Vijf vragen aan Patty van ’t Hooft, docent en onderzoeker effecten bewegen in water van en zwemonderwijs aan kinderen met autisme (ASS).
Patty van ’t Hooft, docent aan Hogeschool Windesheim en PhD-kandidaat aan de Rijksuniversiteit Groningen, doet promotieonderzoek naar de effecten van bewegen in water op de motorische en sociale ontwikkeling van kinderen met ASS. Waarom hebben kinderen met autisme meer moeite met zwemmen? Hoe kan het zwemonderwijs beter worden aangepast aan de specifieke behoeften van kinderen met ASS?
Bewegen in water kan een geweldige manier zijn voor kinderen met autisme om hun motorische vaardigheden en sociale interactie te verbeteren. Maar waarom is zwemmen zo belangrijk voor kinderen met ASS? En hoe maak je als ouder of zwemdocent een zwemlestraject zo plezierig en effectief mogelijk? Patty van ’t Hooft, deelt haar expertise over zwemonderwijs voor kinderen met ASS. Ze onderzoekt hoe bewegen in water bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen met autisme, en geeft praktische tips voor ouders. Lees verder en ontdek waarom bewegen in water zo goed is voor je kind!
1. Kun je jezelf voorstellen Patty?
Mijn naam is Patty van ’t Hooft en ik ben docent-onderzoeker op de Calo in Zwolle. Als docent bewegingsonderwijs gaf ik les op reguliere basisscholen, en op een cluster 2 school. Op de Calo geef ik onder andere les in water gerelateerde vakken aan de opleiding Psychomotorische therapie. Zo begeleid ik studenten psychomotorische therapie in het aanbieden van zwemactiviteiten aan kwetsbare doelgroepen. Zoals leerlingen uit het cluster 3 en 4 onderwijs, maar ook ouderen met dementie, jongeren met een verstandelijke beperking en vrouwen met een migratieachtergrond. Sinds tien jaar verzorg ik zwemlessen aan kinderen met Autismespectrumstoornissen (ASS). Dat doe ik met hun ouders in het water. Mijn eerste onderzoek was naar de werking van pictogrammen op het leren onderwater en op de rug zwemmen bij kinderen met ASS. In november 2021 kreeg ik een promotiebeurs van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), om de effecten van bewegen in water op de motorische en sociale vaardigheden van kinderen met ASS te onderzoeken. Dit onderzoek is nu in volle gang.
2. Waar komt jouw interesse in zwemles vandaan?
Zwemmen is voor mij ontspannen en verstillen, maar ook spelen en genieten. Het gevoel van gedragen worden door het water, en het rustig kunnen glijden door het wateroppervlak vind ik heerlijk. Ik besef echter heel goed, dat heel veel anderen bewegen in water totaal anders ervaren. En dat is jammer. Want als leren zwemmen een gevecht wordt, voel je geen ontspanning. Of als leren zwemmen nadenken wordt over wat je moet doen, dan kun je die ontspanning ook niet ervaren. Als kind had ik het geluk dat tot het derde leerjaar van de middelbare school, één keer per week schoolzwemmen werd aangeboden. Daar kregen we allerlei soorten activiteiten. Én de ruimte om zelf te mogen spelen. Water werd daardoor al snel een vertrouwde omgeving. Vanaf het moment dat ik zelf zwemlessen ging geven, zowel aan kinderen voor hun zwemdiploma als aan studenten van de Calo, vond ik het mijn belangrijkste uitdaging het plezier van bewegen in water over te brengen.
3. Je doet onderzoek naar zwemlessen voor kinderen met autisme. Waarom specifiek zwemles voor kinderen met autisme?
Als docent aan de Calo in Zwolle, begeleid ik studenten psychomotorische therapie die schoolzwemactiviteiten verzorgen aan leerlingen uit het speciaal onderwijs. Al snel ontdekte ik dat de kinderen bij wie het leren bewegen in water achterbleef, leerlingen met ASS waren. Overigens waren er ook leerlingen met ASS bij wie het leren zwemmen wel voorspoedig ging!
