Scroll Top

Oorzaken van verzuim en thuiszitten

Deze rubriek geeft uitleg over de uiteenlopende oorzaken van schooluitval, waardoor kinderen thuiszitter worden.

Individuele factoren

In de media maar ook op andere plekken ligt een focus op ‘kindfactoren’ als oorzaak voor het aantal thuiszitters en de toename daarin. Het kind dat (te) gevoelig is voor prikkels, een leer, gedrags- en/of ontwikkelingsprobleem heeft of gepest wordt. Er wordt gesproken over welke diagnose een kind heeft, zoals autisme of dyslexie.

Naar het individuele kind gekeken, is er vaak sprake van dergelijke problemen. Gekeken naar het risico op verzuim of uitval, is het ook van belang hoe in het onderwijs hiermee wordt omgegaan. Biedt de school ruimte om af te wijken van de norm? Biedt de school extra ondersteuning, zijn er hulpmiddelen beschikbaar, of niet? Wat is de kwaliteit van de ondersteuning? Is er sprake van samenwerking tussen ouders en school of is het eenrichtingsverkeer?

Anders dan vaak gesteld wordt in het onderwijsveld, vertellen ouders aan Balans vooral dat de mate van bereidheid om aanpassingen te doen afhankelijk is van de professional die zij treffen. Maar ook van de bereidheid van de school zelf en het samenwerkingsverband. Zo vertelde een ouderpaar over hun kind met autisme dat met passende ondersteuning goed functioneerde op een school in de Randstad. Na een verhuizing naar het noorden van het land bleek ondersteuning op de nieuwe school niet mogelijk. De school gaf aan handelingsverlegen te zijn en het kind werd thuiszitter. Van daaruit bezien, zijn kindfactoren dus niet als op zichzelf staande oorzaak te noemen.

In de verschillende cijfers worden ook vaak verschillende groepen thuiszitters genoemd. Zo wordt gesteld dat de grootste groep thuiszitters bestaat uit hoogbegaafde kinderen en jongeren. Weer anderen zeggen juist dat de grootste groep bestaat uit kinderen en jongeren met autisme. Feit is dat er weinig inzicht is in de (werkelijke) oorzaken van uitval. Wat interessant(er) is voor nader onderzoek, is welke elementen in het onderwijs een risico vormen op uitval én welke factoren het juist wél passend maken. Want waarom kan het ene kind of de ene jongere met autisme wél floreren in het (reguliere) onderwijs en andere niet? Is het autisme of de hoogbegaafdheid dan het probleem, of de mate waarin er echt rekening wordt gehouden met de behoeften van een kind of jongere. Volgens Balans helpt het daarom niet om sterk de focus te leggen op het verzuim zelf, want dat geeft geen of onvoldoende inzicht in de achterliggende oorzaken en ook niet per se (uit)zicht op een passende oplossing. Ouders zeggen: hoe meer er geregistreerd wordt, hoe meer zij te maken krijgen met drang- en dwangmaatregelen. Bovendien ontstaat door registratie al snel een focus op individuele kindfactoren, wat kan afleiden van de kernoplossing, namelijk dat onderwijs zo ingericht zou moeten worden dat elk kind hiervan kan profiteren. Hierover meer in de rubrieken ‘Definitie en uitleg verzuim en thuiszitters’, ‘Aannames, mythen, frames en misvattingen’, ‘Oorzaken van verzuim en thuiszitten’ en ‘Drang- en dwangmaatregelen’.

Omgevingsfactoren

De thuissituatie wordt ook gezien als een van de oorzaken voor uitval. Of gezien als voorspeller van mogelijk verzuim of uitval. Zoals bijvoorbeeld de gezinssamenstelling (alleenstaande ouder), opleidingsniveau, leefomgeving en/of sociale of economische klasse. Dit houdt ook weer verband met de beeldvorming van thuiszitters en hun thuissituatie, zie ook de rubriek ‘Aannames, mythen, frames en misvattingen’.
Ouders en Balans vragen zich af of onderwijsuitval en verzuim mogelijk (onbewust) in de hand wordt gewerkt, omdat er vanuit een opvatting over de thuissituatie een bepaalde verwachting is van een kind of jongere. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat scheidingen tot onderwijsuitval zouden kunnen leiden, maar we zien ook andersom, dat de druk op het gezin die ontstaat bij onderwijsuitval leidt tot burn-out en echtscheidingen.

