‘Hoogbegaafdheid is nog steeds te onbekend’
TEKST LIDY SIBON
Marianne Miralles Blay-Krijnsen en Bertine de Dood-Zaalberg zijn beiden moeders van hoogbegaafde kinderen en weten als geen ander hoe complex, intens en vooral mooi het ontwikkelingspad van hoogbegaafde kinderen kan zijn. Hun ervaringsdeskundigheid wordt gewaardeerd door ouders en professionals, omdat ze écht begrijpen wat gezinnen doormaken. Ze bieden niet alleen hoop, maar laten ook zien dat het mogelijk is om een passende weg te vinden, zelfs als die niet standaard is.
De auteurs ontmoetten elkaar tien jaar geleden via een groep voor hoogbegaafde kinderen. Er was al snel een klik en herkenning in elkaars verhalen. Bertine: ‘We merkten in onze omgeving veel onbegrip, ongeloof en eenzijdige kennis over hoogbegaafdheid. Om kennis en begrip te vergroten, besloten we een boek te schrijven (Een leven lang hoogbegaafd) waarin hoogbegaafden hun eigen levensverhaal delen. Via een oproep op sociale media kwamen 55 reacties, waaruit we 27 deelnemers selecteerden.’
Diepe indruk
Bertine en Marianne bezochten de mensen thuis. De levensverhalen en persoonlijke adviezen van een 4-jarige tot 91-jarige maakten diepe indruk. Ieder ervaringsverhaal raakt aan thema’s zoals jeugd, schooltijd, carrière en vriendschappen & relaties. Na bijna ieder ervaringsverhaal volgt een theoretisch stuk, met wetenschappelijke onderbouwing over een onderwerp dat aan de orde is geweest.
Meer maatwerk nodig
Bertine: ‘Uit de verhalen kwamen regelmatig dezelfde onderwerpen terug, zoals het belang van steun uit de thuissituatie en de omgeving. En de invloed van vriendschappen met ontwikkelingsgelijken op het welzijn. Maar ook school kwam regelmatig ter sprake. De aanpak van een leerkracht kan een kind tot bloei laten komen, of juist het zelfbeeld schaden.’
De auteurs zien dat een tussenvoorziening zoals een tijdelijke hoogbegaafdenklas of dagbesteding regelmatig gericht is op een terugkeer naar het reguliere onderwijs. De kinderen moeten zich dus steeds aanpassen, waarna zij moeten terugkeren naar een omgeving die onveranderd is en nog steeds niet past. Marianne: ‘Er is veel meer maatwerk nodig.’
Luisteren naar een kind
Een belangrijk inzicht dat naar voren komt uit de interviews is hoe belangrijk het is om het kind zelf te bevragen en daar vervolgens ook iets mee te doen. Bertine somt op: ‘Wat wil je? Hoe wil je leren? Wat vind je belangrijk?’ Marianne: ‘Kinderen weten vaak heel goed wat ze willen en nodig hebben. Ouders en professionals moeten openstaan voor en vertrouwen hebben in het eigen oordeel van het kind. Ouders mogen opkomen voor hun kind en hoeven niet bang te zijn om hun mening te geven!’
Kennis verspreiden
Marianne en Bertine vinden dat er veel meer bekendheid en kennis moet komen over wat hoogbegaafdheid écht is. Bertine: ‘Kennis zou op tv, in boeken, bij consultatiebureaus, scholen, de ggz en in opleidingen zoals de pabo aangeboden moeten worden. Ondanks vele initiatieven sijpelt de kennis nog te weinig door naar de praktijk. Hierdoor voelt het voor ouders soms alsof zij steeds hetzelfde verhaal moeten vertellen. Zelfs aan mensen van wie je op basis van hun professionele achtergrond zou verwachten dat ze kennis hebben van hoogbegaafdheid. Als ouder ben je dan de professional aan het opleiden.’
Ouders als experts
Marianne: ‘Ouders ervaren begeleiding door mensen die zelf hoogbegaafd zijn als het meest waardevol, omdat zij de denksprongen herkennen en goed aansluiten bij hun kind. Ook bij onderzoek is expertise belangrijk.’ De auteurs adviseren dan ook een intelligentieonderzoek te laten doen bij een specialist in hoogbegaafdheid, waarbij de hele ontwikkeling en context worden meegenomen. Bertine: ‘Daarbij is het essentieel dat ouders als experts over hun eigen kind worden gezien en een gelijkwaardige rol krijgen.’
Tot bloei komen
De auteurs hopen dat ouders na het lezen van het boek erkenning en handvatten vinden, en zich gesterkt voelen. Marianne: ‘Hoogbegaafdheid is vooral iets moois, intens en waardevols. Niet de hoogbegaafdheid zelf, maar vaak de omgeving zorgt voor uitdagingen.’ Zoals een geïnterviewde in het boek het mooi verwoordde: ‘Als de lucht verontreinigd is, vallen korstmossen uit elkaar. Hoogbegaafden hebben de juiste mensen om zich heen nodig om tot bloei te komenen ook daar te kunnen blijven functioneren.’ Met de juiste steun en begrip kan ieder kind tot bloei komen.
Marianne werkte aanvankelijk in de zorg en heeft twee uitzonderlijk hoogbegaafde zonen. Al jong bleek bij beiden sprake van een forse ontwikkelingsvoorsprong. Toen haar oudste zoon vastliep op school, besloot Marianne zich verder te verdiepen in hoogbegaafdheid. Sinds 2016 biedt zij via haar praktijk LEV ondersteuning, advies en coaching aan hoogbegaafden, thuiszitters en hun omgeving.
Bertine is opgeleid tot verpleegkundige en werd later accountant. Ook haar oudste twee kinderen lieten een zeer snelle ontwikkeling zien en bleken uitzonderlijk hoogbegaafd. Haar jongste kind is vermoedelijk hoogbegaafd met een taalontwikkelingsstoornis. Sinds januari 2025 zit haar middelste kind gedeeltelijk thuis. De focus van Bertine ligt momenteel op de zorg voor haar drie kinderen.
Lees veel praktische tips van Marianne en Bertine voor ouders én voor (school)begeleiders.
Lees meer over het meetinstrument ZOOV+ waarmee scholen cognitief sterke kinderen kunnen signaleren.
Lees over een navigatiegids voor ouders.
Lees ook ons Balansdossier hoogbegaafdheid.
Dit artikel verscheen eerder in Balans Magazine 4-2025. Wil je ook ons magazine ontvangen? Word dan nu lid. Bekijk hier de voordelen.

