‘Scholen willen wel, maar missen kennis’
TEKST: RENÉ LAMERS
Er is vooruitgang, maar er valt nog veel te winnen. Steeds meer middelbare scholen hebben een dyslexiecoach. Deze maakt docenten wegwijs in de mogelijkheden die er zijn rond dyslexie op school. En kan helpen in het omgaan met een leerling met dyslexie. ‘Op veel scholen mist die kennis, waardoor een kind niet altijd de juiste aanpassingen krijgt,’ zegt dyslexiedeskundige Marzena Rolak. ‘Maar het is geen onwil.’
Geen vergoede dyslexiezorg
Als je kind naar het voortgezet onderwijs gaat, verandert er nogal wat. Voor elk kind, maar zeker als het dyslexie heeft. In primair onderwijs wordt dyslexiezorg vergoed, in het voortgezet onderwijs niet, omdat het idee is dat de Nederlandse taal dan al ontwikkeld is. Daar krijgt het kind met vele docenten te maken, en docenten zien dus ook vele leerlingen. Op de basisschool heeft een leerkracht zo’n 25 leerlingen en kent elk van hen goed. Bovendien zijn basisschoolleerkrachten meer bekend met ondersteuning. Docenten op een middelbare school zijn meer bezig met kennisoverdracht.
Passend examineren
‘Veel middelbare scholen zijn ook niet gewend om gestructureerd te werken zoals in het basisonderwijs, met een groepsplan en instructies,’ weet Marzena Rolak. Deze dyslexie-expert trainde vroeger leerlingen en hun ouders, maar nu richt ze zich vooral op scholen, omdat daar wat moet gebeuren. Marzena ziet wel vooruitgang. ‘Tien jaar geleden hadden nog weinig scholen een tekst-naar-spraak-hulpmiddel. Dat is nu veel meer de standaard. Ook hebben steeds meer scholen een dyslexiecoach. De brochure van het CvTE, het College voor Toetsen en Examens, heette eerst Kandidaten met een beperking, daarna Kandidaten met een ondersteuningsbehoefte en nu Passend examineren. Dat geeft de verschuiving mooi weer.’
Gelijke kansen
Volgens de Wet gelijke behandeling moet school regelen dat ieder kind gelijke kansen heeft. Ook kinderen met dyslexie. Denk aan aangepaste beoordeling van de spelling, gebruik van spellingcontrole of van spelling- of grammaticakaarten. Ook kan gekozen worden voor maximale aftrek van één punt op het cijfer of het minder zwaar of helemaal niet mee laten tellen van spelfouten.
Bij examens kan een computer worden ingezet ter vervanging van de papieren toets. Er zijn ook audioversies van examens en tekst-naar-spraak-hulpmiddelen. Maar een pauze van een halfuur voor rust voor de hersenen behoort ook tot de mogelijkheden. Welke faciliteit mogelijk is, hangt af van de diagnose en de mogelijkheden binnen de school.
Mogelijkheden voor maatwerk
Het Uitvoeringsbesluit WVO (zie kader) schetst scholen de mogelijkheden voor maatwerk tijdens examens. Marzena adviseert ouders om het heft in handen te nemen en de school op dergelijke informatie te wijzen. ‘Het is namelijk geen onwil. Veel docenten hebben gewoon geen kennis van dyslexie. Het komt niet voor in de lerarenopleiding.’
Marzena waarschuwt voor een discussie over faciliteiten. ‘School moet iets regelen wat de belemmering van het kind wegneemt. Dat is het uitgangspunt. Het middel om dat te doen, kan per leerling verschillen. Niet ieder kind heeft dezelfde ondersteuning nodig. Neemt de aanpassing de belemmering voor deze leerling echt weg? Dat moet de vraag zijn. Kan het met deze toetsvorm laten zien wat hij of zij kan? En is het cijfer een afspiegeling van zijn of haar inzet voor het vak?’
Succesjes
Voor een tweede vreemde taal kan school in de onderbouw een aangepast programma geven. School is gebonden aan de eisen voor een startkwalificatie, maar het aantal uren en de kerndoelen zijn voor een tweede vreemde taal niet vastgelegd. Daarmee kan school variëren. Zo kan bijvoorbeeld meer aandacht naar Engels gaan. De toetsen kunnen worden losgelaten of alleen gericht zijn op spreek- en luistervaardigheid. Marzena: ‘Waarom zou je spellingtoetsen blijven afnemen, alleen maar ‘omdat de methode dat zegt’, terwijl je weet dat de leerling er moeite mee heeft? Wat is nou het doel van deze toets? Wat wil je als docent meten en weten? Een kind heeft ook succesjes nodig. Laat het dan met een taalkaart de toets doen en geef een voldoende; dat is beter dan zonder taalkaart weer een slecht cijfer.’
Het gesprek met school
Voor school kunnen de kosten en de tijd die extra ondersteuning vragen, ingewikkeld zijn. Als je als ouders met school in gesprek gaat over een oplossing voor je kind, denk dan aan de volgende punten.
- Je kaart de behoefte van je kind eerst bij de docent aan. Daarna bij de mentor, de dyslexiecoach, de teamleider en op het laatst de directeur.
- Bereid je goed voor. Heb de feiten bij de hand. Kijk van belemmering naar behoefte naar oplossing. Leg uit wat het probleem van je kind is en wat dat met zijn motivatie doet.
- Blijf kalm en respectvol, ondanks je frustratie en de afnemende motivatie bij je kind.
- Zoek gemeenschappelijkheden op, bijvoorbeeld dat jullie allemaal willen dat je kind het examen haalt.
- Benoem ook wat wél goed gaat.
- Stel open vragen. ‘Hoe kunnen we samen een oplossing vinden?’
- Draai het ook eens om: ‘Waarom zouden we het niet doen?’
- Wees vasthoudend en geduldig, want het zal niet meteen lukken.
- Bel de Advieslijn van Balans: 030-2255050. En volg Balanswebinars (zie kader hieronder).
- Zet in het uiterste geval formele stappen.
Bekijk hier het webinar Dyslexie in het voortgezet onderwijs gegeven door Marzena Rolak. Lees meer over mogelijke aanpassingen bij examens (Uitvoeringsbesluit WVO) en bekijk de flyer Dyslexiehulpmiddelen succesvol inzetten. Verder vind je er links naar de webinars Passend onderwijs en leerrecht en Passend examineren. En je vindt er ons Balansdossier dyslexie en meer informatie over komende informatieavonden Leesproblemen & dyslexie.
Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 1-2025. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.

