Digitaal onderwijs voor leerlingen die niet (volledig) naar school kunnen
Digitaal onderwijs voor thuiszittende leerlingen
Digitaal onderwijs voor thuiszittende leerlingen staat de laatste jaren volop in de belangstelling. Er zijn allerlei ontwikkelingen en initiatieven, maar uit contacten met ouders (o.a. in het webinar ‘Afstandsonderwijs’ van Oudervereniging Balans, terug te kijken voor Balansleden achter de ledeninlog) blijkt er nog veel onduidelijkheid te zijn en is de toegankelijkheid zeker nog niet gemakkelijk.
Op deze pagina geven we verduidelijking over een aantal zaken en geven we tips voor het vinden van de juiste route om digitaal onderwijs te realiseren.
Deze informatie is samengesteld in samenwerking tussen Oudervereniging Balans en de Stichting Gedragswerk (Jaap van Petegem). * Juni 2025 *
Digitaal onderwijs wél mogelijk maken
De mogelijkheid om ‘te leren via internet’ bestaat al sinds het begin van de ontwikkeling van het internet zelf. Maar als alternatief voor onderwijs op een schoollocatie en dan met name voor leerlingen die niet in staat zijn (of worden gesteld) om onderwijs te volgen op die schoollocatie, staat digitaal onderwijs feitelijk nog in de kinderschoenen. Dit komt mede doordat het tot voor kort door de overheid (en de onderwijsinspectie) nog sterk werd afgeraden en zelfs als verboden werd verklaard. In de regelgeving rond bekostiging van het onderwijs wordt er vanuit gegaan dat onderwijs alleen bekostigd wordt wanneer het wordt gegeven op een fysieke onderwijslocatie.
Gelukkig verschuift de ‘reflex’ van verbieden naar onderzoek naar mogelijkheden om digitaal onderwijs juist wel mogelijk te maken.
Hierin zijn in ieder geval deze twee belangrijke ontwikkelingen zichtbaar:
-
De brochures die het Ministerie van OCW ontwikkelde voor ouders en professionals m.b.t. inzet van digitaal afstandsonderwijs:
Digitaal afstandsonderwijs voor professionals | Brochure | Rijksoverheid.nl
Digitaal afstandsonderwijs voor ouders | Brochure | Rijksoverheid.nl - Het Actieprogramma Digitale School van het Ministerie van OCW, waarbij coalities van Samenwerkingsverbanden PO en VO de mogelijkheid krijgen om zelf digitaal afstandsonderwijs te ontwikkelen en in te zetten.
Het is mooi en goed dat deze ontwikkelingen er zijn. Alleen bieden ze, op korte termijn en in het hier en nu, nog weinig kapstokken voor ouders om werkelijk digitaal afstandsonderwijs voor hun nu thuiszittende kinderen te organiseren. Wij vinden het daarom wel nodig dat er informatie is die ouders op dit moment duidelijkheid geeft en handvatten biedt om digitaal onderwijs voor hun kinderen te realiseren.
Hier geven we stapsgewijs verschillende mogelijkheden en overwegingen aan. Ook geven we aan waar ouders eventueel ondersteuning kunnen krijgen.
Redenen voor digitaal onderwijs
Soms zijn dat bijzondere redenen zoals voor jongeren tijdens een langdurige reis, verblijf in het buitenland of tijdens hun topsportopleiding, vaak is de aanleiding minder rooskleurig.
Regelmatig wordt geconstateerd dat een leerling wel ‘leerbaar’ is, maar niet kan deelnemen aan het onderwijs op school vanwege ziekte (lichamelijk en/of psychisch), en/of schooltrauma, en/of anders lerend (bijvoorbeeld hoogbegaafdheid), en/of prikkelgevoeligheid, en/of ASS, en/of stress, en/of conflicten enzovoort. Digitaal onderwijs inzetten (geheel of gedeeltelijk) kan soms ook een preventieve werking hebben met betrekking tot volledige schooluitval.
Het is goed dat ouders zich realiseren dat de instanties en scholen die betrokken zijn bij de inrichting van digitaal onderwijs over het algemeen gericht zullen zijn op aansluiting bij fysiek onderwijs. Daardoor vinden er vaak de nodige “gesprekken en oriëntaties” plaats, bijvoorbeeld in de vorm van een MDO (multidisciplinair overleg).
Hier gaan we ervan uit dat de mogelijkheden om fysiek onderwijs te volgen voldoende zijn onderzocht.
