‘Bij kinderen met TOS én dyslexie werkt behandeling net zo goed’
TEKST LIDY SIBON
Het interview met Cara Verwimp vindt online plaats. Ondanks de fysieke afstand spat haar expertise en enthousiasme over haar werk van het scherm af. In heldere taal en duidelijke voorbeelden vertelt zij over het project Aap Noot TOS en wat haar wetenschappelijke werk betekent voor de praktijk.
Wat houdt Aap Noot TOS in?
‘Sinds 2022 geeft het dyslexieprotocol 3.0 aan dat kinderen met dyslexie en bijkomende problemen, waaronder kinderen met een TOS, in aanmerking komen voor vergoede dyslexiezorg. Het doel van het Aap Noot TOS-onderzoek is te weten komen of de behandeling voor kinderen met TOS en dyslexie even goed werkt als voor kinderen zonder bijkomstige problemen. Én hoe we de behandeling kunnen optimaliseren voor deze doelgroep.
Vanuit vijf Aurisscholen deden leerlingen (vooral groep 5, 6 of 7) met TOS en hardnekkige leesproblemen mee. Daarnaast waren er focusgroepen met diverse betrokkenen zoals behandelaars, leerkrachten en ouders die ons meer inzicht gaven in wat momenteel goed loopt en wat de knelpunten zijn. Besproken thema’s waren onder andere het testen van leesniveaus, hoe extra ondersteuning op school in niveaus wordt ingedeeld, het doorverwijzingsproces en de behandeling.’
Wat zijn de eerste onderzoeksbevindingen?
‘Kinderen met TOS en dyslexie hebben de meest hardnekkige lees- en spellingsproblemen aan de start van de behandeling, maar lijken wel evenveel vooruit te gaan als de groep kinderen zonder TOS. Daarbij zien we dat een vergelijkbare groep kinderen met TOS en dyslexie die geen dyslexiebehandeling kreeg, deze stijging in lees- en spellingsvaardigheden niet laat zien. Dit ziet er dus veelbelovend uit. We zien dezelfde trend bij meertalige kinderen in ons onderzoek.’
Waar zitten de knelpunten?
‘De behandelmethode blijkt dan wel efficiënt voor kinderen met dyslexie en TOS, maar het parcours ernaartoe blijft hobbelig. Omdat TOS en dyslexie veel overlappingen vertonen is het bij (hardnekkige) leesproblemen moeilijk te bepalen waar de oorzaak van het leesprobleem ligt. Het is daarom voor scholen niet altijd duidelijk welke kinderen zij moeten doorverwijzen. Het is dan belangrijker om te bekijken hoe een kind het best geholpen kan worden, in plaats van uit te zoeken of de leesproblemen nu komen door een TOS, door aandachtsproblemen of iets anders. Het is daarom goed dat het huidige protocol inderdaad die samenhang omarmt. Daarbij komt dat huidige tests niet altijd goed afgestemd zijn op kinderen met een TOS, die bijvoorbeeld minder goed kunnen articuleren of meer verwerkingstijd nodig hebben bij de aanvang van een woord.
Voor ouders en scholen is het vaak ook niet duidelijk bij welke instantie en in welke gemeente zij het dossier kunnen indienen. Cluster 2-scholen staan niet altijd in de gemeente waar het kind woont en daardoor is het vinden van de juiste instantie soms lastig.
Kinderen moeten daarnaast bovenop de individuele sessie met de behandelaar, vijf keer per week thuis oefenen. Als ouders dan de taal niet machtig zijn, geen computer hebben thuis of kinderen weinig tijd hebben door lange schooldagen met taxibusjes, wordt dat in de praktijk erg lastig. Soms kan een externe behandelaar onder schooltijd komen of worden begeleiders binnen school ingezet. Het nadeel is wel dat kinderen, die op een dag ook vaak nog andere therapievormen krijgen, daardoor andere lessen missen.
De onderzoeksgroep werkt momenteel aan een handreiking voor scholen waarin met good practice-voorbeelden beschreven staat hoe met dit soort knelpunten om te gaan.’
Boodschap aan ouders
Cara benadrukt dat medewerking van de ouders essentieel is in het behandelproces. Cara: ‘Blijf open en transparant met de behandelaar en durf ook je zorgen uit te spreken. Jullie kennen jullie kind het beste. Voor kinderen is het ook vaak iets dat er extra bij komt. Blijf dus zeker ook kijken naar de draagkracht van je kind.’
Ouders die twijfelen of hun kind naast TOS ook dyslexie heeft, kunnen op de volgende signalen letten:
• Ondanks meerdere jaren leesonderwijs en ondersteuning op school, blijft je kind traag en moeizaam lezen.
• Lezen kost veel energie, letterklankkoppelingen blijven lastig en je kind maakt veel lees- en spelfoutjes.
• Leesmomenten en huiswerk worden soms ontweken.
Merk je dit soort signalen bij je kind? Bespreek dit met school; doorgaans worden leesproblemen op school als eerste gesignaleerd, maar niet altijd.
Het Aap Noot TOS-onderzoek is een samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam, het RID en Auris en wordt gesubsidieerd door ZonMw.
Lees meer over Cara Verwimp en het Aap Noot TOS-onderzoek. Lees ook onze Balansdossiers over TOS en over dyslexie.
Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 1-2026. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.