Individuele kindfactoren zijn volgens Balans niet als opzichzelfstaande oorzaak te noemen voor verzuim en/of thuiszitten. Ook onderwijsfactoren zijn van essentieel belang bij de vraag of kinderen en jongeren onderwijs kunnen volgen, en dus ook een belangrijke oorzaak voor verzuim en onderwijsuitval. Onderwijs-gerelateerde factoren, zoals het lerarentekort, onveilige omgeving, wachtlijsten, gebrek aan kennis.

Naast kind- en/of omgevingsfactoren, worden het lerarentekort en de wachtlijsten voor speciaal onderwijs en jeugdzorg veelvuldig als oorzaken genoemd voor (het groeiende aantal) thuiszitters. In de visie van Balans zijn dit niet – alleen – oorzaken, maar vooral ook juist gevólgen van het niet (meer) passende onderwijs(systeem). De prestatiedruk bij zowel leerlingen als leerkrachten is ook een factor hierin.

Onderwijs-gerelateerde factoren

Lerarentekort

Vaak wordt het lerarentekort aangegrepen als oorzaak voor het stijgende aantal thuiszitters. Uiteraard realiseren wij ons dat het met minder personeel steeds lastiger wordt om passend onderwijs te bieden in een veilige omgeving. Zie hiervoor ook het artikel ‘Wat is het effect van stress van leraren op hun functioneren en op het leren van leerlingen?’ dat Kennisrotonde NRO publiceerde in 2017, en actualiseerde in 2023.

Maar er waren al thuiszitters lang voor het lerarentekort. Er wordt al decennialang voor gewaarschuwd. Daarom mag dit nooit het excuus zijn voor niet-passend onderwijs en de gevolgen. Overigens hebben wij oog voor de onmogelijkheden van individuele leerkrachten om passend onderwijs te bieden. Die hebben te maken met arbeidsomstandigheden, waarvoor de verantwoordelijkheid ligt bij het schoolbestuur als werkgever.
Ook hiervoor zou een andere aanpak moeten komen. De beeldvorming die gepresenteerd wordt rond ‘werkdruk’, zorgleerlingen, ‘lastige ouders’ enzovoorts nodigt niet uit om leraar te worden.

De eerste waarschuwingen voor een lerarentekort kwamen al aan het begin van deze eeuw. De vergrijzing van het lerarenbestand werd toen gezien als een belangrijk probleem. Onderzoeksinstituten zoals het Centraal Planbureau (CPB) en onderwijsbonden wezen op de noodzaak om het vak aantrekkelijker te maken.
De Onderwijsraad constateerde in 2007 in het rapport ‘Leraren: cruciaal voor de kwaliteit van onderwijs’
https://www.onderwijsraad.nl/themas/professionals-in-het-onderwijs het (toenemende) tekort aan leraren. Ze adviseerde om maatregelen te nemen om het vak aantrekkelijker te maken, zoals betere salariëring en professionalisering.

In 2008 waarschuwde de Commissie Leraren in een rapport opnieuw voor een ernstig lerarentekort. Dit rapport leidde tot het zogenaamde ‘Actieplan LeerKracht van Nederland’ met voorstellen voor maatregelen om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken, zoals salarisverhogingen en betere doorgroeimogelijkheden.

In 2011 presenteerde de overheid het Actieplan Leraren 2020, waarin opnieuw werd gewaarschuwd voor de groei van het lerarentekort. Het actieplan richtte zich op het aantrekkelijk maken van het beroep, betere begeleiding van startende leraren en het verhogen van de kwaliteit van lerarenopleidingen. Dit was een poging om zowel het tekort als de kwaliteit van het onderwijs aan te pakken.

Ook de Onderwijsinspectie waarschuwde in 2017 voor een toenemend lerarentekort. Vanaf 2018 werden er steeds vaker Kamerbrieven en rapporten uitgebracht waarin het lerarentekort als een acuut probleem werd aangemerkt. De PO-Raad en de VO-Raad, vakbonden en belangenorganisaties in het onderwijs, waarschuwden regelmatig voor de groeiende problemen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Zij vroegen om structurele investeringen en hervormingen.

In 2019 en 2020 sloegen onderwijsbonden zoals de AOb en FvOv (Federatie van Onderwijsvakorganisaties) opnieuw alarm en zij organiseerden stakingen om aandacht te vragen voor het lerarentekort en de toegenomen werkdruk. De bonden waarschuwden dat zonder onmiddellijke maatregelen de situatie onhoudbaar zou worden.

