Scroll Top

Aantal thuiszitters geteld

Problemen in de telling

Het rapport ‘Thuiszitters Tellen’ uit 2020 liet al zien dat het aantal thuiszitters veel hoger lag dan de officiële cijfers. Er is daarna weinig tot niets veranderd aan de manier van registreren. Wel is nóg duidelijker dat het werkelijke aantal niet in beeld is. Het is veel hoger en stijgt nog steeds. Onder andere Ingrado (de belangenorganisatie van leerplichtambtenaren), de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme) en Jeugdvisie benoemen dit.

Lees ook de rubriek ‘Historie en ontwikkeling van thuiszittersbeleid’ en de rubriek ‘Definitie en uitleg verzuim en thuiszitters’.

Iedereen houdt nog steeds verschillende cijfers aan, ook omdat er verschillende definities zijn. Ook als het werkelijk aantal thuiszitters bekend zou zijn, zegt dat nog niets of weinig over de achtergrond. Kennis daarover is wel nodig voor het vaststellen van verbetermaatregelen die wél werken.

Zie voor meer uitleg hierover de rubriek ‘Definitie en uitleg verzuim en thuiszitters’ en de rubriek ‘Verzuimregistratie’.

Het cijfer van het geregistreerd aantal thuiszitters is dus niet veel waard. Voor de volledigheid van het rapport ‘Thuiszitters Tellen 2024’ heeft Balans de meest nauwkeurige berekening tot nu toe gemaakt. Ook bij deze berekening zijn kanttekeningen te plaatsen. Zoals Adviesraad Éigenwijsheid – van jongeren die zijn uitgevallen – zo mooi zegt: “De discussie zou niet moeten gaan over het aantal thuiszitters, maar over het feit dat dit kan gebeuren.”

Wie valt onder ‘thuiszitten’?
Het ministerie spreekt hiervan bij langdurig relatief verzuim langer dan vier weken en voor absoluut verzuimers (groepen 2a, 2b en 3). Volgens het ministerie waren er in het schooljaar 2022/2023 zo’n 13.700 leerplichtige kinderen die niet op een school stonden ingeschreven; een toename die volgens Ingrado komt door de toename van het aantal kinderen dat naar Nederland emigreerde. In het schooljaar 2022/2023 waren er 3.881 kinderen die op een school ingeschreven stonden en langer dan vier weken ongeoorloofd verzuimden.

Daarnaast zijn er 8.422 kinderen die geen onderwijs of ontwikkeling ontvangen. Ze staan wel geregistreerd maar worden niet uitgevraagd of meegenomen in de Leerplichttelling. Deze kinderen heten geen ‘thuiszitters’. Dit zijn de geregistreerde geoorloofde ‘thuiszitters’.

In bovenstaande zijn de vroegtijdig schoolverlaters, de zogenaamde ’VSV’-leerlingen, niet meegenomen. Dit zijn er 30.245.

Officiële telling thuiszitters

Jaarlijks rapporteert de minister aan de Tweede Kamer achteraf de situatie rond het aantal thuiszitters. In de Kamerbrief van 10 mei 2024 staan de cijfers over het schooljaar 2022/2023.

In dit overzicht staan de cijfers van de afgelopen tien jaar:

Geregistreerde thuiszitters (kinderen zonder onderwijs) in Nederland

Het aantal thuiszitters in Nederland varieert, afhankelijk van de definitie van ‘thuiszitter’ en de periode waarnaar wordt verwezen. Zie voor een uitgebreidere uitleg de rubriek ‘Definitie en uitleg verzuim en thuiszitters’.

Vrijstellingen van de Leerplicht

Vrijstellingen op basis van artikel 5 (lid A of lid B) van de Leerplichtwet hebben ook invloed op het aantal thuiszitters. Dat leidt tot hogere cijfers dan vaak wordt gerapporteerd. De Rapportage leerplichtwet G-gemeenten geeft over het schooljaar 2022/2023 het aantal vrijstellingen van de Leerplichtwet artikel 5 onder A: 8.422. Onder B: 2.124. Dit maakt het probleem van thuiszitters aanzienlijk groter en complexer dan alleen de officiële cijfers suggereren.

De discussie over deze vrijstellingen en hoe ze bijdragen aan het thuiszittersprobleem is actueel en roept vragen op over hoe passend onderwijs en leerplicht in Nederland zijn geregeld. Zo stelt Ingrado voor om de vrijstellingen van de leerplicht niet meer mogelijk te maken. Balans maakt zich zorgen hierover: een vrijstelling van de leerplicht is op dit moment voor ouders en jongeren vaak de enige uitweg uit het moeras van drang en dwangmaatregelen en ‘bemoeizorg’, waarmee ze worden geconfronteerd. Dit blijkt uit de enquête van Balans hierover, maar ook uit het rapport van de NVA ‘Als iedereen naar school kan, behalve jij’. Volgens Balans moet eerst het recht op onderwijs worden geborgd voordat de route naar een vrijstelling wordt afgesloten of ontmoedigd.

