Scroll Top

De impact van dcd 

TEKST MARINA SCHOEMAKER & JESSICA LUST

Marina Schoemaker werkte tot voor kort als universitair hoofddocent bij de afdeling Bewegingswetenschappen van het UMCG. Zij deed veertig jaar onderzoek naar kinderen met dcd, en is lid van het landelijk netwerk DCD, dat zich inzet om de zorg rond kinderen met dcd te verbeteren.

Jessica Lust werkt als universitair docent bij de afdeling Orthopedagogiek van de Radboud Universiteit. Kinderen met dcd zijn een speerpunt van haar wetenschappelijk onderzoek. Ook Jessica maakt deel uit van het landelijk netwerk DCD.

Onhandige acties

Iedereen kent ze wel: kinderen die over hun eigen benen struikelen, of aan tafel regelmatig een glas drinken omgooien. Kinderen die niet worden gekozen bij voetbal, omdat hun onhandige acties volgens andere kinderen het spel verstoren. Op school vallen deze kinderen op door hun onleesbare handschrift. Dit zijn kenmerken van developmental coordination disorder (dcd).

Niet expres

Kinderen met dcd snappen niet waarom zij zo onhandig zijn. Ze doen hun stinkende best, waarom lukt het dan toch niet? Waarom wordt ze onwil en gebrek aan inzet verweten? De negatieve reacties uit hun omgeving doen pijn, want ze doen toch niet expres onhandig? Het gevolg kan zijn dat kinderen met dcd negatief over zichzelf gaan denken, en zich terugtrekken uit activiteiten en sociale contacten om ongelukjes en kritiek te vermijden.

Angstig en somber

Uit recent onderzoek bij een grote groep kinderen met dcd blijkt dat ongeveer één derde van deze kinderen zich vaker angstig en somber voelt, en zowel thuis als op school problemen ondervindt in de omgang met anderen. De impact van dcd treft niet alleen het kind zelf, maar ieder gezinslid. Broertjes en zusjes hebben te maken met aangepaste uitjes en minder aandacht. Ouders lopen tegen onbekendheid en onbegrip in de samenleving aan. Wanneer het eindelijk is gelukt om de juiste diagnose te krijgen, wordt er veel van hen gevraagd om de juiste ondersteuning voor hun kind te krijgen.

Meer begrip, minder kritiek

Kinderen met dcd en hun ouders zouden geholpen zijn als zorgprofessionals, maar vooral ook leerkrachten, meer weten over dcd. De problemen van deze kinderen kunnen dan eerder herkend worden. Op school kan aan andere kinderen uitgelegd worden dat een onhandig kind er niets aan kan doen dat het wat vaker een bal mist, of iets omstoot. Meer begrip leidt tot minder negatieve reacties, waardoor het kind met dcd zich meer begrepen en minder bekritiseerd voelt.

Kennis delen

Daarom is het belangrijk dat kennis over dcd gedeeld wordt. Vooral onder (gym)leerkrachten, maar ook onder huisartsen en jeugdartsen. Als de problemen eerder onderkend worden, kan eerder hulp geboden worden, waardoor een kind met dcd en de directe omgeving beter leren omgaan met de onhandige motoriek. Dat zorgt er hopelijk voor dat kinderen met dcd zich minder vaak terugtrekken en angst en somberheid niet kunnen ontstaan, omdat het kind en zijn omgeving alle begrip en hulp krijgen die zij verdienen.

Lees ook het artikel: Wat is Developmental Coordination Disorder (DCD)? (pdf) uit het Tijdschrift voor Jeugdgezondheidszorg. Lees ook meer over het project In Kaart, waarvoor je je als ouder kunt inschrijven, om mee te helpen aan onderzoek. En lees ons Balansdossier dcd/onhandige motoriek.

Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 3-2025. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen. 

MARINA SCHOEMAKER
JESSICA LUST
Privacyvoorkeuren
Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie opslaan via uw browser van specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hier kunt u uw privacyvoorkeuren wijzigen. Let op dat het blokkeren van sommige soorten cookies van invloed kan zijn op uw ervaring op onze website en de diensten die wij aanbieden.