Definitie en uitleg verzuim en thuiszitters
Om de achtergrond rond ‘thuiszitters’ te begrijpen, is het allereerst belangrijk om te weten over welke kinderen en jongeren we nu precies praten en hoe het kan dat zij thuis komen te zitten. Deze kennis is onmisbaar als we deze kinderen en jongeren en hun naasten de steun willen bieden die bij ze past. Maar ook om aanbevelingen te doen die bijdragen aan structurele veranderingen in het onderwijssysteem, waardoor er uiteindelijk daadwerkelijk passend – beter nog: inclusief – onderwijs wordt geboden.
In dit hoofdstuk verduidelijken we eerst wat een ‘thuiszitter’ is en welke verschillende definities er zijn. We leggen uit wat leerplicht is, welke soorten verzuim zijn er, wat is vrijstelling enzovoorts. In dit hoofdstuk sluiten we elke paragraaf af met welke knelpunten dit oplevert, hoe kinderen, jongeren en hun ouders dit ervaren, en aanbevelingen ter verbetering.
Leerplicht en schoolverzuim
De leerplicht is in Nederland vastgelegd in de Leerplichtwet 1969. Leerplicht is de wettelijke verplichting om kinderen in te schrijven op een school en te zorgen dat zij daar ook naartoe gaan. Leerplichtambtenaren zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Als het goed is, doen zij dit in nauw overleg en in samenwerking met alle scholen. Leerplicht geldt voor kinderen van 5 tot en met 16 jaar. De leerplicht begint op de eerste dag van de nieuwe maand nadat een kind 5 jaar is geworden. Vanaf dat moment kan je als ouder strafbaar zijn als je je kind thuishoudt. De leerplichtambtenaar controleert dit. De meeste kinderen gaan al naar school als ze 4 jaar oud zijn. Zij vallen dan nog niet onder de leerplichtwet, maar dan gelden wel de regels die hun school voert over aanwezigheid en het volgen van het onderwijs.
De leerplicht duurt tot en met het schooljaar waarin een kind 16 jaar wordt. Na dit laatste schooljaar van de leerplicht begint de kwalificatieplicht voor jongeren die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Een startkwalificatie is een havo-, vwo-, of mbo-diploma (niveau 2 of hoger). De overheid ziet dit niveau als minimumvereiste voor een goede deelname aan de maatschappij. Met de kwalificatieplicht wordt de leerplicht verlengd tot de dag dat de leerling een startkwalificatie heeft gehaald of tot de dag dat de leerling 18 jaar wordt en dus meerderjarig is.
De leerplichtwet is dus vooral gericht op de aanwezigheid van het kind op school. Kinderen en ouders ervaren hierdoor grote problemen wanneer hun kind wel ‘leerbaar’ is maar niet, nog niet of tijdelijk niet ‘schoolbaar’. Het recht van het kind op onderwijs en ontwikkeling komt dan ernstig in gedrang.
Als kinderen niet naar school gaan, heet dit ‘schoolverzuim’, of in het kort ‘verzuim’. Sommige leerlingen gaan niet naar school en zitten thuis, terwijl ze geen toestemming van de leerplicht hebben. Dit valt, net als bijvoorbeeld spijbelen, onder ‘ongeoorloofd verzuim’. Over deze vorm van verzuim worden registraties bijgehouden. Daarnaast is er ‘geoorloofd verzuim’: een leerling is met een geldige reden afwezig van school. Bijvoorbeeld door ziekte, mentale problemen, huwelijk of begrafenis of een bezoek aan de huisarts.
Er bestaan grote onduidelijkheden rondom verzuim. Door definitieverschillen rondom geoorloofd verzuim zijn daarbij de exacte aantallen onbekend. Scholen moeten wettelijk alleen ongeoorloofd verzuim melden. Ook is het onduidelijk hoe de gemeente optreedt tegen scholen die verzuim helemaal niet melden.
Ouders en Balans vrezen al langer dat de omvang van het probleem ernstig onderschat wordt. Dat was ook al in 2020 toen het laatste thuiszittersrapport verscheen. Die onderschatting blijkt ook uit het meest recente onderzoek van Ingrado, de brancheorganisatie voor leerplicht en RMC (voortijdig schoolverlaters). Zij schatten het werkelijke aantal thuiszitters op acht keer het aantal van 1.370 dat het ministerie aanhoudt.