Geoorloofd verzuim (langdurig ziek)

Kinderen die geregistreerd staan onder ‘geoorloofd verzuim’ (langdurig ziek) vallen weer onder een andere categorie. Het exacte aantal kinderen en jongeren dat als ziek geregistreerd staat op scholen in Nederland is lastig te achterhalen. Dit wordt namelijk niet centraal bijgehouden in openbare statistieken op landelijk niveau. Ook is er geen zicht op deze registratieplicht. (zie de rubriek ‘Verzuimregistratie’).

Er zijn echter cijfers en onderzoeken die een indicatie kunnen geven:

  • Kortdurend ziekteverzuim: dit is vrij gebruikelijk en veel kinderen melden zich af en toe ziek. Deze cijfers worden niet nationaal verzameld, omdat het om kortdurende afwezigheid gaat.
  • Langdurig ziekteverzuim: volgens schattingen had in 2022 ongeveer 2 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs te maken met langdurig ziekteverzuim. Dit zijn kinderen die meer dan vier weken aaneengesloten ziek zijn.
  • Ziekte als reden voor thuiszitten: er zijn kinderen die langdurig ziek zijn en daardoor thuiszitten, maar vaak valt dit samen met andere factoren zoals psychische problemen of gebrek aan passend onderwijs.

Hoewel het exacte aantal zieke leerlingen niet beschikbaar is, maakt langdurig ziekteverzuim een belangrijk deel uit van de bredere discussie over thuiszitters en kinderen die geen regulier onderwijs ontvangen.

Aantallen leerlingen

In Nederland zijn er volgens gegevens van schooljaar 2022/2023 ongeveer:

  • 1,5 miljoen basisschoolleerlingen;
  • 950.000 voortgezet-onderwijsleerlingen.

Deze aantallen zijn gebaseerd op gegevens van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De aantallen kunnen enigszins variëren per jaar, afhankelijk van demografische ontwikkelingen, zoals geboortecijfers en migratie.

Als we dezelfde 2 procent langdurig ziekteverzuim als schatting toepassen op de 1,5 miljoen basisschoolleerlingen, dan zou dat betekenen dat ongeveer 30.000 basisschoolleerlingen langdurig ziekgemeld zijn. Samen met de 19.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs, zou het totale aantal langdurig ziekgemelde leerlingen in Nederland op ongeveer 49.000 kinderen uitkomen. Dit is een benadering – het werkelijke aantal kan variëren – maar het geeft een indicatie van de omvang van langdurig ziekteverzuim in het onderwijs.

Migratie

Kinderen van asielzoekers, arbeidsmigranten en erkende vluchtelingen zijn in Nederland net als alle andere kinderen leerplichtig. Hoewel exacte cijfers specifiek voor thuiszitters in deze groepen niet altijd openbaar of gedetailleerd worden bijgehouden, is er wel een aantal inzichten en rapporten die enkele indicaties geven:

1. Asielzoekerskinderen en vluchtelingenkinderen

  • De leerplicht geldt vanaf het moment dat een kind een verblijfsvergunning heeft of als het langer dan zes maanden in Nederland verblijft. Voor asielzoekerskinderen geldt de leerplicht meestal ook, maar de uitvoering kan complex zijn vanwege verblijf in asielzoekerscentra en wisselingen van verblijfplaats.
  • Uit cijfers blijkt dat kinderen in asielzoekerscentra soms moeite hebben om aansluiting te vinden bij het onderwijs, vooral als ze net in Nederland zijn. Dit kan leiden tot periodes van thuiszitten of onregelmatige schoolbezoeken.
  • Er zijn geen precieze landelijke cijfers over hoeveel van deze kinderen als thuiszitter worden geregistreerd, maar het is bekend dat er een verhoogd risico is in deze groep door de omstandigheden waarin ze verkeren, zoals taalbarrières, trauma’s en verhuizingen.

2. Kinderen van arbeidsmigranten

  • Voor kinderen van arbeidsmigranten geldt ook leerplicht. De meeste gaan naar reguliere scholen, maar ze kunnen te maken krijgen met problemen zoals met taal, cultuurverschillen en soms onstabiele woonsituaties.
  • Ook voor deze groep zijn er geen specifieke landelijke cijfers over thuiszitters, maar het is bekend dat onregelmatige schoolgang of tijdelijke uitval voorkomt, vooral als gezinnen vaak verhuizen of als ouders geen toegang hebben tot informatie over onderwijsrechten en -plichten.

