Interview • Balans • 1 juli 2020

Autisme en een ontregeld immuunsysteem

Eén van de mogelijke oorzaken van autisme is dat vooral het immuunsysteem uit balans is (naast, mogelijk, de aanleg van het brein/zenuwstelsel of het hormonale systeem). Hoogleraar immunologie Hemmo Drexhage aan het ErasmusMC Rotterdam legt uit.

Interview: Beatrice Keunen

Autisme als gevolg van een verstoorde ontwikkeling van hersencellen, door een miscommunicatie tussen die cellen en uit balans geraakte immuuncellen. Voor hoogleraar immunologie Hemmo Drexhage aan het ErasmusMC Rotterdam is het een wetenschappelijk onderbouwd gegeven. Zijn belangrijkste advies aan ouders van kinderen met autisme: ‘Zorg goed voor jezelf en je kind. Een gezonde levensstijl en rust, reinheid en regelmaat zijn goed voor immuunsysteem en brein.’

 

Hoe kijkt u als immunoloog naar autisme?

Autisme, of ASS, zoals de diagnose volgens de DSM-5 officieel luidt, is niets meer of minder dan een nauwkeurig omschreven combinatie van gedragssymptomen. Die symptomen kunnen echter verschillende oorzaken hebben. Je hebt daarbij steeds te maken met een onfortuinlijke combinatie van je eigen erfelijke aanleg, je genen en omgevingsfactoren die je immuunsysteem, hormonale systeem, zenuwstelsel en brein zo uit balans brengen dat je kunt spreken van een ontwikkelingsprobleem. Er bestaat echter niet zoiets als een ‘autisme-gen’ of één omgevingsfactor die te allen tijde leidt tot autisme. De uitingen van autisme in gedrag zijn divers, en dit geldt hoogstwaarschijnlijk ook voor de onderliggende oorzaken. Eén van de mogelijke oorzaken van autisme is dat vooral het immuunsysteem uit balans is, maar er kunnen ook andere problemen zijn in de aanleg van je brein/zenuwstelsel of je hormonale systeem, wat ook weer invloed heeft op het functioneren van je immuunsysteem en je brein.’

 

Waarom heeft de ene persoon met autisme wel last van een ontregeld immuunsysteem en de andere niet?

‘Daaraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Erfelijke aanleg speelt een rol, vaak in combinatie met een infectie of een stressvolle gebeurtenis. Helder is in ieder geval dat bij de ontwikkeling van het stressverdedigingssysteem in de hersenen (ook wel limbisch systeem genoemd) van een foetus, het immuunsysteem een essentiële rol speelt. Speciale immuuncellen (microglia) zorgen voor de opbouw en het onderhouden van de bedrading tussen het limbische systeem en verschillende andere hersenkernen en hersengedeelten, en gaan vanuit het hoofd, via de zenuwbanen, naar ‘beneden’ het lichaam in. Als er in dit proces van opbouw iets fout gaat – bijvoorbeeld iets in de bedrading verkeerd wordt aangelegd of de signalen via de bedrading haperen – dan ontstaan er problemen in de hardware van het stress-systeem, waardoor je op latere leeftijd sneller ontregeld raakt in stressvolle situaties. Het kan zijn dat je dan extreem heftig reageert op stress of andere prikkels van buitenaf, of dat je juist nauwelijks reageert op wat er om je heen gebeurt. Beide soorten reacties zie je geregeld terug bij mensen met autisme.

De ernst van de (ontwikkelings)problemen hangt af van de hersengebieden die zijn aangetast, en van het moment in de ontwikkeling waarop de beschadiging optreedt. Hoe vroeger in de ontwikkeling de beschadiging plaatsvindt, des te groter de gevolgen. Dit kan al gebeuren tijdens de zwangerschap. We weten het nog niet precies, maar op basis van een muis-model vermoeden we dat dit proces ongeveer als volgt gaat:

Als je een zwangere muis langdurig aan stress blootstelt, maakt zij veel adrenaline aan, en dat activeert de productie van IL-6 (een belangrijke ontstekingsstof). Het IL-6 gaat door de placenta en bereikt het breintje van de ontwikkelende vrucht. Daar geeft het een afweerreactie van de microglia (immuuncellen in het brein). Dit geeft een soort ontstekingsreactie in het brein van de ontwikkelende vrucht en belangrijke stress-systemen worden anders aangelegd.

De immuun-brein-zenuw-hormonale as (het neuro-immuno-endocriene (hormonale) systeem) raakt dan al in de zeer vroege ontwikkeling uit balans. Latere testen bij de geboren muis wezen uit dat hij inderdaad afwijkend gedrag vertoonde in reactie op stress, bijvoorbeeld het niet kunnen dempen van prikkels.’

 

Valt met deze theorie moeders dan iets te verwijten ten tijde van hun zwangerschap?

‘Nee, moeders valt zeker niets te verwijten! Hoe kun je iets verkeerds doen als je wordt getroffen door bijvoorbeeld een infectie of in een zeer stressvolle omgeving belandt door bijvoorbeeld een oorlog?

