Scroll Top

Extra informatie bij artikel ‘Theater en kunst als motor voor ontwikkeling’



In De Woonkamer in Burgum oefenen jongeren met autisme in sociale situaties. Dat maakt ze weerbaarder in een wereld die onveilig kan voelen. Dat doen ze met theater. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit geschikt is voor deze groep om te ervaren, te experimenteren, en ook op een leuke manier. Dat leerde Kirstin Greaves-Lord uit haar onderzoek binnen het Autisme Team Noord-Nederland (ATN) van Jonx en de Rijksuniversiteit Groningen.

‘Soms leer je beter door te doen’

Kirstin Greaves-Lord © Bianca Toeps

Je hebt onderzoek gedaan naar theater als vorm voor ontwikkeling van jongeren met autisme. Waarom? 

‘De aanleiding ligt al in 2015 met mijn onderzoek naar de ontwikkeling die kinderen met autisme maken tot in de pubertijd. De Gezondheidsraad publiceerde eerder in 2009 een rapport met als titel Autisme, een leven lang anders. Daarmee werd bedoeld dat ze een leven lang ondersteuning nodig hebben, maar de titel was weinig hoopgevend. Ik wilde weten hoe dat zat. Je hebt namelijk verschillende groepen van mensen met autisme: ook met een bovengemiddeld IQ, met PDD-NOS, met een lichte vorm van autisme. We zagen bij twintig procent van die jongeren wel degelijk positieve ontwikkeling. Ik vroeg me daarna af: Wat gebeurt er als je een programma aanbiedt, waarin je de sociaal-emotionele ontwikkeling op een leuke manier stimuleert? 

Uit internationaal onderzoek bleek namelijk dat je daarmee inderdaad positieve effecten bereikt. Daarbij is wel de vraag: welke ontwikkeling wil je? Het is fijn als deze jongeren mee kunnen komen met leeftijdgenoten. Maar wél wanneer ze daarbij zichzelf kunnen zijn, in plaats van dat ze sociale maniertjes aangeleerd krijgen. Je wilt dat ze hun bestaan als betekenisvol ervaren, zonder dat ze gedrild zijn.’ 

Hoe kwam je juist op theater uit als vorm hiervoor? 

‘Elke puber onderzoekt waar hij of zij blij van wordt. Ik deed dat zelf met improvisatietoneel als vrijetijdsbesteding, om me lekker los en vrij te voelen in het contact. Improvisatie is heel anders dan de protocollaire aanpakken binnen de ggz, die vaak meer van vaste conventies uitgaan. Dankzij mijn ervaring met improviseren kan ik ontspannen voor grote groepen staan. Tijdens trainingen die ik geef, zie ik hoe ook jongeren zich ontwikkelden door rollenspellen. Zowel jongeren met autisme als psychologiestudenten trouwens.  

Jongeren met autisme hebben vaak baat bij een andere leerstijl: meer dóén – naast gewoon studeren. Door te doen krijgen ze ervaring, feedback, gaan ze reflecteren en weer oefenen. Je kunt van alles over een onderwerp lezen, maar vaak moet je iets ook aan den lijve ondervinden. Namelijk via je zintuigen, door te ervaren. Merk je bijvoorbeeld dat iemand bot reageert op je, dan kun je het ook met een grapje proberen. Je merkt dan dat je invloed hebt op hoe een ander reageert op jou. 

Het één sluit het ander niet uit: het is leren én doen. Je moet een balans vinden tussen enerzijds lezen, leren en anderzijds doen. Het gaat om de combinatie. De juiste verhouding verschilt per persoon.’ 

Wat zijn belangrijke succesfactoren? 

‘We zijn vaak geneigd te denken in verstand óf gevoel. Maar beide mogen meewegen. Er zijn geen procedures voor de precieze mix. Wees flexibel en geef ruimte voor beide in je stappenplan. Aandachtspunt hierbij is dat mensen vaak intense gevoelens vermijden, ook wanneer ze autisme hebben. Belangrijk is om een veilige situatie te creëren. Veel prikkels zijn juist niet erg, zolang ze leuk zijn. 

