Kinderrechten en het recht op onderwijs
De rechten van kinderen (ook die op het gebied van onderwijs) liggen vast in verdragen en wetten. In deze rubriek worden ze uitgelegd.
Verdragen
Kinderen en jongeren over de hele wereld worden beschermd door allerlei verdragen, wetten en regels. In het Kinderrechtenverdrag is vastgelegd waarop je recht hebt tussen je geboorte en je achttiende jaar. Alle kinderen hebben recht op goed onderwijs. Dat is vastgelegd in Artikel 28: Onderwijs van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), kortgezegd het Kinderrechtenverdrag. Het is een afspraak van 196 landen over de rechten van kinderen. Het recht op goed onderwijs is er één van.
In het licht van het rapport Thuiszitters Tellen 2024 is het belangrijk om weer eens helder te krijgen waarom kinderen en jongeren nou eigenlijk naar school gaan. In Artikel 29: Doel Onderwijs van het IVRK staat dat het onderwijs aan kinderen gericht moet zijn op de zo volledig mogelijke ontplooiing van het kind. Het moet kinderen respect bijbrengen voor mensenrechten, vrede en verdraagzaamheid, verschillende culturen en het milieu.. In Artikel 26: Onderwijs van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (UVRM) is vastgelegd dat onderwijs een mensenrecht is. Dat eenieder recht heeft op onderwijs en dat het onderwijs kosteloos zal zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs is verplicht, maar aan ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen die aan hun kinderen zal worden gegeven.
In het IVRK staat bovendien dat onderwijs gericht moet zijn op de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind. In de UVRM wordt hierover het volgende gezegd: ‘Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden’. Onderwijs is dus veel breder dan alleen rekenen, taal en zaakvakken. Onderwijs moet gericht zijn op de volle ontwikkeling van het kind.
Leerplicht versus leerrecht
Het idee van leerrecht (ofwel: recht op onderwijs) betekent dat kinderen niet (alleen) verplicht worden om onderwijs te volgen, maar ook dat ze recht hebben op kwalitatief en passend onderwijs, dat bij hun capaciteiten en behoeften aansluit. Dit is bijvoorbeeld verankerd in internationale verdragen zoals het Kinderrechtenverdrag. Daarin wordt het recht op onderwijs en de toegankelijkheid daarvan benadrukt. Het invoeren van leerrecht verschuift de focus naar onderwijs dat inclusiever is en beter aansluit bij de diversiteit van leerlingen. En het geeft schoolbesturen en overheden meer verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat onderwijs voor elk kind toegankelijk en geschikt is, ook voor kinderen met speciale onderwijsbehoeften.
Hiermee zouden situaties waarin kinderen als ‘thuiszitters’ eindigen verminderd kunnen worden. En het zou ook ouders en kinderen een betere rechtspositie geven om onderwijs op te eisen. Dit idee speelt een steeds grotere rol in de discussie over passend onderwijs en de noodzaak om het huidige systeem te hervormen naar een model dat meer op ontwikkeling, ondersteuning en passende begeleiding is gericht.
Veilig klimaat
Het onderwijs moet ook gericht zijn op de versterking van de eerbied en respect voor de mensenrechten. Een belangrijk onderdeel hiervan is het belang van een open en veilig klasklimaat. In een open en veilig schoolklimaat voelen leerlingen zich geaccepteerd en thuis. Leerlingen mogen en kunnen zichzelf zijn. Dat houdt in dat zij hun diversiteit niet hoeven te verbergen. Ook staat aandacht en respect voor elkaars mening centraal. Helaas geven nog altijd kinderen en jongeren – onder wie veel thuiszitters – aan zich onveilig te voelen op school. Dit blijkt onder meer uit de enquête die Balans in oktober 2024 uitzette. Al eerder onderzocht Balans ruim 300 meldingen van ouders die zich zorgen maken over de veiligheid van hun kind op school; dit kan teruggelezen worden in de Balans-publicatie ‘Ieder kind overal veilig?’ uit 2021. Balans pleit daarom al langer voor een Meldpunt waar onveilige situaties in het onderwijs kunnen worden gemeld, en dat daar ook daadwerkelijk actie op wordt ondernomen.
Lees hier meer over kinderrechten en hier over het recht op onderwijs.
Rechten bij een handicap
Het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, ook wel het VN-verdrag Handicap genoemd, is een belangrijk mensenrechtenverdrag. Nederland heeft het VN-verdrag Handicap in 2016 ondertekend. De overheid en maatschappelijke organisaties moeten het verdrag uitvoeren. Het verdrag geeft mensen met een beperking of chronische aandoening recht op gelijke behandeling en gelijkwaardig meedoen. Het VN-verdrag Handicap is helder over de rechten van mensen met een beperking of chronische aandoening. Of het nu gaat om toegankelijkheid, naar school kunnen gaan, passende zorg, vervoer of vrijetijdsbesteding.
Kinderen en jongeren met een beperking of handicap hebben recht op doeltreffende onderwijsaanpassingen, zodat het onderwijs voor kinderen en jongeren goed toegankelijk en passend is. Bovendien is de overheid volgens het VN-verdrag Handicap verplicht om aan een inclusief onderwijssysteem te werken, waarbij het recht op speciaal onderwijs blijft bestaan. De overheid moet daarbij zorgen voor gelijke kansen. Alle kinderen moeten zich veilig voelen op school en waar mogelijk samen naar school kunnen gaan – ongeacht hun zorg- of ondersteuningsbehoefte. Meer daarover in het onderdeel ‘Inclusief onderwijs’.
Deze kinderrechten uit het VN-verdrag Handicap worden in de praktijk niet of nauwelijks beschermd en uitgevoerd. Dat moet dus veel beter, meent Balans. Ouders van kinderen met een beperking of een handicap geven vaak aan dat hun kinderen binnen het huidige systeem niet toegelaten worden tot ‘regulier’ onderwijs en dat hun kinderen niet samen met leeftijdgenootjes naar een school in de buurt kunnen. Of ze gaan wel naar school, maar zonder de juiste zorg en ondersteuning die nodig is om volwaardig deel te kunnen nemen. Andere kinderen zitten thuis en kunnen helemaal niet naar school.
Belang kind voorop
Naast het recht op onderwijs hebben kinderen nog veel verschillende andere rechten. We zullen er een aantal uitlichten. Volgens Artikel 3: Belang van het kind van het IVRK moet het belang van het kind voorop staan bij alle maatregelen en besluiten die kinderen aangaan. Zowel als het gaat om een beslissing over een individueel kind als over een groep kinderen. Het maakt daarbij niet uit wie de beslissing neemt. Dit kan de overheid zijn, maar ook een ouder, een leerkracht, een instelling of een rechter. De brochure ‘Het beste besluit voor het kind’ van de Kinderombudsman is beschikbaar voor professionals die besluiten nemen waarbij kinderen betrokken zijn.
Daarnaast heeft elk kind het recht om zijn of haar mening te geven over zaken die hem/haar aangaan en die mening moet serieus genomen worden. Het zogenoemde ‘recht om gehoord te worden’, zoals beschreven in Artikel 12: De mening van het kind van het IVRK.
Balans weet vanuit gesprekken met kinderen, ouders en professionals dat het belang van het kind lang niet altijd leidend is in de besluitvorming. Zo is het financiële belang nog te vaak voorliggend.