Samenvattend: er zijn geen exacte cijfers over het aantal thuiszitters binnen de groepen asielzoekerskinderen, vluchtelingenkinderen en kinderen van arbeidsmigranten. Door de complexe omstandigheden waarin veel van deze kinderen verkeren, lopen ze wel een verhoogd risico om thuis te zitten of om onderwijs te missen, vooral tijdens periodes van onzekerheid of verhuizing.

Explosieve groei absoluut verzuim

In de cijfers van 2021/2022 en 2022/2023 is een explosieve groei van absoluut verzuim te zien. In Kamerbrieven schrijft de minister dit toe aan de komst van Oekraïense vluchtelingen. Op dit moment kunnen wij de juistheid van deze bewering niet onderzoeken, bijvoorbeeld door na te gaan hoeveel van deze kinderen staan ingeschreven op deze scholen:

  1. Scholen die verbonden zijn aan een asielzoekerscentrum.
  2. Regionale nieuwkomersscholen, met uitstroom naar regulier onderwijs na 1,5 of 2 jaar.
  3. Nieuwkomersklassen met een eigen plek binnen een school.
  4. Scholen met nieuwkomers in de klas.

In dit artikel van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) staat duidelijk het aantal leerplichtige Oekraïense jongeren vermeld en ook hoeveel er staan ingeschreven op een school. Uitgaande van deze informatie is de explosieve groei van het absoluut verzuim niet (geheel) te verklaren door Oekraïense jongeren.

Schatting aantal thuiszitters

Nederlandse Vereniging van Autisme

In het rapport ‘Als iedereen naar school kan, behalve jij’ (2024) van de Nederlandse Vereniging voor Autisme wordt geen totaalaantal thuiszitters vermeld. Wel wordt aangegeven dat één op de zes kinderen met autisme een thuiszitter is.

In het rapport van de NVA staat: “Ons land telt naar schatting 25.000 kinderen met autisme in de leeftijd van 6 tot 18 jaar (1 procent van 2,5 miljoen leerplichtige kinderen in 2023). Als je ervan uitgaat dat bijna 1 op de 6 van deze kinderen thuiszit (16 procent), dan betekent dit dat bijna 4.000 kinderen met autisme in Nederland niet naar school gaan. Dit getal is mogelijk veel hoger aangezien er serieuze aanwijzingen zijn dat autisme vaker voorkomt dan bij 1 procent van de bevolking.”

Lees hier: «‘Bezorgen wij kinderen met autisme een schooltrauma?’» het artikel van Marcia Eckerd over uitval onder kinderen met autisme.
Martine Delfos (biopsycholoog en gespecialiseerd in autisme) zegt in een interview door Eugenia Mangana in 2016 over onderwijs voor kinderen met autisme:
“Kinderen met autisme vallen steeds vaker uit. Niet door het onderwijs maar door hoe ze behandeld worden. Het onderwijs doet iets met hen, wat niet oké is. Dat zijn wij, dat ligt aan ons.”

Op 10 mei 2024 publiceerde Ingrado het rapport ‘Meer zicht op verzuim’. In de bijbehorende bijlage ‘Analyse verzuim 2022-2023’ stelt zij dat het aantal thuiszitters acht keer hoger is dan wordt aangenomen. Hoewel ook wij onderschrijven dat het aantal thuiszitters schrikbarend hoog is en hoger dan wordt aangenomen, is de schatting van Ingrado om verschillende redenen niet geheel betrouwbaar.

Ingrado gaat bij deze berekening bijvoorbeeld uit van kinderen en jongeren die ‘langer dan drie maanden thuiszitten’, in plaats van langer dan 4 weken. Ook is het een voorzichtige schatting, omdat maar een beperkt aantal gemeenten aan het onderzoek deelnam en alle deelnemende gemeenten aangaven niet alle thuiszitters in beeld te hebben.

Ook hier verschilt de gehanteerde definitie en het verschil in meerekenen van verschillende perioden van verzuim steeds. Hierdoor zoemen er overal aantallen rond. De gezamenlijke conclusie is wel dat het er ontzettend veel zijn, en dat het aantal ook alleen maar groter wordt.

Jeugdvisie

ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder noemde tijdens het debat in de Vaste Kamercommissie over passend onderwijs op 29 mei 2024 een getal van in totaal 88.000 thuiszitters (inclusief vroegtijdig schoolverlaters), bestaande uit:

  1. 24.000 thuiszitters (ongeoorloofd verzuim en minder dan drie maanden niet naar school)
  2. 24.000 thuiszitters (‘geoorloofd verzuim’, ziek/vrijstelling enz.)
  3. 30.000 vroegtijdig schoolverlaters (‘VSV’)
  4. 10.000 leerlingen die door schorsing, immigratie of wachtlijsten niet (meer) naar school gaan.

