Extra informatie bij artikel ‘Ontwerp schoolgebouwen voor diversiteit’
TEKST RENÉ LAMERS
Nog steeds worden klassieke schoolgebouwen neergezet, terwijl over ruim acht jaar inclusief onderwijs de norm is. Alle kinderen kunnen dan naar een school dichtbij huis, óók die met een beperking, extra ondersteuningsbehoefte en die zijn uitgevallen. In een klassiek gebouw is dat lastig. Een gebouw zet je voor vele decennia neer, waarom wordt dan niet nog uitsluitend inclusief gebouwd? Een wetsvoorstel dat toegankelijkheid moest afdwingen, is afgewezen.
Gelijke kansen, ook als kind
Hoewel nog veel werk is te verzetten, gaat Nederland vanaf 2035 voldoen aan internationale verdragen en Europese en Nederlandse wetten voor inclusief onderwijs. Die stellen dat kinderen samen, gelijkwaardig en zonder obstakels onderwijs kunnen volgen. Kinderen moeten immers gelijke kansen hebben. En in de samenleving heb je ook te maken met mensen met een grote diversiteit, dan is het raar als je dat als kind niet hebt.
Vanzelfsprekend inclusief
Er worden wel al inclusieve onderwijsgebouwen neergezet. Zoals KC De Kroevendonk in Roosendaal. Dat krijgt regelmatig bezoek van schoolteams die zich oriënteren op een inclusieve school. Rolstoelen kunnen er bijvoorbeeld overal komen, muren absorberen geluid en er zijn ruimten voor rust of concentratie. ‘We mochten gaan bouwen, nadat we al twintig jaar inclusief onderwijs gaven,’ licht directeur Teun Dekker toe. ‘Voor ons was het dus vanzelfsprekend dat het nieuwe gebouw inclusief zou zijn.’
Het gebouw sluit aan op de diversiteit aan kinderen, die ook meedachten met het ontwerp. Er kwamen rustige werkplekken, goede akoestiek, brede gangen, een snoezelruimte en een schoolplein met zowel actieve als rustige plekken.
Een schoolgebouw heeft grote invloed of een kind zich er welkom voelt, ontdekte hoogleraar Carolien Rieffe, gespecialiseerd op de invloed van de omgeving op mensen. ‘Een gebouw doet meer beroep op de cognitieve functies dan gedacht. Vooral kinderen met een neurodivergent brein, zoals autisme of adhd, ondervinden meer problemen, zoals concentratieproblemen.’
Onderwijsuitval keren
Inclusiviteit is meer dan rolstoeltoegankelijkheid, ruimte voor zorg en aangepaste toiletten. Die zijn zeker belangrijk voor veel kinderen om onderwijs te kúnnen volgen. Maar de kern van inclusief onderwijs is inclusieve didaktiek en pedagogiek. Van dat aspect aan inclusief onderwijs wordt verwacht dat het de snelle toename van onderwijsuitval (inmiddels zeker 70.000 kinderen) zal keren. Dat vraagt ook een ander gebouw. ‘Inclusief onderwijs begint niet met het gebouw, maar met de visie,’ zegt Teun. ‘Een gebouw kan die visie wel versterken.’ Die visie is eigenlijk simpel: het besef dat geen twee kinderen hetzelfde zijn, dat er geen normen en geen ‘afwijkingen’ bestaan. Wie vervolgens nadenkt over wat kinderen nodig hebben om samen te leren, ontwerpt een school die beter aansluit bij de grote diversiteit. Je moet niet wachten met inclusief onderwijs totdat je nieuwbouw kunt neerzetten.’
IKC Kethel in Schiedam mag nieuwbouw neerzetten. Dat kreeg Ronika Horlings meteen te horen bij haar aanstelling als directeur. Maar bij de randvoorwaarden hoorde ze geen inclusief gebouw als opdracht. ‘Daarover is niet gesproken.’ IKC Kethel geeft ook nog geen inclusief onderwijs. ‘Mijn team en ikzelf hebben er nog weinig beeld bij. We hebben wel al inclusieve elementen, zoals een talentklas, zorgvoorzieningen en we werken samen met een voorschool voor kennis en een soepele overgang.’