< Lees hiervoor ook het rapport van Ouders en Onderwijs.
Ouders ervaren grote druk wanneer zij geconfronteerd worden met een leerplichtconflict doordat een school geen passend onderwijs kan bieden, waardoor hun kind niet meer naar school kan. Leerplicht stelt in zo’n situatie vast dat er sprake is van ongeoorloofd verzuim, terwijl ouders aangeven dat hun kind niet naar school kan omdat bijvoorbeeld het kind niet voldoende belastbaar is of omdat er geen passend onderwijs geboden wordt. Ouders en kinderen krijgen gedurende een leerplichtconflict regelmatig met de dreiging van dwang- en drangmaatregelen te maken. Ouders vertellen dat er bijvoorbeeld gedreigd wordt met een melding bij Veilig Thuis. Dit wordt door kinderen en ouders als zeer intimiderend en onveilig ervaren.
Thuiszitters en de Leerplichttelling
Thuiszitters zijn kortgezegd kinderen en jongeren die tijdelijk of langdurig, volledig of gedeeltelijk, geen onderwijs kunnen of mogen volgen op school. Deze formulering loopt tegen het probleem aan dat er nog steeds geen formele definitie van het begrip thuiszitter bestaat. Door de betrokken partijen worden namelijk verschillende definities gebruikt.
Er bestaat bijvoorbeeld discussie rondom de duiding ‘tijdelijk of langdurig’: is een kind dat vier weken verstoken is van onderwijs een ‘thuiszitter’, of pas na drie maanden? Is een leerling die twee uur per week en dus gedeeltelijk onderwijs ontvangt een thuiszitter, of is dat alleen een kind dat helemaal geen onderwijs ontvangt? En kinderen en jongeren met een vrijstelling zijn volgens de betrokken partijen soms wel maar soms geen thuiszitter.
Hoe ziet het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dit? Voor het in kaart brengen van verzuim en daaruit volgend het aantal ‘thuiszitters’ wordt door het ministerie onder andere de jaarlijkse Leerplichttelling gebruikt: leerplichtambtenaren moeten elk jaar de verzuimgegevens van het afgelopen schooljaar doorgeven. Deze gegevens worden vastgelegd in de jaarlijkse Leerplichttelling. Het ministerie gebruikt de aangeleverde gegevens van de leerplichttelling om schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten te verminderen.
De Leerplichttelling geeft echter geen compleet beeld van het aantal thuiszitters. Het beperkt zich namelijk alleen tot de jongeren die ongeoorloofd afwezig zijn geweest. Dus: het ongeoorloofd verzuim. Hiermee wordt alleen de leerling bedoeld die volgens de school zonder geldige reden en dus zonder toestemming van school niet aanwezig is op school. De grote groep kinderen en jongeren die met toestemming van school langdurig geen tot weinig onderwijs volgt, blijft hierdoor buiten beeld.
De Leerplichttelling maakt ook geen onderscheid tussen thuiszitters aan wie wel onderwijs of ontwikkeling wordt geboden. Er zijn thuiszitters die bijvoorbeeld maatwerkconstructies krijgen en thuiszitters die dit niet krijgen. De Landelijke Oudervereniging Balans pleit daarom al langer voor een andere definitie van ‘thuiszitters’.
Regelmatig is er discussie over de term thuiszitters. Veel ouders geven aan dat er met het woord thuiszitter onterecht de nadruk wordt gelegd op ‘thuis’. Want dat suggereert dat er iets mis is in de thuissituatie van deze gezinnen. Balans herkent dit signaal en ziet dat wanneer er sprake is van schooluitval er voornamelijk naar oorzaken wordt gezocht die vooral bij de kinderen en thuis liggen.
