Scroll Top

TEKST CHRIS REINDERS

Mats Overmars (14) heeft DCD, oftewel motorische onhandigheid. Bij de pakken neerzitten, doet hij echter niet. Samen met zijn moeder Yvette, of met Annelies, begeleider passend onderwijs, houdt de gymnasiumscholier regelmatig presentaties over de stoornis

Alles aan de kant

Met een zucht ploft Mats neer op de brede bank in de zitkamer van het rijtjeshuis in Tilburg. Hij is eerder uit van school, maar het voordeeltje werd te niet gedaan door de lekke band van zijn fiets. Het tochtje vergde dus aanzienlijk meer inspanning dan gebruikelijk. Maar hij kan fietsen. En dat is niet geheel vanzelfsprekend voor een kind dat de diagnose DCD heeft, zegt hij. Mats kijkt daarbij opzij naar zijn oma Toos. Zij was jarenlang de vaste oppas van de kleine Mats en vele middagen werden ingevuld met fietsles. ‘Alles hier in de kamer ging dan aan de kant. De tafel en de stoelen en oefenen
op een driewieler,’ glimlacht Toos.

Luchtige presentaties

Dat Mats uiteindelijk na vele jaren oefening leerde fietsen, past volledig in de filosofie die hij zijn gehoor tijdens een presentatie voorhoudt: ‘Jezelf niet onderschatten en je niet beperkt voelen’. Hij heeft inmiddels al meerdere presentaties achter de rug: op DCD-avonden, tijdens een landelijk congres en eind vorig jaar in het Balanscafé toen dat Tilburg aandeed. Morgen heeft hij er weer eentje, zegt hij in het gesprek dat eind januari plaatsvindt. Zich erop voorbereiden doet hij niet. Hoeft ook niet. Dat doet Annelies, zijn begeleider passend onderwijs, dit keer. ‘Maar ik wil het ook luchtig houden,’ klinkt het zelfverzekerd uit zijn mond.

Niet weten dat je DCD hebt

Hij is overtuigd van het nut van de ‘optredens’. Mats: ‘Iedereen weet wat autisme is en dyslexie, maar DCD is nog veel te veel onder de radar. Ongeveer vijf procent van de kinderen heeft het. Veel weten niet dat ze het hebben. En dat kan leiden tot verdriet en boosheid. Ik krijg nu bijvoorbeeld tijdsverlenging bij een toets, omdat ik de diagnose heb. Maar als je die niet hebt, krijg je die tijdsverlenging niet. Want je hebt niets. Belangrijk is dus dat docenten de kenmerken van de stoornis kennen en een leerling kunnen doorverwijzen naar een revalidatiearts.’

Met een zogenaamd ervaringscircuit laat Mats de bezoekers van een presentatie ‘voelen’ hoe het is om DCD te hebben. Chips laten eten met Chinese stokjes bijvoorbeeld. Of schrijven op papier met een pen waaraan een elastiekje zit waar een ander aan trekt. Of snoepjes uit een papiertje halen met handschoenen aan. Of met handschoenen aan veters strikken. Dat maakt volgens Mats altijd wel wat duidelijk.

Bewust langer kleuteren

Mats was vier jaar toen zijn leerkracht bij de kleuters ontdekte dat hij DCD heeft, vertelt Yvette. ‘Zij had ooit eerder een kind met DCD gehad en zag bij Mats dezelfde kenmerken: hij kon bijvoorbeeld niet goed op zijn stoel zitten en was motorisch ook niet al te sterk. Die leerkracht heeft vervolgens een consulent passend onderwijs, zij is ook ergotherapeut, ingeschakeld. Mats werd doorverwezen naar het revalidatiecentrum en na diverse onderzoeken werd dus DCD vastgesteld. We hebben geluk gehad dat we een consulent troffen die de stoornis kende. Achteraf gezien had al veel eerder vastgesteld kunnen worden dat Mats DCD heeft. Hij liep bijvoorbeeld heel laat, heeft ook nooit gekropen en hij had als baby moeite zich op te richten.’

Desondanks is Yvette wel blij dat de diagnose werd vastgesteld voordat Mats naar groep 3 ging. ‘We wisten wat er aan de hand was en hoe we moesten handelen. We hebben Mats bewust langer laten kleuteren. Niet voor zijn cognitie, Mats is een slimme jongen, maar vanwege zijn beperkte motoriek. Dat is een goede keuze geweest.’

 

De greep van opa Kees

En dan is er nog opa Kees. Hij leerde Mats om een potlood tussen twee vingers en duim vast te pakken bij het kleuren. ‘Hij pakte dat altijd in zijn knuistje,’ legt Kees uit. En ter demonstratie knijpt hij zijn hand tot een vuist. ‘Dat lukte met de lange potloden die hij had. Maar goed kleuren lukte echter niet. Ik heb Mats op een gegeven moment korte potloden gegeven. Die kon hij niet in zijn knuist vastpakken en die moest hij wel tussen zijn vingers houden.’ Op de basisschool in Tilburg is de manier van het vastpakken van een potlood en een pen nog steeds bekend als de ‘greep van opa Kees’

Schrijven is vermoeiend

Gepest is hij nooit met zijn ‘onhandigheid’, stelt Mats. ‘Ik ben heel sociaal, heb ook veel vrienden. Ben ook altijd duidelijk over mijn situatie.’ Nu op de middelbare school zijn plannen en organiseren nog wel ‘een dingetje’. Hij wordt daarmee geholpen door een coach op zijn school. Verder is schrijven erg vermoeiend. Hij kan dat volgens eigen zeggen ‘goed’, maar het kost hem enorm veel energie en veroorzaakt vaak krampen in zijn hand. Tijdens gymles wil zijn onhandigheid hem nog weleens parten spelen. Zo verhaalt hij over een les softbal. ‘Ik heb de standaard waarop de bal ligt die geslagen moet worden meer geraakt dan de bal.’ Maar treuren doet hij daar niet om. Integendeel: ‘Het was eigenlijk heel grappig. Iedereen moest lachen. En ik zelf ook.’

Filmpje ‘DCD op school’

Kijk hier het filmpje opgenomen tijdens het Balans onderwijs café in Tilburg, waarin Mats en Yvette vertellen over DCD en onderwijs.

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.