Ga er niet vanuit dat de jongeren je zomaar vertrouwen. Je zult je moeten bewijzen, waarbij een conflictje niet erg is zolang je het bespreekt. Zorg voor gelijkwaardigheid. In de ggz heerst soms nog de sfeer van: wij gaan jou vertellen hoe het zit. Een gebouw of een naambordje kan al intimiderend werken. Mensen met autisme gaan juist erg op zintuigen af, ze zijn waakzaam. Ze hebben zó door of je verhaal oprecht is, of dat het een trucje is. De Woonkamer is fijn laagdrempelig en Teun komt heel casual over. Ik dacht eerst dat ik als professional wat afstand moest houden, terwijl ik als persoon eigenlijk best losjes en open ben. Ik merkte dat mensen liever willen dat ik mezelf ben, want dan voelen ze zich vrij en veilig genoeg om alles te zeggen. 

In het onderwijs zie je overigens nog wél vaak een afstandelijke houding. Op zich is het voor de orde goed om niet de volledige ruimte te geven, maar geef mensen wat ruimte. Je bent samen verantwoordelijk voor de opbrengst, er moet wederkerigheid zijn.’ 

Teun en ik vinden dat waarschijnlijk ook andere jongeren met een anders werkend brein – ook wel neuro-divergent geheten – voordeel hebben bij deze manier van werken en leren. Denk aan ADHD of hoogbegaafdheid. Neurodiversiteit kan de creativiteit van de groep als geheel juist vergroten. Zolang het maar voor iedereen veilig voelt.’  

Nu is De Woonkamer veilig voor deze jongeren. Maar daarbuiten is het natuurlijk anders. 

‘Dat heb ik me ook afgevraagd. Het is echter goed dat ze in De Woonkamer zichzelf kunnen zijn, zodat ze zelfvertrouwen krijgen om in de wereld de rug recht te houden áls ze een rotopmerking krijgen. Het leven is namelijk niet altijd een feestje, ook als je geen autisme hebt. In een spelvorm kun je zo’n vervelende ervaring naspelen, bijvoorbeeld juist wat uitvergroot. Dat werkt vaak therapeutisch helend.’ 

Kun je als ouder thuis iets doen met deze kennis uit jouw onderzoek en De Woonkamer? 

‘Je kunt allereerst thuis ook die veiligheid creëren – naast de regels die ook nodig zijn. Breng je opvoedkundige boodschappen met spel en humor. Vanochtend had onze zoon zijn poloshirt verkeerdom aan. Dan kun je zeggen: ‘Heb je je shirt alweer verkeerd om?!’ Mijn man pikte het goed op door er een grapje over te maken: ‘Wat goed dat jij aan de draag-je-poloshirt-andersom-dag hebt gedacht!’ Mijn zoon kon er best om lachen. Zo onthoudt hij het, zonder negatieve lading.’ 

Leuk én leerzaam

Bij De Woonkamer komen nu achttien jongeren van 14 tot 27 jaar. Ze komen wanneer zij willen en worden geprikkeld zich creatief te ontwikkelen. Zoals Jørgen, Doreen en Simon.

Jørgen ontdekte in De Woonkamer zijn talenten: hij gaat naar de ​​popacademie. Bekijk zijn verhaal. 

Doreen komt graag bij De Woonkamer. ‘Je mag er altijd zijn wie je bent, hoe je ook bent en wat je ook doet.’ Vooral improvisatietheater vindt ze leuk en leerzaam. Bekijk haar verhaal. 

 Voor Simon is De Woonkamer gewoon ‘een heel leuke plek’. Hij werkt er aan zijn sociale vaardigheden. ‘Mijn zelfvertrouwen gaat nu veel beter.’ Bekijk zijn verhaal.  

Play
Previous
Next

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.