Scroll Top

Omgaan met een eetstoornis in het onderwijs

Een eetstoornis kan goed opgemerkt worden op school en in de klas omdat leerlingen daar veel tijd doorbrengen, er veel sociale interacties zijn en zij eten en drinken in pauzes. Wanneer een leerkracht of docent een verandering ziet bij het lichaam, het eetgedrag of in ander gedrag is het verstandig om daar iets mee te doen. Hoe eerder de eetstoornis gesignaleerd wordt, hoe sneller de juiste hulp gegeven kan worden en hoe groter de kans op herstel is. Maar een eetstoornis in een vroeg stadium herkennen is niet eenvoudig. 

Hoe herken je de eetstoornis? 

De meeste eetstoornissen ontwikkelen zich bij kinderen tussen de 15 en 25 jaar. Maar volgens recente onderzoeken daalt deze leeftijd de laatste jaren sterk naar 10 tot 14 jaar. Misschien denk je als leerkracht of docent dat je een eetstoornis herkent aan een te laag of hoog gewicht, of door bepaald eetgedrag. Dat kan, maar er zijn meer signalen waaraan je kunt zien of een leerling in de problemen zit. Gebruik hiervoor het signaleringsmodel, dat bestaat uit vijf invalshoeken: 

  • Het type kind 

Sommige leerlingen hebben meer kans op het ontwikkelen van een eetstoornis. Dit zijn vaak kinderen die perfectionistisch, meegaand, introvert, impulsief en competitief zijn. Ze doen erg hun best op school, willen hoge cijfers halen en anderen tevreden stellen. Meestal vallen deze leerlingen niet op in negatieve zin. 

  • De trigger voor de eetstoornis 

Een eetstoornis ontstaat vaak door een duidelijke aanleiding, ook wel een trigger genoemd. Dit is een eenmalige of terugkerende gebeurtenis die je kind moeilijk vindt. Niet iedereen die zoiets ervaart, krijgt een eetstoornis. Bij sommige kinderen is de trigger heel duidelijk, terwijl deze bij anderen moeilijker te vinden is. 

  • De negatieve overtuiging over zichzelf 

Deze overtuigingen gaan vaak over het zelfbeeld, het lichaam en over eigenwaarde. Bijvoorbeeld, iemand kan geloven dat ze alleen waardevol zijn als ze dun zijn, of dat ze geen controle hebben over hun leven behalve over hun eetgedrag. Niet iedereen met deze gedachten ontwikkelt een eetstoornis. Negatieve overtuigingen kun je ontdekken door in gesprek te gaan met het kind over zichzelf. 

  • Het eetgedrag 

Kinderen met een eetstoornis vertonen vreemd eetgedrag. Als leerkracht of docent zul je dat niet altijd zien: veel gebeurt stiekem. Een leerling zegt dat hij gegeten heeft, terwijl dat niet het geval is. Of een leerling eet wel, maar braakt het weer uit. Signalen kunnen zijn: eten weggooien, liegen over eten, braken, meer dan twee liter water per dag drinken, overdreven interesse in voeding, calorieën tellen, heel veel eten kopen, extreem veel bewegen om eten te verbranden, kauwgom eten om een slechte adem te verhullen. 

  • De lichamelijke conditie 

Kinderen met een eetstoornis ontwikkelen tal van ‘vage’ klachten, zoals het heel vaak koud hebben, zich moeilijk kunnen concentreren, forse vermoeidheid. Maar ook duizeligheid, darmproblemen, buikpijn en menstruatieklachten kunnen allemaal wijzen op een eetstoornis. De lijst aan lichamelijke klachten is lang. Als leerkracht of docent zie je wanneer leerlingen te moe zijn om zich te concentreren of heel vaak naar de wc gaan. 

Wat kun je als leerkracht of docent doen?

Als leerkracht of docent is het belangrijk om snel en zorgvuldig te handelen wanneer je een eetstoornis bij een leerling vermoedt. Door snel in te grijpen, vergroot je de kans op herstel aanzienlijk. Hier zijn de belangrijkste stappen die je kunt volgen. 

