‘Een leraar heeft een grote rol tegen pesten’
Wetenschappelijke kennis vertaald naar de praktijk
TEKST RENÉ LAMERS
Praktische artikelen en heldere posters over aspecten rond pesten moeten leraren kundiger maken om ermee om te gaan. Er is namelijk veel wetenschappelijke kennis over pesten in de klas en wat je eraan kunt doen, maar die bereikt het klaslokaal niet altijd. Daarom vertalen onderwijskundige Nico den Breejen van kennisplatform Wij-leren (waar alle artikelen gratis te lezen en te downloaden zijn) en ontwikkelingspsycholoog Nathalie Hoekstra van de Radboud Universiteit kennis uit studies over groepsdynamiek en pesten naar de praktijk.
Nog niet alle artikelen en posters staan op de site van Wij-leren. Telkens komt er weer eentje bij. Uiteindelijk verschijnen er zo’n vijftien artikelen. Nico en Nathalie begonnen er vorig jaar aan, nadat ze elkaar spraken bij Nathalies promotie op onderzoek naar groepsdynamiek in de klas.
Maar waarom nu die aandacht?
Nathalie: ‘Bepaalde inzichten zijn twintig jaar oud, maar bereiken de werkvloer niet altijd. Bijvoorbeeld dat de populaire kinderen in de klas niet per se de meest geliefde zijn. Er spelen denk ik twee factoren waardoor deze kennis leraren niet bereikt. Opleidingen zijn vooral gericht op kinderen iets leren en minder op groepsdynamiek. En de meeste onderzoeken worden geschreven voor andere wetenschappers. Ze zijn daarom heel specifiek en niet toegankelijk geschreven voor leraren, die het druk hebben en een completer beeld willen dan een enkel onderzoek biedt.’
Nico: ‘Pesten is nog steeds een groot probleem. Het staat in de top vijf van onderwerpen waarover kinderen de Kindertelefoon bellen: zo’n 65 keer per dag, tijdens de Week van het Pesten zeker honderd keer. Scholen geven aan dat ze handelingsverlegen zijn. Zo’n dertig procent van de meldingen over pesten krijgt geen vervolgactie, zo laat de Landelijke Veiligheidsmonitor zien. Dit kan misschien verklaren waarom slechts een derde van de kinderen die gepest wordt melding doet bij de leraar.’
Is het pesten nu erger of meer?
Nathalie: ‘Wij besteden nu niet zozeer aandacht aan pesten omdat het toeneemt of erger wordt, maar omdat het nog steeds niet is gestopt. Wel zie je dat de mentale gezondheid van jongeren achteruitgaat. Ook anders dan vroeger is het online pesten, waarop leraren minder zicht hebben: waar je vroeger twee kinderen zag vechten, gaat het nu onzichtbaar. Fysiek pesten doet pijn, maar relationeel pesten gaat onder de huid zitten. Dat heeft een leven lang invloed. Amerikaans onderzoek berekende dat pesten per persoon 1,4 miljoen dollar kost aan interventies, schoolprogramma’s, middelen, zorg, gemist maatschappelijk talent enzovoorts. Wie pest, heeft óók last van zijn of haar daden, soms een leven lang. Ander verschil is dat vroeger de leraar meer als autoriteit werd gezien en ouders de leraar steunden richting hun kind, nu vragen sommige ouders waarom ze moeten komen en verdedigen ze hun kind.’
Jullie hebben het over handelingsverlegenheid. Dat is toch een net woord voor onkunde?
Nico: ‘Zo wil ik het niet noemen. Het is complex. Het pestende en het gepeste kind bij elkaar zetten, lost het probleem niet op. Het is een groepsdynamisch proces. Je moet het groepsbreed en schoolbreed aanpakken.’
Nathalie: ‘Het is goed als de school een anti-pestbeleid heeft en dit uitdraagt, maar er is meer nodig. Je hoort weleens: Ik heb groep 5 goed op de rails. Het gaat erom dat het met de groep goed gaat, wie de leerkracht ook is. Pas als je de norm van pesten in de groep weet te veranderen, neemt het af.’
Nico: ‘Belangrijker dan de officiële schoolregels zijn de ongeschreven regels: hoe ga je met elkaar om, helpen we elkaar, wat vinden we ‘stoer’? Je moet ook het hele jaar aandacht blijven geven aan groepsdynamiek. Ook het monitoren van het zelfbeeld van leerlingen is belangrijk, want de impact van pesten is enorm. Als een leerling gepest wordt, daalt het zelfvertrouwen – ‘Ik hoor er niet bij’. Dat maakt een kind nog kwetsbaarder voor pesten. Als leraar kun je veel betekenen om het pesten te stoppen.’
