Tips & tricks DCD – ontwikkeling motoriek

Motoriek ontwikkelen

We weten dat kinderen hun motoriek ontwikkelen door te doen. Dat kunnen we al bij baby’s zien die leren kruipen. Ze zijn er eindeloos mee bezig. Ze oefenen de bewegingen, voelen intuïtief of iets wel of niet effectief is.

Voor kinderen met DCD is dit niet vanzelfsprekend. Het kost hen veel meer moeite om door te krijgen en te ervaren dat een beweging efficiënt verloopt of misschien een beetje bijgesteld moet worden. Eigenlijk doen kinderen met DCD de hele dag aan topsport.

Ze kunnen vaak geen twee dingen tegelijk, omdat ze slecht automatiseren. Daardoor kost het hen allemaal veel meer moeite. Dat beïnvloedt het dagelijks functioneren thuis en op school en kunnen ze onzeker worden. Emotionele problemen komen vaak voor bij kinderen met DCD.

Advies

Het gevaar is natuurlijk dat kinderen die moeite hebben met motorische vaardigheden, minder gaan oefenen en sommige bezigheden zelfs gaan vermijden. Hierdoor krijgen ze nog minder mogelijkheden om bepaalde vaardigheden te oefenen.

Ouders (vaak samen met een kinderfysiotherapeut) kunnen kijken wat wel in stapjes aan te leren is en voor welke problematiek er misschien een handige oplossing gezocht moet worden.

De uitdaging zit er in een kind zover te krijgen dat het lol krijgt in het oefenen van iets dat hem niet gemakkelijk afgaat. Het hoeft ook niet allemaal meteen te lukken. Het later weer oppakken kan ook nog.

Er moet niet alleen gekeken worden naar het oefenen van een vaardigheid, maar ook naar de manier waarop de instructie wordt gegeven. Omdat elk kind met DCD anders is, moet er altijd voor een individuele benadering worden gekozen.

Doel, plan, werk en bekijk

Kinderen moeten leren zichzelf eerst de volgende vragen te stellen:

  • Het doel van een aanpak: Wat ga ik doen?
  • Het maken van een plan: Hoe ga ik het doen?
  • De uitvoering van het plan: Hoe doe ik het?
  • Het effect van het plan: Hoe goed werkte mijn plan?