Breinvriendelijk onderwijs kan en helpt elk kind
TEKST RENÉ LAMERS
Er zijn al veel boeken over neurodivergente breinen (denk aan adhd, autisme en hoogbegaafdheid). Als alle breinen leren van Saskia Schepers is een boek dat iedereen begrijpt, niet alleen deskundigen. In dit boek komt veel samen: theorie over hoe neurodivergente breinen werken, uitleg waarom die breinen in het onderwijs in de knel komen, tips hoe je onderwijs inclusief kunt maken, handige lijstjes en mooie praktijkvoorbeelden.
Ruimte creëren
De onderkop van het boek luidt: Ruimte creëren voor neurodiversiteit in het onderwijs. Ofwel: hoe kunnen we onderwijs geven waarin kinderen met bijvoorbeeld adhd, autisme of hoogbegaafdheid ongehinderd kunnen leren, net als andere kinderen? In het huidige onderwijs worden zulke breinen gezien als afwijkend. Terwijl elk kind ‘afwijkend’ is, met eigen vragen, behoeften, interesses, sterke punten en leerstrategieën. Het Nederlandse onderwijs is traditioneel sterk op de norm gericht. Wie te veel afwijkt, krijgt een label. Steeds minder kinderen passen door de hoepel van normen – zie de snelle toename van het aantal kinderen dat uitvalt naar 70.000, plus 280.000 kinderen die geen volwaardig onderwijs krijgen. Lees het in het rapport Thuiszitters tellen van Balans.
Andersbedraad
De titel van het boek suggereert over kinderen met een labeltje te gaan, maar elk kind heeft baat bij maatwerkonderwijs. Kinderen met adhd, autisme, TOS of hoogbegaafdheid plukken wel als eersten de vruchten, want bij hen wringt het onderwijs zoals het nu is het meest. Divers onderwijs is overigens anders dan gedifferentieerd onderwijs; dat is (slechts) aanpassing van lesstof naar leerontwikkeling.
Saskia spreekt van ‘andersbedraad’: de verbindingen in de hersenen gaan anders, waardoor je prikkels anders verwerkt. Dat andersbedrade mensen vastlopen, ligt niet aan hen, maar aan klassiek onderwijs. Zij hebben even goed talenten. Neem Martin van den Brink, oprichter van het succesvolste Nederlandse bedrijf, ASML: hij heeft dyslexie. Simon Sinek, de absolute goeroe in managementland, heeft adhd. Zonder neurodivergente mensen zouden we niet ver komen, ze zijn hard nodig, zoals iedereen.
Spiky profile
Elk brein heeft meer kanten. Mensen met autisme staan bekend als minder flexibel, maar ook gefocust. Met adhd ben je chaotischer, maar ook actiegericht. En met hoogbegaafdheid ben je voor anderen onnavolgbaar, maar ook creatief met oplossingen. Deze afwisseling van kenmerken heet een spiky profile: heel goed in iets, maar ook tamelijk slecht in iets anders.
Al die kinderen met verschillende profielen stoppen we nu in één klaslokaal met gelijke omstandigheden. Inclusief onderwijs zorgt ervoor dat elk kind les kan krijgen op een manier die bij hem of haar past. Het is zelfs bij wet bepaald, maar de praktijk zit er ver vanaf.
Het standaard onderwijs is sterk didactisch gericht: hoe brengen we kennis over? De pedagogiek – de opvoeding van kinderen – is ondergesneeuwd geraakt. Het is niet ingewikkeld: luister wat een kind aangeeft. ‘Het gedrag van een kind is een vraag aan een volwassene,’ zoals in het boek omschreven staat. Een kind wil niet aandacht opeisen, maar wil gezien en gehoord worden. Een kind dat pest, geeft aan zich niet fijn te voelen.
Saskia besteedt ook aandacht aan culturele diversiteit. Neurodiversiteit kan bij migranten anders ingeschat of verkeerd benaderd worden. Ouders kunnen er bijvoorbeeld moeite mee hebben om er ruimte aan te geven.
