Reacties ministers Sander Dekker en Paul Blokhuis op vragen over Jeugdzorg

‘Juiste steun en hulp ín huis’

 Onlangs legde Balans enkele vragen voor aan Sander Dekker, minister van Rechtsbescherming, en aan Paul Blokhuis, staatssecretaris bij VWS met de portefeuille Jeugdzorg. Strekking was enerzijds ‘de betekenis van de overheid als ouders, kinderen en jongvolwassenen onterecht uit huis worden geplaatst’; en anderzijds – meer vanuit de helicopterview: ‘hoe kunnen de huidige problemen binnen de Jeugdzorg worden aangepakt en op welke termijn’. Beiden geven hieronder hun reactie.

 

Minister Sander Dekker:

 ‘Toekomstscenario is meer gezinsgericht’

‘We zien, ook in het gedwongen kader, dat de gemiddelde duur van de ondertoezichtstelling de afgelopen jaren is gedaald – van gemiddeld 1085 dagen in 2016 naar 866 dagen in 2019. Dat is mooi, want we willen dat een maatregel voor een kind zo kort mogelijk duurt. Daarnaast neemt het aandeel jeugdigen dat in het gedwongen kader uit huis is geplaatst af – in 2016 ontving veertig procent van de jeugdigen met een ondertoezichtstelling ook Jeugdhulp met verblijf. En in 2019 was dit 34 procent. Dat neemt niet weg dat het altijd beter kan. Kinderbeschermingsmaatregelen hebben een grote impact op het leven van kinderen en gezinnen. Daarom begrijp ik dat ouders soms erg boos zijn over de beslissingen die worden genomen. En dat zij kritiek hebben op de manier waarop beslissingen in de Jeugdzorg worden genomen.

Het is voor de kwaliteit van de Jeugdzorg belangrijk dat ouders deze signalen naar buiten (blijven) brengen.  Zo is op initiatief van kritische ouders het feitenonderzoek in de Jeugdzorg op de agenda gekomen. Het is aan hen te danken dat de RvdK, GI en VT hieraan werken – ook al gaat het wat sommige ouders betreft niet snel en goed genoeg.

Onze aandacht gaat nu ook uit naar een andere manier van werken en organiseren in de Jeugdzorg en Jeugdbescherming. Daarover verwachten we begin 2021 een toekomstscenario. Dit scenario moet ons leiden naar een stelsel dat meer gezinsgericht, eenvoudiger, effectiever en transparanter is. In situaties waarin ernstige zorgen over kinderen zijn, moet de juiste steun en hulp zoveel mogelijk rondom en in de thuissituatie georganiseerd worden. Het informele netwerk speelt daarin een belangrijke rol, want daar liggen vaak ook oplossingen.

Uit recent onderzoek van het CPB blijkt dat minder kinderen uit huis worden geplaatst wanneer er intensief hulp wordt verleend aan de voorkant. Dat past bij ons streven kinderen zo veel mogelijk thuis te laten opgroeien. Het gezinsgericht werken betekent ook dat als ernstige zorgen over een kind voortkomen uit de problemen van de ouders, het de ouders zijn die met hun problemen aan de slag moeten.

Veel gaat goed, maar soms ontstaat er helaas ook onrust. Dat bleek deze week uit het debat over de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering in Zeeland waar een instelling dreigt te sluiten. Begrijpelijk dat dit tot veel onrust leidt bij kinderen, ouders en professionals, maar ook bij mij. Wij onderhouden met de verantwoordelijke Zeeuwse wethouders intensief contact. Met hen worden afspraken gemaakt over de continuïteit van de zorg in het kader van interbestuurlijk toezicht. Ik kan u verzekeren dat wij dit op de voet volgen en de boel niet de boel laten.

Ik spreek de wens uit dat vertrouwen volgend jaar het sleutelwoord is om met elkaar een volgende stap te zetten richting een effectieve jeugd- en gezinsbescherming. Vertrouwen in ouders, kinderen en professionals om gezamenlijk te werken aan een veilige en geborgen thuissituatie.’