Tijdens de COVID-19-pandemie werd het lerarentekort verder vergroot, en de onderwijssector waarschuwde dat de nasleep van de pandemie het tekort nog verder zou doen oplopen door ziekteverzuim en burn-outs onder leraren. Verschillende partijen benadrukten dat er dringend actie nodig was om een groter tekort te voorkomen.

In 2023 benadrukte de Onderwijsraad opnieuw de urgentie van het probleem. Het rapport ‘Tijd voor onderwijs’ stelde dat het lerarentekort leidt tot slechtere onderwijskwaliteit, grotere klassen en minder maatwerk voor leerlingen. De raad drong aan op structurele hervormingen, waaronder een fundamentele herwaardering van het beroep.

Onze conclusie

Het lerarentekort is al vele jaren een ontzettend groot probleem. Ook hierin zien we eigenlijk dezelfde reflex als rond de thuiszitters. Onderzoek op onderzoek, rapport op rapport, maar eigenlijk doen we niet echt iets nieuws. Lees ‘Boemerangbeleid’ van Sharon Stellaard: onjuiste aannames leiden ertoe dat beleid niet de gewenste resultaten oplevert of zelfs averechts werkt.

Het schoolbestuur is zowel (eind)verantwoordelijk voor het onderwijs aan kinderen als voor het onderwijzend personeel. Daar zit een gemene deler, die het onderzoeken waard is. Het is volgens Balans ook van belang om te kijken naar het doel van onderwijs (zie rubriek ‘Kinderrechten en het recht op onderwijs‘) en wat ervoor nodig is om dit daadwerkelijk na te streven. Als het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren (weer) centraal komen te staan, in plaats van de prestatiedruk op uitstroomniveau en slagingspercentage, wordt het onderwijs wellicht weer een fijne, stimulerende omgeving, waarin het plezier en het welzijn van leerlingen én leerkrachten het uitgangspunt is. Waardoor het onderwijs (weer) een aantrekkelijke (werk)omgeving wordt. Dit gunnen wij onze jeugd, én onze leerkrachten.

De gevolgen van de focus op slagingspercentage of uitstroomprofiel, komen uitgebreid aan bod in een aflevering van de VPRO-reeks ‘Je geld of je leven’ uit 2019/2020.

Systeemfactoren

Wachtlijsten speciaal onderwijs

De wachtlijsten in het speciaal onderwijs worden regelmatig genoemd als oorzaak voor thuiszitten. Zie beschrijving van groepen ‘verborgen thuiszitters’ in rubriek ‘Definitie en uitleg verzuim en thuiszitters‘. Maar een kind dat wordt verwezen naar het speciaal onderwijs heeft nog steeds recht op onderwijs, ook als er geen plek is op een school voor speciaal onderwijs. Het blijft dan de verantwoordelijkheid van de school waar het kind is ingeschreven om onderwijs te bieden. Als dat niet op een ‘gewone’ manier kan, is er een (tijdelijke) passende maatwerkconstructie nodig.

Dit zou ook al regelmatig ingezet kunnen worden in de reguliere schoolsetting, zodat het kind passend onderwijs kan (blijven) krijgen op de reguliere school van herkomst. Uit het rapport ‘De stem van ouders in passend onderwijs’, dat Balans uitbracht in 2023, blijkt dat de mogelijkheden hiervoor nog (te) vaak niet of onvoldoende worden benut. Verwijzing naar speciaal onderwijs en de wachtlijsten daar hoeven dus niet oorzaak te zijn dat een kind of jongere een thuiszitter wordt.

Niet-passend onderwijsaanbod, onveilige omgeving en gebrek aan kennis

Ouders en jongeren zélf noemen als reden voor uitval vaak oorzaken als een gebrek aan kennis over de verschillende behoeften van kinderen en jongeren, een onveilige schoolomgeving en een niet passend onderwijsaanbod.

Gebrek aan kennis

De belangengroep ‘Onderwijsaffaire’ https://onderwijsaffaire.nl/ deed in de afgelopen jaren verschillende onderzoeken onder ouders, waaronder in juni 2021 een onderzoek naar oorzaken van schooluitval. 535 respondenten vulden het vragenformulier in. Van hen gaf veruit de grootste groep aan, dat het ontbreken van kennis en kunde de voornaamste oorzaak was van de uitval. Gevolgd door het gebrek aan maatwerk, het ontbreken van een passend onderwijsaanbod, ontbreken van pedagogische tact, ontbreken van voorwaarden om tot leren te komen en onrust in de klas.