Het risico bestaat nu dat straks inclusief onderwijs in het gebouw van IKC Kethel moeilijk wordt en dat het voor veel gemeenschapsgeld weer aangepast moet worden.
Huisvestingsplan en visie
‘Het is heel raar als je nu nog een school bouwt die niet inclusief is. Zonde van het geld,’ stelt Thijs Hardick van Ieder(in), de koepelorganisatie voor mensen met een fysieke of verstandelijke beperking en een chronische ziekte. Ieder(in) hoopte op een wetsvoorstel dat zou afdwingen dat alleen nog inclusieve onderwijsgebouwen neergezet zouden mogen worden. Maar dat is afgewezen. Of vriendjes samen naar school kunnen, hangt nu af van de gemeente waar kinderen wonen, of die inclusiviteit in haar huisvestingsplan heeft staan, en of het schoolbestuur het als visie heeft. Roosendaal had dat niet, maar sinds De Kroevendonk er staat, is het wel opgenomen.
Aanpasbaar gebouw
Inclusieve huisvesting leeft heel wisselend bij scholen, ziet Tanja van Nes, huisvestingsspecialist bij de PO-Raad, de belangenvereniging van schoolbesturen in primair onderwijs. ‘Als vereniging hebben we inclusief onderwijs omarmd. Bij leden zie je dat de ene school stappen richting inclusief onderwijs wil zetten, maar de ander haken en ogen ziet, vooral door onbekendheid over gevolgen voor personeel, financiën en de ruimte.’
De PO-Raad geeft in haar informatie aan leden vier criteria mee voor het programma van eisen voor nieuwbouw, waaronder inclusiviteit. Tanja: ‘Belangrijk is dat het gebouw aanpasbaar is. Het onderwijs heeft namelijk de neiging elke acht jaar van visie te veranderen. Daarop moet het gebouw ingesteld zijn. Dan is het later ook aan te passen aan inclusief onderwijs.’
Meer ruimte
Soms voert een school aan dat ze ‘nog niet weet wat de kindpopulatie wordt’. Vanuit de gedachte van de huidige scheiding tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs is dat te begrijpen. Bij inclusief onderwijs maakt het echter niet uit: het gebouw moet sowieso voor iedereen geschikt zijn. Buurten veranderen, mensen verhuizen. Ieder(in) adviseert daarom om bij nieuwbouw uit te gaan van maximale normen. Wel waarschuwt Teun Dekker van De Kroevendonk dat een inclusief schoolgebouw per definitie meer ruimte nodig heeft dan een traditioneel; iets om rekening mee te houden. ‘Wij moesten op de oude plek nieuwbouw neerzetten.’ Naast de normen voor vierkante meters per leerling, komt dat ook door andere functies in het gebouw, zoals opvang, zorg en een maatschappelijke functie. Maar wie betaalt dan wat? Valt een snoezelruimte bijvoorbeeld onder onderwijs of zorg? Die potjes zijn wettelijk nog gescheiden. ‘Met een contract kun je dat opvangen,’ zegt Teun. ‘Bureaucratie moet je soms met bureaucratie bestrijden.’
Divers ontwerp
Carolien Rieffe schrijft artikelen en geeft presentaties over aandachtspunten in een gebouw waarbij een kind met autisme baat heeft. Bekend zijn ruimten waar je rustig kunt leren en werken. Maar ook niches waar kinderen in een klein groepje samenkomen, markering van ruimten voor meer overzicht en duidelijkheid, ruime gangen voor persoonlijke ruimte, een schoolingang waar je niet meteen in een drukke ruimte belandt, en geluiddempende materialen op muren, vloeren en plafonds. Carolien: ‘Je moet in je ontwerp diversiteit meenemen en niet het hele gebouw strak volgens hetzelfde principe bouwen. Elk kind heeft andere behoeften; ook iemand zonder autisme heeft soms rust nodig.’ Voor het schoolplein is groen belangrijk volgens Carolien. Dat is kalmerend, het prikkelt de zintuigen en kan bijvoorbeeld een voetbalveldje afbakenen. Ook willen kinderen graag vanaf een hoogte of een afstand kunnen overzien wat er allemaal gebeurt. ‘Onderzoek laat zien dat kinderen na de pauze op zo’n schoolplein zich beter kunnen concentreren en beter leren.’