Digitaal onderwijs en wetgeving
Digitaal onderwijs als vervanging van fysiek onderwijs moet onder de huidige onderwijswetgeving nog plaatsvinden onder de noemer van “vermindering onderwijstijd” (zie ook de Variawet). Hiervoor heeft de school over het algemeen een deskundigenadvies (arts, psycholoog e.d.) nodig. Aan ouders (en/of de jongere vanaf 12 jaar) moet toestemming worden gevraagd om deze deskundige te betrekken. De school geeft daarbij aan welke deskundige dit volgens hen zou moeten zijn en waarom. De school heeft hier een procedure voor. Als je deze niet hebt ontvangen, vraag de school hier dan naar.
Voor vragen over ‘vermindering van onderwijstijd’ verwijzen we naar de brochures en filmpjes over passend onderwijs voor leerlingen en ouders op de website van de Rijksoverheid.
Ouders en jongeren kunnen ook terecht bij het ouder- en jeugdsteunpunt van het samenwerkingsverband en/of bij de advieslijn van Balans.
Mogelijkheden voor digitaal onderwijs
Er zijn verschillende mogelijkheden om digitaal onderwijs te volgen, aangepast aan de behoefte van de leerling.
Is het voor het kind (nog) van belang, en/of mogelijk, om onderdeel te zijn van het onderwijsproces op school?
Is de gebruikelijke manier van onderwijs passend bij de manier van leren, of moet dit meer worden losgelaten?
Hoe zit het met het sociale deel, het contact met klas- of leeftijdsgenoten en/of ‘peers’?
Het is belangrijk deze vragen te beantwoorden, om een weloverwogen keuze te kunnen maken.
Door het opstellen en afstemmen van een OPP (ontwikkelingsperspectief) kunnen onder andere voornoemde vragen worden beantwoord.
Mogelijke vormen van digitaal onderwijs
- Online verbinding met de school:
Bijvoorbeeld via een webverbinding/laptop, of een ‘robotmaatje’ die de leerling ‘vervangt’ in de klas.
De leerling kan op die manier op afstand onderdeel zijn van het onderwijsproces in zijn/haar eigen school/klas. - Gebruik van een digitale leeromgeving:
Veel uitgevers van schoolmethodes bieden hun programma ook digitaal aan.
De leerling volgt dan hetzelfde onderwijsprogramma als op de fysieke school, maar in een eigen tempo en op een aangepast moment.
Er moeten wel afspraken worden gemaakt over instructie, controle en toetsing.
In sommige situaties gebeurt dit via directe contacten tussen leraar en leerling, op school en/of thuis. - Gebruik maken van particuliere onderwijsaanbieders:
Deze aanbieders hebben vaak een specifiek programma dat beter aansluit bij de behoeften van een leerling.
Ze worden commercieel genoemd, omdat ze niet worden gesubsidieerd en er dus kosten aan verbonden zijn.
Dat betekent echter niet dat ze onbetaalbaar zijn. De wetgever staat toe dat scholen programma’s bij hen inkopen en financieren.
Een overzicht van aanbieders vind je op de website van Movisie (initiatievencollectief).
De school koopt in, blijft mede-regisseur van de uitvoering en is eindverantwoordelijk voor de resultaten (zorgplicht).
Het belang van een OPP
Er dient altijd een OPP (Ontwikkelingsperspectief) te worden opgesteld waarin staat beschreven:
– op welke manier wordt gewerkt aan terugkeer naar fysiek/regulier onderwijs, en
– welke aanpassingen de school moet doen om dit mogelijk te maken.
Een OPP is verplicht zodra een leerling extra ondersteuning krijgt. Hieronder valt ook het aanbieden van digitaal onderwijs.
Zie de brochures over passend onderwijs voor meer informatie over het OPP.
Uitvoering en begeleiding
Bij de uitvoering van online-onderwijs is het wenselijk dat de medeverantwoordelijke school ook ondersteuning biedt.
Dit kan door online contactmomenten, of door leraren die regelmatig thuis langskomen om de voortgang en resultaten te bespreken.
Recent heeft gedragswerk hierover een brochure gepresenteerd:
“Onderwijs buiten de schoolmuren”, waarin scholen worden geïnformeerd over de mogelijkheden om dit goed vorm te geven.
Wanneer de situatie dat toelaat en het aansluit bij de behoeften van de leerling, is het wenselijk dat de leerling op bepaalde momenten
ook fysiek de school bezoekt. Dit kan onder of na schooltijd, om de verbinding met de school te behouden.
De regelgeving gaat er bovendien vanuit dat de leerling op enig moment weer gaat deelnemen aan fysiek onderwijs
(op de huidige school, een andere school of in vervolgonderwijs).
In sommige situaties kan een hybride onderwijsvorm worden gevonden.
