Scroll Top

Blog: ODD en onze zoektocht naar de juiste hulp

Blog: ODD en onze zoektocht naar de juiste hulp

In mijn eerste blog schreef ik al hoe het gedrag van onze dochter in razendsnel tempo veranderde. Wat begon met pittig pubergedrag, sloeg om in regelrechte agressie. En we hadden op een gegeven moment geen idee meer hoe we het moesten aanpakken. Zijzelf voelde dat gelukkig ook. Ze had vaak buikpijn, voelde zich misselijk en zat mentaal helemaal niet goed in haar vel.

Toen ook de overstap naar een nieuwe school mislukte – wat gepaard ging met nóg meer buikpijn, misselijkheid en gigantische stress – besloten we naar de huisarts te gaan. Dat leek ons de beste plek om dit alles op tafel te leggen.

Lange wachtlijsten

Onze huisarts kende ons al wat langer en nam gelukkig echt de tijd om goed te luisteren. Mijn vrouw vertelde hoe heftig het thuis werd en ook aan onze dochter zag hij hoe ze worstelde met haar gevoelens. Hij stelde voor om haar te laten onderzoeken bij een psycholoog. Klinkt als een logische stap, maar de wachtlijsten waren lang. En tijd, die hadden we niet meer.

Gelukkig dacht de huisarts mee en stelde hij voor dat ze intussen terechtkon bij de praktijkondersteuner GGZ – in vaktaal: de POH-GGZ. Dat was in elk geval een plek waar ze alvast wekelijks kon praten en wat van zich af kon gooien.

Na drie maanden kon ze dan eindelijk terecht bij de psycholoog en begonnen de eerste onderzoeken: een intelligentietest, persoonlijkheidsvragenlijsten en andere dingen. Ondertussen werd haar gedrag thuis alleen maar heftiger. We zaten er zo doorheen dat we zelfs overwogen of ze twee weken bij mijn schoonouders kon logeren, zodat wij even op adem konden komen.

Grip kwijt

Maar ook zij kwamen al snel tot de conclusie: dit was niet meer te doen. Na anderhalve week waren ook zij de grip kwijt. Ze trok zich niks aan van regels, kwam te laat thuis, hing rond met vage types en begon zich ook daar agressief te gedragen.

Zelfs het naar de psycholoog krijgen werd een uitdaging. Ondertussen begon die psycholoog wél een duidelijker beeld te krijgen. Toen we de voorlopige diagnose hoorden – ODD, oppositioneel-opstandige gedragsstoornis – hadden we er nog nooit van gehoord.

Dus ja… wat doe je dan? Googelen.
En al lezend vielen er ineens puzzelstukjes op z’n plek. Maar tegelijkertijd sloeg de paniek toe: als we niet snel de juiste hulp zouden krijgen, kon het helemaal misgaan.

De psycholoog stelde voor om haar (en ons) door te verwijzen naar De Waag, gespecialiseerd in forensische ambulante geestelijke gezondheidszorg. Forensisch?! Dat woord alleen al sloeg in als een bom. We bekeken hun website en lazen alles wat los en vast zat. Voor mijn gevoel gingen we van stap 3 naar stap 10. Was dit écht nodig?

Er moest echt iets gebeuren

Tegelijkertijd werd het gedrag thuis steeds erger. Ze luisterde nergens meer naar, reageerde alleen nog maar agressief, smeet met deuren, schold ons uit via de telefoon, en sprak eigenlijk alleen nog met ons als ze iets nodig had. Het klinkt vreselijk om te zeggen, maar ik herkende mijn eigen dochter soms niet meer. Het leek alsof er een soort agressief monster voor me stond. Er moest écht iets gebeuren.

Uithuisplaatsing voorkomen

Een paar weken later kwam het telefoontje: De Waag wilde een intakegesprek plannen. Tijdens dat gesprek werd al snel duidelijk dat onze dochter in aanmerking kwam voor de FAST-methode: Forensische Ambulante Systeem Therapie. Doel: het terugdringen van probleemgedrag en het voorkomen van uithuisplaatsing. Twee keer per week kwamen de psychologen bij ons thuis. Ze gingen zelfs mee naar plekken waar problemen ontstonden.

Na dat gesprek moest ik echt even bijkomen. We hadden al zo’n intensieve periode achter de rug. Strijd thuis, gedoe op straat, geen school, contact met instanties – en nu zou het nóg intensiever worden.