Leerlabs
Carolien is als expert ook betrokken bij het ‘innovatieprogramma onderwijshuisvesting’. Daarin wordt in drie leerlabs innovatie onderzocht voor 27 concrete bouwprojecten. Eén leerlab richt zich op de invloed van inclusiviteit op het schoolgebouw. Projectleiders, gemeenten, architecten, schoolleiders en anderen kijken samen naar nieuwe toepassingen, die daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden. De labs worden betaald vanuit het Nationaal Groeifonds van het Rijk. ‘Het ministerie van Onderwijs voert een nulmeting uit en een effectmeting, waarin ook wordt gekeken naar de invloed van innovaties op leerprestaties van kinderen,’ licht Lenneke Noorlander toe, coördinator van het lab rond inclusiviteit. De invloed van inclusieve didaktiek en pedagogiek op het gebouw is echter nog nieuw. ‘Uit de leerlabs volgen standaarden en richtlijnen voor heel onderwijsland.’ Veel scholen zitten verlegen om deze kennis, omdat ze zelf niet alles kunnen uitzoeken voor een goede afweging. Ook is dit materie die doorgaans buiten hun expertise en interesse valt.
Kennis delen
Hoe bereikt deze kennis een IKC als Kethel, dat nog geen focus op inclusief onderwijs had en het druk heeft met tal van andere dingen? ‘Ik denk via mijn bestuur, en dat moet weer ingelicht worden door de PO-Raad,’ meent directeur Ronika.
De PO-Raad ziet voor zichzelf zeker een rol, als initiator van het innovatieprogramma, sectorontwikkeling, kennisopbouw en kennisdelen, zoals via nieuwsbrieven. Ze ziet ook een rol voor gemeenten, schoolbesturen en de bouw- en technieksector. ‘Gemeente en schoolorganisaties stellen samen een integraal huisvestingsplan op, waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor renovatie en nieuwbouw en de schoolorganisatie voor uitvoering. Dat verschilt per gemeente.’
Inclusiviteit als focus
Ed Bijman, zelf architect en adviseur in inclusief ontwerpen, denkt niet dat architecten die rol van kennisoverdrager kunnen vervullen. Door een dwarslaesie is hij zelf aangewezen op een rolstoel en ging hij zich richten op inclusief ontwerpen. ‘De kennis erover is bij de meeste architecten beperkt, omdat het niet in de opleiding zit. Een enkele architect zal het de opdrachtgever misschien voorstellen, maar als die er niet op ingaat, zal de architect toch doen wat zijn opdrachtgever wil. Ed zou het wel willen zien. ‘Iedereen die zich ermee bezighoudt – gemeente, school, architect, projectontwikkelaar – zou inclusiviteit als focus moeten hebben. De PO-Raad vraagt zich af of dat van een schoolleider niet te veel gevraagd is: ‘Die mag misschien één keer in zijn of haar carrière nieuwbouw neerzetten.’
Wat betreft de gemeente ligt het net aan waar je kind onderwijs moet krijgen, zo wijst de praktijk uit. Zo heeft Schiedam waar IKC Kethel onder valt een huisvestingsplan waar inclusieve bouw niet wordt genoemd. Maar Vlaardingen dat onder hetzelfde samenwerkingsverband valt, kent juist een uitgebreide paragraaf daarover.
Breder maatschappelijk doel
Een gemeente heeft voor haar maatschappelijke beleidsdoelen baat bij inclusief onderwijs: minder onderwijsuitval, minder (kosten voor) jeugdzorg en welzijn, gelijke kansen en een betere startsituatie voor de ontwikkeling van kinderen (met alle daaruit mogelijk volgende effecten, zoals minder criminaliteit, minder uitkeringen, sterke wijken enzovoorts). In een stad als Schiedam zijn dit actuele thema’s. Op deze integrale manier wordt vaak nog niet naar inclusief onderwijs gekeken. In overleggen met schoolbesturen bespreekt Schiedam wel het belang van inclusief onderwijs.
