Uitleg passend onderwijs
Sommige leerlingen hebben extra hulp nodig op school en soms onderwijs op een andere, speciale school of plek. Dat heet passend onderwijs. De informatie op deze pagina’s is bedoeld om ouders wegwijs te maken en ouders te helpen om goed samen te werken met de school van hun kind.
De informatie hieronder is de uitgebreide versie van de brochures passend onderwijs en de filmpjes over passend onderwijs op de website van de Rijksoverheid. Balans heeft deze teksten voor de rijksoverheid ontwikkeld. Op de website van de rijksoverheid vind je ook de Engelstalige brochures en filmpjes in 7 verschillende talen.
Begrippen uitgelegd
Kinderen mogen in Nederland naar de basisschool als ze 4 jaar oud zijn. Ze zijn leerplichtig vanaf 5 jaar. Kinderen moeten dan onderwijs volgen tot ze minimaal een startkwalificatie hebben of 18 jaar worden. Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. De meeste kinderen kunnen de lessen op school goed volgen. Maar niet ieder kind is hetzelfde. Soms is extra hulp nodig of moet een kind extra oefenen. Of heeft een kind andere uitleg of lesstof nodig. En soms onderwijs op een andere, speciale school. Soms hebben kinderen een aangepast programma nodig. Hieronder lees je informatie over passend onderwijs op een school. Wat is goed om te weten als ouder? En hoe kun je goed samenwerken met de school van jouw kind?
Wat is passend onderwijs?
Sommige kinderen hebben op school extra hulp nodig. Elk kind met een ondersteuningsbehoefte krijgt in de regio waar hij of zij woont, onderwijs dat bij hem of haar past. De zorgplicht passend onderwijs regelt dat scholen moeten zorgen voor ondersteuning van een kind op school. Of voor een passende andere plek.
Wat betekent hulp en ondersteuning op school?
Elke school geeft hulp aan kinderen die dat nodig hebben. Dat heet de basisondersteuning. Wat de school precies voor basisondersteuning geeft, staat in de schoolgids van iedere school. Als je kind méér hulp nodig heeft, noem je dat extra ondersteuning. Soms regelt het samenwerkingsverband die extra ondersteuning. Soms regelt de school het zelf.
Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
Als een kind meer nodig heeft dan de basisondersteuning noemen we dat extra ondersteuning. De school moet dan een plan met doelen maken. Dit heet een ontwikkelingsperspectief. Ook als je kind op (voortgezet) speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs of praktijkonderwijs zit of daarnaartoe gaat, moet de school een ontwikkelingsperspectief maken. Meestal doet de intern begeleider (IB’er) op de basisschool of zorgcoördinator op het voortgezet onderwijs dat. De school moet met jou en je kind praten over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief. Het ontwikkelingsperspectief bestaat ten minste uit twee delen: het uitstroomprofiel en het handelingsdeel.
In het uitstroomprofiel staat naar welk niveau van type examen de school toewerkt. Op welk niveau is jouw kind aan het eind van het voortgezet onderwijs? Gaat jouw kind daarna onderwijs volgen en wat voor soort onderwijs? Hierover overlegt de school met jou en je kind. Dit heet ook wel een ‘Op Overeenstemming Gericht Overleg’ of ‘OOGO’.
Het andere deel van het ontwikkelingsperspectief is het handelingsdeel. Dit gaat over de extra hulp die jouw kind krijgt om de doelen te bereiken. Over het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief moeten de ouders en de school het samen eens worden. Dit wordt instemmingsrecht genoemd. De school vraagt de ouders dan meestal om een handtekening te zetten om te laten zien dat zij het ermee eens zijn. De school moet minimaal één keer per jaar over het ontwikkelingsperspectief praten met de ouders.
Elke leerling heeft ook recht om hierover mee te praten en een mening te geven. Dit noemen we het hoorrecht.
Let op: een leerling beslist vanaf 16 jaar zelf over diens leerlingdossier en moet zelf inzage vragen. Ook moet de leerling dan toestemming geven dat de ouder ook over het hele dossier mag beschikken.
De school moet volgens de Wet Voortgezet Onderwijs ouders informeren over de studievoortgang van hun kind zolang deze minderjarig is, dus tot hun kind 18 is.
Wat is zorgplicht?
Elk kind moet onderwijs krijgen dat bij hem of haar past en extra hulp krijgen als dat nodig is. Het schoolbestuur moet daarvoor zorgen. Dat heet zorgplicht. Hiervoor moet de school eerst goed onderzoeken wat voor hulp het kind nodig heeft en of ze die extra hulp zelf kan geven. Soms heeft de school hulp nodig van het samenwerkingsverband of van andere deskundigen. Misschien past een andere school beter. Dan moet de school dit bespreken met de ouders en leerling en daarnaar helpen zoeken. Het schoolbestuur van de school waar het kind staat ingeschreven, heeft zorgplicht. Ook als de extra hulp via het samenwerkingsverband gaat.
De zorgplicht van de school begint bij de schriftelijke aanmelding van jouw kind op een school. De zorgplicht blijft bestaan tot de leerling is ingeschreven of tot er een andere school is waar jij je kind aanmeldt. Alleen ouders kunnen een kind aanmelden. Vanaf 16 jaar kan het kind dat ook zelf doen.
