Q&A over DCD

Theone Kampstra (bewegingswetenschapper en ergotherapeut) beantwoordt lezersvragen over DCD.

1.

Mijn zoon van zes heeft DCD. Hij krijgt binnenkort voor het eerst ergotherapie. Wat is het verschil met gewone fysiotherapie?

‘Er is veel overlap in de behandeling van kinderen door een ergotherapeut en een fysiotherapeut. Beiden kunnen werken met een kind met DCD om een activiteit beter te kunnen uitvoeren. Een fysiotherapeut is meer geschoold in het dagelijks bewegen en kijkt vooral naar welke mogelijkheden het kind heeft om een activiteit te kunnen uitvoeren. De ergotherapeut kijkt breder, en vraagt zich af welke activiteiten voor dit kind – en zijn of haar omgeving – juist belangrijk zijn en waar het voldoening uit haalt als het deze naar eigen tevredenheid kan uitvoeren. Vervolgens wordt onderzocht wat er nodig is om dat voor elkaar te krijgen. Het kan zijn dat de ergotherapeut adviezen geeft om de omgeving aan te passen, of juist om de activiteit iets te veranderen.’

‘Er is veel overlap in de behandeling van kinderen door een ergotherapeut en een fysiotherapeut. Beiden kunnen werken met een kind met DCD om een activiteit beter te kunnen uitvoeren. Een fysiotherapeut is meer geschoold in het dagelijks bewegen en kijkt vooral naar welke mogelijkheden het kind heeft om een activiteit te kunnen uitvoeren. De ergotherapeut kijkt breder, en vraagt zich af welke activiteiten voor dit kind – en zijn of haar omgeving – juist belangrijk zijn en waar het voldoening uit haalt als het deze naar eigen tevredenheid kan uitvoeren. Vervolgens wordt onderzocht wat er nodig is om dat voor elkaar te krijgen. Het kan zijn dat de ergotherapeut adviezen geeft om de omgeving aan te passen, of juist om de activiteit iets te veranderen.’

2.

Wat kan ik als ouder zelf doen om mijn kind met DCD te helpen?

‘Begrip tonen dat het geen onwil is als je kind iets niet kan, maar juist onvermogen. Geduldig blijven en samen met je kind kijken naar hoe iets wél kan. Wat kan ervoor zorgen dat de taak makkelijker wordt? Als het bord bijvoorbeeld steeds verschuift bij het brood smeren, kijk dan of een antislipmatje helpt. Een andere mogelijkheid is om te kijken naar hoe je de taak toch kunt aanleren. Bijvoorbeeld: het papier verschuift tijdens het schrijven. U kunt dan vertellen dat het kind het papier moet vasthouden, maar vaak blijkt dat een kind met DCD dit snel vergeet en het zich niet eigen maakt. Laat het kind zelf ontdekken wat er misgaat en laat hem ook zelf nadenken, samen met u, over een oplossing. Zo beklijft het beter.’

3.

Komt een ergotherapeut altijd aan huis? Waarom is dat eigenlijk? Een fysiotherapeut doet dat niet.

‘Een ergotherapeut komt vaak thuis bij het kind om in kaart te brengen hoe het een bepaalde activiteit in zijn eigen omgeving uitvoert. De ergotherapeut kan dan veel beter adviezen op maat geven, niet alleen over de mogelijkheden van het kind, maar juist ook over de activiteit en de omgeving. Maar aan huis komen is niet altijd nodig. Kinderen met DCD kunnen worden behandeld vanuit de methode Cognitive Orientation of Occupational Performance. Dit is een methode die prima in de praktijk kan worden uitgevoerd. Het kind leert zelf oplossingen te bedenken en leert dit vervolgens om te zetten naar andere situaties.’

Theone Kampstra is bewegingswetenschapper en ergotherapeut. Ze is eigenaar van multidisciplinair centrum Kinderpraktijk Theone en medebestuurder van opleidingscentrum Kenniscentrum SIEM.

Meer weten?

Lees hier ons hele dossier over DCD. Wil je eens praten met een ervaringsdeskundige? Neem dan eens contact op met onze Advieslijn (zie link voor openingstijden). Bereikbaar op nummer 030-2255050. Je kunt ook ons contactformulier invullen.

Zoek op deze website:

  • Categorie

  • Diagnose/Aanleg

  • Leeftijd

  • Regio

  • Documenttype