Scroll Top

10 vragen aan Maaike Haaiveld


10 vragen aan Maaike Haaiveld, auteur van het Boek “Au, ’t is me een stoornis” 

Kun jij jezelf voorstellen aan de lezers?

Hallo, ik ben Maaike Haaiveld, 54 lentes jong. Tot mijn 23ste heb ik in de provincie Groningen gewoond. Ik heb de opleiding tot vertaler aan de Rijks Universiteit Groningen gevolgd en daarna ben ik naar Spanje verhuisd om te gaan samenwonen met mijn Spaanse vriend, die ik vier jaar eerder had leren kennen toen ik in Spanje op vakantie was. We hebben samen twee zoons, waarvan de oudste een Autisme Spectrum Stoornis heeft.

Waarom wilde jij jouw verhaal aan het papier toe vertrouwen?

Het was in eerste instantie niet mijn bedoeling om een boek te schrijven. Mijn psychologe heeft een jaar of vijf terug een keer tussen neus en lippen door gevraagd waarom ik geen boek schreef. Mijn eerste gedachte was meteen: dat lukt me nooit, maar ik ben haar opmerking nooit vergeten. De vraag bleef door mijn hoofd malen en toen begin 2020 de pandemie uitbrak, ben ik begonnen wat dingen op papier te zetten. Zo had ik wat te doen om de tijd te verdrijven. Ik pakte mijn dagboeken erbij en ben een samenvatting gaan maken. Toen ik klaar was, waren het over de duizend pagina’s. Dat vond ik veel teveel. Ik ben gaan schrappen om op ongeveer de helft uit te komen. In de tijd dat onze zoon op de basisschool zat en hij nog geen diagnose had, was er niet zo veel over ASS te lezen als nu. Wat nu nog ontbreekt, vind ik, is meer aandacht voor de ouders van zulke kinderen, want het is echt zwaar. Ik hoop met mijn boek meer begrip te kunnen krijgen voor deze grote groep mensen.

Heb je al schrijfervaring opgedaan in de vorm van een blog of artikelen voor het uitbrengen van jouw eerste boek? En smaakt het nu naar meer? 

Ja, ik heb een auteursblog aangemaakt waarop ik regelmatig iets over de vorderingen van mijn boek post. Ik heb altijd graag geschreven. Als kind vond ik het al leuk om opstellen voor school te maken en toen ik wat ouder was, ben ik begonnen om een dagboek bij te houden. Gelukkig, want anders had dit boek nooit het licht gezien. Daar komt namelijk een groot deel van alle informatie vandaan.
En ja, het smaakt naar meer. Als dit deel goed verkoopt, volgt er nog een deel 2 en hopelijk 3.

Wat vinden jouw familieleden dat jij schrijft over de hele gezinssituatie? 

Aan de reacties te merken vindt iedereen het erg leuk. Mijn man is wat dat betreft was terughoudender. Ik heb over een aantal passages heel lang na moeten denken of ik ze zou laten staan en zo ja,  hoe ik ze  zou verwoorden, omdat het zo persoonlijk is. Maar aangezien het mijn bedoeling is om een zo compleet mogelijk beeld te geven van ons leven, horen in mijn ogen de minder leuke aspecten ook deels aan de orde te komen, omdat die een grote impact hebben op onze gezinssituatie. 

Hoe gaat het momenteel met jouw kinderen op school? 

De oudste is na zijn eerste ziekenhuisopname in 2017 niet meer naar school geweest, omdat de situatie zich telkens verder compliceerde, maar daarover meer in deel 2 en vooral 3. ☺

Wat vind jij het leukste aan ASS en wat heeft het jou gebracht?

Die andere kijk op dingen en het alles letterlijk opvatten kan tot heel leuke, onverwachte situaties leiden.
Het heeft mij geleerd meer geduld te hebben, al vind ik mezelf nog steeds erg ongeduldig. Ook heb ik (nog meer) respect voor mensen die zich inzetten om andere mensen te helpen. 

Logische vervolgvraag: en het lastigste? 

Ik heb vooral veel moeite met de noodzaak van vaste patronen. Spontaan iets doen (of niet doen) is geen optie. Wat ook erg lastig is, is om niet boos te worden en om op dezelfde lijn te zitten als mijn man. We willen niet alles in het bijzijn van onze zoon bespreken, maar meestal gebeurt dat wel omdat je verder moet. Er doen zich zoveel lastige situaties voor dat je niet precies weet hoe je moet handelen en dan wil ik zus doen en mijn man zo, waarop een discussie volgt die je niet tot later kan uitstellen.
Verder vind ik het ook erg vermoeiend dat je aldoor alles tig keer moet uitleggen en herhalen. Even gezellig kletsen is er niet bij.

Waar word jij blij van of krijg je energie van?

Ik vind het heerlijk als mijn zoon toenadering zoekt en ineens mijn arm of been begint te aaien of om een knuffel komt vragen. 

Als afsluiter: wat is jouw tip aan ouders met een kind met een ondersteuningsbehoefte?

Ik zou zeggen: geduld en laat vooral nooit merken dat je boos bent. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ga er altijd van uit dat geen twee personen hetzelfde zijn. Iedereen is verschillend, iedereen heeft zijn eigen behoeftes, al wijken ze nog zo ver af van de jouwe. 

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.