Mijn vrouw en ik probeerden alle ballen in de lucht te houden: werk, gezin, onze andere dochter… Vrienden en familie zagen we nog amper. Ik voelde me leeg. Geen uitlaatklep, geen momentje rust. Altijd was er wel iets wat onze aandacht opeiste.

We gaan ervoor!

En wat ik toen nog niet wist: het zou nóg zwaarder worden. Ik twijfelde oprecht of we dit traject wel aankonden. Maar ja… welke keus hadden we? Geen. Dus na een nachtje nadenken besloten we: we gaan ervoor.

We voerden gesprekken met onze leidinggevenden. We legden uit hoe heftig het thuis was en dat we in een intensief behandeltraject stapten. Gelukkig toonden beiden begrip. Wel vroegen ze of we hen goed op de hoogte wilden houden, zeker als het werk eronder zou gaan lijden.

Intussen begon De Waag meteen met het maken van zogenaamde time-out-plannen. We gingen samen na: welke situaties zijn triggers? Wat kunnen we doen als het echt uit de hand loopt? Er werd zelfs gesproken over wat te doen bij een mogelijke crisis. De sessies duurden soms wel 2,5 uur. En daarna? Geen tijd om bij te komen. Want het huishouden, werk, en onze andere dochter wachtten ook gewoon.

We voelden echte steun

Ondertussen kwam het wijkteam met goed nieuws: ze hadden een school gevonden die misschien geschikt was voor onze dochter. We maakten een afspraak voor een intake. Ook daar gingen de hulpverleners mee naartoe. En dat voelde voor het eerst sinds lange tijd als echte steun.

We kregen een rondleiding langs kleine klasjes, met kinderen die soms ineens rare kreten maakten. We hadden veel respect voor de docenten die dit allemaal aanstuurden. Maar het raakte me ook. Want hier zou onze dochter ook tussen komen. Dat hadden we ons nooit kunnen voorstellen. Maar goed, het was nodig. En gelukkig kon het.

Omdat haar gedrag ondertussen echt extreem werd, stelden de hulpverleners voor om haar te laten zien door een psychiater. Misschien kon medicatie tijdelijk wat scherpe randjes wegnemen.

Hoe dat verder ging?

Daarover vertel ik in mijn volgende blog. Want helaas… dat liep helemaal mis. Toen brak de hel pas echt los.

Wie zijn wij?

Mijn naam is Jeroen (44) en ik ben getrouwd met Marieke (46), Marieke heeft een dochter (21) uit een eerdere relatie, samen hebben wij een dochter genaamd Fenna (10). In al mijn blogs ga ik ‘onze dochter’ gebruiken als omschrijving. Waarom dan niet stiefdochter zul je misschien denken? Nou voor mij heel simpel, zij kwam op 7-jarige leeftijd in mijn leven en ik in dit van haar, omdat haar moeder en ik een relatie met elkaar kregen. Ik maakte haar moeilijke momenten mee, zij die van mij, haalde haar op van school, kende al haar vriendinnen, ging mee naar oudergesprekken, ging mee naar de huisarts als er iets was, corrigeerde haar als ze iets deed wat niet oké was, zij sprak mij aan als ik eens chagrijnig was, we speelden een potje voetbal, kortom ik voedde haar op als ouder. Ik noem haar dochter omdat het zo voelde, ik noem haar dochter omdat ik stief (dochter) een lelijk woord vindt. En ik noem haar dochter omdat ze volledig deel uitmaakt van mijn en ons gezin. En ja.. het voelt anders omdat het niet je biologische kind, en ik spreek uit ervaring omdat ik zelf ook ouder mag zijn van een eigen dochter. 

Ik omschrijf dit nadrukkelijk omdat veel ouders zich hierin zullen herkennen. Zeker als ODD om de hoek komt kijken heb je als stiefouder misschien wel meer de neiging om af en toe de handdoek in de ring te gooien. Enerzijds omdat het ontzettend moeilijk is, je wordt geconfronteerd met gedrag van een kind dat niet jouw kind is. Maar neem van mij aan, als je eigen kind lastig is, brutaal of soms wat agressief kan doen, is het net zo lastig, dan kun je ze ook achter het behang plakken, met hele krachtige lijm.

Privacyvoorkeuren
Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie opslaan via uw browser van specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hier kunt u uw privacyvoorkeuren wijzigen. Let op dat het blokkeren van sommige soorten cookies van invloed kan zijn op uw ervaring op onze website en de diensten die wij aanbieden.