Scroll Top

Benader Thuiszittersproblematiek als pedagogisch vraagstuk!

10 vragen aan Martin Schravesande

Kun jij een introductie geven over wie jij bent? Martin Schravesande, leerkracht voor thuiszitters en opengeestig pedagoog. Ik ben 46 jaar, heb drie volwassen dochters en ben een gelukkig mens. Dat laatste is niet vanzelf gegaan. Ik heb van alles gedaan in mijn leven en had altijd mooie woorden om uit te leggen waarom ik deed wat ik deed. Maar nu ik echt ‘thuisgekomen’ ben in de pedagogiek heb ik daar niet zoveel woorden bij. Waarom glimlacht een boer als hij uitkijkt over een akker waar hij het gewas ziet opkomen? Gewoon. Omdat hij boer is. Waarom heb je na jaren werken bij het OCW de overstap gemaakt naar het onderwijs? Het zou best kunnen dat ik op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), nuttig was voor het onderwijs in Nederland. Het zou ook best kunnen van niet. Ik vond het lastig om dat niet zeker te weten. Vanaf dag één dat ik in de klas stond voelde ik dat hier mijn plek was. Het bleek voor mij belangrijk om elke dag thuis te komen met het gevoel dat ik die dag voor minimaal één persoon op één moment van nut geweest was. Het is verleidelijk om te denken in verbetering van systemen, structuren en beleid. Je hoeft dan geen direct contact aan te gaan met een mens van vlees en bloed, want dat is altijd een beetje spannend. Toch is dat waar het gebeurt: in het directe contact tussen twee mensen. Onderwijs is contactsport! Welk ontwikkelingsproces heb jij de afgelopen jaren doorlopen? Ik denk dat mijn eigen proces goed beschreven is in mijn boek ‘De thuiszittersklas’. Ik was verlegen en vond kinderen met moeilijk verstaanbaar gedrag een beetje eng. De afgelopen tien jaar ben ik gaan beseffen dat mijn effectiviteit uiteindelijk niet afhangt van mijn vakkennis, mijn omgeving of van ‘het onderwijssysteem’. Het gaat om de moed om werkelijk contact met kinderen te leggen. Natuurlijk ben ik niet altijd moedig, nu. Maar de kern van mijn ontwikkeling is dat ik nu weet dat het uiteindelijk daar om gaat. Om pedagogische moed dus. Hoe zet jij jouw ervaringsdeskundigheid en expertise in voor andere ouders, kinderen en/of professionals? Allereerst ben ik er natuurlijk voor mijn eigen klas met thuiszitters. Daarnaast publiceer ik graag over pedagogische moed, pedagogiek en hechting en de pedagogische relatie. Ik ben opgeleid als Neerlandicus en schrijf al mijn hele leven met veel plezier. Verder geef ik training en advies via www.inmenstraining.nl en mijn eigen praktijk www.opengeestig.nl. Wat is jouw ervaring met Thuiszitters? Ik geloof niet dat er kinderen bestaan zonder ontwikkelwil. Ik heb er althans nooit een ontmoet. Werken met thuiszitters is dus vooral het wegnemen van alles wat die ontwikkelwil belemmert. Het is prachtig als dat lukt en je ziet die ontwikkelwil weer effectief tot leven komen! Wel merk ik dat er over het wegnemen van die belemmeringen nog veel naïeve opvatting bestaan. Zeker in het onderwijs, maar ook wel bij ouders van thuiszitters. Er is echt meer nodig dan alleen vrijheid en creativiteit. Het is juist de fijne afstemming tussen vorm en structuur aan de ene kant en vrijheid en wegnemen van druk aan de andere kant die tot succes leidt. Waarom moet er een benadering komen voor de Thuiszittersproblematiek als pedagogisch vraagstuk?  Omdat er heel veel misgaat in het onderwijs en we vanuit de boosheid daarover vaak tegen ‘het systeem’ gaan strijden zoals Don Quichote dat tegen windmolens deed. Die boosheid is wel terecht, maar niet effectief. Geen systeemvraagstuk dus maar een pedagogisch vraagstuk dat in de eerste plaats gaat over moed, contact en relaties. Dat vraagstuk begint bij de individuele pedagoog. Als die gaat zitten wachten tot het systeem zo verandert dat hij opeens de moed voelt om anders met kinderen om te gaan, komen we nooit verder. Gewoon doen! Welke mooie momenten heb je geboekt in de klas? Het meest trots ben ik dat het gelukt is een veilig klimaat te scheppen waar niet alleen kinderen met ASS en depressieve klachten goed aarden, maar ook leerlingen met moeilijk gedrag. Een heel diverse groep dus, waarin we allemaal van elkaar leren. Een inclusieve klas waar gaan ‘normaal’ bestaat. Het is heel mooi als je kinderen die heel stoer en opgedirkt starten na een paar weken ziet ontspannen omdat ze voelen dat ze de strijd om erbij te horen of aan een norm te voldoen in mijn klas niet hoeven te voeren. Wat is jouw motivatie om je in te zetten voor kinderen die (dreigen) uit te vallen? Ik geef om alle kinderen. Niet speciaal om de kinderen die het moeilijk hebben. Maar ik vind het wel interessanter om met uitvallers te werken. Ze leren me meer over pedagogiek, over mezelf en over mensen in het algemeen. Want deze leerlingen hebben dezelfde emoties, twijfels en angsten als ieder van ons. Alleen in wat sterkere mate of op het ‘verkeerde’ moment. En juist dat maakt dat je in contact met deze kinderen zo veel leert over het raadsel dat ‘mens’ heet. Waar word jij blij van of krijg je energie van? Als een leerling die drie maanden depressief voor zich uit heeft zitten staren voor het eerst opstaat als ik vraag of ze mee wil helpen een legpuzzel maken. Met zulke kleine stappen begint een verbetering vaak. Als je de waarde van die kleine stappen niet ziet of kunt voelen, word je moedeloos. Ik geniet dus volop van die ‘kleine doorbraakjes’. Als afsluiter: wat is jouw tip aan professionals in het onderwijs voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte? Focus op de relatie! Basis van die relatie is vertrouwen. Voor vertrouwen is moed nodig. Die moed haal je uit je pedagogisch vuur, uit verdieping in de pedagogische relatie en uit collegiale steun, want niemand kan tot het oneindige zichzelf bemoedigen!
Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.