‘Zoek dat partnerschap met school’
Kim Castenmiller is organisatiepsycholoog en moeder van twee jongvolwassen kinderen. In 2019 is ze gestart met research naar de staat van het onderwijs, vanuit de overtuiging dat er verandering nodig is. Ze ging op zoek naar wat de pijn is van het onderwijs, onderzocht perspectieven voor het onderwijs van morgen en deelt haar inzichten na 25 jaar ervaring met veranderingsprocessen in tal van sectoren. De weerslag van meer dan vijf jaar research lees je terug in De Onderwijstrilogie. Balans stelde haar vijf vragen.
TEKST KIM CASTENMILLER & JOLI LUIJCKX
1. Je schreef maar liefst een trilogie over ons onderwijs. Waarom is dat volgens jou nodig?
‘Velen zijn het erover eens dat ons onderwijs tekortschiet en het onderwijssysteem niet langer voldoet. Maar de meningen verschillen over wat er precies ‘mis’ is, waardoor dat komt en wat er nodig is. Ik wilde ontrafelen wat er nu echt aan de hand is, waar het aan schort en waardoor het onderwijs beïnvloed wordt. Hierover gaat het eerste deel van de trilogie. En omdat dat al zo omvangrijk is geworden, besloot ik om er drie aparte delen van te maken. Wél enkel als complete set aan te schaffen, omdat we niet moeten blijven hangen in de analyse van wat er speelt. Immers, inzicht zonder handeling brengt geen verandering.’
2. Vele duizenden thuiszitters, lerarentekort en politieke ingrepen zonder het gewenste effect. Wat is er volgens jou echt aan de hand met ons onderwijssysteem?
‘Dat is geen eenvoudige vraag om te beantwoorden: er speelt zoveel. Denk aan de meet- en toetscultuur in het onderwijs, het technocratisch perspectief, de diagnosedrift: allemaal onderwerpen die een lange historie kennen, waarvan de oorsprong vaak wel één of twee eeuwen geleden is ontstaan, maar met veel invloed op het heden-
daagse onderwijssysteem. We zijn toe aan een nieuw fundament voor ons onderwijssysteem, en moeten verandering minder zoeken in structuur- of wetswijzigingen.’
3. Balans heeft het in het rapport Thuiszitters Tellen over volwaardig onderwijs voor alle kinderen. Ook voor kinderen die niet voldoen aan de gemiddelde norm. Hoe kijk jij daar tegenaan?
‘In het eerste deel van De Onderwijstrilogie met name zet ik uiteen waar die gemiddelde norm vandaan komt. Dat is zo’n honderdvijftig jaar geleden begonnen. De opkomst van sociale media heeft peer pressure en de behoefte om te willen voldoen alleen maar versterkt, terwijl het erop lijkt dat we steeds diverser worden als mensheid. Daarom ben ik blij met de aandacht die er is voor neurodiversiteit. In het tweede deel van de trilogie, waarin ik perspectieven onderzoek, diep ik het evolutionaire perspectief verder uit. Daarin ben ik opvattingen tegengekomen die diversiteit zien als kracht. Iemand met adhd-kenmerken is vaak ook superenergiek en creatief, iemand met autismekenmerken kan enorm oog voor detail hebben en een hoogbegaafde kan een behoorlijke mate van complexiteiten zien en ziet ook vaak nieuwe wegen en out of the box-oplossingen. Nu wordt diversiteit vaak gekoppeld aan lhbtiqa+ maar diversiteit is wat mij betreft een véél breder begrip. Jitske Kramer, inclusie-expert, is een van de meer dan 125 mensen die ik in aanloop naar de trilogie heb geïnterviewd, en haar visie sprak me enorm aan. Kortom, we mogen ruimer gaan kijken en minder in stoornissen, afwijkingen of gemiddelden gaan denken. Idealiter biedt het onderwijssysteem ruimte voor ieder kind of jongere om zich te ontwikkelen. Dat is waar het mij ook om te doen is: een onderwijssysteem waar ieder kind in past.’
4. In ons land lijkt niet alleen het onderwijssysteem onhoudbaar te zijn geworden. Ook binnen de jeugdhulp knelt het systeem. Steeds meer jongeren doen een beroep op jeugdhulp. Tegelijkertijd zien we dat het aantal thuiszitters jaar na jaar stijgt. Is onze jeugd steeds complexer aan het worden of is er wat anders aan de hand?
‘In de trilogie maak ik een onderscheid tussen gecompliceerdheid (waar een soort ‘moeilijkheid’ in zit) en complexiteit (wat meer gelaagdheid en juist rijkheid aan facetten betekent). Mijn conclusie is wel dat onze wereld complexer wordt, mede door technologische ontwikkelingen, globalisering, etc. Maar dat niet alleen: ook wij worden complexer. Als mens evolueren we. Als mens zijn we ons nog aan het aanpassen aan deze nieuwe tijd, het informatietijdperk waarin we soms overspoeld kunnen raken door de hoeveelheid prikkels. Terug naar het verleden is wat mij betreft geen optie. Het leven is alleen maar voorwaarts te leven. Rust en afstand kunnen nemen, regie kunnen voeren: dat zijn belangrijke vaardigheden voor nu. En daarin zou het onderwijs meer kunnen bieden: kinderen en jongeren helpen die vaardigheden te ontwikkelen, ook door zelf het goede voorbeeld te geven. In de jeugdhulp is er één-op-één-aandacht voor kinderen en jongeren en veel aandacht voor psycho-educatie. Dat zouden we meer onderdeel kunnen maken van het onderwijs. Al zie je daar al hele mooie voorbeelden van ontstaan.’
5. Je noemt jouw trilogie een inspiratiegids voor een ieder die zijn of haar steentje bij wil dragen in het vooruitbrengen van het onderwijs. Wat kunnen (belangenverenigingen voor) ouders volgens jou bijdragen?
‘Mijn advies aan ouders is: blijf pleitbezorger voor je kind. Tegelijkertijd is ook de manier waarop van groot belang. Strijden tégen het systeem, werkt niet. Soms is een grens stellen en verdedigen of zelfs een juridische actie echt wel nodig, maar als het even kan: zoek de samenwerking en het partnerschap op met de school. Het mooiste is wanneer het lukt om in verbinding met het systeem tot verandering te komen. En als belangenvereniging: geef niet op. Kinderen en jongeren verdienen het dat we ze niet opgeven. Hou de moed erin, en vooral: veranderen van het onderwijssysteem vraagt een lange adem. En het besef: wij gaan het in ons leven niet meer allemaal ‘fiksen’, daarvoor duren veranderingen, zeker als het gaat om hoe we kijken, het bewustzijn, te lang. Maar we kunnen wel elke dag proberen een stapje vooruit te komen. Verandering is een proces van twee stappen vooruit en één stap terug. Die dynamiek hoort er nu eenmaal bij. Dus daarom: geef niet op. Nooit.’
Lees ook ons Balansdossier onderwijs.
Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 2-2025. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.
© Pieter Pennings Fotografie