1. Ga het gesprek aan

Het kan zijn dat jij als eerste de eetstoornis opmerkt, en jij kunt dan een cruciale rol spelen. Bereid je goed voor door je in te lezen over eetstoornissen en mogelijke vervolgstappen. Houd er rekening mee dat het voor de leerling stressvol kan zijn om hierover te praten. De manier waarop je het gesprek voert, is net zo belangrijk als de inhoud ervan. 

Tips voor het gesprek:

  • Overweeg of jij de juiste persoon bent om dit gesprek te voeren of dat een collega dit beter kan doen.
  • Informeer bij andere collega’s, zoals de gymdocent of de klasse assistent, of zij iets hebben opgemerkt.
  • Bepaal wat je wilt bereiken: je vermoedens toetsen of eerst het vertrouwen van de leerling winnen?
  • Stel de leerling op zijn of haar gemak door bijvoorbeeld een luchtig onderwerp aan te snijden of iets te drinken aan te bieden.
  • Laat weten dat je blij bent dat de leerling er is en dat hij of zij er niet alleen voor staat.
  • Geef complimenten, maar vermijd opmerkingen over het uiterlijk en eetgedrag.
  • Beloof nooit om het niet door te vertellen; stel duidelijke grenzen over aanvaardbare risico’s.
  • Benoem tegenstrijdigheden in het verhaal van het kind en focus op de gevoelens van de leerling.
  • Respecteer de antwoorden van de leerling, ook als je denkt dat ze niet kloppen.
  • Blijf in contact en maak afspraken als de leerling ontkent. Overleg met collega’s en wees voorbereid om direct in actie te komen bij een levensbedreigende situatie.

2. Schat de ernst in

Hoewel een arts bepaalt of er sprake is van een eetstoornis, kun jij signalen opmerken die wijzen op ernstigere problemen, zoals veranderingen in gewicht of gedrag. Als een kind geen contact meer maakt of erg angstig is, kan dat wijzen op een ernstige situatie. Schakel dan snel de ouders en een kinderarts (GGD/JGZ) in en overleg met een gespecialiseerde hulpverlener. 

3. Licht de ouders in

Bij vermoedens van een eetstoornis is het essentieel om de ouders zo snel mogelijk te informeren. Hoe ernstiger de situatie, hoe sneller de ouders op de hoogte moeten worden gebracht. Zit de leerling op het middelbaar onderwijs: betrek de leerling bij dit proces en bereid het gesprek samen voor. 

Tips voor het gesprek met ouders: 

  • Geef de leerling de keuze om het zelf te vertellen (bij middelbaar onderwijs) 
    • Als de leerling het niet wil vertellen, zoek dan uit waarom. 
    • Informeer het zorgteam als je besluit de ouders niet in te lichten. 
  • Stel grenzen aan de periode waarin het gesprek moet plaatsvinden. 
  • Overleg met collega’s over vervolgstappen als de leerling zich niet aan de afspraken houdt. 
  • Informeer de ouders snel als de situatie ernstig is, maar breng de leerling daar eerst van op de hoogte. 

Aanbevelingen voor ouders: 

  • Raad een bezoek aan de huisarts of kinderarts aan, maar wees je ervan bewust dat sommige artsen te veel aandacht besteden aan lichamelijke verklaringen en gewicht. 

4. Schakel hulp in

Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om hulp voor hun kind te zoeken. In sommige gevallen moet de school een professionele hulpverlener inschakelen, volgens het beleid van de school. Het is aan te raden om een hulpverlener in te schakelen die ervaring heeft met eetstoornissen. 

Met deze stappen kun je als leerkracht of docent effectief handelen bij het vermoeden van een eetstoornis en kun je actief bijdragen aan het welzijn van je leerling. 

Leerling in behandeling van een eetstoornis

Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om hulp voor hun kind te zoeken. In sommige gevallen moet de school een professionele hulpverlener inschakelen, volgens het beleid van de school. Het is aan te raden om een hulpverlener in te schakelen die ervaring heeft met eetstoornissen. 

