Thema: (Faal)angst & Dwang • Balans • 4 mei 2018

Stap voor stap de angst doorstaan

BM02-Stap-voor-stap

Frits Boer, emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, specialiseerde zich in angst- en dwangstoornissen bij kinderen. 'Een kind dat voortdurend angstig is, is niet in staat om van onderwijs te profiteren of zich sociaal te ontwikkelen'.

Interview: Nicolette Kuijlaars

Overbescherming helpt niet om je kind om te leren gaan met zijn angst. Gedragstherapie wel. Door stapje voor stapje te leren om de angst te verslaan. Aan het woord is Frits Boer, emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie.

Frits Boer benadrukt dat angst een normale emotie is, bedoeld om alle levende wezens zo goed mogelijk door een benarde of gevaarlijke situatie te loodsen. ‘Het is logisch dat iemand met autisme angstig kan zijn. Je zult maar geen grip hebben op een bepaalde situatie. Maar is er sprake van overmatige angst, zó omvangrijk dat die je leven in de war stuurt, dan spreken we van een stoornis.’ Hetzelfde geldt voor een dwangstoornis. Boer: ‘Iedereen kent het verhaal van het kind dat niet op de lijnen van de tegels mag lopen, want anders… Dat is geen stoornis. Dat wordt het pas als gedachten zo knellend worden dat iemand dwangmatige handelingen uitvoert. Als iemand bijvoorbeeld denkt een ander ziek te maken door zijn handen. Hij zal dan steeds opnieuw zijn handen gaan wassen.’

Als psychiater behandelde Frits Boer kinderen met angst- en dwangstoornissen. Hij legt uit wat er gebeurt in ons brein en speciaal in dat van kinderen, als het gaat om angsten. Boer: ‘Elk levend wezen heeft overlevingsmechanismes,  zoals het immuunsysteem, maar ook het zogenaamde vreessysteem. Dat is het systeem dat ons brein automatisch op gevaar laat reageren. Baby’s slaan bijvoorbeeld hun armpjes uit bij fel licht en hard geluid. Iedere keer als je van een situatie schrikt, wordt die opgeslagen in je brein. Als je dan over tien, twintig jaar in dezelfde situatie terechtkomt, volgt er automatisch een schrikreactie. Een voorbeeld: je staat op het punt om over te steken en je schrikt, zonder te weten waarvan. Dan kan het zijn dat je schrikt van een auto die je nog niet eens bewust hebt opgemerkt. Er gebeurt in het brein veel onder de radar, waarvan je geen weet hebt. Bij eventueel gevaar worden lichaam en geest in een milliseconde ineen andere stand gegooid, waardoor ze op dat gevaar kunnen reageren.

In het lichaam gebeurt het volgende: het bijniermerg gaat meer adrenaline aanmaken. Dat is het tsjakka-hormoon dat ervoor zorgt dat je in een topsport-stand terechtkomt om goed te kunnen handelen. Als het gevaar aanhoudt, wordt er vervolgens cortisol aangemaakt, het stresshormoon. Daardoor houd je de situatie langer vol, omdat andere systemen in je lichaam worden onderdrukt. Ook je waarneming verandert. Je krijgt een kokervormig blikveld, alleen gericht op de bron van het gevaar en op het bordje met de vluchtroute. De narigheid is dat je voor dit hele proces een prijs betaalt. Als je cortisolniveau langdurig te hoog is, kun je ziek worden en door de kokervormige blik zie je andere zaken niet meer.’

 

Vluchtroute

Na bovenstaand proces volgen verschillende opties: fi ght, zelf aan de slag gaan om het gevaar te bezweren, en fl ight: vluchten. Omdat deze opties vaak niet haalbaar zijn voor kinderen, zijn zij door Moeder Natuur geprogrammeerd tot een derde reactie: bescherming zoeken bij iemand die dat kan bieden, bijvoorbeeld vader of moeder. Lukt dat ook niet, omdat die ouders er niet zijn, dan blijft de laatste mogelijkheid over: freeze. Dan maakt het kind zich zo klein mogelijk om niet opgemerkt te worden door het mogelijke gevaar.