Veel kinderen en jongeren voelden zich op school onveilig voordat zij thuis kwamen te zitten, zo blijkt ook uit de enquête die Balans in oktober 2024 uitzette. In oktober 2021 bracht Balans het rapport ‘Ieder kind overal veilig’ uit over onveilige situaties buíten de thuissituatie.

Lus Stevens over onveiligheid op school

In deze podcast https://open.spotify.com/episode/6T9cUJ1VsjTyoKO7D2taIx spreekt emeritus hoogleraar orthopedagogiek Luc Stevens onder andere over gevoelens van onveiligheid binnen het onderwijs en wat dit met kinderen kan doen.

Mismatch onderwijsaanbod

Over de situatie op school geven ‘thuiszitters’ herhaaldelijk aan dat ze:

  • minder behoefte hadden aan herhalen;
  • wilden weten waarom zij iets moeten leren;
  • behoefte hadden aan autonomie;
  • relatie met de onderwijsgevenden wilden (al dan niet in relatie met werkdruk of lerarentekort)

Deze onbeantwoorde behoeften van kinderen hebben relatie met een gevoel van onveiligheid en niet gezien worden.

Niet gehoord

Ouders van ‘thuiszitters’ geven aan dat niet geluisterd werd naar behoeften en mogelijke oplossingen voor hun kind en dat er wantrouwen bestond over hun kunde en intenties. Pas wanneer zij een onderzoek lieten doen en/of een deskundige meenamen naar een gesprek werden ze serieuzer genomen. Maar ook dan werden ouders of kind niet gehoord. 

Systeemfactoren

Door ‘het systeem’ kunnen of mogen oplossingen niet, luidt soms als argument waarom het kind zonder onderwijs komt te zitten. Een blik op een aantal systemen.

Wachtlijsten in de jeugdzorg

Soms wordt gezegd dat voor (bijna) thuiszitters de ‘zorg voorliggend’ is: een kind moet (eerst) behandeld worden vóórdat het weer naar school kan. Of er moet eerst onderzoek komen voordat besloten kan worden wat een kind nodig heeft of welke school passend is. ‘Zorg voorliggend’ zou alleen moeten gelden als het voor het kind zélf niet mogelijk is om onderwijs te volgen, zelfs geen alternatieve vorm van onderwijs. Dit komt soms door langdurig niet-passend onderwijs, veel negatieve ervaringen en/of pesten, met eventueel zelfs schooltrauma tot gevolg. Dan is onderwijs volgen (even) onmogelijk.

In de praktijk kan een kind vaak prima onderwijs volgen, maar (tijdelijk en/of gedeeltelijk) niet op school. Ouders van thuiszitters noemen dit vaak: ‘wel leerbaar, niet schoolbaar’. Probleem is dan dat er geen passende alternatieve vorm van onderwijs is (eventueel gedeeltelijk), of dat deze niet is toegestaan. Zie ook de resultaten van de enquête van Balans uit oktober 2024. ‘Onderwijs’ en ‘school’ worden dan als hetzelfde gezien. Zie hierover meer in de rubriek ‘Kinderrechten en het recht op onderwijs‘.

Wat betreft de noodzakelijkheid van onderzoeken verwijzen we ook naar wat we eerder schreven over het OPP. Zoals ook elders in het rapport ‘Thuiszitters Tellen 2024’ is te lezen en blijkt uit ons rapport ‘De stem van ouders in passend onderwijs’, wordt het OPP heel vaak niet gebruikt als instrument om het onderwijs passend te maken. Er wordt langdurig ‘aangemodderd’ met halve maatregelen, zonder dat goed in beeld is gebracht wat de leerling én de leerkracht nodig hebben om het onderwijs passend te krijgen. En daardoor wordt het ‘probleem’ groter en wordt er aangestuurd op onderzoek. Wij hebben de indruk dat voor puur onderwijs-gerelateerde vraagstukken die niet adequaat worden opgelost uiteindelijk regelmatig jeugdzorg nodig is; om de ontstane schade te herstellen of om een diagnose te stellen (die wellicht niet nodig zou zijn geweest, of die niet klopt doordat bepaalde gedragingen worden aangezien voor kenmerken van een ontwikkelingsprobleem of -stoornis, terwijl ze zijn veroorzaakt door langdurige structurele onveiligheid).

