Scroll Top

10 vragen over TOS beantwoord

Janneke de Waal-Bogers, logopedist en bestuurslid Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie heeft speciaal voor Balans een aantal vragen over Taalontwikkelingsstoornissen (TOS) beantwoord. Hieronder lees je haar antwoorden.

10 vragen en antwoorden

Bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) verloopt de taalontwikkeling minder gemakkelijk dan bij leeftijdgenootjes. Ze vinden het bijvoorbeeld moeilijk om taal goed te begrijpen of om duidelijk iets uit te leggen. Er is geen aanwijsbare oorzaak voor deze taalproblemen, zoals gehoorproblemen of problemen in de algemene ontwikkeling.

Ongeveer vijf tot zeven procent van alle kinderen heeft een TOS. TOS komt meer voor bij jongens dan bij meisjes (verhouding ongeveer 3:1). De precieze oorzaak is nog niet bekend. Wel is bekend dat TOS een neurobiologische ontwikkelingsstoornis is. Hiermee wordt bedoeld dat er een probleem is in de hersenen van kinderen met TOS. Kinderen met TOS verwerken taal in de hersenen anders. Ook is een TOS erfelijk. Dat betekent dat, wanneer er al taalproblemen in de familie voorkomen, de kans groter is dan gemiddeld dat jouw kind ook problemen heeft met de taalontwikkeling.

Een TOS komt net zo vaak voor bij kinderen die met 1 taal opgroeien (eentaligheid) als bij kinderen die met meerdere talen opgroeien (meertaligheid). Het is dus een misverstand dat meertaligheid er de oorzaak van kan zijn dat een kind een TOS heeft.

Een taalontwikkelingsstoornis bij een kind herken je aan verschillende signalen:

  • Het kind spreekt in korte, onlogische zinnen
  • Het kind is slecht verstaanbaar
  • Het kind is stil en praat weinig
  • Het kind kan zich slecht concentreren
  • Het kind begrijpt anderen vaak niet
  • Het kind lijkt soms niet te luisteren

Niet ieder kind met TOS heeft last van al deze problemen.

Herken je deze signalen bij je kind maar twijfel je of er sprake is van TOS? Dan kun je de SNEL-test doen op de website www.kindentaal.nl. Deze korte test is bedoeld om snel inzicht te krijgen in de taalontwikkeling van je kind.

Het kan ook zijn dat er op het consultatiebureau zorgen zijn over dat je kind laat is met praten of weinig spreekt. Soms wordt op de peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of op school pas ontdekt dat de taalontwikkeling moeilijk verloopt.

Vermoed je dat jouw kind misschien een taalontwikkelingsstoornis heeft? Ga voor advies naar de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen je verder doorverwijzen. Hoe eerder een TOS wordt ontdekt, hoe beter deze kinderen kunnen worden geholpen. Wanneer je kind zo snel mogelijk de juiste hulp krijgt voorkom je dat je kind steeds meer achter gaat lopen in de taalontwikkeling. Ook voorkom je ermee dat je kind gefrustreerd wordt omdat het niet goed duidelijk kan maken wat het bedoelt. Ook weten we uit onderzoek dat gerichte begeleiding (hulp voor de problemen die jouw kind heeft) voor kinderen met TOS het meeste effect heeft. En dus ook een grotere kans op verbetering van de klachten geeft. Als kinderen jong zijn kunnen ze makkelijker taal aanleren. En zal jouw kind dus meestal ook meer vooruit gaan door de behandeling. Als kinderen ouder worden is behandeling zeker nog belangrijk.

Om de diagnose TOS te kunnen stellen wordt de taalvaardigheid van jouw kind onderzocht en in kaart gebracht met verschillende testen. Er zijn taaltests voor het taalbegrip (begrijpen van taal)  en de taalproductie (woorden en zinnen kunnen maken). Dit onderzoek wordt gedaan door een logopedist*. Daarnaast worden de communicatievaardigheden van het kind bekeken. Of je kind bijvoorbeeld duidelijk kan uitleggen en vertellen. En makkelijk taal kan gebruiken om contact te maken met anderen. Soms is verder onderzoek nodig om te controleren of er geen gehoorproblemen of intelligentieproblemen zijn. De logopedist zal dit altijd eerst met jullie als ouders bespreken.

*Wat is een logopedist?