Zijn er uitzonderingen voor scholen op de zorgplicht?
- Als de school vol is. Dat moet dan gelden voor alle aanmeldingen. Niet alleen voor leerlingen die extra hulp nodig hebben.
- Als een ouder het niet eens is met hoe de school denkt over de (levens)overtuiging van de school. Dit heet ‘onderschrijven van de grondslag’.
- Bij een aanmelding bij een cluster 1- of cluster 2-school. Deze scholen horen niet bij een samenwerkingsverband. Zij hebben een eigen toelatingsprocedure.
Wat zegt de wet over de zorgplicht?
De zorgplicht staat vastgelegd in de wet (art. 18a WPO / art. 2.40 WVO 2020). Zodra een kind is ingeschreven, moet de school zorgen voor een passend onderwijsaanbod. De wet zegt hierover dat ieder kind recht heeft op een ononderbroken ontwikkelingsproces en individuele begeleiding, afgestemd op zijn of haar behoeften. De school en het samenwerkingsverband hebben samen de zorgplicht om dit te realiseren. Ook als het beschikbare budget hiervoor op is blijven zij hiervoor formeel verantwoordelijk.
Het benodigde budget is een verantwoordelijkheid van bestuur en samenwerkingsverband. Daarbij is volgends de wet de onderwijsbehoefte van het kind leidend. Niet het beschikbare budget.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het VN-Verdrag Handicap (art. 24) benadrukken duidelijk dat gebrek aan middelen nooit een rechtvaardiging om passend onderwijs te weigeren (art. 2 Eerste Protocol EVRM). De zorgplicht blijft gelden, óók als het financieel lastig is.
Wat is een samenwerkingsverband?
Scholen en schoolbesturen voor regulier en speciaal onderwijs werken in een bepaald gebied samen om te zorgen voor passend onderwijs. Dat heet een samenwerkingsverband (SWV). In een samenwerkingsverband zitten alle scholen voor regulier onderwijs, speciaal (basis)onderwijs en praktijkonderwijs. Een samenwerkingsverband zorgt ervoor dat ieder kind dat dit nodig heeft extra hulp krijgt of naar een speciale school kan gaan. De scholen in het samenwerkingsverband spreken samen af hoe ze dat regelen. Deze afspraken staan in een ondersteuningsplan. Dat kun je opvragen bij het samenwerkingsverband of op de website vinden.
Sommige samenwerkingsverbanden verdelen het geld voor passend onderwijs onder de scholen. Daarmee zorgen de scholen zelf voor extra hulp voor de leerlingen. Dit noemen we het schoolmodel. In andere gevallen regelt het samenwerkingsverband zelf de extra hulp. Dat noemen we het expertisemodel. Soms zijn er ook mengvormen. Het is goed te weten wat de afspraken zijn in jouw samenwerkingsverband. Deze afspraken staan in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband.
Wat is een schoolbestuur?
Alle scholen hebben een schoolbestuur. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor alles wat er op school gebeurt. Het schoolbestuur is het bevoegd gezag van een school of meerdere scholen die onder hetzelfde bestuur vallen. Schoolbesturen hebben zorgplicht. Het is dan ook de taak van het schoolbestuur om ervoor te zorgen dat de school voor elk kind onderwijs regelt dat bij hem of haar past en extra hulp krijgt als dat nodig is. Ze zijn dus verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit en uitvoering van passend onderwijs. Dat doen ze soms met hulp van het samenwerkingsverband. In de schoolgids staat bij welk schoolbestuur jouw school hoort.
Wat is leerplicht?
Kinderen van 5 tot 16 jaar zijn leerplichtig. Dat betekent dat ze verplicht zijn om naar school te gaan. In de Leerplichtwet staat dat wanneer kinderen 5 jaar zijn ze naar school moeten. Als kinderen 4 jaar oud zijn, mógen ze naar school en dat doen de meeste kinderen ook. Kinderen van 4 jaar vallen niet onder de leerplicht. Het is dus niet strafbaar als een ouder een 4-jarig kind thuishoudt. Wel valt een kind van 4 jaar onder de Wet passend onderwijs en kan het dus al (extra) ondersteuning krijgen.
De leerplicht duurt tot en met het einde van het schooljaar waarin je kind 16 jaar wordt. Als het kind 16 jaar wordt, dan moet hij of zij het schooljaar dus nog afmaken. Een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. Is het kind minimaal twaalf volledige schooljaren naar school geweest, dan is de leerplicht ook afgelopen. Een groep overslaan telt ook mee als volledig schooljaar.
Wat is kwalificatieplicht?
Jongeren die na hun zestiende nog geen startkwalificatie hebben, moeten tot hun achttiende jaar onderwijs volgen. Dit sluit dus aan op de leerplicht. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). Deze startkwalificatie is bedoeld om schooluitval te voorkomen en jongeren beter voor te bereiden op vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt wanneer zij na school gaan werken. Een jongere van 17 jaar zonder startkwalificatie is dus volgens de wet nog steeds verplicht om onderwijs te volgen.