Met deze stappen kun je als leerkracht of docent effectief handelen bij het vermoeden van een eetstoornis en kun je actief bijdragen aan het welzijn van je leerling. 

Als je leerling zijn of haar verhaal wil delen met de klas

Het is vaak goed als de leerling aan de klas vertelt wat er aan de hand is, omdat klasgenoten in veel gevallen al aanvoelen dat er iets speelt. Openheid kan zorgen voor begrip. Hoe dit het beste kan, hangt af van je relatie met de leerling en de sfeer in de klas. Enkele opties: 

  • Jij of de mentor vertelt waarom de leerling een tijdje niet op school is. 
  • De leerling deelt het zelf, eventueel samen met een ervaringsdeskundige, consulent of mentor. Een klassikaal gesprek kan begrip creëren voor de situatie van de leerling en voor eetstoornissen in het algemeen. 

Als je leerling opgenomen is voor behandeling

Wanneer je leerling is opgenomen in een ziekenhuis of behandelcentrum, is regulier onderwijs vaak niet mogelijk. Zo’n behandeling kost veel energie, waardoor er soms geen energie overblijft voor huiswerk. De behandelaar zal proberen om huiswerk zo snel mogelijk onderdeel te laten worden van de dag, omdat bezig zijn met school vaak een goede afleiding is. 

Het is belangrijk dat de leerling betrokken blijft bij de klas. Stel bijvoorbeeld een verantwoordelijke aan die wekelijks een update geeft via een filmpje, of maak een rooster waarbij elke week iemand verantwoordelijk is voor een leuke, creatieve update. Dit kun je afstemmen met de leerling of met de ouders. 

Wat je kunt doen: 

  • Maak afspraken met de ouders over hoe je contact houdt, of de leerling het fijn vindt om bezoek te krijgen, hoe je huiswerk deelt, etc. 
  • Overleg met de ouders hoe je de klasgenoten en collega’s informeert. 
  • Maak een planning met de klas om de leerling op de hoogte te houden. 
  • Maak in overleg met de ouders en behandelaar een plan voor huiswerk, het volgen van lessen en toetsing. Breng je collega’s hiervan op de hoogte. 

Als je leerling terugkomt op school

Als de leerling weer naar school gaat, of tijdens de behandeling naar school blijft gaan, is het de verantwoordelijkheid van de school en mentor om het onderwijs zo goed mogelijk door te laten gaan. De leerling zal waarschijnlijk lessen en toetsen missen door de behandeling, of door concentratieproblemen en vermoeidheid. Daarom moeten de school, ouders en behandelaren samenwerken om leerachterstanden te minimaliseren. 

Betrek de leerling en stel haalbare doelen. Veel leerlingen met een eetstoornis zijn perfectionistisch, dus let erop dat de leerling zichzelf niet overbelast. Heb je vragen of problemen met onderwijs aan leerlingen met een eetstoornis? Vraag dan ondersteuning van een Consulent Onderwijsondersteuning Zieke Leerlingen. Sommige consulenten zijn gespecialiseerd in de begeleiding van eetstoornissen op school. 

Hoe ga je om met eten op school tijdens de behandeling?

Het kan voor een kind met een eetstoornis helpend zijn als er een vertrouwd iemand aanwezig is bij de eetmomenten. Wellicht kan één van de docenten deze rol vervullen. Misschien vind jij het als leerkracht of docent prima om bij de lunch van de leerling aanwezig te zijn, maar misschien vinden je collega’s dat minder prettig. Overleg daarom met je collega’s en leidinggevende wat jullie kunnen bieden. Wees duidelijk naar de ouders en bespreek hoe zij kunnen helpen. 

Privacyvoorkeuren
Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie opslaan via uw browser van specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hier kunt u uw privacyvoorkeuren wijzigen. Let op dat het blokkeren van sommige soorten cookies van invloed kan zijn op uw ervaring op onze website en de diensten die wij aanbieden.