Samenwerken tussen ouders en school | Ouderperspectief in het speciaal onderwijs
Samenwerken
Geschreven door: Stephanie Hibberd
De afdelingsmanager van de school kijkt me streng aan. “We zullen de komende tijd toch echt moeten samenwerken, we verwachten een andere houding van ouders.” Hij heeft een punt, ik ben laatst behoorlijk tekeergegaan toen ik me in een hoek gedreven voelde. Weer een kras op het imago van ouders in het algemeen, denk ik bij mezelf. Lastig, veeleisend, moeilijk in de omgang. Ik bied mijn excuses aan, want op het niveau van mens-tot-mens spijt het me echt. Hij, en de rest van het team, doen hun stinkende best voor mijn kind en hij verdiende de bak ellende die ik over hem heen stortte niet persoonlijk.
“Besef je je…” begin ik voorzichtig aan mijn zin “…dat ik helemaal nooit gevraagd heb om deze samenwerking?”. Even zet hij zich schrap – ‘begint ze nou alwéér?!’ hoor ik hem bijna denken. Maar dan herpakt hij zich. “Hoe bedoel je?” de vraag klinkt oprecht verbaasd. Ik leg uit dat ouders normaal gesproken met hun kinderen mogen kiezen naar welke middelbare school hun kind gaat. Ze lopen open dagen af en maken een ranglijstje. Welke school past het beste? Wordt het de school met de moderne nask-lokalen of die creativiteit als speerpunt heeft? Of toch liever de school die werkt met projectonderwijs? De school waar je een sportrichting kunt kiezen of die hele gewone school waar de beste vriendinnetjes heengaan? En dan maar hopen dat je kind op de eerste keuze terechtkomt.
Die keuzevrijheid valt weg als iemand ooit heeft besloten dat je kind ‘beter op zijn/haar plek zal zijn’ in het speciaal onderwijs. Dan heb je het te doen met de school die voorhanden is, vaker dan niet zonder compleet vakkenaanbod, opgeleide vakdocenten of differentiatie in onderwijsniveaus. Dan maakt het niet meer uit of je kind sportief of creatief is, goed gedijt in een leerplein of het liefst met vrienden op school zit. Met de beste wil in de wereld kunnen de mensen die er (veelal met hart en ziel) werken die kansenongelijkheid niet opheffen. Als ouder word je gedwongen mee te doen in een tijdverslindend en stigmatiserend systeem van OPP’s en GO’s en MDO’s en meer van dat soort afkortingen. Er is niets gelijkwaardigs aan deze samenwerking, al was het maar omdat wij het opgedrongen hebben gekregen.
“Zo heb ik er nooit naar gekeken.” zegt hij, en slaat hiermee de spijker op de kop: het overgrote deel van de professionals dat ik de afgelopen jaren tegenkwam, heeft er nooit bij stilgestaan hoe het écht is aan de andere kant van de tafel. Dat is meestal geen onwil, maar kwalijk is het wel. Zonder oog voor de eenzaamheid en vermoeidheid die ouders voelen als ze jarenlang moeten knokken voor het recht op onderwijs van hun kind, is dit geen echte samenwerking en liggen de makkelijke oordelen voor de hand. Ouders worden vaak helemaal niet serieus genomen, terwijl ze hun hele eigen expertise meenemen naar de situatie. Onbetaald, vaak ongevraagd, en vol (terechte) emotie.
De afdelingsmanager had gelijk aan begin van ons gesprek: we zullen voorlopig toch echt moeten samenwerken. En zo is dat voor alle ouders in soortgelijke situaties. Het is van belang dat de unieke positie van ouders daarin wordt meegenomen, van hoog beleidsniveau tot aan de mensen waar we dagelijks mee te maken hebben. Ik probeer daar op verschillende manieren aan bij te dragen, omdat het recht op goed onderwijs voor álle kinderen geldt. Ik heb het afgelopen jaar met plezier deze column geschreven en geprobeerd het ouderperspectief onder woorden te brengen. Hartelijk dank voor alle mooie, ontroerende en kritische reacties!