Een logopedist is een deskundige op het gebied van taalontwikkeling bij kinderen. De logopedist doet onderzoek naar de spraak-taalontwikkeling van je kind en kijkt of je kind extra hulp nodig heeft hierbij. Als je kind behandeling van een logopedist nodig heeft, zal ze dit altijd eerst met de ouders bespreken. En overleggen hoe het kind het beste geholpen kan worden. De logopedist doet oefeningen met je kind die passen bij de taalvaardigheden die je kind moet leren, en overlegt met jullie als ouders hoe je thuis de taalontwikkeling ook kunt stimuleren.

Als ouder kun jij je kind ook heel goed helpen bij de taalontwikkeling:

  • Praat veel met je kind. Vertel bijvoorbeeld steeds wat je doet: ‘Eerst gaan we de borden op tafel zetten. Twee grote borden en twee kleine borden. We willen ook iets drinken. Dus moeten we ook bekers pakken.’
  • Vertel ook wat je ziet: ‘Kijk, een rode auto.’
  • Vertel wat er gebeurt: ‘De bel gaat. Wie zou dat zijn? Ga je mee? Gaan we kijken wie er is.’
  • Vertel wat je voelt: ‘Goed zo. Je hebt je boterham op. Goed gedaan. Was het lekker? Ik had pindakaas op mijn boterham. Ik hou van pindakaas.’
  • Koop boekjes die bij de taalontwikkeling van je kind passen, of haal die boekjes uit de bibliotheek. Lees die boekjes voor en herhaal dit steeds.
  • Zing samen liedjes.
  • Luister ook goed naar je kind. Geef je kind de tijd om zelf dingen te vertellen.

Voor een kind met TOS is het belangrijk en stimulerend om veel taal om zich heen te horen. Dat noemen we een rijk taalaanbod. Vertellen over wat je gaat doen bijvoorbeeld, of wat je ziet. ‘We gaan drinken, dus ik pak even de bekers.’ Je kunt ook tegen een kind praten zonder dat het kind altijd antwoord hoeft te geven. Kinderen met TOS kunnen er namelijk onzeker van worden als ze altijd moeten antwoorden. Als je  dit lastig vindt of als je adviezen nodig hebt, dan kan een logopedist je hierbij begeleiden en adviezen geven.

Niet alle kinderen leren even snel praten en taal begrijpen. Dat is heel normaal. Als je kind boos wordt omdat je hem niet verstaat, of als je kind stil is en zich terugtrekt als anderen samen aan het praten zijn, dan kan dit reden zijn tot zorg. Het kan ook zijn dat je je kind niet goed begrijpt, of dat je merkt dat anderen je kind niet goed begrijpen. Ook kan het zijn dat je je zorgen maakt om de taalontwikkeling van je kind omdat hij onduidelijk of in hele korte zinnen spreekt. Vermoed je dat je kind een taalontwikkelingsstoornis heeft? Of merk je dat jouw  kind moeite heeft met begrijpen en het gebruiken van taal? Ga voor advies naar de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen je doorverwijzen voor verder onderzoek en voor hulp. Ook kun je je zorgen bespreken met de pedagogisch medewerker van de kinderopvang of met de leerkracht van je kind. Hoe eerder een TOS wordt ontdekt, hoe groter de kans op verbetering van de klachten. Als kinderen jong zijn, kunnen ze namelijk beter taal aanleren. Als ze ouder worden, wordt dat lastiger. De taal van kinderen ontwikkelt het snelste tijdens de taalgevoelige periode, dat is tot ongeveer 6 jaar. In deze periode is behandeling door een logopedist en extra begeleiding voor taalproblemen het meest effectief. Als je kind ouder is, kan het ook geholpen worden met behandeling en begeleiding, maar zal het lastiger zijn om de klachten te verminderen.

Als er een diagnose TOS gesteld wordt, dan wordt er met ouders een plan gemaakt om zo gericht mogelijk aan de taalontwikkeling te werken. Het is logisch dat je schrikt als je kind een diagnose TOS krijgt. De logopedist zal meer informatie geven over wat een TOS is. Ook kan de logopedist kijken welke hulp er mogelijk is voor ouders. Ouders kunnen bijvoorbeeld een oudercursus doen of naar informatieavonden over TOS gaan. Er is veel hulp mogelijk.

Er bestaan verschillende therapievormen, zoals de indirecte en de directe therapie.