Het woord thuiszitters wekt verder de indruk dat kinderen en jongeren de hele dag thuis ‘zitten’. Het tegendeel is echter waar. Ouders en kinderen zijn vaak heel druk om onderwijs op een andere manier vorm te geven. Er zijn ouders die een eigen onderwijscurriculum ontwikkelen of die onderwijs vormgeven met behulp van privéleraren of remedial teachers. Er zijn ook kinderen en jongeren die zich buiten huis op een andere locatie ontwikkelen. Dit wordt ook wel ‘Onderwijs op andere locatie’ (OOAL) genoemd. Dat kan een ‘schoolse vorm van onderwijs’ zijn, zoals digitaal afstandsonderwijs of onderwijs op bijvoorbeeld een zorgboerderij. Soms past een rijke leer- en ontwikkelomgeving beter, dus wanneer kinderen en jongeren (tijdelijk) mogen leren op een niet-schoolse manier.
Een groep jongeren die zijn uitgevallen, heeft zich verenigd in de Adviesraad ÉigenWijsheid, die gevraagd en ongevraagd advies geeft. Deze Adviesraad geeft aan: “In plaats van het woord thuiszitter gebruiken wij liever ‘vastgelopen in het onderwijs, uitvallers of thuiszittende kinderen of leerlingen’. Dit lijkt misschien een kleine toevoeging, maar anders gaat het al snel over grote aantallen of cijfers. Bij het maken van beleid wordt er namelijk vaak vergeten dat het om echte kinderen en jongeren gaat.”
Hoewel de term ongelukkig is gekozen, wordt in dit rapport ‘thuiszitters’ aangehouden omdat die term gangbaar en herkenbaar is in de onderwijswereld en omdat er vooralsnog geen alternatieve korte term is. De term ‘uitvallers’ moet vaak toegelicht worden. Wel vraagt Balans aandacht voor de impact van dit woord op ouders, maar ook op de bewuste of onbewuste beeldvorming van werkenden en beslissers in onderwijs en zorg.
‘Thuiszitten is geen keuze en niet relaxed’
Ouder Stephanie Hibberd zegt op een inspreekavond bij de gemeente het volgende over de term thuiszitters.
“Ik zal het woord ‘thuiszitter’ – op een ongelukkige verspreking na – niet gebruiken. Taal maakt namelijk heel veel verschil. Vastlopen in de verwachtingen van het onderwijs is geen hobby. Het is geen keuze en het is zeker geen identiteit. Het woord thuiszitter roept bovendien associaties op van een vrij passieve relaxte situatie, terwijl het omgekeerde voor het hele gezin geldt. Gebruik daarom het woord thuiszitters spaarzaam en zorg voor een eenduidige definitie.
In de raadsbrief van de gemeente werden kinderen meerdere keren aangeduid met het woord ‘gevallen’. Dan moet je denken aan een zin als: ‘Er waren in dat jaar zoveel kinderen thuis, waarvan zoveel gevallen opgelost zijn’. Ik hoop dat ik niemand hoef te vertellen hoe kwetsend dat is: het reduceert kinderen tot problemen die opgelost moeten worden.
Tot slot wil ik dus oproepen: let alsjeblieft in beleidsuitdagingen op taalgebruik en laat hiermee zien dat ouders en kinderen als gelijkwaardige gesprekspartner worden gezien.”
Geregistreerde verzuim en thuiszitten
Volgens de Leerplichtwet bestaan er drie vormen van verzuim.
1. Relatief verzuim
Er is sprake van relatief verzuim wanneer een leer- of kwalificatieplichtige jongere die staat ingeschreven op een school ongeoorloofd, dus zonder geldige reden, afwezig is van school. Scholen zijn verplicht relatief verzuim te melden als een leerling meer dan 16 uur in 4 weken ongeoorloofd heeft verzuimd. De leerplichtambtenaren geven vervolgens in de Leerplichttelling het aantal leerlingen op waarbij sprake is geweest van meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim tijdens 4 opeenvolgende lesweken.
2. Langdurig relatief verzuim
Dit is wanneer leer- en kwalificatieplichtige kinderen en jongeren, die staan ingeschreven op een school, langer dan vier weken ongeoorloofd verzuimen. Deze kinderen of jongeren volgen langdurig geen of weinig onderwijs. Het kind of de jongere mist bijvoorbeeld regelmatig lessen, komt vaak te laat of gaat gedurende langere tijd zonder geldige reden niet naar school.