Onderwijsmensen inspireren
Tussen de hoofdstukken door lezen we voorbeelden hoe het anders kan, zoals Agora-onderwijs, de MILS-aanpak of de Davis-methode. Deze inspiratie kan ‘handelingsverlegenheid’ bij onderwijsmensen wegnemen. Het boek bevat ook een checklist voor neurodiversiteitsvaardigheden en een ‘breinhandleiding’. Voor schooldirecteuren en bestuurders geeft het boek handreikingen.
Praktische ingrepen
Het boek geeft praktische richtlijnen voor neurodivers onderwijs. Zoals stigma’s verminderen en kinderen niet als afwijkend te zien. Of persoonlijk onderwijs bieden met flexibiliteit in lesmethode en hulpmiddelen. Door kinderen samen te laten werken voor hun sociale vaardigheden – in het echte leven werken ook verschillende mensen samen. Ook kun je problemen voorkomen: verminder stress en prikkels in de klas. Daarnaast moeten neurodivergente talenten ruimte krijgen: gebruik ook niet-talige werk- en toetsvormen. En help iedereen de eindstreep te halen. Laat een dyslectisch kind een podcast maken of een autistisch kind een verhaal schrijven in plaats van een mondelinge toets.
Met praktische ingrepen is inclusief onderwijs direct mogelijk: visualiseer en herhaal antwoorden. Leer kinderen overzicht te houden, geef ze oefeningen om te ontprikkelen en te focussen door bijvoorbeeld te droedelen. Rust, reinheid en regelmaat gelden nog steeds en voor alle kinderen. Een opgeruimde klas, duidelijke regels, voorspelbaarheid. Neuro-inclusief onderwijs is niet ingewikkeld.
Met haar boek richt Saskia Schepers zich op alle betrokkenen bij inclusief onderwijs. Oók ouders.
Saskia: ‘Ik hoop dat ouders zich sterker voelen om op een open, neutrale manier in gesprek te gaan met de school. Veel ouders voelen zich niet gehoord of serieus genomen. Tegelijkertijd hoop ik dat leraren en schoolleiders geïnspireerd raken. Dat ze weer oog krijgen voor het kind zélf; los van regels en protocollen. Want uiteindelijk zit je toch in het onderwijs om kinderen verder te helpen en te ontwikkelen, niet alleen om kennis over te dragen.
Niet cynisch worden
Door de praktijkvoorbeelden kun je als ouder gefrustreerd raken: ‘Waarom is het voor die ene jongen wel goed geregeld en voor onze dochter niet?’ Toch zie ik beweging. Je kunt cynisch worden, maar je kunt er ook voor kiezen om de voorbeelden te delen die wél werken. Juist om ouders en mensen in het onderwijs te inspireren. Ik pretendeer niet het systeem te veranderen, dat is te groot.
De pedagogiek moet terug
Het hoeft ook allemaal niet groot of duur te zijn. Als één leraar net iets meer ruimte zoekt voor één kind, kan dat al het verschil maken. De pedagogiek moet terug in het klaslokaal. Een vriendin van mij geeft les in pedagogiek aan leraren in opleiding. Je zou denken dat dat standaard is, maar het valt tegen. Vaak ligt de focus op gedrag sturen of oudergesprekken voeren. Terwijl gedrag van een kind vaak een vraag is aan de volwassene. Niemand wil een kind tekortdoen of beschadigen, maar soms gebeurt het onbedoeld, uit onwetendheid. Door de norm iets op te rekken, wordt er al veel mogelijk.’
- Lees alles over thuiszitters, inclusief onderwijs en je rechten als ouder en kind in ons Balansdossier onderwijs
- In de documentaire Het kind en het badwater zie je hoe jonge kinderen al vroeg als ‘achterlopend’ worden bestempeld.

