Interview • Balans • 1 juli 2020

‘Zoek spoedig hulp als je merkt dat je kind vastloopt’

Carolien Poels, taalcoach dyslexie en Engels, ontwikkelde een methode waarmee ook leerlingen met dyslexie voldoendes kunnen halen voor Engels. ‘Zorg dat je zelf de tools in handen hebt om je kind te kunnen helpen.’

Interview: Joli Luijckx

Kinderen met dyslexie hebben vaak meer moeite met het aanleren van de Engelse taal. Carolien Poels liep hier als docent Engels vaak tegenaan. Ze zag het als een uitdaging juist deze leerlingen zo te helpen dat ze toch voldoendes konden halen voor Engels. Hiervoor ontwikkelde Carolien een eigen methode die ze nu als taalcoach dyslexie en Engels gebruikt. In oktober 2020 verzorgt zij een workshop voor ouders bij Balans in De Bilt.

 

Op de basisschool lukt het vaak nog wel met Engels, is de ervaring van Carolien. Veel basisscholen doen weinig tot niets aan Engelse grammatica. De lessen zijn vooral gericht op spreekvaardigheid. Bij een toets mogen de woorden worden opgeschreven zoals je ze uitspreekt. Dat lukt kinderen met dyslexie nog wel. Op de middelbare school wordt het anders. Dan worden spelling en grammatica opeens wel belangrijk. En ligt het leertempo een stuk hoger waardoor het Engels opeens een struikelblok wordt. Carolien begint haar verhaal daarom met een dringende boodschap: ‘Laat de leerachterstand niet te ver oplopen. Zoek spoedig hulp als je merkt dat je kind vastloopt. Of zorg dat je zelf de tools in handen hebt om je kind te kunnen helpen. Wanneer de leerachterstand te groot is, is het nog lastiger de motivatie op te brengen om met de Engelse taal aan de slag te gaan.’

 

Logica van de taal

Waarom Engels nou juist zo’n lastige taal is voor leerlingen met dyslexie, veel lastiger dan bijvoorbeeld Frans en Duits, heeft volgens Carolien te maken met de ingewikkelde samenstelling van deze taal. Carolien: ‘Eigenlijk bestaat het Engels uit twee losse talen. Een geschreven taal, dus hoe het woord als je het opschrijft eruit moet zien. En een gesproken taal, oftewel hoe een woord als je het uitspreekt klinkt. In het Engels verschillen de gesproken en geschreven taal vaak van elkaar. Neem bijvoorbeeld het woord break. Datzelfde woordje break is ook onderdeel van het woord breakfast. Je schrijft het hetzelfde, maar spreekt het op een hele andere manier uit. Je komt er dus niet met het aanleren van standaardregels en een lijst met uitzonderingen. Frans en Duits gaat leerlingen met dyslexie vaak makkelijker af. Dat komt omdat er minder uitzonderingen zijn. De logica van de taal is in het Frans en Duits voor leerlingen met dyslexie beter te begrijpen. Want, zo ontdekte Carolien, juist leerlingen met dyslexie zoeken naar de logica in een taal. Dat biedt structuur bij het aanleren.

 

Ordening en structuur

Carolien heeft zelf geen dyslexie. ‘Toen ik de docentenopleiding Engels deed, viel wel op dat ik veel meer analyserend naar de taal keek dan mijn studiegenoten. Ik kon niet uit de voeten met het leren van losse spellingregels, maar had verbanden tussen regels nodig. Ik wilde het snappen. Had behoefte aan ordening en structuur van de lesstof. Later toen ik zelf kinderen kreeg en bleek dat mijn zoon ADHD heeft, kwam ik erachter dat ik zelf ADD heb. Dat verklaart mijn behoefte aan ordening en structuur die ik mezelf bood door heel veel mindmaps met verbanden te maken, in plaats van het leren van een rijtje spellingregels.’

Later, toen Carolien als docent werkte, ontdekte ze dat leerlingen met dyslexie diezelfde behoefte aan verbanden, logica, ordening en structuur binnen de Engelse taal nodig hebben om deze aan te kunnen leren. Een ordening die de standaardlesmethodes volgens haar onvoldoende bieden. En de veel te kleine woordenschat is volgens Carolien ook een struikelblok: ‘Je ziet kinderen met dyslexie die woordjes stampen voor een toets. Met heel hard werken, halen ze dan misschien een voldoende. De lesmethode gaat er dan vanuit dat de geleerde woordjes worden beheerst. Maar zou je ze twee weken later nog een keer toetsen, dan weten veel leerlingen het merendeel van de woorden niet meer. De woordenschat is dan niet goed opgeslagen in het langetermijngeheugen. Hierdoor loopt een leerling uiteindelijk vast bij luistertoetsen door een te kleine woordenschat.’

 

Drie manieren

Carolien maakt leerlingen bewust van het feit dat ieder woord op drie verschillende manieren moet worden aangeleerd. Ten eerste hoe je het woord moet schrijven. Ten tweede wat de betekenis is. En ten derde hoe je het uitspreekt. Ze werkt daarom veel met woordkaartjes, zodat leerlingen het woord zien en de betekenis kunnen vinden op het kaartje. Voor de uitspraak werkt ze met dictionary.cambridge.org. Zo leren, geeft overzicht. Het is logisch voor de kinderen. Als zij niet begrijpen waarom iets is zoals het is, onthouden ze het niet. ‘Voor de grammatica en spelling heb ik een aantal heldere schema’s ontworpen waarmee kinderen de logische patronen van de tijden gaan doorzien. Zij leren onder meer welke signaalwoorden op welke tijd duiden, en kunnen vervolgens met een simpele ‘formule’ het werkwoord correct vervoegen.’­

 

Workshops dyslexie en Engels voor ouders

Carolien Poels geeft in samenwerking met Balans workshops voor ouders in De Bilt. Tijdens deze workshops leren ouders hoe zij hun eigen kind met dyslexie kunnen helpen met het aanleren van de Engelse taal.

Kijk voor meer informatie en aanmelden in de agenda op balansdigitaal.nl

 

Word-lid-balk 2019