Uit navraag bleken deze cijfers te zijn aangedragen door Jeugdvisie. Op verzoek van Balans beargumenteerde Jeugdvisie deze cijfers in dit document en kwam vervolgens op een aantal van 90.252 thuiszitters (inclusief voortijdig schoolverlaters).

Oudervereniging Balans

Toch doen wij op veler verzoek een aantal conservatieve schattingen. In onze schattingen nemen we overigens de cijfers van de vroegtijdig schoolverlaters níet mee, omdat daar mogelijk een overlap in de telling zit. Het officiële aantal vroegtijdig schoolverlaters is overigens 30.245. Dit getal tellen we uiteindelijk wel bij het geschatte aantal op.

Telling Balans

Uit de enquête Thuiszitters tellen 2024 en de geschreven reacties van de respondenten kan Balans een voorzichtige schatting maken dat het geoorloofd verzuim ongeveer acht keer groter is dan het ongeoorloofd verzuim. Deze bevinding is vergelijkbaar met de uitkomst van het onderzoek Meer zicht op verzuim van Ingrado.

Het zou dan in het schooljaar 2022/2023 om minstens 39.109 thuiszitters gaan. Dit is het aantal leerlingen dat officieel geregistreerd staat, dus: het absoluut verzuim en het ongeoorloofd verzuim langer dan 3 maanden; het aantal kinderen met een vrijstelling 5 onder a; een schatting van het geoorloofd verzuim langer dan drie maanden.

Let wel: het gaat hier om een voorzichtige, conservatieve schatting. De 30.245 voortijdig schoolverlaters erbij opgeteld, is er over het schooljaar 2022/2023 sprake van een totaal aantal thuiszitters van 69.354.

Geen volwaardig onderwijs

Volgens de ethos-classificatie rond dak- en thuisloosheid is er sprake van dak- en thuisloosheid bij gebrek aan volwaardige huisvesting. Zo wordt zowel de feitelijke als de potentiële dakloosheid in beeld gebracht. Er wordt een eendaagse telling gedaan in de gemeente of regio aan de hand van een vragenlijst over mensen die in de ethos-categorieën vallen. Met de ethos-classificatie als inspiratie wordt een veel grotere groep kinderen en jongeren meegenomen: óók de groep waarbij gebrek is aan volwaardig onderwijs. Daarmee neemt Balans waarschijnlijk wél de verborgen en gedeeltelijk thuiszitters mee. Maar ook bijvoorbeeld de ‘thuiszitter op school’. Dat is een kind dat wel naar school gaat, maar daar vervolgens alleen op de gang moet werken, slechts wordt ‘beziggehouden’ of op een andere manier geen volwaardig onderwijs krijgt.

Met de ethos-classificatie als uitgangspunt, zou je de thuiszitters heel anders gaan omschrijven. Dan is er niet zozeer meer sprake van thuiszitters, maar van kinderen met een gebrek aan volwaardig onderwijs. Met daarin de verschillende ‘verborgen thuiszitters’, zoals omschreven in dit rapport.

Volgens het klachtenmanagement staan voor elke geregistreerde klacht tien niet-geregistreerde klachten en honderd uitingen van ongenoegen. Vertaal je dit naar elke geregistreerde thuiszitter, dan staan er voor elke geregistreerde thuiszitter (‘langdurig relatief verzuim’) tien niet-geregistreerde thuiszitters. In het schooljaar 2022/2023 waren er 3.966 langdurig ‘relatief verzuimers’. Vanuit de klachtentheorie zouden dit er tien keer zoveel moeten zijn: 39.660. Dit komt behoorlijk overeen met zowel de schatting van Ingrado als de schatting op basis van onze enquête, te weten zo’n 39.109.

De omschrijving ‘uitingen van ongenoegen’ zou je in deze context kunnen vertalen naar ‘geen volwaardig onderwijs’ (zie boven). Dat zou dus het geregistreerd aantal langdurig verzuimers zijn: 3.966 maal honderd. Dit zou erop neerkomen dat in het schooljaar 2022/2023 zo’n 396.600 kinderen en jongeren geen volwaardig onderwijs kregen. Dat is ongeveer 11,66 procent van de 3,4 miljoen schoolgaande kinderen en jongeren in het schooljaar 2022/2023.

Privacyvoorkeuren
Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie opslaan via uw browser van specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hier kunt u uw privacyvoorkeuren wijzigen. Let op dat het blokkeren van sommige soorten cookies van invloed kan zijn op uw ervaring op onze website en de diensten die wij aanbieden.