Scroll Top

Heb jij dat ook weleens? Dat je de andere kant op kijkt als de leraar een vraag stelt. En hoopt niet de beurt te krijgen? Of dat je super-opgelucht bent als je het goede antwoord weet? Vind je het ook vreselijk als de leraar de cijfers van iedereen in de klas hardop voorleest? Weet je dat je dan faalangst zou kunnen hebben? Misschien denk je nu: Dat heb ik! Dat kan, en gelukkig kun je daar iets aan doen!

Max stelt alles uit
Wiebelend op zijn stoel staart Max naar de opdracht die hij kreeg van de meester. Hij weet niet hoe hij moet beginnen. Eigenlijk snapt hij de vraag niet goed. Hij doet alsof hij zijn potlood slijpt. Daarna zoekt hij zijn gum. Hij wist al waar die lag, maar zo heeft hij mooi tien minuten van de tijd afgesnoept. Nog maar eventjes, dan is de tijd voorbij. Dan kan hij iets doen waar hij wel goed in is. Tekenen.

Amir trekt gekke bekken
De meester stelt vragen en geeft verschillende kinderen de beurt om antwoord te geven. Amir voelt zich niet fijn. Hij besluit om een gekke bek te trekken. De meester ziet hem. Hij krijgt een waarschuwing. Na nog een derde gekke bek stuurt de meester hem de klas uit. Amir wilde helemaal geen vragen in de klas beantwoorden. Misschien vonden anderen hem dan wel dom of lachten ze hem uit. Door zijn grapjes is hij mooi van de opdracht af!

Spannend

Iedereen vindt weleens iets spannend. Bijvoorbeeld een boekpresentatie, een toets, een stukje voorlezen in de klas. Maar is jouw gespannen gevoel nog normaal, of is het faalangst? Max en Amir uit de voorbeelden hebben allebei last van faalangst. Bij faalangst denken we meestal aan kinderen die echt niet durven. Die huilen en wegrennen of trillen en geen stap meer verzetten. Maar faalangst kan ook betekenen dat je altijd denkt dat je het fout doet, ook al doe je het meestal goed. Of als je jezelf vergelijkt met iemand anders, en vaak denkt dat de ander beter is. Of als je denkt dat het niet door jou komt, als iets goed gaat. En wat je zeker niet wil is fouten maken, of betrapt worden op een fout. We noemen dat onzeker zijn of weinig vertrouwen in jezelf hebben. Het hoort bij faalangst.

Ander gedrag

Jouw gedrag kan veranderen als je faalangst hebt:

  • Je gedraagt je onopvallend, zodat je geen beurt krijgt in de klas
  • Je gedraagt je juist opvallend, om te verbergen dat je iets moeilijk vindt
  • Je vraagt veel om hulp
  • Je werkt heel precies, maar daardoor ook langzaam, waardoor je nog veel thuis moet doen
  • Je durft niet naar je vriend(in) toe te lopen die om de hoek woont
  • Je probeert weinig nieuwe dingen
  • Op school ben je anders dan thuis, je bent thuis bijvoorbeeld vaak boos of verdrietig

Wat gebeurt er bij faalangst?

Faalangst werkt net als ‘gewone’ angst voor bijvoorbeeld een leeuw die op straat loopt. Er gebeurt van alles in je lijf om te zorgen dat je op zo’n moment kan vechten of vluchten. Dat is een slim systeem zodat je kunt overleven in een gevaarlijke situatie. Maar dit is niet altijd handig, zeker niet als je wil oefenen voor een boekbespreking. Bovendien is er bij faalangst geen echte angstreactie nodig, want een boek zal je niet aanvallen en in de klas gebeuren er geen levensbedreigende dingen. Toch gebeurt er hetzelfde in je lichaam: dat denkt dat je in gevaar bent.

Help je lichaam te ontspannen

Om je lijf te helpen kun je een paar dingen doen om te ontspannen of tot rust te komen:

  • Geen snoep of suiker eten/drinken, dus drink water of thee en eet wat fruit of noten
  • Adem 5x rustig diep in en uit
  • Maak 10x een squat (hurken)
  • Zoek een rustige plek, waar weinig geluid is of waar weinig gebeurt
  • Plan pauzes in tijdens het leren

Zet je onderzoeksbril op!

Onderzoek wanneer jij last hebt van deze angst waar je niets aan hebt (faalangst). Hoe ziet dat eruit? Wat ga je uit de weg? En wat gebeurt er in je lichaam als de angst het even overneemt? Bespreek het met anderen en vraag dan eens of ze het ook herkennen. Bij zichzelf of bij jou. Het komt namelijk vaker voor dan je denkt!

Helpende gedachten

Als je wat meer ontspannen bent en je weet wanneer jouw faalangst komt opzetten, dan kun je helpende gedachten inzetten. Bijvoorbeeld: Ik kan voor de klas staan en mijn boekbespreking doen. Deze gedachte is positief en krachtig! Natuurlijk kun je nog steeds een minder goed cijfer krijgen dan je hoopt. Maar je hebt het in ieder geval wel gedaan! Powerrrr! En dan kun je de tips van de docent gebruiken voor een volgende presentatie om er beter in te worden.

Dappere stappen

Belangrijk is dat je geen moeilijke situaties gaat vermijden. Probeer altijd een klein stapje te zetten. Dus geen grote stappen, maar elke keer een kleine stap. Dan kom je er ook. Die dappere stapjes mag je echt vieren! En dan voel jij je over een tijdje veel beter en zekerder over jezelf. Hoera!

Boek

Mocht je meer dappere stappen willen zetten en meer willen weten? Daar hebben wij het boek ‘Buitengewoon handig boek over faalangst’ voor geschreven. Dit kun je met je ouders samen doorlezen. Het boek heeft vooral veel doe-opdrachten.

Dit artikel is geschreven door Krista van Hoekelen en Sandra Keizer van Creatief met Faalangst. Kijk voor meer informatie op f-art.nu

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.