We nemen het toch ook niemand kwalijk die de griep krijgt? Dit zijn zaken die je overkomen in het leven, en de ene persoon is daar vatbaarder voor dan de andere, heeft met andere woorden door een erfelijke aanleg al een meer kwetsbaar neuro-immuno-endocrien systeem. Natuurlijk, het is beter om zo min mogelijk stress op te zoeken en gezond te leven tijdens je zwangerschap, maar je hebt nooit volledige controle over wat je overkomt. Bovendien: het is niet zo dat stress in de zwangerschap áltijd tot autisme of andere ontwikkelingsproblemen leidt.’

 

Werkt het ook andersom: dat we via het immuunsysteem de hersenen positief kunnen beïnvloeden, waardoor de kenmerken van autisme geheel of gedeeltelijk verdwijnen?

‘Dit valt niet te voorspellen. Ik hoop echter dat als je weet dat er ontstekingsstoffen in het lichaam van de zwangere moeder (of later in het kind zelf) zijn als gevolg van een afweerreactie, je de balans kunt herstellen met ontstekingsremmende of andere balansherstellende geneesmiddelen. Beter nog, zeg ik als immunoloog, zou je zo vroeg mogelijk een correctie willen uitvoeren die de ontregeling van het immuunsysteem een halt toeroept. Om daarmee erger te voorkomen. Gelukkig is de immuno-psychiatrie als medische discipline in opkomst. Zij bestudeert de invloeden van zowel het immuun-, als het neurologische- en endocriene systeem op de hersenontwikkeling. En ze kijkt daarbij ook naar de invloed daarvan op ons denken en gedrag. Ik verwacht daar in de toekomst veel van om mensen met autisme, depressie en schizofrenie een behandeling op maat te kunnen bieden.’

 

Pas sinds enkele decennia is er aandacht voor de relatie tussen lichaam en geest in de psychiatrie. Waarom is dat zo?

‘Je kunt zeggen dat onder de medische disciplines de psychiatrie het meest is achtergebleven. Dat komt omdat het tot voor kort moeilijk was om naar de hersenen te kijken; je kunt niet zomaar bij mensen hun schedel lichten. Het is een moeilijk toegankelijk orgaan en daarmee is het ook lastig om psychische aandoeningen van binnenuit te bestuderen. Psychiaters zijn veelal aangewezen op het bestuderen van gedrag en het opstellen en toetsen van modellen en hypothesen die dat gedrag mogelijk verklaren. De gedachte dat psychiatrische stoornissen een lichamelijke oorzaak kunnen hebben is bepaald niet nieuw. Emile Kraepelin, ook wel de vader van de psychiatrie genoemd, sprak rond 1900 al over ‘hersenafwijkingen’. Het ontbrak hem helaas aan technologieën zoals beeldvormende scans, waarop je heel concreet afwijkingen kunt zien en bestuderen. Later, halverwege de twintigste eeuw, kwamen er bepaalde antimicrobiële middelen op de markt die ook een positief effect bleken te hebben op psychische ziektebeelden: daaruit zijn nu verschillende antidepressiva en antipsychotica ontwikkeld. Zij laten neurotransmitters als dopamine en serotonine beter communiceren. De gedachte dat naast lichamelijke factoren ook stressvolle omstandigheden of trauma’s in de kindertijd een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van psychiatrische ziekten is ook niet nieuw: Freud beschreef dit rond 1900 al in zijn kijk op ons bewuste en onderbewuste. Inmiddels weten we uit bloedonderzoek en beeldvormende hersenscanonderzoeken naar stress dat specifieke stresshormonen via de bijnierschors het stress-systeem in de hersenen aansturen. In de immunopsychiatrie worden die verschillende inzichten gecombineerd. Het kan niet anders dan dat de immuno-psychiatrie de psychiatrie gaat omvormen.’

 

Wat zal daarmee in de toekomst anders worden? Wat zal de huisarts gaan doen als je met een kind met een vermoeden van autisme op consult komt?

‘In geval van ernstige symptomen van een verstoorde ontwikkeling bij een kind, kan ik me voorstellen dat de huisarts ouders/verzorgers en kind doorverwijst naar de immuno-psychiater. Deze zal aan de hand van bloedtesten en beeldvormende technieken zoals scans een somatische (lichamelijke) diagnose stellen. Bijvoorbeeld een overactief onstekingsbeeld van specifieke hersengebieden. Of een neuro-endocriene-immuunafwijking. Hoe duidelijker de somatische diagnose, hoe meer kans op een effectieve aanpak. Het mooist zou zijn als er op jonge leeftijd effectieve behandelingen kunnen worden ingezet, omdat dat de beste ontwikkelingskansen biedt voor het kind. Maar tot het zover is, moeten we het doen met de mogelijkheden die er nu zijn. Zoals psychotherapie en de bestaande geneesmiddelen (hoe gebrekkig soms ook). En ook een regelmatig, gezond leven met goede voeding, voldoende beweging en rust helpt om het immuunsysteem van een kind niet te veel te belasten, en op die manier het brein van het kind zoveel mogelijk de kans te geven om zich te ontwikkelen. Daar kunnen ouders of verzorgers nu al voor zorgen.’

