wat je ziet en meemaakt
  • Probeer actief de woordenschat van je kind te vergroten
  • Zorg dat het lezen niet in het slop raakt tijdens de schoolvakanties
  • Zorg voor goede boeken en een bibliotheekkaart


TIPS voor SCHOLEN

  • Geef meer verlengde instructie
  • Doe meer vóór en doe meer sámen met de leerlingen
  • Maak heterogene groepen
  • Pas peer-tutoring toe, zet kinderen van verschillende niveaus bij elkaar om elkaar te helpen
  • Voer pas zelfstandig werken in als een kind de stof écht beheerst
  • Help ouders hun kind te helpen; organiseer ouderavonden en leid ouders op in hoe zij het beste kunnen voorlezen, hoe belangrijk dat is en welke boeken geschikt zijn