- Home
- Info over
- Thuiszitters
- Kennisdossier over thuiszitters
- Thuiszitters en de Leerplichttelling
Thuiszitters en de Leerplichttelling
Definitie thuiszitters
Thuiszitters zijn kortgezegd kinderen en jongeren die tijdelijk of langdurig, volledig of gedeeltelijk, geen onderwijs kunnen of mogen volgen op school. Deze formulering loopt tegen het probleem aan dat er nog steeds geen formele definitie van het begrip thuiszitter bestaat. Door de betrokken partijen worden namelijk verschillende definities gebruikt.
Er bestaat bijvoorbeeld discussie rondom de duiding ‘tijdelijk of langdurig’: is een kind dat vier weken verstoken is van onderwijs een ‘thuiszitter’ of pas na drie maanden? Een leerling die twee uur per week en dus gedeeltelijk onderwijs ontvangt een thuiszitter of is dat alleen een kind dat helemaal geen onderwijs ontvangt? En kinderen en jongeren met een vrijstelling zijn volgens de betrokken partijen soms wel maar soms geen thuiszitter.
Hoe ziet het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dit? Voor het in kaart brengen van verzuim en daaruit volgend het aantal ‘thuiszitters’ wordt door het ministerie onder andere de jaarlijkse Leerplichttelling gebruikt: leerplichtambtenaren moeten elk jaar de verzuimgegevens van het afgelopen schooljaar doorgeven. Deze gegevens worden vastgelegd in de jaarlijkse Leerplichttelling. Het ministerie gebruikt de aangeleverde gegevens van de leerplichttelling om schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten te verminderen.
De Leerplichttelling geeft echter geen compleet beeld van het aantal thuiszitters. Het beperkt zich namelijk alleen tot de jongeren die ongeoorloofd afwezig zijn geweest. Dus: het ongeoorloofd verzuim. Hiermee wordt alleen de leerling bedoeld die volgens de school zonder geldige reden en dus zonder toestemming van school niet aanwezig is op school. De grote groep kinderen en jongeren die met toestemming van school langdurig geen tot weinig onderwijs volgt, blijft hierdoor buiten beeld.
De Leerplichttelling maakt ook geen onderscheid tussen thuiszitters aan wie wel onderwijs of ontwikkeling wordt geboden. Er zijn thuiszitters die bijvoorbeeld maatwerkconstructies krijgen en thuiszitters die dit niet krijgen. De Landelijke Oudervereniging Balans pleit daarom al langer voor een andere definitie van ‘thuiszitters’.
Thuiszitters verkeerde term
Regelmatig is er discussie over de term thuiszitters. Veel ouders geven aan dat er met het woord thuiszitter onterecht de nadruk wordt gelegd op ‘thuis’. Want dat suggereert dat er iets mis is in de thuissituatie van deze gezinnen. Balans herkent dit signaal en ziet dat wanneer er sprake is van schooluitval er voornamelijk naar oorzaken wordt gezocht die vooral bij de kinderen en thuis liggen. Het woord thuiszitters wekt verder de indruk dat kinderen en jongeren de hele dag thuis ‘zitten’. Het tegendeel is echter waar. Ouders en kinderen zijn vaak heel druk om onderwijs op een andere manier vorm te geven. Er zijn ouders die een eigen onderwijscurriculum ontwikkelen of die onderwijs vormgeven met behulp van privéleraren of remedial teachers. Er zijn ook kinderen en jongeren die zich buiten huis op een andere locatie ontwikkelen. Dit wordt ook wel ‘Onderwijs op andere locatie’ (OOAL) genoemd. Dat kan een ‘schoolse vorm van onderwijs’ zijn, zoals digitaal afstandsonderwijs of onderwijs op bijvoorbeeld een zorgboerderij. Soms past een rijke leer- en ontwikkelomgeving beter, dus wanneer kinderen en jongeren (tijdelijk) mogen leren op een niet-schoolse manier.
Een groep jongeren die zijn uitgevallen, heeft zich verenigd in de Adviesraad ÉigenWijsheid, die gevraagd en ongevraagd advies geven. Die geeft aan: “In plaats van het woord thuiszitter gebruiken wij liever ‘vastgelopen in het onderwijs, uitvallers of thuiszittende kinderen of leerlingen’. Dit lijkt misschien een kleine toevoeging, maar anders gaat het al snel over grote aantallen of cijfers. Bij het maken van beleid wordt er namelijk vaak vergeten dat het om echte kinderen en jongeren gaat.”
Hoewel de term ongelukkig is gekozen, wordt in dit rapport ‘thuiszitters’ aangehouden omdat die term gangbaar en herkenbaar is in de onderwijswereld en omdat er vooralsnog geen alternatieve term is dat kort is. De term ‘uitvallers’ moet vaak toegelicht worden. Wel vraagt Balans aandacht voor de impact van dit woord op ouders, maar ook in bewuste of onbewuste beeldvorming van werkenden en beslissers in onderwijs en zorg.
Ouder Stephanie Hibberd zegt op een inspreekavond bij de gemeente het volgende over de term thuiszitters.
“Ik zal het woord ‘thuiszitter’ – op een ongelukkige verspreking na – niet gebruiken. Taal maakt namelijk heel veel verschil. Vastlopen in de verwachtingen van het onderwijs is geen hobby. Het is geen keuze en het is zeker geen identiteit. Het woord thuiszitter roept bovendien associaties op van een vrij passieve relaxte situatie, terwijl het omgekeerde voor het hele gezin geldt. Gebruik daarom het woord thuiszitters spaarzaam en zorg voor een eenduidige definitie. In de raadsbrief van de gemeente werden kinderen meerdere keren aangeduid met het woord ‘gevallen’. Dan moet je denken aan een zin als: ‘Er waren in dat jaar zoveel kinderen thuis, waarvan zoveel gevallen opgelost zijn’. Ik hoop dat ik niemand hoef te vertellen hoe kwetsend dat is: het reduceert kinderen tot problemen die opgelost moeten worden. Tot slot wil ik dus oproepen: let alsjeblieft in beleidsuitdagingen op taalgebruik en laat hiermee zien dat ouders en kinderen als gelijkwaardige gesprekspartner worden gezien.”

