Wij ondersteunen en versterken ouders van kinderen met problemen bij leren en/of gedrag in opvoeding, onderwijs en zorg

Wij ondersteunen en versterken ouders van kinderen met problemen bij leren en/of gedrag in opvoeding, onderwijs en zorg

Dyslexie: verdriet over ‘dansende’ letters

‘Een zielig verhaal gaat het niet worden. Wél een eerlijk verhaal, voor al die docenten, tieners en anderen die niet goed begrijpen wat het inhoudt, als je moeite hebt met letters.’ Thijs, Jannah en Myrthe vertellen over hun leven met dyslexie. Hun ouders luisteren mee en vullen af en toe aan.

Interview: Nicolette Kuijlaars

Jannah (16), Myrthe (14) en Thijs (12) Tunnissen hebben alle drie dyslexie. Aan tafel in hun woonboerderij vertellen ze hun verhaal. Hun ouders Walter en Monique (beiden 45) luisteren mee.

Ze zitten er helemaal klaar voor, Thijs, Jannah en Myrthe. Om te vertellen over dyslexie. Ja, het ís vervelend om de letters te zien dansen. Ja, ze moeten extra hard werken voor een voldoende en ja, ze worden er ook weleens verdrietig van. Waarvan precies? Van het feit dat álles wat met letters te maken heeft moeilijkheden oplevert. Maar de drie pubers zitten klaar om duidelijk te maken dat het hun ook iets oplevert, de dyslexie. Creativiteit bijvoorbeeld en doorzettingsvermogen. En een jeugd búíten, in plaats van op de bank met een schermpje voor hun neus. Dus nee, een zielig verhaal gaat het niet worden. Wél een eerlijk verhaal, voor al die docenten, tieners en anderen die niet goed begrijpen wat het inhoudt, als je moeite hebt met letters.

Eerst bewijzen

Jannah: ‘Ik zit op de mavo omdat de problemen met de talen zo groot zijn, dat havo er niet in zat. Wél voor de andere vakken, maar niet voor Nederlands, Duits en Engels. Het verstaan van vreemde talen en het uitspreken ervan is zo moeilijk. Omdat ik alles fonetisch uitspreek. Het Engelse table spreek ik uit als het Franse table. Niet handig. Daar komt bij dat Engelsen alles in een andere volgorde zeggen dan wij doen. En begrijpend lezen bij Nederlands… Zulke lappen tekst! Ik kan daar gewoon niet het juiste antwoord uit halen. Frustrerend. Werken met Kurzweil was een oplossing, maar mijn docent Nederlands wilde eerst dat ik bewees dat ik dyslectisch was. Dat vond ik heel vervelend, dat ik ervoor moest vechten om met een hulpprogramma te mogen werken. En op het moment dat ik met Kurzweil ging werken, was ik weer de enige in de klas.Daar word je ook niet echt blij van, dan voel je je echt een uitzondering. En nog steeds maakt mijn docent Nederlands opmerkingen waarvan ik denk: moet dat nou? Over mijn spelling bijvoorbeeld. Ja, ik wéét dat die beroerd is.’

 

Elke dag oefenen

Monique en Walter knikken af en toe bevestigend en vullen de verhalen aan. Zo vertelt Monique over het brugklasjaar van Jannah. Dat ze na school uren samen aan tafel zaten om zich door de Engelse woordjes en de teksten vanNederlands, aardrijkskunde en biologie te worstelen. Drie uur per dag, na een vermoeiende schooldag voor Jannah en een werkdag voor Monique. Samen het boek The boy in the striped pyjamas lezen. Althans, Monique las voor, vertaalde de tekst en Jannah probeerde het verhaal te doorgronden. Het was vermoeiend, dat eerste jaar op de middelbare school, maar, stelt Monique: ‘Heb je een keus als ouder? Nee toch, dit is toch gewoon wat je doet?’ Walter benadrukt dat Jannah in dat jaar nooit heeft gemopperd, nooit heeft geklaagd, terwijl ze met de talen maar net haar hoofd boven water kon houden. Hij zag een enorm doorzettingsvermogen bij zijn dochter.

 

Chinees

Na Jannah vertelt Myrthe over háár dyslexie. Want, zo maken de kinderen duidelijk, elk kind is weer op een andere manier dyslectisch. Myrthe: ‘Ik heb het weer erger dan Jannah en Thijs nog erger dan ik. Net als Jannah, vind ik Engels ook heel moeilijk, het lijkt wel Chinees. Soms voelt het alsof ik een Engels gat meesleep waar alle woordjes die ik net heb geleerd in verdwijnen. Dit vak oefen ik elke dag een halfuur. Ook in het weekend. Ik zit sowieso vaak de hele zaterdag achter mijn bureau te werken aan school. Duits vind ik trouwens nog erger dan Engels. Dus ook dat vak oefen ik elke dag een halfuur.’ Op de vraag of ze ook hulp zocht bij haar moeder, moeten ze alle vijf lachen. Nee, Myrthe leert op haar eigen manier. Ze neemt niet de korteweg die Monique voorstelt, maar de lange weg die ze zelf heeft uitgepuzzeld. Die Myrthe-methode duurt langer, maar, zoals ze zelf zegt: ‘Dan kom ik er ook.’ Bij die methode hoort bijvoorbeeld al het huiswerk meteen maken. Myrthe: ‘Door de frustratie die het leren oplevert, wil ik alles meteen af hebben. Anders blijf ik ermee zitten.’

