Thema: van PO naar VO • Balans • 12 mei 2017

Tips voor Ouders

Ouders van kinderen met een ontwikkelingsprobleem die op het punt staan naar de middelbare school te gaan, maken zich vaak zorgen. Dat is zeker niet onterecht. Maar veel problemen zijn te voorkomen door de overstap zorgvuldig voor te bereiden, je kind goed in de gaten te houden en op tijd aan de bel te trekken als het niet goed lijkt te gaan.

1

Het begint met de schoolkeuze.

Kies een school waar je kind zich op zijn gemak voelt – dat kan een intuïtieve keuze zijn. Maar het is daarnaast zeker belangrijk om te kijken of de leerkrachten en de schoolleiding echt betrokken zijn. Sommige scholen zijn beter toegerust op kinderen met ontwikkelingsstoornissen dan andere. Overleg daarom met de basisschool welke middelbare school voor jouw kind geschikt zou kunnen zijn. Ga na of die school basiskennis in huis heeft . Als het bijvoorbeeld om autisme gaat, behoren de docenten echt te weten dat deze kinderen moeite hebben met plannen, dat ze taal vaak lett erlijk nemen, sociaal niet zo vaardig zijn en overgevoelig zijn voor prikkels.

2

Wat soms helpt, is doelen stellen. Leg uit aan je kind: dit is het gedrag dat we van je verwachten. Hoe gaan we daar naartoe? Het helpt om dat heel duidelijk te benoemen en in stappen te werken.

3

Het is fijn voor je kind als hij al voor de zomervakantie weet waar hij terechtkomt. Zorg dus dat hij de weg kent, fiets samen met hem naar school bijvoorbeeld, en laat hem een dagje meelopen op de school als dat kan. Het is goed om van tevoren veel uit te leggen aan je kind. Vertel uitgebreid hoe een schooldag op de middelbare school eruit gaat zien.

4

Stel de nieuwe school goed op de hoogte van wat er met je kind aan de hand is. Je kunt bijvoorbeeld een lijstje maken met ti ps voor de docenten waarin je uitlegt wat de bijzondere eigenschappen van je kind zijn. Vergeet niet ook te vermelden waar je kind goed in is. Sommige ouders denken: ik wil niet dat mijn kind bij voorbaat al met een etiket naar zijn nieuwe school gaat. Maar als er sprake is van serieuze klachten, is het echt heel belangrijk dat de school daarvan op de hoogte is. Het is het beste om al vroeg met de nieuwe school in gesprek te gaan om te overleggen hoe de overstap voor jouw kind zo makkelijk mogelijk kan worden gemaakt. Tijdens zo’n gesprek kun je ook verwachtingen over en weer op elkaar afstemmen.

5

Trek niet na drie dagen al aan de bel omdat je bang bent dat het mis gaat. Je kind moet wennen, dat is normaal.

6

Als je kind eenmaal is begonnen op de nieuwe school moet je een balans zoeken tussen helpen en beschermen aan de ene kant, en loslaten zodat je kind de kans krijgt van zijn fouten te leren. Je kunt in het begin van het schooljaar een aantal keren meefietsen met je kind, dat kan veiligheid bieden, maar maak er geen gewoonte van. Zorg dat er thuis structuur is. Plan bijvoorbeeld samen met je kind het huiswerk en houd in de gaten dat hij het inlevert. Maak zijn bureau overzichtelijk met bakjes voor wat er op de verschillende dagen van de week moet gebeuren. Als het goed gaat, doe dan een stapje terug en geef je kind meer zelfstandigheid. Op een gegeven moment kun je weer een stapje terug doen. Dat is moeilijk, want je kind kan de fout in gaan. Maar dat gebeurt ook bij kinderen die zich ‘normaal’ ontwikkelen. Dat hoort er gewoon bij.

7

Wat betreft het sociale aspect is het een mooi idee om het kind in de klas te laten vertellen over wat hem anders maakt. Zo kun je pesten voor zijn. Medeleerlingen begrijpen dan waarom je kind soms bepaald gedrag vertoont en zullen het minder snel ‘raar’ vinden.

8

Een kind met een ontwikkelingsprobleem heeft vrijwel altijd hulp nodig bij het noteren van zijn huiswerk en het plannen daarvan. Het kan helpen als de docent of een medeleerling aan het eind van de les zijn agenda controleert. Maar niet alle docenten hebben daar begrip voor. Begeleiding van een huiswerkinstituut kan een goede oplossing zijn.

9

Voer regelmatig gesprekken met de mentor van je kind. Het is belangrijk om regelmatig met de school te evalueren hoe het gaat.

10

Als het toch misgaat: veel middelbare scholen hebben mensen in dienst die daar alert op zijn. Die kunnen een schoolcoach in de arm nemen om samen met je kind te kijken hoe hij het beste kan worden ondersteund. Wat er ook gebeurt: het is belangrijk dat je kind naar school blijft gaan, want als het eenmaal thuis zit, wordt het steeds moeilijker om weer terug te gaan naar school. Blijf je kind daarin sti muleren. Ga op school praten over wat er kan worden veranderd zodat hij bijvoorbeeld minder onder druk staat. Blijf praten met je kind en geef hem de ruimte om te zeggen dat hij het niet naar zijn zin heeft. Hij komt in de puberteit en dat betekent vaak dat hij niet meer zoveel wil vertellen en een beetje dwars wordt. Geef hem die vrijheid, het hoeft niet altijd een slecht teken te zijn. Maar als je kind werkelijk nergens meer plezier in heeft en echt voortdurend chagrijnig is, dan moet je je wel zorgen maken.