Op de vraag of de gemeente al een potje reserveert om nieuwe schoolgebouwen straks alweer aan te passen om inclusief onderwijs mogelijk te maken, heeft Schiedam nog geen antwoord. Het is onbekend of het Rijk dat gaat betalen.
Inclusief denken
Door het gemis van wetgeving zullen er voorlopig niet-inclusieve gebouwen neergezet blijven worden. Daarvan staat nu al vast dat ze verbouwd moeten gaan worden. Volgens de PO-Raad zou de overheid samenwerkingsverbanden nog kunnen opdragen meer proactief te zijn richting besturen om inclusieve bouw te stimuleren en dit meer helpen mogelijk te maken.
Ronika en haar team van IKC Kethel zijn inmiddels verder. ‘We hebben een sessie met een werkgroep gehad waaruit vanuit het team al inclusieve elementen kwamen, zoals een lift en brede gangen. Inclusief denken zit er dus wel in.’ Ook wil Ronika op een inclusieve school gaan kijken. ‘Dat moet wel naast de dagelijkse zaken en het regelen van de verhuizing naar tijdelijke huisvesting. En als nieuwe directeur ben ik ook bezig met het team.’ IKC Kethel zal naast onderwijs ook een wijkfunctie krijgen, voor samenkomst, cursussen, maar ook logopedie en fysiotherapie.
Bestaande gebouwen
Een inclusief gebouw is bij nieuwbouw niet per se duurder, zegt architect Ed. ‘Als je het in je ontwerp mee kunt nemen, blijkt het hooguit één à twee procent duurder te zijn. Maar ook bestaande gebouwen moeten straks voldoen, hoewel bouweisen nog bepaald moeten worden. Dat vraagt aanpassing van heel veel gebouwen. Dat is complex en gaat veel geld kosten. De PO-Raad wil dat het Rijk daarover duidelijkheid geeft. En dan zijn er nog de gebouwen voor speciaal onderwijs die inclusief moeten worden.
‘Verdiep je breder dan de beperking’
Ed Bijman vindt het huidige bouwbesluit onvoldoende voor inclusieve schoolgebouwen.
‘Het bouwbesluit is gericht op de gemiddelde mens, terwijl de diversiteit in mensen erg groot is. Toegankelijkheid is meer dan een set aan eisen of een afvinklijstje. Het gaat ook om gelijkwaardigheid en vanzelfsprekendheid. Je moet je inleven in wat iemand nodig heeft. Verdiep je in meer dan iemands beperking of de behoefte, in diens leven, financiën en sociale leven.’
Bekijk de Leidraad Toegankelijk Bouwen.
Focus on emotions
Op focusonemotions.nl lees je meer over de onderzoeken van Carolien Rieffe en concrete voorbeelden van wat werkt. Op het gelijknamige YouTubekanaal vind je lezingen hierover; in het Engels, maar Nederlands te ondertitelen.
‘Een leraar in een rolstoel moet toch ook les kunnen geven’
Thijs Hardick doet samen met collega Vera Meewis onderzoek naar en lobby voor toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Onder andere voor het wetsvoorstel inclusieve schoolgebouwen dat is afgewezen. Daarmee houdt het voor hen niet op.
Er is geen wet, zijn er wel andere manieren om scholen inclusief te laten bouwen?
Thijs: ‘In algemene zin zijn er in Nederland normen en richtlijnen over toegankelijkheid van gebouwen, maar er is vrijblijvendheid. In de concurrentie met andere zaken willen deze aspecten vaak sneuvelen; ofwel door gebrek aan geld ofwel omdat er onvoldoende belang aan gehecht wordt. Er is geen economische hefboom voor: een school wint er niet mee en als je het niet doet, staan er geen straffen of boetes op. Aan isolatienormen wordt dan wel voldaan, maar niet aan toegankelijkheid, omdat dat niet is verankerd in wetgeving. Soms is er wel een bedrijfsjurist die eraan denkt, maar dan vanuit risicocalculatie.’