Maar ze weten niet hoe?
Nathalie: ‘Ik was positief verrast hoe interessant leraren onze artikelen vinden. Toen ik het eerste artikel op LinkedIn plaatste, ontplofte het. Dat was een eye-opener: veel kennis blijkt nieuw voor onderwijsprofessionals. Het betekent tegelijk dat we met de artikelen en posters in een behoefte voorzien.’
Wat kun je als ouder doen?
WEL doen:
• Wijs school op de artikelen en posters op Wij-leren via de link.
• Luister serieus naar je kind, maak pesten niet kleiner en zoek samen naar oplossingen.
• Vraag naar de antipestcoördinator die elke school heeft en naar het antipestbeleid.
• Stel je samenwerkend op naar school en neem signalen van (mogelijk) pestgedrag altijd serieus. Je kind kan op school anders zijn dan thuis. Bij slecht contact met school kun je Balans of Ouders & Onderwijs om hulp vragen.
• Check wat thuis mogelijk meespeelt: hoe zit je kind in z’n vel, is er recent iets gebeurd wat invloed kan hebben of ligt de bron op school?
NIET doen:
• Actie ondernemen zonder school erbij te betrekken; je mist zicht op wat er speelt in de groep.
• Je alleen op de pester en/of gepeste richten; pesten is het resultaat van een groepsproces.
Lees een aantal belangrijke inzichten van Nico en Nathalie over het gepeste kind, het pestende kind, de groepsdynamiek en de leraar.
Meer informatie
- De artikelen en posters zijn gratis te lezen en te downloaden via wij-leren.online.
- Op balansdigitaal.nl vind je een aantal artikelen over pesten.
- Je kunt ook de Balans Advieslijn bellen: 030 225 50 50.
- Kijk ook eens op oudersenonderwijs.nl
‘Neem direct aan het begin van het schooljaar stelling’
Anton Horeweg heeft als leraar ervaring met pesten en schreef er als gedragsdeskundige over in zijn boeken. Ook geeft hij lezingen.
Op de pabo gaat het vooral over didactiek
‘Ik krijg van leerkrachten nooit vragen over pesten,’ zegt Anton. ‘Iedereen hoort het toch te weten? Je zou het op de pabo gehad moeten hebben. Daar gaat het echter vooral over didactiek.’
Studenten leren vooral lessen voorbereiden. ‘Groepsdynamiek krijgt minder aandacht, terwijl pesten een enorme impact heeft: als kind kom je niet aan leren toe, want je moet er de hele tijd aan denken dat je weer gepest gaat worden.’ Hoewel zijn boeken op pabo’s worden gebruikt, ziet Anton verder weinig ervaringen uit de praktijk in opleidingen terugkomen. De artikelen en posters van Nathalie en Nico vindt Anton goed. ‘Heel duidelijk. Je brengt de kennis de school in.’ Hij vraagt zich wel af of er werkelijk iets mee gedaan wordt. ‘Leraren hebben het vaak druk. Het managementteam of een gedragswerkgroep moet dit oppakken.’
Het is normaal dat je elkaar helpt
Met preventie voorkom je pesten niet helemaal, waarschuwt Anton. Pesten kan ook terugkeren. ‘Als leerkracht kun je met het gepeste kind een signaal afspreken dat de klas niet ziet, zodra er weer gepest wordt. Met de groep moet je bespreken wat iedereen kan doen, in plaats van alleen de pester of het gepeste kind. Je bent samen verantwoordelijk, ook als je niet bij het pesten betrokken bent; in de samenleving spelen óók dingen die jou niet aangaan, maar waarop je wel invloed hebt. Leg ook uit dat je niet ‘snitcht’, klikt, als je het pesten meldt, maar dat het normaal is dat je elkaar helpt. Als je met z’n vijven pesten meldt, heb je minder kans dat je als enige aangepakt wordt.’
Pesten is een groepsprobleem
Leerkrachten zijn soms bang over pesten te beginnen. ‘Je zou kinderen op ideeën brengen, vrezen ze. Mijn ervaring is dat niet,’ vertelt Anton. ‘Zeg ook niet tegen een kind dat het pesten wel meevalt, dat is schadelijk. Neem de beleving van het kind serieus.’
Antons advies aan leraren is om aan het begin van het schooljaar stelling te nemen en niet te wachten tot pesten zich voordoet. ‘Wordt er gepest, betrek dan de groep, want pesten is een groepsprobleem. En betrek ouders van de pester én het gepeste kind. Dan is helder wat school eraan doet.’
Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 1-2026. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.
Nathalie Hoekstra
Nico den Breejen
Anton Horeweg

