- Kwikkers, ‘Het leenstelsel voor studiefinanciering’, 2014;Kwikkers, ‘Paarden van Troje’, ScienceGuide, oktober 2014,
- Nolen, ‘Privaatrechtelijke sturing in het onderwijs; bijzonder onderwijs in nood?’, Preadvies NVOR 2014, p. 101. Kwikkers, ‘Zeg de prestatieafspraken op’, ScienceGuide, april 2013, Kwikkers, ‘Nieuwe HO-bekostiging voorbij aan Grondwet, ScienceGuide, augustus 2012, Kwikkers, ‘Bekostiging in het hoger onderwijs’, Preadvies NVOR 2011, hoofdstukken 5, 6 en 7.
- Mentink en Vermeulen, Artikel 23 Grondwet, SDU 2011, Wetgevingsbeleid, pg. 101
- Niet duidelijk is waarom handelingsbekwame minderjarige studenten bij het aangaan van een studielening niet de bescherming genieten van hun ouders, als wettelijk vertegenwoordiger, en hun ouders hun recht op kinderbijslag verliezen.
- De “Wet toezicht consumentenkrediet” zal van toepassing zijn op de lening die door de student wordt aangegaan. Het verstrekken van leningen is door de wetgever met vele voorwaarden omgeven ter bescherming van de inlener. Zo moet de leningverstrekker de kredietwaardigheid van de lener beoordelen voor het aangaan van leningen boven 1000 euro. Ik zie niet waar deze voorwaarde is ondervangen in het onderhavige wetsontwerp. Een andere voorwaarde is dat niet meer dan 40.000 euro mag worden geleend. Ik kan mij voorstellen dat met name studenten van een bèta studie aan het eind van de studie tegen deze voorwaarde aanlopen. De vraag is: wat dan? Zo de Minister stelt dat de Wet toezicht consumentenkrediet niet van toepassing is, quod non, is de vraag welke waarborgen voor het onverantwoord aangaan van studieleningen in het onderhavig wetsontwerp zijn ondervangen. Zij zijn niet terug te vinden in het wetsontwerp. Dit terwijl de wetgever op andere terreinen van kredieten de inlener wel tracht te beschermen.
- Door onderwijsjuristen wordt al vele jaren gepleit voor een wettelijke onderwijsovereenkomst in boek 7 BW, naar model van de geneeskundige behandelingsovereenkomst waarbij ook sprake is van de minderjarige als bijzondere partij. Zie Sperling/Slump/Van de Koppel, ‘De juridische positie van ouders in het onderwijs’, Preadvies NVOR 2009, pg.61 en Paijmans, ‘De zorgplicht van scholen’, Recht en Praktijk 2013, pg. 48 en Nolen, ‘Privaatrechtelijke sturing in het onderwijs; bijzonder onderwijs in nood?’, Preadvies NVOR 2014, p. 101 Een onderwijsovereenkomst in boek 7 BW zou helderheid kunnen verschaffen voor alle onderwijssectoren. Een vereenvoudigde vorm van regelgeving die tegemoet komt aan vragen rond de scheidslijn van de vrijheid van onderwijs van art. 23 Grondwet en het recht op onderwijs art. 28 IVRK en art. 2 EP EVRM. Met een wettelijke onderwijsovereenkomst kan worden tegemoet gekomen aan een aantal knelpunten in het onderwijs: acceptatieplicht (Voorstel Ypma), deeltijd schoolplicht (Motie Ypma), criteria afstandsonderwijs (Brief Dekker op verzoek Strauss), stageverantwoordelijkheid (Nota Jadnanansing) en schoolkosten en/of vrijwillige ouderbijdrage. Uiteindelijk ook methode voor implementatie Kinderrechtenverdrag en het Verdrag inzake personen met een handicap.
- Verschillen die voor de eerste 4 cohorten studenten worden “gecompenseerd” met vouchers, worden elders voor lief genomen.
- Art. 247 boek 1 BW, art. 395a boek 1 BW, art. 392 boek 1 BW, art. 13, lid 2 onder c, WWB: Geen recht op algemene bijstand heeft degene die jonger is dan 27 jaar en uit ’s Rijkskas bekostigd onderwijs kan volgen. Nu niet duidelijk is welk bedrag door ouders wordt geïnvesteerd in het Hoger Onderwijs kan ook niet met zekerheid worden gezegd in hoeverre de veronderstelling juist is dat studenten bij een leenstelsel minder zullen lenen dan hun studiebeurs. Immers de kans bestaat dat ook de financiële grenzen kent die mogelijk al zijn bereikt, zodat na invoering van een leenstelsel een extra bijdrage van ouders of studenten niet mogelijk is.