Vera: ‘Schooldirecteuren denken er ook niet meteen aan, door de scheiding tussen gespecialiseerd en regulier onderwijs. Zij denken: Dat is cluster 3, dat is niet onze doelgroep. Terwijl gespecialiseerd onderwijs precies weet wat in een gebouw nodig is voor deze groep. Als reguliere school is ook nog moeilijk te voorspellen wie straks van je gebouw gebruik gaat maken. Andere factor is dat de inrichting van een school een sterke koppeling heeft met de onderwijsvisie van de school. Is die klassikaal, zijn er leerpleinen, bewegen leerlingen door de hele school?’
Hoe overtuig je een schooldirecteur die nog niet met inclusief onderwijs bezig is en dus nog geen noodzaak ervaart?
Thijs: ‘Een school moet met de tijd mee. Het is heel raar als je nu nog een school bouwt die niet toegankelijk is. Ga bij jezelf na: hoe flexibel is je bouwconcept om het later inclusief te maken? Mijn tip is: ga van het maximale uit. Er zijn IKC’s, integrale kindcentra, waarin kinderopvang zit, een gezondheidscentrum, enzovoorts. Kunnen die erin? Heel veel dingen wil je sowieso in je gebouw, of je nu inclusief onderwijs biedt of niet. Zoals een gladde vloer: gemakkelijk voor rolstoelen en goed schoon te houden tegen allergieën. Voor iedereen zijn geluidsabsorberende muren fijn, niet alleen voor prikkelgevoelige kinderen. Dat zijn basisingrediënten. Net als een kolfruimte dat is.’
Vera: ‘Als reguliere school kun je veel leren van gespecialiseerd onderwijs. Kijk bijvoorbeeld eens in Venlo. Daar is een IKC voor sbo, so en primair onderwijs. Elke gang is daar toegankelijk voor grote rolstoelen, zodat leerlingen overal kunnen komen. Er is een grote centrale ruimte, maar ook een balkon waar prikkelgevoelige leerlingen toch alles mee kunnen krijgen. In Roermond staat een IKC met variatie in ruimten die naast elkaar liggen, zodat je als reguliere leerling ook gebruik kunt maken van een andere ruimte. Dat is weer interessant als het om ondersteuning gaat.’
Als overtuiging niet werkt, kun je het dan toch afdwingen?
Thijs: ‘Via Besluit bouwwerken leefomgeving, BBL, en de NEN-norm9120 voor Toegankelijkheid van Gebouwen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Voor gespecialiseerd onderwijs zijn de normen logisch, maar wat doe je als je een docent hebt die in een rolstoel belandt maar nog gewoon goed onderwijs kan geven? Dan wil je toch óók dat je gebouw toegankelijk is?’
Een directeur van een reguliere basisschool kan denken: een rustruimte of geluidsabsorberende materialen vallen niet onder onderwijs, dat moet zorg betalen. Zeker als het budget beperkt is en de gemeente geen richtlijnen meegeeft.
Thijs: ‘Het ís geen zorg. Dit hoort bij wat nodig is om kinderen onderwijs te kunnen laten volgen. Anders moet je toiletten voortaan óók maar buiten het gebouw plaatsen. Dat is ook geen onderwijs, maar die heb je wel nodig. Je moet als directeur bereidheid hebben om anders te denken. En het is een kwestie van goed werkgeverschap, want je school moet ook voor je personeel goed toegankelijk zijn. Zeker met het oog op de arbeidsmarkt is dat wel zo belangrijk. In de hele keten van verantwoordelijkheid moet er bewustwording zijn. In het hbo en wetenschappelijk onderwijs zie je dat meer. Die hebben minder gebouwen en grotere aantallen studenten.’
Tijdens een leerlab innovatie onderwijshuisvesting ervaren deelnemers inclusieve maatregelen in een schoolgebouw en gymzaal.