- 2a. Langdurig relatief verzuim van 4 weken tot 3 maanden
- 2b. Langdurig relatief verzuim langer dan 3 maanden
Ouders en scholen zijn het vaak niet met elkaar eens wanneer school meldt dat het kind verzuimt ‘zonder geldige reden’. Ouders geven aan dat het voor het kind zeer pijnlijk is om vastgelopen te zijn in de verwachtingen van het onderwijs. Het is geen keuze, maar een gevolg van een onderwijssituatie die niet past.
3. Absoluut verzuim
Bij absoluut verzuim staan leer- en kwalificatieplichtige kinderen en jongeren niet op een school ingeschreven en is daarvoor geen vrijstelling gegeven op grond van de Leerplichtwet. Dit kan zeer uiteenlopende redenen hebben.
Ouders vertellen dat zij er niet altijd van op de hoogte zijn dat hun kind is uitgeschreven van school. Soms is het kind langere tijd thuis door ziekte, mentale problemen, leermoeilijkheden en het ontbreken van een passend aanbod. Scholen schrijven het kind dan zonder medeweten van de ouders uit. Dit kan grote gevolgen hebben voor kind en ouders en tot problemen leiden met de leerplichtambtenaar.
Er zijn ook ouders die vertellen dat hun kind na een schorsing zonder hun medeweten is uitgeschreven van school. Ouders weten vaak niet goed wat hun rechten zijn wanneer zij hierover in conflict komen met school.
Het ministerie kiest ervoor om voor de term thuiszitters aan te sluiten bij hoe deze term in de praktijk wordt gebruikt, namelijk als verzamelterm voor langdurig relatief verzuim langer dan 4 weken en voor absoluut verzuimers (groepen 2a, 2b en 3).
Volgens het ministerie waren er in het schooljaar 2022/2023 13.700 leerplichtige kinderen en jongeren die niet op een school stonden ingeschreven; een toename die volgens Ingrado vooral toe te schrijven was aan de toename van het aantal kinderen dat naar Nederland emigreerde. In het schooljaar 2022/2023 waren er 3.881 kinderen en jongeren die op een school ingeschreven stonden en die langer dan 4 weken ongeoorloofd verzuimden.
Daarnaast is er een grote groep van 8.422 kinderen en jongeren die geen onderwijs of ontwikkeling ontvangen. Deze groep kinderen en jongeren staat wel geregistreerd maar wordt niet uitgevraagd of meegenomen in de statistieken van de Leerplichttelling. Deze kinderen zijn volgens de definitie van het ministerie geen thuiszitter. Dit zijn de geregistreerde geoorloofde thuiszitters, oftewel de kinderen voor wie een vrijstelling op grond van Artikel 5 onder a is afgegeven. Zie ook het bericht van Ouders en Onderwijs.
Er zijn twee soorten vrijstelling op grond van Artikel 5 onder a van de Leerplichtwet.
1. Vrijstelling van inschrijving
Een kind staat niet meer ingeschreven op een school en gaat korte of lange tijd niet naar school. Het gaat hier om de zogenoemde vrijstelling van Artikel 5 onder a van de Leerplichtwet. Voor een vrijstelling op basis van Artikel 5 onder a is een verklaring van een arts, psycholoog of pedagoog nodig. De eigen arts van het kind mag deze verklaring niet maken.
2. Vrijstelling van geregeld schoolbezoek
Een kind staat dan nog wel ingeschreven op een school, maar gaat gedeeltelijk of voor een bepaalde tijd niet naar school. Bijvoorbeeld als je kind ziek is of geschorst is. Een vrijstelling van geregeld schoolbezoek aanvragen kan op grond van Artikel 11 onder d (wegens ziekte) of op grond van Artikel 11 onder g (wegens ‘gewichtige’ omstandigheden) van de Leerplichtwet. Meer hierover is te lezen onder de rubriek over verborgen thuiszitters.
Voor een aantal kinderen en jongeren kan er dus op basis van Artikel 5 onder a van de Leerplichtwet 1969 een beroep worden gedaan op een vrijstelling van de leerplicht. Het kind of de jongere hoeft dan niet naar school. Artikel 5 onder a is bedoeld voor kinderen die door een zware lichamelijke of psychische beperking niet naar school kunnen. Er wordt verondersteld dat deze kinderen niet ‘leerbaar’ zijn, maar steeds meer ‘leerbare’ en lichamelijk gezonde kinderen krijgen ook zo’n vrijstelling, bijvoorbeeld omdat ze een schooltrauma hebben opgelopen. Soms zelfs voor de hele duur van de leerplicht.