 

 Staatssecretaris Paul Blokhuis:

 ‘Kinderen in de Gesloten Jeugdhulp hebben het vaak moeilijk’

‘Sinds eind september draag ik als staatssecretaris van VWS de verantwoordelijkheid voor de jeugdhulpverlening in ons land. Ik nam toen het stokje over van Hugo de Jonge, die zich de afgelopen jaren met heel veel energie heeft ingezet voor het welzijn van kinderen en gezinnen. Als wethouder jeugd in Apeldoorn sprak ik regelmatig met groepjes jongeren, en met individuele jongeren, die Jeugdhulp krijgen. In de afgelopen drie jaar ben ik daarmee doorgegaan. Omdat ik het belangrijk vind om naar direct betrokkenen te luisteren. Om te horen wat jongeren bezighoudt, met welke vragen ze zitten. Zoals ik ook het belangrijk vind om te luisteren naar ouders, hulpverleners en gemeenten. Dat laatste heb ik de afgelopen weken diverse keren intensief gedaan.

Gelukkig gaan er heel veel dingen goed in de jeugdzorg. Net zoals de minister voor Rechtsbescherming ben ik erg trots op al die jeugdhulpverleners en jeugdbeschermers die zich dag en nacht inzetten voor kwetsbare kinderen.

Maar soms gaan zaken niet goed. Zo hebben we deze week met de Kamer gesproken over de bevindingen van de commissie De Winter, die het geweld in de Jeugdzorg van de afgelopen tientallen jaren heeft onderzocht. Zijn rapport laat zien hoe het mis kan gaan. Dat grijpt ons beiden zeer aan! Bij het lezen en horen van de verhalen springen de tranen je in de ogen.

Het recent verschenen boek ‘Kinderen van de staat’ en een recent rapport van de Kinderombudsman maken duidelijk dat kinderen die uit huis zijn geplaatst en in de Gesloten Jeugdhulp verblijven het vaak moeilijk hebben. Ik vind daarom dat we alles op alles moeten zetten om de gesloten Jeugdhulp te verbeteren en om gesloten plaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen. Een gesloten plaatsing is voor kinderen zeer ingrijpend en moet alleen plaatsvinden als er geen alternatief is. Dit geldt ook voor gedwongen uithuisplaatsingen in de Jeugdbescherming.

Met het actieplan ‘De best passende zorg voor kwetsbare jongeren’ zetten jeugdhulpaanbieders, gemeenten en de ministeries van VWS en JenV zich in voor de ontwikkeling van kleinschalige alternatieven voor Gesloten Jeugdhulp. Denk bijvoorbeeld aan een GezinshuisPlus, waar meer expertise en individuele begeleiding voor kinderen aanwezig is zodat deze kinderen in een gezinshuis kunnen verblijven en gesloten plaatsing wordt voorkomen. Ik heb gemeenten  € 33,5 miljoen extra toegekend om deze beweging naar kleinschaligheid een impuls te geven en groepsgroottes te verkleinen.

In sommige gevallen zal gesloten plaatsing noodzakelijk blijven. De beweging ‘StroomOp’ richt zich op verbetering van de gesloten jeugdhulp. Dit is een netwerk van betrokken professionals die vanuit hun expertise en ervaring de Jeugdhulp willen verbeteren. Terugdringen van het aantal gedwongen afzonderingen is daarbij een belangrijk doel.

Er wordt ook hard gewerkt om het aantal uithuisplaatsingen terug te dringen. Aanbieders ontwikkelen innovatieve vormen van hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen, zoals de methode KINGS (Accare) en Gezin Totaal (Horizon) waarbij kind én ouders gezamenlijk, vaak op locatie, worden geholpen.

De daling van plaatsingen in Gesloten Jeugdhulp die in 2018 is gestart, zet zich voort. Waar er medio 2019 -> 940 kinderen in een gesloten instelling verbleven, verblijven er medio 2020 -> 780 kinderen in een gesloten instelling.

Ook het aantal uithuisplaatsingen in het gedwongen kader daalt. In 2016 ontving 40 procent van de jeugdigen met een ondertoezichtstelling ook jeugdhulp met verblijf en in 2019 was dit 34 procent

De sector gaat onderzoek uitvoeren waarbij wordt teruggekeken naar een aantal uithuisplaatsingen, naar wat wel en naar wat niet gewerkt heeft en wat we daarvan kunnen leren. Ik vind het belangrijk dat de ervaringen van kinderen en ouders daarbij goed worden betrokken.

Verder werken wij aan een verbeterde organisatie van de Jeugdzorg en komen binnenkort met een wetsvoorstel daarvoor. Speciale aandacht is er voor de zorg voor de groep kinderen en jongeren met meervoudige en complexe problematiek. Hiervoor worden acht bovenregionale expertisecentra opgericht. Vanaf 2021 is er structureel 26 miljoen euro beschikbaar voor deze centra.’

Lees ook: https://balansdigitaal.nl/nieuws/waar-ben-je-overheid/