Na het onderzoek over de werking van pictogrammen bij het leren zwemmen, ben ik me verder gaan verdiepen in wat de oorzaken konden zijn van het moeilijker leren zwemmen bij deze doelgroep. In die tijd had de Calo nog een zwembad met onderwaterraampjes, zodat je de bewegingen onderwater heel goed kon zien. In onze schoolzwemlessen was een meisje met ASS dat totaal niet bang was voor water en met veel plezier de activiteiten deed. Maar het technisch leren zwemmen lukte niet. Door de observaties via de onderwaterramen zagen wij dat zij liggend volledig uit evenwicht was. Na elke zwemslag, moest ze hard werken om weer in de goede ligging te komen. Na deze observaties zijn we evenwichtsoefeningen in het water gaan doen met haar. En een paar maanden later kon ze afzwemmen. Mede vanuit deze ervaring zijn we andere gaan kijken en besteden we veel aandacht aan balans. In onze eigen zwemles zien we positief effect. Nu is het tijd om te onderzoeken of dat effect dat we zien, ook meetbaar aanwezig is.
4. Kun je vertellen wat je dan onderzoekt?
Mijn onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen, en heeft een aantal doelen. Een van de doelen, is vaststellen of, en zo ja op welke wijze, bewegen in water voor kinderen met ASS kan bijdragen aan het verbeteren van hun bewegingsvaardigheden op het land en in het water. En op de sociale interactie. Dit vanuit het idee dat kinderen met ASS vaak problemen hebben met hun bewegingsvaardigheden. En minder vaak deelnemen in bewegingsactiviteiten dan leeftijdsgenoten. Er is namelijk een relatie tussen motorische vaardigheden en sociale interactie. Kinderen met autisme zouden in een voor hen veilig omgeving meer bewegingservaring op kunnen doen, om hun motorische vaardigheden te vergroten. En daarmee mogelijk meer open staan tot bewegen naast, en met anderen. Bewegen in water lijkt, door de specifieke eigenschappen van water, daarvoor geschikt. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een zweminterventie, die rekening houdt met hoe kinderen met ASS op een betrokken en veelzijdige manier bewegend leren in het water. Hiervoor hebben we o.a. al behoefteonderzoek gedaan via interviews met ouders van kinderen met autisme. Zij kunnen als beste aangeven wat hun kind nodig heeft.
5. Heb je nog tips voor ouders?
In het Balans Webinar over zwemles aan kinderen met ASS op 1 april a.s., en dit is geen grap, ga ik uitgebreid in op wat ouders kunnen doen om het zwemlestraject zo plezierig en effectief mogelijk te maken voor hun kind en henzelf. Maar bij deze alvast een tipje van de sluier:
Een zwemlestraject duurt minimaal een jaar maar vaak langer. Zorg daarom dat je voor een zwemschool kiest waar je jezelf als ouder gehoord en gezien voelt, zodat je met een gerust gevoel jouw kind daar achter durft te laten om zwemmen te leren.
Zelf met je kind gaan zwemmen kan helpen het kind watervrij te maken. Het geeft ook inzicht op hoe je kind reageert op het bewegen in water. Als je erachter kunt komen wat jouw kind leuk vindt om in het water te doen, dan kun je daar een zwemlesgever mee helpen het kind gemotiveerd te krijgen/houden. Ga vooral zelf GEEN zwemles geven als je daar niet in geschoold bent, maar nodig je kind uit tot allerlei spelletjes in het water die jouw kind op zijn eigen manier mag doen. Denk hierbij aan ergens onderdoor gaan, overheen klimmen, materialen van de bodem zoeken voor een memoriespel, of om een toren mee te bouwen. Hiermee help je jouw kind op plezierige wijze de eigenschappen van het water op zijn/haar eigen wijze en tempo te ontdekken!
Wil je meer weten over effectief zwemonderwijs voor kinderen met autisme? En meer handige zwemlestips van Patty? Schrijf je dan nú in voor het webinar ‘Autisme en zwemles’ op 1 april 2025.

