Interview • Balans • 4 mei 2018

Richtlijn Dyslexie biedt houvast

BM02_RichtlijnDyslexie-92

De nieuwe Richtlijn Dyslexie moet een vindplaats worden waar behandelaars, onderwijsprofessionals en ouders 'evidence based' informatie en aanbevelingen kunnen vinden over het complete traject rondom dyslexie: signalering, diagnostiek, behandeling, begeleiding op school.

Tekst: Marielle van Bussel

De zorg rondom dyslexie blijkt op allerlei terreinen tekort te schieten. Bij de diagnostiek, de behandeling, de rol van het onderwijs, de kwaliteit van de dyslexieverklaring, om maar een paar voorbeelden te noemen. De nieuwe vakinhoudelijke richtlijn diagnostiek, waaraan ook Balans meewerkte, moet vooral eenduidigheid in zorg brengen.

Er was aandacht in de media en in de politiek. Er zouden te veel dyslexieverklaringen worden afgegeven. Te makkelijk ook. Tegelijkertijd waren er stijgende zorgkosten. Reden genoeg voor de beroepsverenigingen NIP, NVO, LBRT en het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) om, in opdracht van de ministeries van OCW en VWS, een plan van aanpak te maken. Nu is men samen met het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) druk bezig met de voorbereidingen voor het ontwikkelen van een vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie. Het doel: meer kwaliteit in de dyslexieketen, van onderwijs naar zorg en weer terug.

‘Op dit moment werken professionals niet altijd vanuit dezelfde vakinhoudelijke kennis,’ vertelt Vera Naber, die namens het NJI als kwartiermaker betrokken is bij dit project. ‘Er is op verschillende plekken informatie te vinden waarmee wordt gewerkt. Ook met niet evidence based methodieken. Professionals missen soms kwaliteit. En er zijn scholen die onvoldoende kennis en middelen hebben om de zorg te leveren die nodig is.

Dan is er nog de perverse prikkel dat het hebben van een stoornis loont. Immers, met een verklaring krijgen leerlingen – vooral op het voortgezet onderwijs – vrijstellingen en extra tijd. Er lopen nu verschillende onderzoeken, onder meer vanuit de Inspectie van het Onderwijs om het aantal dyslexieverklaringen op het basis- en voortgezet onderwijs in kaart te brengen. Eerder onderzoek laat zien dat het hoge aantal dyslexieverklaringen vooral wordt afgegeven aan kinderen op het voortgezet onderwijs. Opvallend is ook dat dat aantal relatief hoog is op witte scholen in Het Gooi.’

 

Diagnostiek

De nieuwe richtlijn is een van de actiepunten waarvan de initiatiefnemers hopen dat deze tot een kwaliteitsverbetering zal leiden. In de richtlijn zal worden gefocust op vier speerpunten: signalering, diagnostiek, behandeling en begeleiding op school. Naber: ‘Om dit goed te communiceren, ook met ouders, komt er ook een ouderversie. Duidelijk moet zijn wat goede zorg is en wat men kan verwachten van de zorg én van de school. Met de aantekening dat het de vraag is of de school dit daadwerkelijk kán bieden. Met laagdrempelige informatie willen we het gesprek tussen professional en ouder vergemakkelijken.’

Wat diagnostiek betreft , schort het volgens Naber vooral in het voortgezet onderwijs aan goed testmateriaal. ‘In deze richtlijn willen we kennis over diagnostische instrumenten bundelen, zodat helder is waar wetenschappelijk onderbouwde tests vindbaar zijn. Ook horen we van professionals dat de kwaliteit van de dyslexieverklaring zelf ondermaats is. Een ouder en de school moeten goed kunnen beoordelen welke zorg een kind nodig heeft . Dan heb je niet een simpel papiertje nodig, maar een onderzoeksverslag met goede handelingsgerichte adviezen.’

 

Gradaties

Als het om de behandeling gaat, bestaat er een leemte tussen ‘geen behandeling’ en ‘vergoede behandeling’. Naber: ‘Heb je geen ernstige enkelvoudige dyslexie, en kom je niet in aanmerking voor vergoede zorg, dan krijg je vrijwel niets.  Terwijl er heel veel gradaties zijn. We willen nu omschrijven wat bekend is over welke zorg kinderen nodig hebben, gerelateerd aan elke gradatie van dyslexie. Zodat deze kinderen de zorg krijgen die nodig is.’

Ook de technische hulpmiddelen zijn op allerlei plekken te vinden. Weet de ene school heel goed hoe en waarom deze moeten worden ingezet, de andere school heeft er nauwelijks verstand van. Ook hier is eenduidigheid het credo. Naber: ‘Er zijn vaak te weinig middelen en kennis. Scholen moeten blijvend worden gemotiveerd om ondersteuning te bieden. Ook is meer duidelijkheid nodig over de effectiviteit van deze hulpmiddelen.’

Een aantal knelpunten dat vaak wordt genoemd door ouders in het onderzoek van Balans (zie reacties) krijgt ook aandacht. Aandacht voor het hele gezin bijvoorbeeld, een gedifferentieerde aanpak voor kinderen met meerdere ontwikkelingsproblemen en meer focus op kinderen met een anderstalige achtergrond.

 

Houvast

Kortom, de nieuwe richtlijn moet een vindplaats zijn waar zowel zorg- als onderwijsprofessionals en ouders evidence based informatie en aanbevelingen kunnen vinden over het complete traject rondom dyslexie. Naber: ‘Je kunt nu op internet van alles vinden, boeken lezen, deskundigen spreken, waardoor je als betrokkene regelmatig alle kanten op schiet. Een richtlijn gaat niet in één keer alle problemen rond dyslexie oplossen, maar gaat wel zorgen voor meer eenduidigheid, houvast en transparantie in wat we op dit moment weten over wat het best werkt.’  

Voor meer info over dyslexie: lees ook pag. 6 van deze BM over het landelijk Stimuleringsprogramma Dyslexie, waarvan Balans initiatiefnemer is.

 

Knelpunten

 

Balans inventariseerde de knelpunten waar ouders tegenaan lopen als het gaat om de diagnostiek, de behandeling en de rol van de school. Een aantal reacties:

‘Het dyslexieonderzoek duurde eindeloos lang. Voor de zomervakantie was de toestemming er al, pas ver in het schooljaar begon de behandeling’ 

‘Bij onze dochter had in groep 4 het dyslexieprotocol moeten opstarten. Maar er is niets ondernomen. Als je als ouder niets weet over het bestaan van zo’n protocol, wat moet je dan?’

‘Mijn zoon kreeg de diagnose dyslexie maar ik bleef het gevoel hebben dat er meer aan de hand was. Inderdaad, hij bleek ook ADD te hebben. De dyslexiebehandeling moest stoppen omdat hij ADD heeft en dan niet óók voor dyslexie kon worden behandeld. Woedend was ik.’

‘Onze zoon heeft in het intensieve onderwijs gezeten waar goed werd gewerkt met programma’s en hulpmiddelen. Nu zit hij weer in het reguliere onderwijs en daar zijn ze nog niet helemaal bekend met hulpmiddelen voor dyslexie.’               

‘School laat het echt liggen. We moeten er continu op wijzen dat we afspraken hebben. Het voelt alsof school het niet zo belangrijk vindt als wij.’

Ook op de middelbare school is weinig of geen aandacht voor dyslexie. Ondanks de officiële verklaring. Ook de toegestane hulpmiddelen verdwijnen als je er niet bovenop blijft zitten als ouder.’