Balans hoort regelmatig van ouders dat er een vrijstelling voor hun kinderen wordt aangevraagd, omdat er geen passend onderwijs of zorg kan worden geboden. Dit lijkt steeds vaker te gebeuren voor kinderen die in eerste instantie wel naar school gingen. Deze kinderen komen thuis te zitten of gaan naar zorgboerderijen of andere vormen van dagbesteding en krijgen – wanneer ouders dit niet actief aanvragen bij de gemeente of zelf organiseren en bekostigen – weinig of geen onderwijs.
Verreweg de meeste ouders hebben moeite met het begrip ‘niet leerbaar’. Namelijk, een groot deel van deze kinderen kan wel degelijk met de juiste benadering, passende zorg en een passend aanbod tot leren komen. Een groot aantal ouders stelt dat hun kind wel ‘leerbaar’ is maar niet ‘schoolbaar’. Daarnaast zien we dat kinderen met bijvoorbeeld autisme die niet (verbaal) of moeilijk kunnen communiceren en laag scoren op standaard intelligentietests, door het zorgsysteem vaak als ‘niet leerbaar’ worden gezien. En dat er daarom niet meer geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van het kind.
Andere vormen van vrijstelling
- Artikel 5 onder b – vrijstelling op basis van geloofs- of levensovertuiging.
- Artikel 5 onder c – vrijstelling voor kinderen die in Nederland wonen maar in het buitenland naar school gaan. Er zijn buitenlandse scholen die afstandsonderwijs aanbieden aan kinderen in Nederland. Balans ziet dat thuiszitters soms gebruikmaken van afstandsonderwijs om toch onderwijs te kunnen volgen. Ouders moeten dit zelf bekostigen.
Een vrijstelling van de leerplicht moet worden aangevraagd via de gemeente waarin het kind ingeschreven staat. Krijgt het kind een vrijstelling? Dan geldt deze meestal voor één jaar.
De afgelopen jaren hebben steeds meer kinderen een vrijstelling op grond van artikel 5 onder a van de Leerplichtwet gekregen. De overheid stelt dat het doorlichten van de vrijstellingen zou moeten bijdragen aan het terugdringen van het aantal thuiszitters.
Balans vindt het enerzijds goed dat er meer inzicht komt in waarom er steeds meer kinderen en jongeren een vrijstelling op grond van artikel 5a van de Leerplichtwet hebben gekregen en over welke kinderen en jongeren we het dan hebben. Anderzijds maken ouders en Balans zich ernstige zorgen omdat voor sommige kinderen en jongeren een vrijstelling wel degelijk een goede tijdelijke of langdurige oplossing biedt.
Daarnaast stelt Balans vast dat een groot deel van de oorzaak van de problematiek in het onderwijs zelf ligt, bijvoorbeeld door een niet-passend aanbod. Dit moet breed worden opgevat: van leerstof die niet aansluit bij de leerbehoefte van het kind tot het ontzeggen van de passende ondersteuning en zorg die nodig is om deel te nemen aan het onderwijs. Een grote zorg is dat wanneer het terugdringen van het aantal vrijstellingen een doel op zich wordt, er niet meer goed en secuur gekeken wordt naar de daadwerkelijke ondersteuning die een kind of jongere nodig heeft. Het risico bestaat dat kinderen en jongeren dan worden geforceerd om terug te keren naar school, zonder de juiste voorwaarden, en dat drang- en dwangmaatregelen in het onderwijs toenemen.
De verborgen thuiszitters
Er zijn ook thuiszitters die niet zichtbaar zijn omdat ze niet geregistreerd zijn en dus niet in de statistieken voorkomen. De redenen waarom deze kinderen en jongeren zijn uitgevallen en ‘thuiszitten’ zijn uiteenlopend. Wat al deze kinderen en jongeren met elkaar gemeen hebben, is dat hun recht op onderwijs en ontwikkeling ernstig in het gedrang komt. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen en jongeren die geen volledig onderwijsprogramma volgen, die voor onbepaalde tijd niet welkom zijn op school of wiens langdurig verzuim niet is gemeld bij leerplicht. Omdat scholen wettelijk alleen verplicht zijn om ongeoorloofd verzuim te melden, zijn de exacte aantallen ‘thuiszitters’ met een schoolinschrijving onbekend. Daarom noemen we deze groep ‘verborgen thuiszitters’.
