Scroll Top

Extra informatie bij artikel ‘De aanleg voor adhd verhoogt ook het risico op leerproblemen’

Dyslexie en dyscalculie komen vaak samen voor met adhd. Niet omdat het één het ander veroorzaakt, maar omdat dezelfde genen betrokken zijn bij de erfelijke aanleg. Dr. Elsje van Bergen leidde het onderzoek naar deze samenhang.

Dr. Elsje van Bergen is associate professor Educational Genetics aan de Vrije Universiteit Amsterdam en visiting professor aan de Universiteit van Oslo. Zij leidde het onderzoek ‘Co-Occurrence and Causality Among ADHD, Dyslexia, and Dyscalculia’, met gegevens van ruim 20.000 kinderen.

Stigmatiserend taalgebruik

Van Bergen licht toe dat het onderzoek oorspronkelijk geschreven was vanuit het medische model, met termen zoals ‘comorbiditeit van stoornissen’. Maar in de ruim acht jaar dat ze bezig was met dit onderzoek, raakte ze steeds meer betrokken bij de autisme-onderzoeksgemeenschap, waar veel aandacht is voor hoe taal kan bijdragen aan stigmatisering. Daardoor begon ze zich af te vragen of deze termen niet te negatief waren en beter konden worden aangepast.

Enquête op X

Ze legde deze vraag voor aan een brede groep volgers via haar sociale media en een ruime meerderheid deelde haar mening. Een informele enquête op X (voorheen twitter) bevestigde de beslissing om te kiezen voor andere termen. Van de 117 mensen die de enquête invulden, koos 17 procent voor ‘comorbide stoornissen’, 77 procent voor ‘samen voorkomende aandoeningen’ en 6 procent voor ‘iets anders’.

Neutralere termen

Daarop besloot Van Bergen het artikel te herschrijven en neutralere termen te gebruiken als ‘co-occurrence of conditions’, het ‘samen voorkomen van condities’. Hier ging het gerenommeerde Psychological Science niet direct mee akkoord – omdat dit meer dan een kleine taalwijziging was, moest het artikel opnieuw worden gereviewd. Dat is begrijpelijk, legt Van Bergen uit: ‘Bij een leerstoornis, heb je het echt over kinderen die op die vaardigheid heel erg laag scoren, terwijl een leerprobleem, een breder begrip is en een grotere groep omvat.’ Uiteindelijk is het artikel gepubliceerd met het neutralere taalgebruik.

Persoonlijke fascinatie

Op de vraag waarom Van Bergen zich richt op kinderen met ontwikkelings- en leerproblemen, antwoordt ze: ‘Ik ben gefascineerd door de wetenschap van de ontwikkeling van kinderen en de invloed van genen en omgeving en hoe die effecten in elkaar verweven zitten. Waarom verschillen kinderen in schoolse vaardigheden? In Nederland hebben we een goed onderwijssysteem, gratis en met een gestandaardiseerd onderwijsprogramma, maar toch verschillen kinderen enorm in hoe makkelijk ze bijvoorbeeld lezen oppikken.’

Het onderwijs verbeteren

Het doel van Van Bergens onderzoek is dan ook om te zorgen dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Om ervoor te zorgen dat haar fundamentele onderzoek ook echt een verschil kan maken, deelt Van Bergen haar onderzoeksresultaten actief met onderwijsprofessionals, beleidsmakers en via media. Ze geeft lezingen, neemt deel aan podcasts en interviews, en probeert zo haar bevindingen breed toegankelijk te maken, binnen en buiten Nederland. Daarnaast is Van Bergen betrokken bij adviesorganen, zoals de Kennistafel Effectief Leesonderwijs om de vertaalslag naar de praktijk te maken en zo het onderwijs te verbeteren.

Nederlands Tweelingen Register

Het onderzoek naar het samen voorkomen van adhd en leerproblemen, maakte gebruik van het Nederlands Tweelingen Register, met tweelingen van allerlei leeftijden. Voor dit onderzoek deden tweelingkinderen tussen de 7 en 10 jaar mee, en hun broers, zussen, ouders, en leerkrachten. Dit is nodig om erfelijke invloed te onderscheiden van omgevingsinvloeden. Eéneiige tweelingen hebben hetzelfde dna, terwijl twee-eiige tweelingen 50 procent van hun dna delen, net als gewone broers en zussen. Naast vragenlijsten analyseerden Van Bergen en collega’s ook schooltestresultaten. Deze informatie konden de onderzoekers goed gebruiken om oorzaak en gevolgrelaties te onderzoeken.

Doe ook mee met tweelingenonderzoek!

Een groot aantal deelnemers is nodig om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de frequentie van het samen voorkomen van condities. Daarom is data van maar liefst 19.125 tweelingen en 2.150 broers en zussen gebruikt. Het tweelingenregister verzamelt al data sinds 1986 waardoor unieke en langdurige datasets beschikbaar zijn. Ben jezelf tweeling of heb je een tweeling? Doe dan ook mee met onderzoek.

Dr. Elsje van Bergen
Privacyvoorkeuren
Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie opslaan via uw browser van specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hier kunt u uw privacyvoorkeuren wijzigen. Let op dat het blokkeren van sommige soorten cookies van invloed kan zijn op uw ervaring op onze website en de diensten die wij aanbieden.