 

Moeilijke Menukaart

Op het moment dat Thijs zijn verhaal gaat vertellen, komen er een paar tranen. Hij kruipt tegen Jannah aan en wordt door haar getroost, terwijl Myrthe opmerkt dat Thijs er gewoon het meeste last van heeft.Thijs: ‘Ik word er verdrietig van en soms ook kwaad om. Spelling houdt me tegen, dat doe ik op groep 7-niveau, terwijl ik al in groep 8 zit. Enook in het dagelijkse leven is het lastig.In een museum kan ik de tekst bij een schilderij niet lezen of als we uit eten gaan… die menukaart is dan zo moeilijk. Gelukkig heb ik een klas die het goed oppakt en vrienden die me steunen.’ Wat hem ook helpt, is het dyslexiegroepje dat in zijn klas is gevormd. Omdat dan duidelijk is dat je niet de enige bent en omdat de kinderen in het groepje elke dag samen lezen. Het favoriete boek? Leven van een loser natuurlijk! Bekijk dat boek maar eens. Tussen de letters en de woorden zit veel ruimte, zodat het lezen makkelijker gaat. ‘Maar!’ en dan legt Thijs het grote voordeel uit van dyslectisch zijn: ‘Ik blijf altijd cool in mijn hoofd. Als ik vastzit met iets, taal of een spelletje of gewoon iets wat ik niet snap, zoek ik altijd naar een oplossing.’ En dát, dat nooit opgeven, nooit het bijltje erbij neergooien, dat blijkt de grote kracht te zijn van Jannah, Myrthe en Thijs. Omdat ze juist altijd naar oplossingen moeten zoeken. Ze zijn het gewoon gewend.

En dan volgt er een opsomming van nog meer voordelen: creatief zijn, andere hobby’s zoeken en nauwelijks interesse hebben in computers, telefoons en televisie. Simpelweg omdat die schermen vol staan met dansende letters, ingewikkelde zinnen en dubbelzinnig taalgebruik. Dus doe je wat je moet doen als je een kind bent: naar buiten gaan! Hutten bouwen, paardrijden, verstoppertje spelen, op een tractor rijden of een graafmachine bedienen. Thijs deed het al op zijn achtste. Jannah geeft ponyles en regelt alles zelf: het contact met de ouders van de ponymeisjes, flyers maken, een ponykamp organiseren. Myrthe is creatief en zet het ponyparcours uit. Intussen is Thijs zich gaan bekwamen in het koken. Sinds hij suiker in plaats van boter gebruikte in een gerecht, lezen zijn zussen de recepten voor. Ze willen maar zeggen: je kunt prima leven met dyslexie, zoek gewoon naar dingen waar je wel goed in bent.

Een zwoksel

Hun ouders zijn het hier helemaal mee eens. Toch wil Monique nog wat kwijt, over de strijd die ze voert met de gemeente. Monique: ‘Het gekke is dat de gemeente een jaar lang betaalt voor de begeleiding van je dyslectisch kind. Na dat jaar moet je het zelf uitzoeken. Net of het dan over is. Misschien kan het ene kind dan inderdaad zonder hulp verder, maar het andere niet. Het lijkt mij dus logisch dat de gemeente kijkt naar wat een kind individueel nodig heeft, omdat elk kind anders is. Zo heeft Thijs echt meer begeleiding nodig om te leren lezen. Maar nee, hij heeft een jaar hulp gehad, dus punt. En nog iets: wat zou het mooi zijn als scholen gingen werken met deelcertificaten. Dat je je dus niet door alle vakken hoeftte worstelen, maar dat je je kunt richten op de vakken waar je wél goed in bent. Als we nou eens met z’n allen proberen om anders te denken. Dat heb ik ook moeten doen. Ik ging ervan uit dat Jannah alleen maar poetsvrouw kon worden, terwijl, als ik nu naar haar kijk en al haar kwaliteiten zie!’

Na anderhalf uur meldt zich het eerste paardenmeisje. Jannah staat op en gaat lesgeven, in de bak achter het huis. Thijs vertrekt naar zijn kamer, na eerst nóg een dyslexie-voordeel te hebben genoemd: ‘We bedenken zelf woorden. Daar zijn we heel goed in geworden. Weet jij bijvoorbeeld wat een zwoksel is? Nee? Een zweetoksel.’

Denken in beelden

Om haar kinderen te kunnen helpen met hun schoolwerk, heeft Monique (leerkracht in het basisonderwijs) cursussen gevolgd, bijvoorbeeld de cursus Beelddenken. Monique: ‘Denken in beelden is de krachtigste tool voor kinderen met dyslexie. Op die manier kunnen ze beelden met woorden verbinden, waardoor ze makkelijker teksten begrijpen.’ Beelddenken heeft ook te maken met stap voor stap een tekst doorzien, met behulp van plaatjes, woorden, kleuren en mindmaps.

Zoek op deze website:

  • Categorie

  • Diagnose/Aanleg

  • Leeftijd

  • Regio

  • Documenttype

Deze website is gemaakt door Project Icarus!

Project Icarus is een uitdagende en leerzame plek voor jongvolwassenen met een beperking die zichzelf willen ontwikkelen op het gebied van computers en ICT.

Wil je ook je website laten maken door Project Icarus?