Bij de indirecte therapie worden de ouders door de logopedist geïnformeerd en krijgen ze uitleg hoe zij de  taalontwikkeling zo goed mogelijk kunnen stimuleren. De ouders leren hoe ze in allerlei dagelijkse situaties extra aandacht aan de taal van het kind kunnen besteden. Het kind krijgt op deze manier veel mogelijkheden om taal te koppelen aan ervaringen van dingen die ze meemaken in hun dagelijks leven.

Bij de directe therapie werkt de logopedist met het kind. En doet de logopedist dus taalspelletjes en oefeningen met jouw kind. Maar samenwerking met de ouders is ook bij directe therapie heel belangrijk.

Meestal wordt er gekozen voor een combinatie van directe en indirecte therapie. Het kind komt dan wekelijks bij de logopedist voor behandeling. Vervolgens bespreekt de logopedist met ouders hoe er thuis geoefend kan worden.

Een basisschoolkind met TOS heeft vaak extra ondersteuning nodig om het onderwijs op school goed te kunnen volgen. Bijvoorbeeld extra tijd om te oefenen, extra herhaling, speciale leesbegeleiding en een afgestemd taal- en lesaanbod in de klas. De school kan hiervoor extra begeleiding aanvragen vanuit het cluster 2 onderwijs (onderwijs voor kinderen met spraak-taalmoeilijkheden). Veel kinderen kunnen zo op de gewone school in de buurt goede hulp krijgen.

Voor sommige kinderen met TOS is dit niet genoeg. Zij hebben meer ondersteuning nodig dan de basisschool kan bieden. Dan kan het voor een kind beter zijn om naar een speciale school voor kinderen met spraak-taalmoeilijkheden (cluster 2 onderwijs) te gaan.

Een jonger kind dat nog niet naar school gaat en wel veel last heeft van zijn taalontwikkelingsstoornis, kan soms het beste geholpen worden op een speciale behandelgroep voor peuters. Waar een multidisciplinair team werkt aan verbetering van de taalontwikkeling van jouw kind. Er zijn bijvoorbeeld een gespecialiseerde peuterleidster, een logopedist en een orthopedagoog betrokken. Samen bekijkt dit team hoe je kind in de behandelgroep het beste begeleid kan worden in zijn ontwikkeling. Ook ouders hebben een belangrijke rol. Ouders kennen hun kind het beste en weten wat het kind fijn vindt. Ook kunnen ouders bespreken waar ze thuis tegenaan lopen en hier adviezen voor krijgen.

Kinderen met TOS hebben niet alleen taalproblemen. Door de taalproblemen vinden zij het lastig om te vertellen wat ze willen en hoe ze zich voelen. Ze kunnen hierdoor gefrustreerd zijn. Soms worden kinderen met TOS boos als ze niet begrepen worden. Ook kunnen ze op school moeite hebben met (leren) lezen, begrijpend lezen, het begrijpen van de uitleg van de leerkracht et cetera. Het is belangrijk om deze problemen op tijd op te merken en samen met school en begeleiders zoals de logopedist te kijken hoe jullie jouw kind hierbij kunnen helpen en hoe deze problemen verminderd kunnen worden. Als ouder ben je hierbij erg belangrijk. Jij kent jouw kind het allerbeste. En door de band die je als ouder met je kind hebt, laat hij of zij bij jou soms ander gedrag zien dan bijvoorbeeld op school. Hou goed contact met school en andere begeleiders, vertel wat jou als ouder opvalt en waar je tegenaan loopt. En vraag hierbij ook hulp, als dat nodig is.

Vaak vinden kinderen met TOS het moeilijk om vriendjes te maken. Probeer daarom contacten met andere kinderen te stimuleren. Help bijvoorbeeld je kind met het maken van speelafspraken. Hou een oogje in het zeil als je kind aan het spelen is en help als je merkt dat je kind het moeilijk vindt om iets te vertellen of uit te leggen. Hiermee voorkom je conflicten en ruzies. Probeer je kind deel te laten nemen aan activiteiten waarbij het met andere kinderen kan spelen of sporten, zoals op een sportclub. Je kunt, als je denkt dat dat jouw kind helpt, de trainer van tevoren informeren over de taalproblemen van je kind. Hij kan je kind dan helpen zodat het contact met andere kinderen beter verloopt. Contact met andere kinderen, samen praten en samen spelen is goed voor de taalontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling van je kind.

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.