Er zijn verschillende redenen dat deze kinderen en jongeren niet gemeld worden door de scholen. Hieronder volgen de meest voorkomende situaties.
Schorsing
Een school mag een kind maximaal één aaneengesloten week schorsen (vijf schooldagen). Als de schorsing langer dan één dag duurt, moet de school de Onderwijsinspectie schriftelijk inlichten over de schorsing en de reden daarvan. Op de middelbare school kan een schorsing ook langer duren, maar alleen na overleg met de inspectie en in het kader van een verwijderingsprocedure. Als een kind geschorst is, mag het geen lessen volgen, maar de school blijft verplicht onderwijs te bieden.
Balans weet vanuit gesprekken met ouders dat kinderen soms voor onbepaalde tijd geschorst worden, wat wettelijk niet is toegestaan, en dat zij vaak geen onderwijs krijgen tijdens de schorsing.
Vrijstelling van geregeld schoolbezoek
Een vrijstelling kan worden aangevraagd op grond van Artikel 11 onder d (wegens ziekte) of onder g (wegens gewichtige omstandigheden). Deze aanvraag verloopt via school en wordt beoordeeld door de leerplichtambtenaar. Het verschil met een vrijstelling van inschrijving is dat de leerling ingeschreven blijft en de school verantwoordelijk blijft voor het onderwijs.
Veel ouders vertellen dat hun kind in de praktijk geen of onvoldoende onderwijs krijgt, waardoor het feitelijk om een ‘thuiszitter’ gaat.
Variawet
De Variawet is bedoeld voor kinderen met een beperking die tijdelijk of gedeeltelijk geen onderwijs kunnen volgen, met als doel geleidelijk terug te keren naar volledig onderwijs. De school stelt een aangepast onderwijsprogramma op in een ontwikkelingsperspectief (OPP). Ouders geven aan dat de uitvoering soms onvoldoende is of zelfs ontbreekt.
Wachtlijst speciaal onderwijs
In sommige gemeenten is er meer vraag dan aanbod. Een groot deel van de leerlingen op een wachtlijst moet langer dan een half jaar wachten en zit in die periode thuis. Het ministerie berekende dat er 1.630 leerlingen op een wachtlijst voor het gespecialiseerd onderwijs staan. Zie ook dit artikel van de PO-Raad.
Geen leerlingenvervoer
Leerlingenvervoer is voor kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen, bijvoorbeeld door een handicap. Er zijn verschillende soorten leerlingenvervoer. Een kind kan een openbaar vervoer abonnement krijgen, gebruikmaken van georganiseerd vervoer met bus of taxi, of ouders krijgen een vergoeding voor het zelf halen en brengen van het kind.
Helaas gaat er veel niet goed met het leerlingenvervoer. De afgelopen jaren heeft de Kinderombudsman ruim honderd vragen en klachten over leerlingenvervoer ontvangen. Ook Balans krijgt regelmatig vragen van ouders rondom de problemen met het leerlingenvervoer.
Een van de problemen is dat gemeenten soms alleen vervoer regelen voor een dichterbij gelegen school, terwijl een andere school beter is voor het kind. Er zijn ook kinderen waarvoor de gemeente helemaal geen vervoer regelt, terwijl ze wel zijn aangewezen op een verder gelegen school, bijvoorbeeld omdat zij hoogbegaafd zijn.