Boer: ‘Alles wat we als gevaar zien, kan ons, zonder dat we daarover kunnen beslissen, gaan beperken. Vooral als het vreessysteem ook aan gaat staan als het niet nodig is. Als je verstand, denken en waarnemen alleen maar zijn gericht op het mogelijke gevaar en op een eventuele vluchtroute, ook al is dat niet nodig, dan sta je niet meer open voor andere dingen. Dit alles heeft grote gevolgen, zeker voor kinderen. Een kind dat voortdurend angstig is, is niet in staat om van onderwijs te profi teren of zich sociaal te ontwikkelen.’

 

Overbescherming

Angst is dus een normale emotie, belangrijk om te kunnen overleven. En volgens Boer een logische emotie voor kinderen met een stoornis. ‘Een kind met autisme heeft moeite met onvoorspelbare situaties, die boezemen hem angst in. Dus het is logisch dat het angstig wordt als er op school ineens een invalleerkracht voor de klas staat of als er ’s middags wordt gerekend in plaats van gegymd. Bij overmatige angst denkt een kind dat een situatie zo gevaarlijk kan zijn dat hij er niet goed op kan reageren. Het gevolg is dat het kind die situaties gaat vermijden. Ouders werken dat vaak onbewust in de hand door mee te werken aan dat vermijdingsgedrag. Dus niet met het kind achterop langs een poster fi etsen met daarop een poppetje waar het kind bang voor is. Hier maakt de ouder een fout. Hij zegt namelijk: je hebt gelijk, het is een eng poppetje. En: ik denk niet dat jij in staat bent om te gaan met dat poppetje.

Door deze overbescherming ontneemt de ouder het kind de kans om er wél goed mee om te leren gaan. Want een kind komt er zo niet achter dat het echt niet gek wordt of doodgaat als hij het poppetje tegenkomt. We leren het kind daarom tijdens de behandeling om de angst te doorstaan. Dat doen we echt niet door kinderen in een hok met spinnen te gooien, maar door het eerst gereedschappen te geven.’

 

Angstthermometer

Deze gedragstherapie gaat volgens een stappenplan. Boer: ‘Is een kind overmatig bang voor honden? Dan krijgt het eerst een plaatje te zien van een enge hond. Dan gaan we peilen: Voel je de spanning oplopen? En hoe ga je daar vervolgens mee om? Stap twee is een confrontatie met een echte hond. Weer peilen: hoe staat het met de angstthermometer en hoe kun je je ontspannen? Zo leert het kind stap voor stap dat het wél zelf zijn angsten kan overwinnen. Als kinderen ouder worden, kunnen ook gedachten voor angst zorgen. Het kind ziet een groepje leerlingen lachen als hij het schoolplein op komt. Dan kan het volgende gebeuren: het kind trekt zich terug, omdat het denkt dat ze om hem lachen óf het kan denken: ik loop naar het groepje toe om te kijken waar ze om lachen. De gedragstherapie probeert negatieve gedachten om te buigen in positieve.’

Boer verkiest gedragstherapie boven het geven van medicatie. ‘Liever niet, maar soms moet je. Als een kind bijvoorbeeld extreem bang is voor het ziekenhuis, maar een operatie moet ondergaan. Of als een kind zo angstig is dat het niet eens bij een behandelaar op spreekuur kan gaan. Of als het te lang duurt voordat er iets wordt bereikt met gedragstherapie.’

 

Verlegen

Volgens Boer is het voor ouders en leerkrachten de kunst om het gebied te ontdekken waarin het kind denkt: ik kan het niet, en jij denkt: hij kan het wel. Dus de angst erkennen, maar tegelijkertijd het kind uitdagen om er iets mee te doen. ‘En we moeten onderscheid maken tussen overmatige angst als probleem en angst als karaktertrek. Niet iedereen is haantje de voorste, er zijn ook gewoon kinderen die erg verlegen zijn. En die hebben we nodig! De brutalen gaan meteen de heuvel over, terwijl de verlegen mensen eerst rondkijken en daardoor het gevaar zien dat misschien wel achter de heuvel dreigt.’

 

Frits Boer is emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, gespecialiseerd in angst- en dwangstoornissen bij kinderen. Hij schreef hierover de boeken Angst bij kinderen en Angst, van monster tot stille kracht. Daarnaast was hij voorzitter van de Angst, Dwang en Fobie Stichting.

 

Word-lid-balk 2019