- Ans van Opzeeland, moeder en fiscalist, ‘Na zijn studie heeft mijn zoon een onzekere toekomst maar een zekere schuld’, Volkskracht 14 november 2014, Zie ook over private en publieke profijt.
- Niet alleen kan gezegd worden dat het een verkapte vorm van belastingheffing is voor de ouders van de studenten , maar het sociale leenstelsel is zeker een vorm van belastingheffing over het inkomen van de student dat hij later gaat verdienen. De belasting wordt immers geheven om het gat in de begroting met betrekking tot de financiering van het onderwijs te dichten. De betaling dient om de rijksuitgaven te financieren. Uitgaven die door de overheid worden gedaan in haar publieke taak om het onderwijs in Nederland te financieren. Een en ander is vastgelegd in de correspondentie van de Minister met de Staten Generaal. De inning van de belasting is echter uitgesteld en geschiedt op het moment dat de (ex) student inkomen gaat genieten en is afhankelijk van de hoogte van dat inkomen. Het sociale leenstelsel is in deze zin een stap dichter naar de nachtwakersstaat. Het is een vorm van afkalving van de publieke taak. Vraag is of er een weloverwogen afweging is gemaakt tussen het verlaten van deze publieke taak: onderwijs ten opzichte van andere publieke taken die nog wel uit de reguliere belastinginkomsten wordt gefinancierd. De Minister stelt dat het profijtbeginsel ten grondslag ligt aan haar wetsontwerp. De cijfers over werkgelegenheid van jongeren, universiteits- en/of hbo- verlaters logenstraffen deze veronderstelling. Een maatschappelijke verandering ligt ten grondslag aan deze werkgelegenheidscijfers. De Minister heeft in haar correspondentie dit risico niet benoemd. Zij heeft uitsluitend een regeling in de aflossing sfeer opgenomen. De lening als zodanig kan of zal nog jarenlang als een zwaard van Damocles boven de inmiddels al ( ex) student hangen en hem in de financieren van andere zaken, zoals het aangaan van een hypothecaire lening dan wel het aangaan van een ondernemerskrediet in de weg staan. De Bank zal bij de beoordeling van een eventuele kredietverstrekking uitsluitend kijken naar mogelijkheden die de inlener na aftrek van de vaste lasten, waaronder de aflossing van de studielening, overblijven, regelingen van de Minister op dit onderwerp ten spijt. Haar macht reikt niet op dit gebied. Dit wetsontwerp past niet in andere wetgeving die de wetgever aan u heeft voorgelegd in de sfeer van leningverstrekking. De nodige waarborgen ontbreken. Deze wetgeving is een vorm van belastingheffing.
- Zie over voor de erkenning van de belangrijke rol van ouders bij de financiering van het Hoger Onderwijs, ook de het advies van de Raad van State over het Wetsvoorstel studievoorschot, pg. 7
- Kwikkers, Leenstelsel en Staatsbestel.
- Knelpunten notitie “De student centraal”
- LCG Medezeggenschap voor Hoger Onderwijs, 105416/uitspraak d.d. 23 juli 2012: “De decaan onderscheidt daarbij zogenoemde harde maatregelen van studiesucces, die vereist zijn om de concrete doelstellingen die zijn vastgelegd in de Meerjarenafspraak tussen de VSNU en het ministerie van OCW te realiseren en pedagogische maatregelen die dit beleid flankeren.”
- Ook de Raad van State acht het prematuur om nog voor de beëindiging van het experiment prestatiebekostiging een en ander in de wet vast te leggen. Zie het advies van de Raad van State over het Wetsvoorstel studievoorschot, pg. 5
- Instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting stelt juridisch en in de praktijk niets voor: dan zou er al een vol instemmingsrecht van de medezeggenschapsraad moeten zijn, maar ook dan liggen de bestedingen van een instelling voor 90% meerjarig vast. Kwikkers, ‘Paarden van Troje’, ScienceGuide, oktober 2014
- Project 86 Inholland
- Hoe ver dat gaat moet niet worden onderschat. Rechtbank Haarlem weigert complexe onderwijswet- en regelgeving toe te passen in een kort geding over een onderwijsgeschil: “De door eisers betoogde schendingen lenen zich niet voor behandeling in kort geding en dienen in een bodemprocedure dan wel op de in genoemde wetten voorziene wijze aan de orde te worden gesteld.”
- Dit met name waar het gaat om studenten met een beperking. Namens de decanen Hoger Onderwijs werd tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer op 8 oktober jl. de noodklok geluid voor deze kwetsbare groepen.
- Kwikkers, ‘Paarden van Troje’, ScienceGuide, oktober 2014