De leerling neemt dan bijvoorbeeld fysiek deel aan sport, handvaardigheid of praktijklessen op school,
terwijl andere vakken digitaal gevolgd worden.
Het eerste advies zal altijd zijn om contact te zoeken met de school/het schoolbestuur waar de leerling staat (of stond) ingeschreven,
Wanneer er geen schoolinschrijving is of de school weigert mee te werken dan ben je als ouders vrij om een andere school in de omgeving van de woonplek te vragen of zij in staat zijn mee te werken aan het organiseren van digitaal onderwijs.
Je kunt ook contact opnemen met het (ouder- en jeugdsteunpunt van het) samenwerkingsverband van scholen (SWV-PO of SWV-VO), die verantwoordelijk is voor het organiseren van een dekkend onderwijsaanbod in de desbetreffende regio
Het schoolbestuur van de school van inschrijving heeft ‘zorgplicht’ en moet meewerken aan het vinden van een passend onderwijstraject voor elke aangemelde en/of ingeschreven leerling. Mochten deze organisaties daar niet in slagen dan is het ook mogelijk een beroep te doen op de leerplichtambtenaar en/of de gemeente om te bemiddelen.
Het kan nodig zijn om een onafhankelijke derde partij in te schakelen om te bemiddelen wanneer een jongere gen onderwijs volgt. Dat kan o.a. via de Onderwijsconsulenten zij kunnen een rol spelen in de zoektoch naar een passende onderwijsplek. Oudervereniging Balans en / of Ouders & onderwijs kan ouders informeren en adviseren over de te ondernemen stappen. Op de website van de Rijksoverheid, vind je ook duidelijke en uitgebreide brochures en filmpjes over passend onderwijs, ook in andere talen.
Uit ervaring weten we dat ouders er – ondanks het inschakelen van deze partijen – lang niet altijd in slagen het juiste onderwijs voor hun kinderen geregeld te krijgen. Helaas ontstaan daaruit vaak vertroebelde verhoudingen die het kind niet ten goede komen
De realisatie van digitaal onderwijs is vaak minder eenvoudig dan mogelijk uit het voorgaande lijkt. Dat heeft ook vaak te maken met conflicterende belangen en visies:
- Ouders willen het beste voor hun kind en hebben vaak in de aanloop naar de aanvraag voor digitaal onderwijs al de nodige tegenslagen te verwerken gehad. Zij worden uiteindelijk geconfronteerd met een “thuiszitter” wat behoorlijk wat impact heeft.
- Leraren zien mogelijk op tegen de realisatie van digitaal afstandsonderwijs voor een enkele leerling, omdat dat naast hun reguliere onderwijs- en administratieve taken vaak een extra belasting is.
- Schoolbestuurders kunnen terughoudend zijn m.b.t. het vrijmaken van financiële middelen ten behoeve van een individuele leerling, ook vanwege mogelijke precedentwerking en verantwoordingseisen.
- Instanties als leerplicht en inspectie zijn huiverig m.b.t. de inzet van afstandsonderwijs, gelet op regelgeving en controlemogelijkheden.
Een aandachtspunt voor alle betrokken partijen is het gebrek aan sociale interactie die gepaard kan gaan met digitaal onderwijs op de thuislocatie.
Het is derhalve voor alle betrokken partijen zaak om vooral de echte belangen van de leerling bij het realiseren van digitaal afstandsonderwijs onder ogen te zien en daarover met elkaar tot overeenstemming te komen. Schroom niet om daarbij om assistentie te vragen.
In de praktijk blijkt de financiering van online-onderwijs nog wel een probleem.
De kosten die de school maakt moeten door hen worden betaald uit de reguliere onderwijssubsidie (op basis van de inschrijving van de leerling, het leerlinggebonden budget). Ze kunnen met dat geld digitaal onderwijs organiseren of inkopen.
De kosten die de ouders maken, moeten door hen zelf worden gefinancierd, terwijl het thuiszitten van hun kind (en daardoor niet kunnen deelnemen aan het arbeidsproces van één van de ouders) al vaak zwaar drukt op het gezinsbudget.
Gelukkig zien scholen steeds meer de mogelijkheid om middelen voor online-onderwijs vrij te maken, soms op basis van hun reguliere budget, soms op basis van projectsubsidies. Het is goed om bij blokkerende communicatie over de financiering ook bemiddeling aan te vragen. Dat kan soms ook via de afdeling Leerplicht van de Gemeente.
Het is te hopen dat de recent in gang gezette projecten de Digitale School – waarbij coalities van Samenwerkingsverbanden werken aan ontwikkeling van online-onderwijs – ook middelen bieden voor bestaande online-onderwijs-situaties.