Een ander probleem is dat gemeenten soms willen dat een kind met het openbaar vervoer naar school gaat, terwijl deskundigen zeggen dat het kind hiervoor te kwetsbaar is. Of dat een kind met een taxibus mee moet, terwijl het voor hem/haar juist beter is om met het openbaar vervoer te gaan. Maar dat wordt dan weer niet vergoed. Ook in de uitvoering gaat het niet altijd goed. Soms zit een kind in een taxibusje met meer kinderen dan het in de klas zit, terwijl het gevoelig is voor prikkels. Of kunnen kinderen alleen van school naar huis gebracht en gehaald worden, en niet naar een BSO of een behandelcentrum. ’Er wordt te veel vanuit regels en systemen gedacht en te weinig vanuit het kind.’ (Ieder(in), 2019)
Geen of onvoldoende onderwijs in de gesloten jeugdhulp
Over het algemeen gaan kinderen en jongeren die in de gesloten jeugdzorg verblijven naar een school voor speciaal onderwijs die bij de instelling hoort. Het onderwijs is echter niet voor alle kinderen en jongeren passend. Het onderwijs sluit bijvoorbeeld niet aan op het leerniveau van het kind of de jongere. Sommige kinderen of jongeren kunnen hierdoor lang geen onderwijs volgen. Onderwijs op maat is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat jongeren de juiste ondersteuning krijgen om hun doelen te bereiken, ondanks de problemen waarmee ze worden geconfronteerd.
Lauren strijdt voor beter onderwijs in de gesloten jeugdhulp (Expex, 2023)
Als de vlag niet uitgaat (Expex, 2022)
Particulier onderwijs
Voor sommige kinderen kan geen passend onderwijs gevonden worden. Geen van de reguliere of gespecialiseerde scholen kunnen dan de ondersteuning bieden die het kind of de jongere nodig heeft. Soms kan een particuliere school dit wel. Zo’n particuliere school kost echter al gauw € 15.000 à € 25.000 per jaar. Dit moet door de ouders zelf betaald worden.
Sommige ouders kunnen het particulier onderwijs zelf betalen, of hebben familie die het wil betalen. Niet zelden moeten ouders ingrijpende keuzes maken om particulier onderwijs te kunnen realiseren. Veel ouders verkopen hun huis, sluiten leningen af of maken schulden.
En er zijn nog veel meer ouders die het geld helemaal niet kunnen opbrengen.
Kinderen en jongeren die particulier onderwijs volgen, zijn niet van onderwijs verstoken, maar Balans vindt dat deze groep kinderen en jongeren ook zichtbaar moet worden. Niet alleen omdat deze kinderen en jongeren recht hebben op passend onderwijs bekostigd door de overheid, maar ook omdat deze kinderen en jongeren zich in een zeer kwetsbare positie bevinden, omdat hun onderwijs niet een vanzelfsprekendheid is.
Vierjarigen
Balans en andere organisaties krijgen signalen dat scholen kinderen onder de vijf jaar vaker weigeren bij aanmelding, vanwege de ondersteuningsvraag. Dit hoewel dit uiteraard niet is toegestaan.
Gedeeltelijk thuiszitters
Het komt regelmatig voor dat kinderen maar gedeeltelijk op school mogen komen, bijvoorbeeld omdat school de ondersteuningsvraag niet aankan. Dit wordt nergens geregistreerd of geconstateerd. Dit blijft vaak ‘onder de pet’, omdat dit door school niet wordt gemeld bij de inspectie en/of bij de leerplichtambtenaar. Ook als de school dit wel meldt bij de leerplichtambtenaar, doet deze niet per se een check bij de ouder om te vragen wat hun visie op die situatie is.
Emigratie vanwege niet-passend onderwijs
Er zijn veel verhalen van ouders die verhuizen naar het buitenland, in een poging daar wel passend onderwijs te krijgen, dan wel om de drang- en dwangmaatregelen te ontvluchten. In de film ‘My journey for education’ bezoekt ex-thuiszitter Merlijn zijn vriend Alex, wiens ouders verhuisden naar Amerika om hun zoon passend onderwijs te kunnen bieden.
Kinderen en jongeren die er niet meer zijn
Het komt voor dat de situatie rond niet-passend onderwijs, een onveilige onderwijsomgeving en/of thuiszitten, zoveel impact heeft op het welzijn van kinderen en jongeren, dat zij mede daardoor depressieve gevoelens ontwikkelen en er zelfs sprake is van suïcide. Dit is om verschillende redenen een zeer gevoelig onderwerp, waar we echter niet aan voorbij kunnen en mogen gaan. In het hoofdstuk ‘Gevolgen van niet passend onderwijs en thuiszitten’, gaan we hier daarom dieper op in.