Een onderzoek kan worden gebruikt om middelen te kunnen of mogen inzetten, of als onderbouwing voor verwijzing van een kind naar speciaal onderwijs. In de eerste plaats is een onderzoek – of liever gezegd: de diagnose die bij een onderzoek wordt gesteld – voor die laatste twee lang niet altijd nodig. Passend onderwijs had immers juist ‘minder diagnoses’ als één van de doelen. Dit soort eisen blijken vaak inderdaad niet per se noodzakelijk, maar zijn het argument van de school of het samenwerkingsverband dat die dit nou eenmaal ‘altijd zo doet’. Het is ook lang niet altijd zo dat er op geen enkele manier onderwijs mogelijk zou zijn zolang er geen onderzoek is gedaan; er wordt onvoldoende gebruik gemaakt van mogelijkheden.

Soms wordt een onderzoek ‘geëist’ omdat er tussen ouders en school discussie is over de onderwijsbehoeften. Is een onderzoek dan nodig? En is het belang van het kind daarmee uiteindelijk gediend? Onderzoek is nodig naar de relatie tussen problemen op school en verzoeken tot jeugdzorg en hoe onderwijs jeugdzorg had kunnen voorkomen. De uitkomst van zo’n onderzoek zou inzicht kunnen geven in de grote geldtekorten bij jeugdzorg en de grote reserves bij onderwijs.

Schotten tussen zorg en onderwijs

In het verlengde van wachtlijsten in de jeugdzorg worden vaak de ‘schotten’ tussen zorg en onderwijs genoemd. Die zouden het moeilijk maken om kinderen en jongeren het juiste onderwijs te geven. Het is inderdaad zo dat de geldstromen in de jeugdzorg en in het onderwijs verschillend zijn, met verschillende wegen en vanuit verschillende ministeries. In de praktijk gaat het echter vooral om wie er gaat betalen. Het onderwijs ziet graag een jeugdzorgvraagstuk, zodat de gemeente een bepaalde voorziening betaalt. De gemeente realiseert zich dit inmiddels, heeft ook te kampen met tekorten voor jeugdzorg, en is mede daardoor steeds kritischer of zij echt verantwoordelijk is. Tegenover deze tekorten staan de miljarden aan reserves in het onderwijs. Zie ook het hoofdstuk over financiële middelen.

Volgens artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind moet er echter altijd een oplossing gevonden worden. Een kritische houding tegenover de bekostiging is terecht, maar mag nooit ten koste gaan van het kind en zou ook geen onnodige extra last moeten zijn voor ouders, die hun tijd en energie al nodig hebben om hun kind zo goed mogelijk te begeleiden. Die tijd moeten ze nu vaak besteden aan gesteggel tussen school en gemeente. Wie daadwerkelijk verantwoordelijk is voor bekostiging moet een zaak van tweede instantie zijn. Ook dit is geen plausibele oorzaak van het thuiszittersprobleem. Dit is het gevolg van het feit dat het belang van het kind niet voorop staat.

Onvoldoende controle en handhaving

Vanuit de zorgplicht zijn schoolbesturen wettelijk verplicht om elk kind passend onderwijs aan te bieden. Controle en handhaving hierop ontbreken echter – waardoor de uitvoering vaak achterblijft. De Onderwijsinspectie controleert bijvoorbeeld niet of er een Ontwikkelingsperspectief (OPP) wordt opgesteld voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, of de kwaliteit ervan voldoende is, of het ook wordt uitgevoerd en of deze uitvoering van goede kwaliteit is. Ouders kunnen met hun klachten hierover niet terecht bij de Onderwijsinspectie. De actiegroep ‘Boze Ouders in het Onderwijs’ bood in 2020 een collectieve klacht hierover aan bij de inspectie.

Boze Ouders: zorgplicht besturen

De actiegroep ‘Boze Ouders in het Onderwijs’ diende in 2020 een collectieve klacht in bij de Inspectie van het Onderwijs, vanwege het gebrek aan controle en handhaving op de uitvoering van de wet passend onderwijs, met name gericht op de zorgplicht van schoolbesturen. De enquête die deze groep uitzette, werd 1200 keer ondertekend.