Hemmo Drexhage is emeritushoogleraar medische immunologie bij het ErasmusMC in Rotterdam. Hij is coördinator van het Europees Consortium Moodstratification dat onder meer onderzoek doet naar de relatie tussen het immuunsysteem en ontstekingen in het brein.

Meer lezen over het onderzoek van Hemmo Drexhage: moodstratification.eu

Het project Moodstratification wordt gefinancierd door de Europese Unie.

 

Wat is de functie van ons immuunsysteem?

Drexhage: ‘Ons immuunsysteem heeft twee belangrijke functies: afweer en opbouw. De meest bekende is de afweerfunctie: wanneer ons lichaam bedreigd wordt door bacteriën of virussen, dan gaan immuuncellen (beter bekend als witte bloedcellen) die bedreiging te lijf. Ze reizen via de bloedbaan door ons lichaam, ‘eten’ lichaamsvreemde indringers op en doden ze.

De tweede, minder bekende functie van ons immuunsysteem is de opbouwfunctie: immuuncellen hebben – wanneer er geen bedreigingen zijn – een belangrijke taak bij de opbouw en groei van onze weefsels, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van ons hormonale stelsel, ons zenuwstelsel en ons brein. Lange tijd dachten we dat immuuncellen meestal in rust zijn en alleen in actie komen bij gevaar. Dat blijkt niet te kloppen: wanneer ons lichaam gezond en ‘veilig’ is, dan gaan immuuncellen aan de slag met hun opbouw- en onderhoudstaken, zij zorgen ervoor dat onze hormoonproducerende cellen en onze zenuwcellen gezond groeien en vernieuwen en goed met elkaar blijven communiceren via hun receptoren en zenuwprikkels.

In geval van stress werken ze samen met het limbisch systeem (= stress-verdedigingssysteem) om ons lichaam weer in balans en in veiligheid te brengen. Dit gebeurt via allerlei signaalstoffen die processen in ons lichaam tot rust brengen of activeren, afhankelijk van wat nodig is om in balans te komen.

Een immuuncel kan zich slechts met een van beide functies, opbouw of afweer, tegelijkertijd bezighouden: dus als er te vaak een beroep gedaan wordt op de afweerfunctie, door infectie of langdurige stress, dan stagneert de opbouwfunctie. Als dat lang duurt, of als het immuunsysteem zelf ‘ziek’ is, kan dat bijvoorbeeld leiden tot problemen in de ontwikkeling en het functioneren van ons brein.

Ten slotte is het belangrijk om te weten dat ons immuunsysteem een dynamisch systeem is, dat voortdurend in ontwikkeling is, om zo steeds goed in te kunnen spelen op nieuwe omstandigheden en bedreigingen, en tegelijkertijd tolerant te blijven voor het eigen weefsel, zodat auto-immuunreacties (= aanvallen van het eigen weefsel) voorkomen worden.’­

 

ʻHet belang van een medische blik op autismeʼ

Wouter Staal is bijzonder hoogleraar autismespectrumstoornissen aan de Universiteit Leiden. Zijn leeropdracht daar is ‘ASS: neurobiologie, neurocognitie en behandeling’. Staal is kinder- en jeugdpsychiater bij het Radboudumc en bij Karakter in Nijmegen. Ook werkt hij in die stad als onderzoeker bij het Donders Instituut. Staal reageert hier op de visie van Drexhage.

‘Het artikel van Professor Drexhage onderstreept het belang van een medische blik op autisme. Dit is natuurlijk niet het enige perspectief, er zijn meerdere zienswijzen die helpend kunnen zijn, maar het geeft wel inzicht in de zeer complexe relatie tussen de ontwikkeling van de hersenen en ons afweersysteem. Toegespitst op autisme past het bij mijn eigen klinische ervaring als kinder- en jeugdpsychiater. Regelmatig hoor ik ouders bijvoorbeeld vertellen dat hun zoon of dochter met autisme als peuter zo vaak oorinfecties had, of allergische reacties had, of nu wellicht nog steeds heftig reageert op infecties, etc. Mooi is dat in dit artikel een pleidooi wordt gegeven voor een gezonde levensstijl! Helaas is de groep kinderen en jongeren met autisme vaak niet gezond. Zo is bijvoorbeeld de kans op overgewicht veel groter bij kinderen en jongeren met autisme, maar ook bestaan er vaak problemen rond het slapen en bewegen kinderen en jongeren met autisme vaak veel minder dan hun leeftijdsgenoten. Het is dan ook van groot belang om in de behandeling bij autisme een gezonde levensstijl mee te nemen. Ook hier geeft de aanpak die helpend kan zijn voor mensen met autisme een inzicht in wat voor ons allen verstandig is: rust, reinheid en regelmaat; gezonde voeding, voldoende beweging en aandacht voor een gezonde slaaphygiëne.’­

 

Word-lid-balk 2019