Cijfers uit het rapport van Boze Ouders:

  • Onveilige schoolomgeving: 85%
  • Negeren adviezen deskundigen: 90%
  • Gebrek kennis en ondersteuning leerkracht: 94%
  • Nooit gehoord van een OPP (ontwikkelingsperspectief): 27%
  • OPP opgesteld, adviezen deskundigen niet meegenomen: 22%
  • Wel OPP opgesteld, geen instemming op het handelingsdeel: 21%
  • Financiële reden voor niet-passend onderwijs: 50%
  • Kind niet meer welkom op school: 60%
  • (Dreigen met) Veilig Thuis melding: 25%

Recht op onderwijs niet afdwingbaar

Op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, artikel 28, hebben kinderen recht op onderwijs. Dit recht is alleen niet afdwingbaar. Ook hierop is geen controle of handhaving vanuit de overheid. De zorgplicht die schoolbesturen hebben om passend onderwijs te bieden, blijft daardoor vaak onopgemerkt en ongecontroleerd. Ook het VN-verdrag Handicap wordt in Nederland niet voldoende nageleefd. Veel kinderen krijgen daardoor niet de ondersteuning die zij nodig hebben, ondanks de verantwoordelijkheid van schoolbesturen.

Hier tegenover hebben ouders en kinderen een zwakke rechtspositie. Door gebrekkige controle, handhaving en rechtsbescherming komen kinderen onnodig thuis te zitten en/of wordt hun recht op onderwijs geschonden. Het College voor de Rechten van de Mens heeft de overheid regelmatig aanwijzingen gegeven, maar die neemt geen of geen effectieve maatregelen.

Leerplicht versus leerrecht

In Nederland staat niet het recht op onderwijs centraal maar de leerplicht. Ofwel: aanwezigheidsplicht. D66 deed in 2020/2021 een poging om een vorm van leerrecht verankerd te krijgen in de nationale wetgeving met de Initiatiefwet Leerrecht. Deze wet is nog steeds geen feit. Zie hier de reactie van Balans op deze initiatiefwet.

In juni 2023 publiceerde de Raad van State het advies op deze initiatiefwet. Dat noemt het belang van het kind wel, maar geeft aan ‘dat de belangen van een kind altijd moeten worden afgewogen tegen redelijke andere belangen’. Ze stelt vervolgens ‘dat de rechtszekerheid van schoolbesturen en hun vrijheid om het onderwijs in te richten door deze wet zouden worden aangetast’. Dit verstevigt het beeld dat Balans al tientallen jaren ziet: het belang van de school(besturen) weegt zwaarder dan het belang en het recht van het kind. Nog onvoldoende inzichtelijk is voor de samenleving wat de gevolgen hiervan zijn. Zie hiervoor ook de rubriek ‘Aannames, mythen, frames en misvattingen‘. Balans hoopt met dit rapport dat inzicht te vergroten.

Gebrek aan geld

Regelmatig wordt een gebrek aan geld genoemd als een van de oorzaken voor de thuiszittersproblematiek. Passend onderwijs zou duur zijn; de mythe dat passend onderwijs een bezuinigingsmaatregel was, houdt hardnekkig stand. Zie hiervoor ook het hoofdstuk ‘Aannames, mythen, frames en misvattingen’.

Jaarlijks wordt er in Nederland een groot bedrag toegewezen aan het onderwijs en specifiek aan het bevorderen van passend onderwijs. Veel van dit geld blijft op de plank liggen. In plaats van het geld direct in te zetten voor bijvoorbeeld gespecialiseerde begeleiding, aanpassingen in het onderwijsprogramma of extra hulp voor leerlingen die dat nodig hebben, worden middelen soms opgepot of verkeerd verdeeld. Mogelijk vanwege bureaucratie, terughoudendheid bij besturen om investeringen te doen, en/of inefficiënt beleid. De problemen rond thuiszitters zijn niet financieel van aard. Wat onder andere nodig is, is betere coördinatie, heldere verantwoordelijkheden, en vooral de wil om deze kinderen niet in de kou te laten staan. Zie ook de rubriek over Financiën.

 

Privacyvoorkeuren
Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie opslaan via uw browser van specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hier kunt u uw privacyvoorkeuren wijzigen. Let op dat het blokkeren van sommige soorten cookies van invloed kan zijn op uw ervaring op onze website en de diensten die wij aanbieden.